Voorgesteld 15 oktober 2024
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de huidige mestproblematiek slecht is voor de waterkwaliteit en de Nederlandse veeteelt zwaar onder druk zet;
overwegende dat grondgebondenheid de omvang van de veestapel in balans brengt met de beschikbare landbouwgrond;
overwegende dat grondgebondenheid als doel is opgenomen in het addendum van de zevende Nitraatrichtlijn;
constaterende dat het kabinet daaraan nog geen invulling heeft gegeven;
verzoekt de regering uiterlijk in de eerste helft van 2025 een voorstel aan de Kamer voor te leggen hoe grondgebondenheid concreet wordt ingevuld, waarbij recht gedaan wordt aan het belang van blijvend grasland en tevens rekening gehouden wordt met gemengde bedrijven dan wel regionale samenwerking tussen melkvee- en akkerbouwbedrijven,
en gaat over tot de orde van de dag.
Bromet
Grinwis