Voorgesteld tijdens het Wetgevingsoverleg van 10 juni 2024
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat in het hoofdlijnenakkoord is afgesproken dat windmolens zo veel mogelijk op zee komen in plaats van op land;
overwegende dat de huidige ambitie van wind op zee nodig is om de klimaatdoelen te halen en dat vertraging onwenselijk is;
overwegende dat er rekening gehouden moet worden met de verschillende vormen van visserij op de Noordzee;
overwegende dat hier een zorgvuldige balans moet worden gezocht tussen de verschillende spelers op de Noordzee, zoals energie, scheepvaart, natuur, visserij en Defensie;
overwegende dat niet alle soorten van visserij uit veiligheidsoogpunt tussen windmolenparken kunnen plaatsvinden en dat de visserij wel ruimte nodig heeft;
verzoekt de regering om in voorbereiding op het regeerprogramma alvast te beginnen met het inzichtelijk maken van hoe meer rekening gehouden wordt met de ruimte voor verschillende soorten visserij in balans met andere spelers op de Noordzee, waarbij de wind-op-zeeambities doorgang kunnen vinden,
en gaat over tot de orde van de dag.
Erkens
Postma,
Vermeer
Kops