Ingediend | 14 februari 2025 |
---|---|
Beantwoord | 3 maart 2025 (na 17 dagen) |
Indiener | Wijen-Nass |
Beantwoord door | Judith Uitermark (NSC) |
Onderwerpen | bestuur gemeenten |
Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2025Z02797.html |
Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20242025-1459.html |
Ja.
Op basis van de gegevens, die mij in het kader van de tweejaarlijkse trendrapportage «Staat van het Bestuur» ter beschikking staan, zijn in 2024 in totaal 24 wethouders voortijdig teruggetreden in 20 kleine gemeenten (tot 20.000 inwoners). In middelgrote gemeenten (20.000 tot 100.000 inwoners) gaat het om een aantal van 83 wethouders in 58 verschillende gemeenten.
Voor de volledigheid merk ik daarbij op dat volgens mijn informatie in 2024 in totaal 157 wethouders tussentijds zijn vertrokken. Dat aantal verschilt van het aantal van 225 wethouders dat genoemd is in het onderzoek in opdracht van het blad Binnenlands Bestuur. Dit verschil wordt in belangrijke mate verklaard doordat bij het onderzoek in opdracht van Binnenlands Bestuur ook tijdelijk teruggetreden wethouders en teruggetreden interim-wethouders zijn meegerekend.
In het commissiedebat over bestuurlijke inrichting en democratie van 12 februari jl. heb ik toegezegd Uw Kamer voor het zomerreces nader te zullen informeren omtrent de aantrekkelijkheid van het ambt van volksvertegenwoordigers en bestuurders. Bij die gelegenheid zal ik nader ingaan op eventuele maatregelen om de werkdruk van wethouders te verlagen.
Recent heb ik in antwoord op de vragen van het lid Inge van Dijk (CDA) over de noodklok van de Wethoudersvereniging over onuitvoerbaar beleid (ingezonden 21 november 2024) herbevestigd dat zal worden bezien of de wettelijke bepaling omtrent het maximumaantal wethouders en gedeputeerden aanpassing behoeft.2 Zoals ik bij die gelegenheid heb aangegeven ga ik daarbij eveneens in op het fenomeen van deeltijd-wethouders. In het commissiedebat over bestuurlijke inrichting en democratie van 12 februari jl. heb ik toegezegd deze vraagstukken te betrekken bij de brief die ik heb aangekondigd over de aantrekkelijkheid van het ambt van volksvertegenwoordigers en bestuurders waarvan ik voornemens ben deze voor het zomerreces aan Uw Kamer toe te zenden.
Een eventuele ophoging van het wettelijk maximum aantal wethouders per gemeente, dan wel het afschaffen van het wettelijk maximum (en daarmee gemeenteraden de vrijheid laten om zelf het aantal wethouders te bepalen) vergt wijziging van artikel 36 van de Gemeentewet. Deze bepaling normeert immers momenteel het maximum aantal wethouders per gemeente.
Nee. Aangezien het maximum aantal wethouders wettelijk is bepaald en uitbreiding van de colleges van burgemeester en wethouders niet zonder wetswijziging mogelijk is, zijn dergelijke maatregelen nu niet opportuun.
Voor wethouders bestaan momenteel verschillende vormen van ondersteuning. Ten eerste biedt de Wethoudersvereniging ondersteuning en begeleiding door onder anderen belangenbehartiging, onderzoeken en ontwikkeling.3 Voorbeelden van dat laatste zijn de basistraining wethoudersambt, verdiepende leergangen en intervisiegroepen. Daarnaast biedt de vereniging ondersteuning en advies op maat en vervult daarmee een vertrouwensfunctie voor wethouders. Ook voor het omgaan met hoge werkdruk en de complexiteit van hun functie kunnen wethouders bij de vereniging terecht. Vanuit mijn ministerie bieden we hiervoor financiële ondersteuning.
Ten tweede verzorgen landelijke politieke partijen voor wethouders van deze partijen trainingen, advies en ondersteuning op maat. Voor wethouders van lokale partijen wordt training en ondersteuning vanuit het Kennispunt lokale politieke partijen aangeboden.
Ten slotte bieden grotere gemeenten ook eigen ondersteuning en training aan hun wethouders.
Ja. Wethouders van kleine en middelgrote gemeenten maken gebruik van het aanbod van de Wethoudersvereniging. De Wethoudersvereniging heeft leden door het hele land en ook in de regio’s. Ook heeft de vereniging regio-ambassadeurs en organiseert de vereniging met hen regelmatig regionale bijeenkomsten.
Vanuit mijn ministerie bestaan verschillende initiatieven waarmee specifiek kleine gemeenten worden ondersteund en waarbij vaak wethouders betrokken zijn. Sinds enkele jaren zijn zogeheten Town Deals gesloten met een aantal kleinere gemeenten.4 Hierbij werken ministeries, provincies, kennisinstellingen en adviesbureaus op locatie bij gemeenten aan nieuwe oplossingen voor specifieke vraagstukken. Verder maakt het Ondersteuningsteam Weerbaar Bestuur sinds 2022 een ronde langs alle gemeenteraden en colleges om de collectieve bewustwording van en over agressie, intimidatie en bedreiging te bevorderen.5 Kleine en middelgrote gemeenten vragen vaker om deze vorm van ondersteuning en worden begeleid bij de follow-up. Tenslotte noem ik de financiële ondersteuning die alle provincies recent hebben ontvangen om de slagkracht van kleinere gemeenten tegen oneigenlijke druk te vergroten, bijvoorbeeld ten behoeve van juridische ondersteuning en Bibob-zaken.
Het onderzoek van De Collegetafel in opdracht van het blad Binnenlands Bestuur bevat geen informatie daarover. Mijn ministerie beschikt evenmin over dergelijke specifieke gegevens. Overigens wijs ik erop dat, afgezien van de mogelijkheid naast het wethouderschap een parttime baan te vervullen, ook diverse wethouders qualitate qua bestuurlijke nevenfuncties vervullen die tijd en aandacht vragen.