Voorgesteld 17 september 2020
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er een groep leerlingen is die in deze coronacrisis niet naar school kan omdat het risico voor de eigen gezondheid of dat van een huisgenoot met een kwetsbare gezondheid te groot is;
constaterende dat conform de Wet het bevoegd gezag de verplichting heeft zorg te dragen voor een ononderbroken ontwikkelingsproces en daardoor een alternatief aan te bieden zoals afstandsonderwijs;
constaterende dat dit niet voor elke leerling die niet naar school kan wordt aangeboden of dit in zeer wisselende kwaliteit gebeurt;
constaterende dat er diverse initiatieven zijn waarbij afstandsonderwijs succesvol wordt aangeboden, maar hier vaak een prijskaartje aan hangt;
constaterende dat onderwijs voor iedere leerling toegankelijk moet zijn;
verzoekt de regering om met scholen en aanbieders van afstandsonderwijs te kijken wat nodig is om ieder kind dat tijdelijk niet naar school kan toch kosteloos afstandsonderwijs te laten volgen
en gaat over tot de orde van de dag
Westerveld
Van den Hul