Kamerstuk 36600-IX-13

Motie van het lid Van Oostenbruggen c.s. over een onderzoek door de Algemene Rekenkamer naar de oorzaken van de grote verschillen tussen de ramingen van het begrotingstekort en de uitkomsten

Dossier: Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB) en de begrotingsstaat van Nationale Schuld (IXA) voor het jaar 2025


95,3 %
4,7 %

SP

CDA

SGP

Volt

GroenLinks-PvdA

DENK

PVV

JA21

CU

BBB

NSC

PvdD

D66

VVD

FVD


Nr. 13 MOTIE VAN HET LID VAN OOSTENBRUGGEN C.S.

Voorgesteld 3 oktober 2024

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de rijksbegrotingen van 2022, 2023 en 2024 tekorten voorspelden van respectievelijk 21,3 miljard, 29,6 miljard en 31,7 miljard euro;

constaterende dat er in 2022 uiteindelijk een sluitende jaarrekening was;

constaterende dat er in 2023 een klein tekort van 3,5 miljard euro was;

constaterende dat het CBS meldt dat er over de eerste zes maanden van 2024 zelfs een overschot is van 7,8 miljard euro;

constaterende dat er wel grote eenmalige tegenvallers waren (zoals het prijsplafond), maar geen grote eenmalige meevallers (bijvoorbeeld een grote privatisering) om dit te verklaren;

constateert dat de ramingen er structureel tientallen miljarden naast zaten, dat dit in het verleden niet gebeurde en in omliggende landen ook niet gebeurt;

verzoekt de Algemene Rekenkamer op grond van artikel 7.23 van de Comptabiliteitswet 2016 een onderzoek in te stellen naar de oorzaken van de grote verschillen tussen de ramingen van het begrotingstekort en de uitkomsten,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van Oostenbruggen

Tony van Dijck

Vermeer

Aukje de Vries

Inge van Dijk

Van der Lee

Eerdmans

Flach

Vijlbrief

Dassen