Ingediend | 26 juli 2024 |
---|---|
Beantwoord | 17 september 2024 (na 53 dagen) |
Indiener | Joost Eerdmans (EénNL) |
Beantwoord door | Barry Madlener (PVV) |
Onderwerpen | bestuur natuur- en landschapsbeheer natuur en milieu parlement ruimte en infrastructuur waterkeringen en waterbeheer |
Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2024Z12204.html |
Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20242025-3.html |
Ja.
Het is erg vervelend dat sommige omwonenden en bedrijven in de duinstreek momenteel wateroverlast ondervinden. Er bestaat echter geen «landelijk vernattingsbeleid» voor de duinen en daardoor ook geen mogelijkheid tot herziening ervan.
Wél geven de Provincie Noord-Holland en drinkwaterbedrijf PWN aan dat het waterbeheer in de duinen onderdeel uitmaakt van «natuurlijk duinbeheer». Dit beleid wordt inmiddels al 24 jaar ongewijzigd gevoerd. Mede hierdoor is er lokaal gestopt met het winnen van drinkwater en zit er inderdaad relatief meer water in het duinengebied dan voorheen. De afgelopen jaren heeft deze beheersvorm echter niet geleid tot structureel meer of vaker overlast. De uitzonderlijk hoge grondwaterstand blijkt dan ook het gevolg van een zeldzaam lange periode met veel neerslag. Ook veel plekken in het binnenland zijn verzadigd geraakt.
De gemeenten dragen een wettelijke zorgplicht voor grondwater (Art. 2.16 van de Omgevingswet). Dat houdt onder andere in dat zij maatregelen in het openbaar gemeentelijke gebied treffen om de structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de fysieke leefomgeving toegedeelde functies proberen te voorkomen of te beperken.
De huidige overlast is echter ontstaan na een zeldzame periode van veel neerslag en is daarmee incidenteel, niet structureel. In een normaal jaar is er doorgaans geen last van fluctuerende grondwaterstanden.
Uiteindelijk hebben particulieren zelf ook een verantwoordelijkheid voor hun eigen perceel en de bouwwerken daarop. Dit houdt onder andere in het treffen van maatregelen tegen neerslagextremen, zoals het afvoeren van overtollig grond- en hemelwater en het waterdicht maken van kelders. Zo kunnen mensen zichzelf weerbaarder maken en daarmee de kans op overlast verder verkleinen.
Zie het antwoord op de vragen 2 en 6.
Er zijn maar beperkt mogelijkheden voor stakeholders om sturing te geven aan de huidige grondwaterstanden. In tegenstelling tot in onze polders ligt er in de duinen namelijk geen infrastructuur waarmee het grondwaterpeil makkelijk beheerst kan worden. Er zijn dan ook geen voor de hand liggende maatregelen die genomen kunnen worden om direct verlichting te bieden.
De pompen die wel in de duinen liggen voor de winning van drinkwater zijn volgens drinkwaterbedrijf PWN ongeschikt voor grondwaterpeilbeheersing. Voor de huidige situatie zal het inzetten van deze pompen maar weinig verlichting bieden.
Om de huidige wateroverlast tegen te gaan, zijn er door verschillende waterbeheerders op diverse plaatsen wel al tijdelijke maatregelen getroffen. Er zijn lokaal noodpompen geplaats, oude oppervlakkige waterafvoeren zijn schoongemaakt en hersteld en er is een tijdelijke brug aangelegd. Noodzaak en mogelijkheid voor structurele maatregelen worden momenteel door de Provincie en het waterbedrijf verder onderzocht.
Geen van de partijen heeft kunnen aangeven dat er uitvoerig overleg is geweest met de omwonenden. Hier was ook geen aanleiding voor aangezien er bij natuurlijk duinbeheer doorgaans geen negatieve gevolgen voor omwonenden worden voorzien. De keuze voor natuurlijk duinbeheer is door de Provincie en het waterbedrijf al in het jaar 2000 gemaakt.
Ten grondslag aan deze beslissing lag het beschermen van de zoetwaterreserves en Natura 2000 gebieden. Het drinkwater dat vroeger uit de duinen werd gewonnen werd namelijk te zout en de duinen zelf raakten door de waterwinning verdroogd. Door te stoppen met de waterwinning en valleien af te graven tot rondom het grondwaterniveau is de kwaliteit van de duinen sterk verbeterd. Er is een meer evenwichtig waterbalans gerealiseerd waar bewoners en bedrijven – met name agrariërs en recreatie-ondernemingen – veel profijt van hebben. Het zoete water in de duinen verdrukt ook het zoute water van de zee en draagt daarmee bij aan het tegengaan van verzilting.
De overlast die nu ervaren wordt staat los van dit beleid en is een vervelend gevolg van de extreme neerslag van de afgelopen maanden. Het is aan de Provincie om te beslissen of de afgelopen periode aanleiding geeft voor wijziging van het duinbeheer. Zie verder ook het antwoord bij vraag 2.
Zie het antwoord bij vraag 5.
Nee, sinds het jaar 2000 zijn er geen besluiten genomen waardoor het waterbeheer in de duinen is veranderd. Zie verder ook het antwoord bij vraag 2.
Gezien de plaats van de overlast ligt deze verantwoordelijkheid bij de lokale en regionale waterbeheerders. Zij hebben het beste zicht op wat er nodig is in de regio. Zij kunnen ook het snelst schakelen met de bewoners en bedrijven.
De regionale waterbeheerders zijn het beste in staat om te bekijken wat er wel en niet mogelijk is op de korte termijn en welke overleggen hiervoor zinvol zijn. Het ministerie blijft contact houden met de waterbeheerders over de verdere ontwikkelingen.
Op 26 juli 2024 zijn door het lid Eerdmans (JA21) vragen gesteld aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat over het artikel over het vernattingsbeleid van de duinstreek van Noord- en Zuid-Holland. De vragen kunnen niet binnen de gestelde termijn worden beantwoord, gelet op de vakantieperiode en de noodzakelijke afstemming met de provincie Noord-Holland, het Hoogheemraadschap Rijnland en PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland.