Ontvangen ter Griffie op 5 maart 2025.
De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur is aan de Kamer overgelegd tot en met 2 april 2025.
De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur kan niet eerder worden gedaan dan op 3 april 2025.
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 5 maart 2025
Hierbij bied ik u aan het ontwerpbesluit houdende regels over energiemarkten en energiesystemen (Energiebesluit). Voor de inhoud van het ontwerpbesluit verwijs ik u naar de ontwerpnota van toelichting in de bijlage. Tevens zijn de ontvangen toetsen en adviezen van betrokken toezichthouders en adviescolleges bijgesloten:
• Autoriteit Consument en Markt, «brief ter bevestiging akkoord op SLR-artikelen Energiebesluit», d.d. 28 januari 2025;
• Autoriteit Consument en Markt, «Uitvoerbaarheids- en handhaafbaarheidstoets Energiebesluit» d.d. 17 oktober 2024;
• Rijksinspectie Digitale Infrastructuur, «Resultaat UHT Energiebesluit», d.d. 24 september 2024;
• Staatstoezicht op de Mijnen, «Toets op uitvoerbaarheid & handhaafbaarheid concept Energiebesluit», d.d. 20 september 2024;
• Adviescollege toetsing regeldruk, «Energiebesluit», d.d. 19 september 2024;
• Raad voor de Rechtspraak, «Advies concept Energiebesluit», d.d. 19 september 2024;
• Autoriteit Persoonsgegevens, «Wetgevingstoets concept voor Energiebesluit», d.d. 20 november 2024.
De voorlegging geschiedt in het kader van de wettelijk voorgeschreven voorhangprocedure. Hoewel de voorhang op basis van artikel 6.8 van de Energiewet slechts voor enkele artikelen geldt, is eerder toegezegd dat, nu het hele Energiebesluit grondig is herzien, het Energiebesluit integraal bij beide Kamers zal worden voorgehangen (Kamerstuk 36 378, nr. 10, reactie op vraag 147; Handelingen I 2024–2025, nr. 10, item 5, toezegging T03955). Dit biedt de Kamer de mogelijkheid zich uit te spreken over het ontwerpbesluit.
Op grond van de aangehaalde bepaling geschiedt de voordracht aan de Koning ter verkrijging van het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State over het ontwerpbesluit niet eerder dan vier weken nadat het ontwerpbesluit aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Daarbij wordt opgemerkt dat de inwerkingtreding van de Energiewet bij besluit op 1 januari 2026 is gesteld, behoudens enkele uitzonderingen (Stb. 2025, 40). De beoogde inwerkingtreding van dit besluit sluit daar bij aan. Deze datum is van belang om tijdig te voldoen aan de voorwaarden voor het derde betaalverzoek van het Herstel- en Veerkrachtplan, waar de Energiewet ook onderdeel van is. De Minister van Financiën heeft de Kamer daar recent over geïnformeerd (Kamerstuk 21 501-07, nr. 2093).
Een gelijkluidende brief is gezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.
De Minister van Klimaat en Groene Groei, S.T.M. Hermans