Kamerstuk 32710-IIB-1

Jaarverslag van de overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten (IIB)

Dossier: Jaarverslag en slotwet overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten 2010

Gepubliceerd: 18 mei 2011
Indiener(s): Piet Hein Donner (minister binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (CDA)
Onderwerpen: begroting financiƫn
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32710-IIB-1.html
ID: 32710-IIB-1

Nr. 1 JAARVERSLAG VAN DE OVERIGE HOGE COLLEGES VAN STAAT EN KABINETTEN (IIB)

Aangeboden 18 mei 2011

Gerealiseerde ontvangsten naar beleidsterrein

Gerealiseerde ontvangsten naar beleidsterrein

Gerealiseerde uitgaven per beleidsterrein

Gerealiseerde uitgaven per beleidsterrein

Inhoudsopgave

  

blz.

   

A.

Algemeen

5

1.

Aanbieding en dechargeverlening

5

   

2.

Leeswijzer

9

   

B.

Beleidsverslag

10

3.

Tabel budgettaire gevolgen van beleid

10

   

4.

De artikelen

11

 

1. Raad van State

11

 

2. Algemene Rekenkamer

14

 

3. De Nationale ombudsman

18

 

4. Kanselarij der Nederlandse Orden

24

 

5. Kabinet van de Gouverneur van de Nederlandse Antillen

26

 

6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba

28

   

5.

De niet-beleidsartikelen

30

 

10. Nominaal en onvoorzien

30

   

6.

Bedrijfsvoeringsparagraaf

31

   

C.

Jaarrekening

37

7.

De Verantwoordingsstaat

37

   

8.

De Saldibalans

38

   

9.

Topinkomens

43

A. ALGEMEEN

1. AANBIEDING EN DECHARGEVERLENING

Aan de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer van de Staten-Generaal.

Hierbij bied ik het Jaarverslag met betrekking tot de begroting van de Raad van State, de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman, de Kanselarij der Nederlandse Orden, het kabinet van de Gouverneur van de Nederlandse Antillen en het kabinet van de Gouverneur van Aruba (IIB) over het jaar 2010 aan. Onder verwijzing naar de artikelen 63 en 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties decharge te verlenen over het in het jaar 2010 gevoerde financiële beheer.

Ten behoeve van de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening is door de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 82 van de Comptabiliteitswet 2001 een rapport opgesteld. Dit rapport wordt separaat door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Rekenkamer met betrekking tot:

  • a. het gevoerde financieel en materieelbeheer;

  • b. de ten behoeve van dat beheer bijgehouden administraties;

  • c. de financiële informatie in de jaarverslagen;

  • d. de departementale saldibalansen;

  • e. de totstandkoming van de informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering;

  • f. de in het jaarverslag opgenomen informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering.

Bij het besluit tot dechargeverlening dienen verder de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken te worden betrokken:

  • a. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2010;

  • b. het voorstel van de slotwet over het jaar 2010 die met het onderhavige jaarverslag samenhangt;

  • c. het rapport van de Algemene Rekenkamer over het jaar 2010 met betrekking tot de onderzoeken van de centrale administratie van ’s Rijks schatkist en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;

  • d. de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer met betrekking tot de in het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2010 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten van het Rijk over 2010, alsmede met betrekking tot de Saldibalans van het Rijk over 2010 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 83, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001).

Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

J. P. H. Donner

Dechargeverlening door de Tweede Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Tweede Kamer,

Datum:

Op grond van artikel 64, tweede lid van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer.

Dechargeverlening door de Eerste Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Eerste Kamer,

Datum:

Op grond van artikel 64, derde lid van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de minister van Financiën.

2. LEESWIJZER

Opbouw Jaarverslag

Het jaarverslag over 2010 bestaat conform de regelgeving uit de volgende delen:

  • A. een algemeen deel met onder andere dechargeverlening;

  • B. een totaaltabel (IIB) budgettaire gevolgen van beleid;

  • C. jaarrekening.

De paragraafindeling van de artikelen is als volgt:

  • 1. Algemeen;

  • 2. Speerpunten 2010;

  • 3. Budgettaire gevolgen van beleid;

  • 4. Operationele doelstellingen.

De bedrijfsvoeringsparagraaf is onder een aparte paragraaf opgenomen.

Wat betreft de budgettaire gevolgen van beleid is alleen een inhoudelijke toelichting gegeven bij opmerkelijke verschillen (boven € 0,5 mln.) tussen de oorspronkelijke vastgestelde begroting 2010 en de realisatie 2010.

Rechtmatigheid

In 2010 zijn de tolerantiegrenzen voor de rechtmatigheid op hoofdstukniveau niet overschreden en is er sprake van een getrouw beeld. Een toelichting op de rechtmatigheid per College/Kabinet is te vinden in de bedrijfsvoeringparagraaf van ieder College/Kabinet.

Groeiparagraaf

Er zijn dit jaar geen nieuwe ontwikkelingen voor de groeiparagraaf te melden.

B. BELEIDSVERSLAG

3. TABEL BUDGETTAIRE GEVOLGEN VAN BELEID TOTAAL IIB

Totaalbegroting IIB

Overzicht budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)

Realisatie

2006

Realisatie

2007

Realisatie

2008

Realisatie

2009

Realisatie

2010

Vastgestelde begroting

2010

Verschil

Verplichtingen

92 158

98 570

103 475

113 005

115 025

108 190

6 835

Uitgaven

92 246

95 832

100 194

110 129

114 188

108 190

5 998

Ontvangsten

3 435

3 819

4 167

4 293

4 736

3 229

1 507

4. DE ARTIKELEN

Artikel 1. Raad van State

1. Algemene beleidsdoelstelling

De Raad van State stelt zich ten doel om als adviseur voor wetgever en bestuur en als hoogste algemene bestuursrechter bij te dragen aan behoud en versterking van de democratische rechtsstaat. Daarbinnen wil hij bijdragen aan de eenheid, legitimiteit en kwaliteit van het openbaar bestuur en aan de rechtsbescherming van de burger.

De Grondwet en de Wet op de Raad van State vormen het wettelijk kader, waarbinnen de Raad van State zijn taken verricht. Het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden vormt de grondslag voor zijn werkzaamheden als Raad van State van het Koninkrijk.

2. Speerpunten

De begroting van de Raad bevat geen specifieke speerpunten waarvoor verantwoording nodig is.

3. Budgettaire gevolgen van beleid
1.1 Raad van State

Overzicht budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)

Realisatie

2006

Realisatie

2007

Realisatie

2008

Realisatie

2009

Realisatie

2010

Vastgestelde begroting

2010

Verschil

Verplichtingen

47 794

51 070

54 533

60 683

59 773

56 349

3 424

Uitgaven

46 740

49 190

53 405

57 508

58 882

56 349

2 533

1. advisering

6 580

7 379

7 475

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

2. bestuursrechtspraak

40 159

41 811

45 930

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

3. Raad van State

nvt

nvt

nvt

57 508

58 882

56 349

2 533

Ontvangsten

1 864

1 875

2 449

2 485

3 025

1 904

1 121

Financiële toelichting

Er is op het artikel meer uitgegeven dan begroot. Bij Voorjaarsnota is het budget verhoogd voor de toename in reguliere zaken Hoger Beroep Vreemdelingen. Tevens is het aantal asiel zaken toegenomen. Bij Najaarsnota is het budget verhoogd voor de invoering van de Wet Ruimtelijke Ordening (WRO).

De ontvangsten zijn hoger dan begroot. Dit komt onder meer door een meevaller op de griffierechten en hogere ontvangsten voor de werkzaamheden voor het Gemeenschappelijk Hof die betrekking had op 2009.

4. Operationele doelstellingen

Advisering

Tabel 1.2 Instroom en afhandeling adviesaanvragen (in aantallen)
 

2007

2008

2009

2010

2010

 

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Ontwerpbegroting

Realisatie

Instroom

493

593

558

600

588

Afhandeling

508

554

579

600

600

De instroom en de afhandeling van adviesaanvragen verliep in 2010 overeenkomstig de verwachting uit de ontwerpbegroting.

Bestuursrechtspraak

Tabel 1.3 Doorlooptijden van hoofdzaken met zitting (in weken)

Kamer

  

Hoofdzaken

Realisatie 2010

Gemiddelde doorlooptijd

1

Ruimtelijke Ordening

 

52

48

2

Milieu

 

52

38

3

Hoger Beroep

 

40

32

4

Hoger Beroep Vreemdelingen

 

23

13

Tabel 1.4 Instroom en afhandeling van zaken Kamer 1, 2,3 (in aantallen)
 

2007

2008

2009

2010

2010

2010

 

Ingekomen

Ingekomen

Ingekomen

Ontwerpbegroting

Ingekomen

Afgedaan

Ruimtelijke Ordening

884

880

867

Nieuwe Wet Ruimtelijke Ordening (Wro)

0

0

0

1 490

1 831

1 669

Milieu

1 610

1 535

1 455

1 700

1 233

1 273

Hoger beroep

2 510

3 070

2 782

2 780

2 822

2 706

In 2010 was de instroom van zaken binnen Kamer 1 (Ruimtelijke Ordening) fors hoger dan de verwachting uit de ontwerpbegroting. Het aantal bij Kamer 2 (Milieu) ingekomen zaken is onder de verwachting gebleven. De hogere instroom in Kamer 1 (Ruimtelijke Ordening) valt toe te schrijven aan minder ingrijpend ingeschatte gevolgen voor de praktijk van de uitvoering van nieuwe wetgeving (in het bijzonder de nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening). Dat sprake zou zijn van lagere instroom van Kamer 2 (Milieu) werd in verband met de werking van lagere regelgeving op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voorzien; de mate waarin bleek minder nauwkeurig te voorspellen. Om zoveel mogelijk gelijke tred te houden met deze instroom is in 2010 de personele bezetting opgehoogd hetgeen heeft geleid tot een gestegen uitstroom, welke ontwikkeling zich in 2011 moet voortzetten.

1.5 Instroom en afhandeling van zaken Kamer 4 (in aantallen)
 

2007

Ingekomen

2008

Ingekomen

2009

Ingekomen

2010

Ontwerpbegroting

2010

Ingekomen

2010

Afgedaan

Asiel

1 796

2 370

3 156

3 620

5 973

4 910

Regulier

2 813

2 300

2 132

1 850

3 040

2 817

Totaal HBV

4 609

4 670

5 288

5 470

9 013

7 726

In 2010 was de instroom van Kamer 4 (Hoger Beroep Vreemdelingenzaken) fors hoger dan de verwachting uit de ontwerpbegroting. De fors gestegen instroom in Kamer 4 (Hoger beroep vreemdelingen) heeft verschillende oorzaken, zoals met name de problematiek rond de toepassing van de Dublin-verordening, enkele wijzigingen van het vreemdelingenbeleid en de inspanningen van de rechtbanken om hun voorraden substantieel af te bouwen. Merkbaar is ook dat de wettelijke mogelijkheden om door te procederen door de rechtspraktijk maximaal worden benut. Hoewel ook in deze Kamer de bezetting substantieel is verhoogd, heeft de hogere uitstroom niet kunnen voorkomen dat de hoeveelheid onderhanden werk fors is gestegen, hetgeen in het bijzonder is beïnvloed door de sterke impuls in de afdoening van zaken door de rechtbanken in de laatste maanden van het jaar.

Artikel 2. Algemene Rekenkamer

1. Algemene beleidsdoelstelling

De Grondwet en de Comptabiliteitswet 2001 (CW 2001) vormen het wettelijke kader voor de Algemene Rekenkamer om de ontvangsten en uitgaven van het Rijk en de daarmee verbonden organen te onderzoeken. De Algemene Rekenkamer heeft als doel het rechtmatig, doelmatig, doeltreffend en integer functioneren van het Rijk en de daarmee verbonden organen te toetsen en te verbeteren. Daarbij toetst zij ook de nakoming van verplichtingen die Nederland in internationaal verband is aangegaan.

De Algemene Rekenkamer bepaalt jaarlijks zelfstandig het onderzoeksprogramma. Ook bepaalt de Algemene Rekenkamer zelf wat daarvan openbaar wordt gemaakt. De Algemene Rekenkamer doet onderzoek bij de rijksoverheid, bij zelfstandige organisaties die met publiek geld een wettelijke taak uitvoeren en bij particulieren, bedrijven en overheden die Europese subsidies ontvangen.

De Algemene Rekenkamer ziet het als haar taak om Tweede Kamerleden te voorzien van bruikbare en relevante informatie. Daarmee kunnen zij bepalen of het beleid van de minister rechtmatig, doelmatig en doeltreffend is uitgevoerd. Het doel van het onderzoek is niet alleen om kritische rapporten te schrijven, maar ook om samen met anderen een bijdrage te leveren aan oplossingen en ontwikkelingen om op die manier bij te dragen aan goed openbaar bestuur.

2. Speerpunten

Het jaar 2010 was het eerste jaar van de strategische periode 2010–2015. In deze strategie hebben we opnieuw de kaders aangegeven waarbinnen we met ons onderzoek willen bijdragen aan goed openbaar bestuur. We hebben voor de periode 2010–2015 het lerend vermogen van het openbaar bestuur centraal gesteld.

In onze strategie hebben we een aantal thema’s voor ons onderzoek geselecteerd. Onder de noemer «presteren» van de overheid richten we ons deze periode op de domeinen mens (zorg, onderwijs en ontwikkelingshulp), Nederland (concurrentievermogen, integratie, infrastructuur en veiligheid) en planeet (klimaat en energie).

Onder de noemer «functioneren» van het Rijk en aan het Rijk verbonden organen besteden we specifiek aandacht aan de thema’s «personeel» en «vastgoed». Dit is een aanvulling op onze rechtmatigheidsonderzoeken, de jaarlijkse goedkeuring van de rijksrekening.

Om onze strategie goed uit te kunnen voeren stellen we elk jaar een werkprogramma vast. In ons Werkprogramma 2010 staan de onderzoeksprojecten waarover we in 2010 van plan waren te publiceren.

Het werkprogramma is gedurende het jaar aangepast aan de nieuwe politieke situatie: de val van het kabinet en de daaropvolgende verkiezingen. De Algemene Rekenkamer is in tijden van verkiezingen terughoudend met publiceren, om elke schijn van een politieke stellingname te vermijden.

Met de meeste werkzaamheden, zoals het voorbereiden en uitvoeren van onderzoek, konden we doorgaan. Een aantal publicaties is doorgeschoven naar 2011. Het publicatieritme is hervat na de installatie van het nieuwe kabinet.

De politieke situatie heeft ook tot een aantal niet-geplande publicaties geleid. Zo hebben we de Vooropname 2010 aan de Tweede Kamer aangeboden, een overzicht met de stand van zaken op een aantal terreinen.

Nieuwe onderzoeken in het werkprogramma

Ook zijn er nieuwe onderzoeken aan ons werkprogramma toegevoegd: drie onderzoeken waartoe we een verzoek hadden gekregen van de Tweede Kamer of bewindspersonen, en een onderzoek naar de verantwoording over de hulpgelden voor Haïti.

3. Budgettaire gevolgen van beleid
2.1 Algemene Rekenkamer

Overzicht budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)

Realisatie

2006

Realisatie

2007

Realisatie

2008

Realisatie

2009

Realisatie

2010

Vastgestelde begroting

2010

Verschil

Verplichtingen

26 701

27 407

27 353

29 835

29 886

30 268

– 382

Uitgaven

26 457

26 677

28 000

30 083

29 971

30 268

– 297

1. recht- en doelmatigheidsbevordering bij het Rijk en verbonden organisaties en institutionele programma’s

26 457

26 677

28 000

30 083

29 971

30 268

– 297

Ontvangsten

1 159

1 351

1 159

1 465

944

1 217

– 273

4. Operationele doelstellingen

Een uitgebreide uitwerking van de samenhang tussen doelstellingen, prestaties en kosten staat in het Verslag 2010 van de Algemene Rekenkamer, dat is uitgebracht in maart 2011 en te raadplegen is op www.rekenkamer.nl.

Tabel 2.2

Operationele doelstelling

Activiteiten 2010

Realisatie

1. Functioneren van openbaar bestuur

Verslag 2009 en enkele terugblikken

Ja

 

EU-trendrapport 2010

Ja

 

Rapporten bij de jaarverslagen 2009 en Rijk Verantwoord 2009

Ja

 

Staat van de beleidsinformatie 2010

Ja

 

Rapport bij de Nederlandse lidstaatverklaring 2009

Ja

2. Presteren van het openbaar bestuur

Monitoring verwerving Joint Strike Fighter (JSF)

Ja

3. Samenwerking/ondersteuning van andere rekenkamers in het Koninkrijk der Nederlanden en in het buitenland

Samenwerking met Nederlandse Vereniging voor Rekenkamers en Rekenkamercommissies (NVRR)

Ja

 

Ondersteuning van zusterorganisaties EU-Twining, Tunesië, Rwanda en Afrosai-E

Ja

 

Diverse samenwerkingsprojecten binnen het Koninkrijk, de EU of in internationaal verband

Ja

Gerealiseerde onderzoeksdagen van gepubliceerde onderzoeken

In de onderstaande tabel staan de gerealiseerde onderzoeksdagen van de onderzoeken waarvan in 2010 een publicatie is verschenen. De tabel is ingericht op basis van de nieuwe strategie voor de periode 2010–2015. Vergelijkende cijfers zijn derhalve niet opgenomen.

Gerealiseerde onderzoeksdagen van onderzoeken die hebben geleid tot een publicatie in 2010

Tabel 2.3

Onderzoeken naar presteren van de overheid

 

Mens – zorg

330

Mens – onderwijs

88

Mens – ontwikkelingssamenwerking

307

Nederland – integratie

75

Planeet – klimaat

133

Planeet – energie

66

Informatiepositie Tweede Kamer1

143

Diverse doelmatigheidsonderzoeken

398

Subtotaal

1 540

Onderzoeken naar het functioneren van de overheid

 

Verantwoording Rijk – Goedkeuring rijksrekening

6 710

Verantwoording – Oordeel bedrijfsvoering

168

Verantwoording aan Rijk verbonden organen – publieke verantwoording en transparantie

294

Houdbaarheid overheidsfinanciën1

245

Informatiepositie Tweede Kamer1

470

Europa1

1 188

Integriteit1

455

Diverse rechtmatigheidsonderzoeken

1 165

Subtotaal

10 695

Totaal

12 235

X Noot
1

Dit betreft onderzoeken naar in de strategie genoemde «structurele aandachtspunten». Aan deze structurele aandachtspunten kan zowel binnen het onderzoek naar het presteren als het functioneren van de overheid separaat aandacht worden besteed.

Extern gefinancierde internationale projecten

De Algemene Rekenkamer hanteert voor de ondersteuning van zusterorganisaties de eis dat deze minstens kostendekkend moet zijn. Voor de dekking van de personeelskosten worden de voor dienstverlening buiten de rijksoverheid geldende tarieven van de minister van Financiën gehanteerd. Voor de reis- en verblijfskosten hanteert de Algemene Rekenkamer de richtlijnen van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Deze tarieven vormen het uitgangspunt bij de offertestelling voorafgaand aan een project. De volgende tabel geeft aan in hoeverre de extern gefinancierde internationale projecten ook daadwerkelijk kostendekkend zijn geweest. Het betreft hier de personeelskosten en de reis- en verblijfskosten van projecten die in 2010 zijn afgerond.

Tabel 2.4 Kostendekkendheid van in 2010 afgeronde internationale projecten

Project

  

Kosten

Ontvangsten

Kostendekkendheid

 

geplande dagen

gerealiseerde dagen

euro’s1

euro’s

%

OPCW

73

71

62 007

62 007

100

Tunesië I

445

459

364 773

358 138

98,2

Indonesië

49

56

59 391

56 580

95,3

AFROSAI E42

225

213

860 503

840 000

97,6

Totaal

792

799

1 346 674

1 316 725

97,8

X Noot
1

Personeelskosten en reis- en verblijfskosten in 2010 en voorgaande jaren.

X Noot
2

Het project AFROSAI E4 is gefinancierd door middel van een budgetoverheveling vanuit het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

5. Topinkomens en bestuurskosten

Een uitgebreide toelichting op de bezoldiging van het college en de leden van het managementteam staat in het Verslag 2010 van de Algemene Rekenkamer. De organisatie maakt kosten voor de faciliteiten die het college nodig heeft voor de uitvoering van het ambt. Dit zijn de bestuurskosten. Ook daarvoor wordt verwezen naar het Verslag 2010.

Artikel 3. De Nationale ombudsman

1. Algemene beleidsdoelstelling

In artikel 78a van de Grondwet is vastgesteld dat er een Nationale ombudsman is. In de Wet Nationale ombudsman zijn de institutionele regels opgenomen. De Algemene wet bestuursrecht geeft de procedurele kaders van het handelen door de Nationale ombudsman.

De missie van de Nationale ombudsman is de burger te beschermen tegen onbehoorlijk overheidsoptreden.

De Nationale ombudsman dient een gezaghebbend instituut te zijn met deskundigheid over behoorlijk handelen op alle overheidsterreinen, is onafhankelijk en draagt oplossingen aan. Ook daagt de Nationale ombudsman de overheid uit om te leren van klachten en werkt aan herstel van vertrouwen van de burger in de overheid. Hij doet dat op basis van klachten van burgers en uit eigen beweging. Verder ontwikkelt hij relevante kennis en draagt die uit.

2. Speerpunten

Het verder verbeteren van de relatie met de verzoekers, zodat zij de acties van de Nationale ombudsman als persoonlijk en doeltreffend ervaren.

Hieraan is onder meer vorm gegeven door een groot aantal medewerkers te trainen in het voeren van telefoongesprekken (telefoontraining) en het voeren van gesprekken in persoon (training intake). Verder hebben de in 2009 opgeleide ombudsbemiddelaars het jaar 2010 benut om zich verder te bekwamen in het voeren van bemiddelingsgesprekken.

Tevens is in 2010 een start gemaakt met het verzamelen van structurele feedback van verzoekers. Korte tijd na het afhandelen van de klacht wordt telefonisch contact opgenomen met de vraag of verzoekers mee willen werken. Van de verzoekers wordt slechts drie minuten van hun tijd gevraagd, maar voor de organisatie levert dit zeer waardevolle informatie op. De vragen betreffen de dienstverlening door de onderzoeker, bijvoorbeeld als het gaat om snelheid en bereikbaarheid, maar ook de vraag of de informatie duidelijk was en of zij zich door de onderzoeker serieus behandeld voelt. Verder wordt gevraagd naar de tevredenheid over de uitkomst van de klachtbehandeling en een algemeen oordeel over de Nationale ombudsman.

De resultaten worden voor de gehele organisatie (geanonimiseerd) geanalyseerd en de onderzoeker krijgt de individuele feedback van de verzoeker persoonlijk op zijn scherm via het feedbacksysteem. Uit de tot nu toe ontvangen feedback blijkt dat de oordelen van verzoekers buitengewoon positief uitvallen. Omgerekend naar een tienpuntsschaal is het oordeel over de dienstverlening gemiddeld een 8,4 en het algemeen oordeel gemiddeld een 8,2.

Het streven naar dejuridisering en het oplossingsgericht behandelen van verzoekschriften

Primair staan alle activiteiten in het teken van dejurdisering en oplossingsgericht behandelen van verzoekschriften. Specifiek is in 2010 in de telefoontraining en de training intake specifiek aandacht gegeven aan het in kaart brengen van de belangen en verwachtingen van de verzoeker. Dit met als doel het door de verzoeker ervaren probleem op te lossen of – als dat niet mogelijk is – de verzoeker verder te helpen.

Het verbeteren van de vindbaarheid van de Nationale ombudsman en het vergroten van een (juiste) bekendheid onder het algemeen publiek, waarbij extra aandacht wordt besteed aan kwetsbare groepen in onze samenleving.

De Nationale ombudsman behandelt klachten over de overheid. Die functie kan hij alleen vervullen wanneer de mensen die klachten hebben ook weten dat er een Nationale ombudsman bestaat. De bekendheid van het instituut is daarmee een essentiële voorwaarde om organisatiedoelen te halen. Die bekendheid is vooral van belang bij mensen die kwetsbaar zijn en moeite hebben voor hun eigen recht op te komen. Bijvoorbeeld doordat ze een kennisachterstand hebben ten opzichte van de overheid, omdat ze financieel afhankelijk zijn van de overheid of veel contact hebben met de overheid.

Eind 2009 is de nieuwe campagne «Wordt u niet gehoord door de overheid? Bel dan (gratis) de Nationale ombudsman» van start gegaan. De campagne richt zich specifiek op mensen die een probleem hebben met de overheid en moeite hebben om voor hun eigen recht op te komen. In 2010 zijn verschillende media ingezet: een televisiecommercial, een video voor internet en er is geadverteerd in huis-aan-huisbladen. Om de vindbaarheid te vergroten worden continue zoekwoorden ingekocht op internet. De campagne is in 2010 succesvol geweest. De stijging van het aantal ontvangen klachten in 2010 ten opzichte van 2009 is zeker voor een deel het gevolg van de campagne.

Het verder bekorten van de doorlooptijd van onderzoek op verzoek, met name in die zaken die in een rapport uitmonden.

De Nationale ombudsman is erin geslaagd de doorlooptijden verder terug te dringen. Dit is onder meer gelukt door nog strakker dan voorheen te sturen op de doorlooptijden. Daarvoor wordt sinds 1 januari 2010 gebruik gemaakt van een aantal instrumenten. Zo zijn normtijden voor de klachtbehandeling ontwikkeld op grond waarvan met de klachtbehandelaars productieafspraken worden gemaakt. Ook is een dashboard ontwikkeld voor het management waarmee de stand van zaken van de klachtbehandeling (de instroom, uitstroom en behandelingsduur) van dag tot dag, per medewerker en per overheidsinstantie, kan worden gevolgd.

Het verder versterken en verbeteren van besturing en organisatie van het Bureau Nationale ombudsman.

In 2010 heeft de gedachtevorming plaatsgevonden naar een meer organische vorming en besturing van de organisatie. De thema’s onder deze aanpak naar verbetering zijn dienstverlening, efficiency en effectiviteit, geïntegreerd werken, transparanter en professionaliteit. In 2011 wordt dit concreet uitgewerkt.

3. Budgettaire gevolgen van beleid
3.1 De Nationale ombudsman

Overzicht budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)

Realisatie

2006

Realisatie

2007

Realisatie

2008

Realisatie

2009

Realisatie

2010

Vastgestelde begroting

2010

Verschil

Verplichtingen

11 638

12 447

12 511

13 736

15 169

13 758

1 411

Uitgaven

11 519

12 467

10 445

13 708

14 652

13 758

894

1. reguliere klachten

8 898

8 880

8 692

11 859

12 657

12 435

222

2. klachten van lagere overheden

1 383

1 471

1 753

1 849

1 995

1 323

672

Ontvangsten

139

231

145

131

105

39

66

Financiële toelichting

Ten opzichte van de ontwerpbegroting 2010 zijn naast de eindejaarsmarge incidentele budgetten gehonoreerd voor onder andere de uitvoering van Europese aanbestedingen en de vernieuwing van de kantoorautomatisering. Een deel van het budget dat beschikbaar was voor digitalisering van het primaire proces is doorgeschoven naar 2011. De werkelijke ontvangsten vanuit de decentrale overheden hebben geleid tot een verhoging van het budget ten opzichte van de ontwerpbegroting. Niet alle verwachte ontvangsten voor decentrale overheden hebben in 2010 geleid tot een ontvangst, daardoor is uiteindelijk sprake van een overschrijding van het budget.

Beleidsmatige toelichting

Tabel 3.2 Beleidsprestaties 2010

Reguliere klachten

Realisatie

• Het op verzoek van burgers beoordelen of en waarom het rijk, de politie, de zelfstandige overheden en de overheden van publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie bij concreet overheidsoptreden in dienstbaarheid tekort zijn geschoten.

Ja

Klachten lagere overheden

 

• Het op verzoek van burgers beoordelen of en waarom bij de Nationale ombudsman aangesloten decentrale overheden bij concreet overheidsoptreden in dienstbaarheid tekort zijn geschoten

Ja

Onderzoek

 

• Het zelf nemen van initiatief tot het beoordelen van de dienstbaarheid van de overheid ondermeer in kwesties die via beoordeling van een individuele klacht onvoldoende onder de aandacht komen

Ja

Communicatie

 

• Het zorgen voor een actief voorlichtingsbeleid, zodanig dat burgers weten wat de Nationale ombudsman voor hen kan betekenen en dat zij hem weten te vinden.

Ja

4. Operationele doelstellingen

Het aantal ontvangen klachten is in 2010 is gestegen met 14%. In 2010 zijn 13 979 klachten ontvangen. Daarnaast zijn 48% meer mondelinge klachten ontvangen en behandeld. Totaal zijn er totaal 31 178 mondelinge klachten behandeld. Wederom blijkt dat de te behandelen klachten door de Nationale ombudsman gaandeweg complexer worden omdat overheidsinstanties hun klachtbehandeling steeds meer op orde hebben, waarna de complexe zaken die overblijven, bij de Nationale ombudsman terechtkomen.

In 2010 zijn 14 311 klachten afgewikkeld 16% van de ontvangen klachten heeft geen betrekking op de overheid. 58% van de ontvangen klachten betreft de overheid maar ligt niet op het terrein van de Nationale ombudsman. In al die gevallen wijst de ombudsman de burger de juiste weg met adequate doorverwijzing, het geven van informatie of een toelichting. Het percentage van deze klachten is met 4% toegenomen.

In 2010 zijn 382 rapporten opgeleverd. 29% meer dan vorig jaar. De gemiddelde doorlooptijd is afgenomen met 37 dagen. De gemiddelde doorlooptijd is 402 dagen. Dit komt door betere interne sturing en snellere werkwijze.

Tabel 3.3 In onderzoek genomen, afgedane klachten
 

2006

2007

2008

2009

2010

Aantallen

5 401

3 877

4 614

4 029

3 757

Doorlooptijd tot en met 4 weken (%)

47

51

46

48

47

Doorlooptijd 5 tot en met 26 weken (%)

39

35

40

37

37

Doorlooptijd langer dan 26 weken (%)

14

14

14

15

16

4.1 Reguliere klachten

Op verzoek van burgers zijn 3 757 klachten onderzocht. De meest in het oogspringende overheidsinstanties waarover klachten zijn ontvangen zijn het Ministerie van Financiën, de gemeenten, UWV en de politie.

Tabel 3.4 Doorverwijzingen en d.m.v. verstrekken informatie, afgedane klachten
 

2006

2007

2008

2009

2010

Aantallen

9 509

9 219

8 488

8 228

10 554

Doorlooptijd tot en met 4 weken (%)

64

72

63

65

71

Doorlooptijd 5 tot en met 26 weken (%)

22

27

34

32

27

Doorlooptijd langer dan 26 weken (%)

14

1

3

3

2

Voor verdere informatie wordt verwezen naar het jaarverslag 2010 van de Nationale ombudsman.

Tabel 3.5 Prestatiegegevens reguliere klachtbehandeling
 

2006

2007

2008

2009

2010

Aantal afgedane klachten

13 317

11 430

11 245

10 226

12 050

Groot onderzoek

Het speciale team voor de uitvoering van grotere onderzoeken uit eigen beweging heeft dit jaar elf onderzoeksprojecten afgerond met het uitbrengen van een openbaar rapport. Dat zijn er vier meer dan het jaar daarvoor.

Communicatie

De Nationale ombudsman behandelt klachten over de overheid. Die functie kan hij alleen vervullen wanneer de mensen die klachten hebben ook weten dat er een Nationale ombudsman bestaat. De bekendheid van het instituut is daarmee een essentiële voorwaarde om organisatiedoelen te halen.

In 2010 nam de Nationale ombudsman regelmatig deel aan het maatschappelijk debat naar aanleiding van ontvangen klachten en afgerond onderzoek door middel van mediaoptredens en opiniërende columns. Er werden 43 persberichten uitgebracht. Dat leidde tot 308 persvragen, 3 229 vermeldingen in geschreven media, 13 televisie- en 29 radio-optredens.

Daarnaast is in 2010 actief gewerkt aan de bekendheid van het instituut met een televisie- en onlinecampagne. De campagne Wordt u niet gehoord door de overheid? Bel dan gratis de Nationale ombudsman richt zich niet meer op het algemeen publiek, maar op mensen die een probleem hebben met de overheid. Meer specifiek ligt de focus op mensen die niet goed voor hun eigen recht kunnen opkomen en mensen die relatief veel contacten hebben met de overheid. In de voorlichting wordt aangesloten bij die onderwerpen waar de meeste problemen worden ervaren: werk en inkomen, zorg en gezondheid en wonen en leefomgeving.

De campagne is in vijf periodes zichtbaar geweest op (dag)televisie en continu online. Dat heeft geleid tot een groot aantal telefonische contacten (31 178) en een toename in het aantal ontvangen klachten. De campagnestrategie is in de loop van het jaar bijgesteld om de instroom in evenwicht te houden met de beschikbare capaciteit. Begin 2011 wordt het effect van de campagne op de bekendheid van het instituut onderzocht.

Internationale ontvangsten

De Nationale ombudsman heeft zich actief ingezet voor de samenwerking met en verdere ontwikkeling van ombudsmaninstituten in jonge Europese democratieën. Het bestaan van een ombudsmaninstituut in deze landen wordt als een noodzakelijk element voor de verdere (democratische) ontwikkeling van een land gezien. Het dwingt de Nationale ombudsman tot zelfreflectie en het levert ervaring op die het eigen functioneren versterkt. In oktober 2009 is het Twinning project met de Servische ombudsman van start gegaan. Samen met de Griekse ombudsman werkt de Nationale ombudsman aan versterking van het relatief nieuwe instituut van de Servische ombudsman. Het project loopt tot in 2011. Een ander subsidietraject dat eind 2010 is goedgekeurd is een project in Rwanda. De uitvoering hiervan loopt door tot in 2012.

4.2 Klachten Decentrale Overheden

De Nationale ombudsman is de ombudsman voor decentrale overheden, tenzij de decentrale overheden zelf een externe klachtvoorziening hebben getroffen. Het betreft 274 (64%) van de 431 gemeenten van Nederland, de meeste gemeenschappelijke regelingen, alle provincies en waterschappen. De decentrale overheden zijn een kostendekkende bijdrage verschuldigd voor de behandeling van klachten door de Nationale ombudsman.

In 2010 zijn 2 261 klachten onderzocht die betrekking hadden op de decentrale overheden. Er is nog steeds sprake van een stijging van het aantal klachten. Het afgelopen jaar is het aantal behandelde klachten gestegen met 13%.

3.6 Aantal klachten decentrale overheidsinstanties
 

2006

2007

2008

2009

2010

Waterschappen

162

147

122

154

120

Gemeenten

1 324

1 391

1 572

1 631

1 890

Provincies

43

54

62

72

68

Gemeenschappelijke regelingen

64

74

101

128

170

Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisaties

   

8

13

Totaal

1 593

1 666

1 857

1 993

2 261

Artikel 4: Kanselarij der Nederlandse Orden

1. Algemene beleidsdoelstelling

De Kanselarij der Nederlandse Orden ondersteunt het Kapittel voor de Civiele Orden en het Kapittel der Militaire Willems-Orde bij hun advisering over de voorstellen tot decoratie. Tevens wordt zorggedragen voor het beheer van de versierselen van de onderscheidingen en voor de correcte verzending ervan aan de ministeries voor doorzending aan degenen die ze uitreiken. Er worden registers aangehouden van in het Koninkrijk der Nederlanden onderscheiden personen en in de persoon van de Kanselier der Nederlandse Orden worden de zuiverheid en waardigheid van de Orden bewaakt. De taken van de Kanselarij der Nederlandse Orden vloeien rechtstreeks voort uit de taken van de Kanselier der Nederlandse Orden en de regelgeving met betrekking tot de genoemde Kapittels en de onderscheiden Orden.

2. Speerpunten

Daisy is het geautomatiseerde systeem voor de behandeling van decoratie verzoeken en bestaat uit drie delen. Daisy II (voormalig Dekor II) is in het voorjaar van 2010 opgeleverd. Daarnaast was de ontwikkelaar reeds vergevorderd met de afbouw van Daisy III (aansluiting ministeries). Hoewel de uitrol van Daisy III redelijkerwijs in het late voorjaar was voorzien kon dit niet eerder geschieden dan uiteindelijk 1 november 2010. Met name de verschillende inzichten bij de departementen over de procedures voor de concept-Koninklijke Besluiten, de administratieve stukken, persoonlijke voorkeuren tot en met de aanlevering van gegevens aan de SDU (Staatscourant) zorgden ervoor dat de oplevering zeker niet voor de zomer kon geschieden. In twee fases is de uitrol ternauwernood op tijd geschied (kabinetswisseling vond plaats).

3. Budgettaire gevolgen van beleid
4.1 Kanselarij der Nederlandse Orden

Overzicht budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)

Realisatie

2006

Realisatie

2007

Realisatie

2008

Realisatie

2009

Realisatie

2010

Vastgestelde begroting

2010

Verschil

Verplichtingen

3 896

3 540

3 995

4 168

3 795

3 474

321

Uitgaven

4 116

3 578

3 622

3 921

4 328

3 474

854

1. apparaat

1 925

2 166

2 025

2 361

2 402

1 821

581

2. decoraties

2 189

1 410

1 595

1 558

1 924

1 648

276

3. riddertoelagen

2

2

2

2

2

5

– 3

Ontvangsten

130

117

72

122

94

29

65

Financiële toelichting

De begroting van de Kanselarij der Nederlandse Orden is bij Voorjaarsnota verhoogd waaraan ook de eindejaarsmarge van 2009 was toegevoegd. Uit deze verhoging moesten de kosten worden gedekt voor voorlichtingsbrochures alsmede een toevoeging op de apparaatskosten kosten meubilair. Aan de post Decoraties kon voor de aanschaf van de verzenddozen (Europese aanbesteding) worden toegevoegd. Tevens is voor de aanschaf van oorkonden en kokers en voor de prijscorrectie van Goud en Zilver het budget verhoogd.

Bij Najaarsnota is budget toegevoegd voor het gehele digitaliseringstraject (waaronder Daisy III-traject) en voor de noodzakelijke aanschaf van hoge onderscheidingen in verband met on- aangekondigde Staatsbezoeken.

Beleidsmatige toelichting

Tabel 4.2 Beleidsprestaties 2010
 

Realisatie

Registreren van decoratievoorstellen voor de Algemene Gelegenheid en Bijzondere Gelegenheid

Ja

Zorgen voor ontvangst, registratie, toetsing en advisering van de binnen de gestelde termijnen ontvangen decoratievoorstellen

Ja

Aanschaf en reparatie van versierselen en instandhouden van de minimum voorraad

Ja

Na ontvangst van de Koninklijke Besluiten (kopie) uitleveren van de samengestelde onderscheidingen en oorkonden

Ja

Op systematische wijze scannen en ontsluiten van de betreffende documenten en onderhoud van de trefwoordenlijst (2010 definitief het laatste jaar)

Ja

Wekelijkse vergadering van het Kapittel voor de Civiele Orden om de door de afdeling Toetsing & Advisering opgestelde pre-adviezen te behandelen

Ja

Geven van voorlichting over de werking van het decoratiestelsel

Ja

Overleg met diverse maatschappelijke organisaties met betrekking tot het genereren van decoratievoorstellen

Ja

4. Operationele doelstellingen

In het boekjaar 2010 is Daisy II opgeleverd. In november kon Daisy III operationeel worden. Hoewel ook in dit proces een vertraging was opgetreden van enkele maanden (waarin ook de zomerperiode), mag toch gesteld worden dat de volledige uitrol op de departementen een succes is geworden. Op enkele kleine onderdelen mag nog verder worden ontwikkeld om het geheel te verfijnen, maar de doelstelling als zodanig is gerealiseerd.

Tabel 4.3 Prestatie indicatoren
 

2007–2008

2008–2009

2009–2010

2010–2011

Totaal ingediend

5 720

5 979

6 252

5 799

Niet decorabel

400

300

375

nnb

Verstrekking Versierselen

5 320

5 679

5 877

nnb

Artikel 5. Kabinet van de Gouverneur van de Nederlandse Antillen

1. Algemene beleidsdoelstelling

Het Kabinet van de Gouverneur van de Nederlandse Antillen (verder: het kabinet) staat de Gouverneur met raad en daad terzijde bij zijn functioneren als orgaan van het Koninkrijk en als hoofd van de Regering van de Nederlandse Antillen. Na de transitie van 10 oktober 2010 is de Gouverneur hoofd van de regering van Curaçao geworden.

De taken van het kabinet vallen in de volgende delen uiteen: ondersteunen Gouverneur, het behandelen van consulaire aangelegenheden, het onderhouden van contacten en het behandelen van aan de Gouverneur gerichte aanvragen en verzoekschriften, uitvoeringstaken en bedrijfsvoering.

2. Speerpunten

Het werkaanbod wordt bepaald door externe factoren, staatsstukken vanuit de Ministeries, aanvragen en verzoekschriften van burgers etc. Eigen speerpunten zijn hierdoor niet aanwijsbaar.

3. Budgettaire gevolgen van beleid
5.1 Kabinet van de Gouverneur van de Nederlandse Antillen

Overzicht budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)

Realisatie

2006

Realisatie

2007

Realisatie

2008

Realisatie

2009

Realisatie

2010

Vastgestelde begroting

2010

Verschil

Verplichtingen

2 249

2 648

3 401

2 688

4 474

2 807

1 667

Uitgaven

2 188

2 463

3 041

3 014

4 428

2 807

1 621

1. apparaat

2 188

2 463

3 041

3 014

4 428

2 807

1 621

Ontvangsten

97

179

201

54

403

40

363

Financiële toelichting

Er is op het artikel meer uitgegeven dan begroot. Bij Najaarsnota zijn, voor het nieuwe kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten, middelen voor aanloopkosten toegevoegd. Tevens is op 10 oktober 2010 het nieuwe kabinet opgericht. Er zijn daartoe uitgaven gedaan voor de inrichting van het kabinet (kantoor, werkplekken, ICT, meubilair en personele uitgaven. Dit budget is voor 2010 ondergebracht bij het «oude» kabinet van de gouverneur van de Nederlandse Antillen.

4. Operationele doelstellingen

Operationele doelstelling

Activiteiten 2010

Realisatie

Ondersteunen Gouverneur

Drie medewerkers ondersteunen en adviseren de Gouverneur

Ja

Doorgeleiden tekenstukken

Toetsen en doorgeleiden van de aan de Gouverneur voorgelegde Antilliaanse conceptregelgeving en besluiten

Ja

Uitvoeringstaken

Verzorgen van audits bij de eilandgebieden ter verbetering van het proces van de uitgifte van paspoorten

Ja

Prestaties en productgegevens (in aantallen)1
 

2008

2009

2010

 

realisatie

realisatie

realisatie

Paspoorten

613

659

665

Visa

304

390

232

Gratieverzoeken

145

93

59

Uitleveringen

6

8

1

Paspoortsignaleringen

95

22

28

Audits eilandgebieden

3

2

3

Overvliegvergunningen en havenbezoeken

262

230

100

Adviseren en doorgeleiden voorstellen Koninklijke onderscheidingen

39

45

24

X Noot
1

Streefwaarde is afhankelijk van het aantal aanvragen.

Artikel 6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba

1. Algemene beleidsdoelstelling

Het Kabinet van de Gouverneur van Aruba (verder: het kabinet) is het ambtelijke secretariaat van de gouverneur en ondersteunt hem bij de uitvoering van zijn taken als hoofd van de Regering van Aruba en als koninkrijksorgaan.

Het kabinet adviseert de gouverneur inhoudelijk, onder meer over alle regeringsstukken die de handtekening van de gouverneur vereisen. Het kabinet geeft uitvoering aan zijn koninkrijkstaken zoals de behandeling van visa-, paspoort- en naturalisatieaanvragen. Tevens is het kabinet de schakel tussen het staatshoofd enerzijds en ministers, parlementariërs en burgers anderzijds; door het kabinet worden afspraken gemaakt en inhoudelijk voorbereid en worden verzoekschriften behandeld.

2. Speerpunten

In 2010 is een aanvang gemaakt met de implementatie van het O&F rapport voor het kabinet waardoor met name de consulaire functie is versterkt. Dit heeft het mogelijk gemaakt om de achterstanden bij de behandeling van bezwaarzaken van de IND middels het houden van hoorzittingen door het kabinet weg te werken. Tevens zijn meerdere naturalisatieceremonies gehouden en is een groot aantal nieuwe naturalisatieverzoeken in ontvangst genomen.

De reorganisatie van het proces van uitgifte van paspoorten aan ingezetenen van Aruba bij het bureau Bevolking en Burgelijke Stand heeft verder zijn beslag gekregen. Door de betrokkenheid van het kabinet is de administratie op orde gebracht en is een kwaliteitsslag gemaakt in het uitgifteproces waardoor tevens de beveiliging is verbeterd.

3. Budgettaire gevolgen van beleid
6.1 Kabinet van de Gouverneur van Aruba

Overzicht budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)

Realisatie

2006

Realisatie

2007

Realisatie

2008

Realisatie

2009

Realisatie

2010

Vastgestelde begroting

2010

Verschil

Verplichtingen

1 226

1 457

1 682

1 895

1 928

1 534

394

Uitgaven

1 226

1 457

1 681

1 895

1 927

1 534

393

1. apparaat

1 226

1 457

1 681

1 895

1 927

1 534

393

Ontvangsten

46

66

141

36

165

0

165

Financiële toelichting

Bij Najaarsnota is het budget opgehoogd voor versterking van de organisatie voor uitbreiding van de formatie.

4. Operationele doelstellingen
Prestaties en productgegevens (in aantallen)
 

2007

2008

2009

2010

 

realisatie

realisatie

realisatie

realisatie

Doorgeleiden Landsverordeningen en landsbesluiten

4 257

4 586

3 960

3 124

Doorgeleiden Rijkswetten en verdragen

23

31

46

28

Naturalisatieverzoeken

194

559

471

1 684

Reisdocumenten

279

272

291

233

Visa

135

103

119

94

Gratieverzoeken

43

15

15

22

Uitleveringen

0

2

1

0

Optieverzoeken

33

28

196

156

Verlenen van toestemming voor het overvliegen, landen, havenbezoeken etc.

29

17

18

24

Adviseren en doorgeleiden voorstellen Koninklijke onderscheidingen

9

11

8

10

Audit van de beveiliging van de uitgifte van paspoorten in Aruba

1

2

1

2

Beëdigingen

8

7

40

8

Opening zittingsjaar van de Staten

1

1

1

1

Het aantal naturalisatieverzoeken is aanzienlijk hoger dan voorgaande jaren. Dit is het gevolg van een inhaalslag van het Examenbureau van Aruba bij het afnemen van naturalisatietoetsen. Daarnaast was sprake van een groot aantal extra aanmeldingen in verband met de verzwaring van de toetseisen [kennis van het Nederlands] per 2011.

Evenals in 2009 hebben in 2010 8 naturalisatieceremonies plaatsgevonden. Daarbij is aan 871 personen het besluit omtrent de toekenning van de Nederlandse nationaliteit uitgereikt. Dit betreft zowel naturalisatie als optiezaken.

In 2010 hebben in 41 zaken hoorzittingen plaatsgevonden in bezwaarzaken naturalisatie van de IND. Daarnaast is in 223 zaken een hoorverslag aan de IND verzonden. Dit betrof voornamelijk zaken waarin het gehoor in 2009 heeft plaatsgevonden.

5. DE NIET- BELEIDSARTIKELEN

Artikel 10. Nominaal en onvoorzien

10. Nominaal en onvoorzien

Overzicht budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)

Realisatie

2006

Realisatie

2007

Realisatie

2008

Realisatie

2009

Realisatie

2010

Vastgestelde begroting

2010

Verschil

Verplichtingen

0

0

0

0

0

0

0

Uitgaven

0

0

0

0

0

0

0

1. loonbijstelling

0

0

0

0

0

0

0

2. prijsbijstelling

0

0

0

0

0

0

0

3. onvoorzien

0

0

0

0

0

0

0

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

6. BEDRIJFSVOERINGSPARAGRAAF

Artikel 1. Raad van State

1. Financiële rechtmatigheid

In 2010 zijn de tolerantiegrenzen voor de rechtmatigheid niet overschreden. Er is sprake van een getrouwe weergave.

2. Financieel- en materieel beleid en de daarvoor bijgehouden administraties

De Raad heeft in 2010 extra aandacht geschonken aan de tijdige vastlegging van contracten en financiële verplichtingen. De Raad blijft ook in 2011 werken aan het verder verbeteren van het financieel beheer.

In 2010 heeft de Raad de actualisatie van de AO-beschrijving van het kunstbeheer gerealiseerd. In 2011 zal de Raad nadere stappen zetten in het verbeteren van het materieel beheer.

3. Overige aspecten

In 2006 is het Informatieplan voor de Raad van State vastgesteld. Dit plan is de komende jaren richtinggevend voor de inrichting van de informatievoorziening die het primair proces van de Raad ondersteunt. Meerjarige investeringen in systemen en organisatie zijn noodzakelijk om de informatievoorziening in overeenstemming te brengen met de gewenste eisen op het terrein van kwaliteit, doelmatigheid en effectiviteit.

In 2010 heeft de Raad in overleg met P-Direkt de dienstverlening van de gemeenschappelijke personeels- en salarisadministratie van de Rijksoverheid (P-Direkt) gewijzigd. De personeels- en salarisregistratie vindt met ingang van 1 januari 2011 plaats in eigen systemen van de Raad. De feitelijke salarisbetaling wordt vervolgens door P-Direkt verzorgd.

Artikel 2. Algemene Rekenkamer

1. Financiële rechtmatigheid

De begrotingsuitvoering is rechtmatig verlopen. In voorgaande jaren werden nog onrechtmatige uitgaven verricht op contracten die in eerdere jaren niet conform de Europese aanbestedingsregels tot stand waren gekomen. De bewaking op het naleven van de Europese aanbestedingsregels is in de organisatie ingebed, zodat we er blijvend aan voldoen.

2. Totstandkoming beleidsinformatie

De managementinformatiesystemen hebben voldaan aan de kwaliteitseisen. Er hebben zich in 2010 geen zodanige verstoringen voorgedaan dat de juistheid, volledigheid, tijdigheid, continuïteit en vertrouwelijkheid in gevaar zijn gebracht. De managementinformatie is reproduceerbaar. In 2010 is de managementinformatie van de verschillende managementniveaus binnen de organisatie beter op elkaar afgestemd. De nieuwe managementinformatie is in 2010 gedeeltelijk geïmplementeerd. Dit betreft de informatie over financiën in het algemeen en over de personele uitgaven specifiek. Hieraan is prioriteit gegeven vanwege de inspanningsverplichting die we op ons genomen hebben om zowel in 2010 als 2011 circa € 350 000 structureel te bezuinigen. Begin 2011 voeren we de nieuwe managementinformatie rondom het primaire proces in. Hierin besteden we uitdrukkelijk aandacht aan de realisatie van de nieuwe strategische doelen en de uitvoering van ons werkprogramma.

3. Financieel- en materieelbeheer

De inzet van de beheersinstrumenten heeft ons in het verslagjaar 2010 goede ondersteuning geboden. Toch zijn er nog verbeterpunten. De belangrijkste hiervan zijn:

  • Personeelsuitgaven

    In 2009 is de Algemene Rekenkamer aangesloten op P-Direkt. De overgang naar P-Direkt ging gepaard met de nodige aanloopproblemen. De extra controlemaatregelen die in 2009 zijn ingevoerd om een juiste, tijdige en volledige verwerking van mutaties in de salarisadministratie te waarborgen, zijn in 2010 voortgezet. P-Direkt heeft in 2010 het initiatief genomen tot een werkgroep met het doel: tijdige en afdoende implementatie van de gezamenlijke rijksbrede opzet voor control op de HR-processen door de deelnemende gebruikersorganisaties en P-Direkt. In 2010 is gebleken dat het voor een kleine organisatie als de onze lastig is om aangehaakt te blijven bij alle ontwikkelingen en overlegstructuren rondom P-Direkt. De beschikbare capaciteit hiervoor is te gering. We zullen in 2011 in overleg met P-Direkt bezien op welke wijze wij ons moeten en kunnen positioneren als dienstenafnemer van P-Direkt.

  • Managementinformatie en control

    Het huidige financiële systeem – al zestien jaar in gebruik – ondersteunt het genereren van managementinformatie niet optimaal. Het systeem ondersteunt bijvoorbeeld in onvoldoende mate de beheersing van de begrotingsrealisatie, de bewaking van de naleving van de Europese aanbestedingsregels en van de tijdige betaling van crediteuren. Er zijn aanvullende maatregelen getroffen om toch tot een beheerste bedrijfsvoering te komen. In 2010 hebben we een samenwerking met de Tweede Kamer verkend ten aanzien van het te gebruiken financiële systeem. We verwachten dat we vanaf medio 2011 gebruik zullen kunnen maken van het systeem van de Tweede Kamer, waarvoor heldere afspraken gemaakt zullen worden over het dienstenniveau dat de Tweede Kamer aan ons zal leveren en de voorwaarden waaronder dat gebeurt.

  • Aanvullende interne controle

    We hadden ons in 2009 voorgenomen de aanvullende interne controles in 2010 meer gespreid uit te voeren. Toch lag het zwaartepunt van uitvoering als gevolg van andere prioriteitstelling aan het einde van het jaar. Het tijdig, ook gedurende het jaar uitvoeren van aanvullende interne controles blijft in 2011 een aandachtspunt.

4. Overige aspecten van de bedrijfsvoering
  • Tijdigheid betaling crediteuren

    In 2010 is de snelheid van 2009 waarmee facturen van derden betaald werden gecontinueerd. In 2010 werd gemiddeld 94% van de facturen tijdig betaald terwijl dit percentage in 2009 op 86 uitkwam. We streven ernaar dit percentage in 2011 tenminste te handhaven.

  • Samenwerking met de Nationale ombudsman op administratief gebied

    Na de overgang op het financieel systeem van de Tweede Kamer willen we onze plannen om administratief nauwer te gaan samenwerken met de Nationale ombudsman verwezenlijken. Het voornaamste doel hiervan is de continuïteit van de administratieve gegevensverwerking beter te kunnen waarborgen.

  • Betere sturing op output

    In 2010 zijn maatregelen geformuleerd waarmee de sturing op onze producten kan worden versterkt. Hiertoe behoren een meer integrale afstemming van de taken en onderzoeken die we uitvoeren en een heldere besluitvorming over de gevolgen van extra (verzoek)onderzoeken die gedurende het jaar worden opgestart. Wij verwachten dat hierdoor onze productiviteit verder kan toenemen.

Artikel 3. De Nationale ombudsman

1. Financiële rechtmatigheid.

De begrotingsuitvoering is rechtmatig verlopen. Dat neemt niet weg, dat spanning is geconstateerd met de doorlopen inkoopprocedures. Per saldo gaat het om € 0,158 mln. aan onrechtmatigheden. Van onrechtmatigheden zou geen sprake zijn geweest als dit specifieke inkooptraject conform planning in 2009 was afgerond. Dit heeft betrekking op de verlaagde EU aanbestedingsgrens voor diensten vanaf 2010.

2. Totstandkoming (niet financiële) beleidsinformatie

Voor de totstandkoming van de (niet financiële) beleidsinformatie wordt gebruik gemaakt van diverse systemen. De huidige systemen doen waarvoor ze zijn ingericht en volgen elke klacht. De systemen worden gebruikt voor het vergaren van informatie voor het jaarverslag, incidentele verslagen en voor maandelijkse managementrapportages.

3. Financieel- en materieel beheer (en de daarvoor bijgehouden administraties)

Het financieel beheer voldoet aan de eisen van rechtmatigheid, ordelijkheid en controleerbaarheid en wordt overigens zo doelmatig mogelijk ingericht.

4. Overige aspecten

Digitalisering

In 2010 is het project rondom digitalisering van het primaire proces verder uitgewerkt. Deze plannen zijn beoordeeld door een externe partij op haalbaarheid. Vervolgens zijn de huidige processen in kaart gebracht en is gekeken naar de kansen van digitalisering voor de gebruikers. Dit heeft uiteindelijk geleid tot een programma van eisen dat gebruikt gaat worden bij de aanbesteding van een documentmanagementsysteem met workflow.

Kinderombudsman

Vanaf 2010 is de Nationale ombudsman gestart met de voorbereidingen voor de komst van de Kinderombudsman. Dit heeft impact op de hele organisatie van de Nationale ombudsman. Om de Kinderombudsman onder te kunnen brengen bij de Nationale Ombudsman heeft eind 2010 uitbreiding van de huisvesting plaatsgevonden.

Caribisch Nederland

Vanaf oktober is de Nationale ombudsman bevoegd voor de tweedelijn klachtafhandeling op het terrein van de Rijksoverheid op nieuw Caribisch Nederland.

Administratieve organisatie

De administratieve organisatie (AO) en interne controle van de organisatie heeft voldoende aandacht gekregen. Zowel primaire als ondersteunende processen zijn uitgebreid onder de loep genomen en beschreven. Dit heeft in 2010 geleid tot verdere verbetering van deze processen.

Volmacht en mandaat

De huidige structuur rondom mandaten en volmacht werken conform vastgestelde besluiten. De besluiten zijn in 2010 aangepast aan de organisatiestructuur en de invulling van processen.

Inkoop

In 2010 is gestart met de uitvoering van elf EU-aanbestedingen, deels vindt afronding plaats begin 2011. Zes EU-aanbestedingen zijn door de Nationale ombudsman zelf uitgevoerd. Bij de uitvoering van de overige EU-aanbestedingen is aangehaakt bij andere onderdelen binnen de Rijksoverheid.

Betaaltermijnen

Ook in 2010 zijn de betaaltermijnen van de Nationale ombudsman goed te noemen. Wederom is 98% van de facturen binnen de betaaltermijn van 30 dagen betaald.

Artikel 4. Kanselarij der Nederlandse Orden

1. Financiële rechtmatigheid

De uitvoering van de begroting is in het algemeen rechtmatig verlopen. Wel heeft de Kanselarij om moverende redenen ten aanzien van inhuur ICT ondersteuning wederom besloten af te zien van de voorgeschreven regels ten aanzien van Europese aanbesteding. Het hiermee gemoeide bedrag is circa € 0,2 mln. groot. Voor de overige aanschaffingen heeft de Kanselarij der Nederlandse Orden reguliere uitgaven gedaan. Aan de ontvangstenzijde zijn er twee belangrijke stuwingsfactoren: de abonnements- (lees: onderhouds) kosten voor Daisy die jaarlijks worden gecrediteerd en de pro-actieve terugvordering van de versierselen van de overleden decorandi via de erven. Dit laatste blijft evenwel een uiterst lastig te voorspellen factor in hoeveelheden.

2. Totstandkoming (niet financiële) beleidsinformatie

Uit de interne informatiesystemen (waar onder Decor en Snelstart) wordt informatie gegenereerd en vervolgens wordt dit wekelijks behandeld in de vaste vergadering van het Kapittel voor de Civiele Orden, het Managementteam alsmede in de afdelingsoverleggen. Deze wijze van informatiebeheersing is ruimschoots voldoende gebleken bij de sturing van de processen. De cijfers met betrekking tot de aantallen decoratievoorstellen zijn in dit stadium nog niet geheel beschikbaar vanwege de nog in ontwikkeling zijnde rapportagefunctie van Daisy 2. Het jaarverslag is in overeenstemming met artikel 5 RPE.

3. Financieel- en materieel beleid

Alle processen zijn vastgelegd in de Administratieve Organisatiebeschrijving. Na de definitieve implementatie van Decor II (Daisy 2) (2010), maar ook Daisy III zullen enkele werkprocessen worden gewijzigd c.q. bijgesteld Deze wijzigingen zullen naar verwachting in 2011 worden opgenomen.

4. Overige aspecten.

Er hebben zich geen reorganisaties voorgedaan binnen de Kanselarij der Nederlandse Orden. Wel heeft zich een enkele personele mutatie voorgedaan (eervol ontslag). Daarnaast hebben zich naar de opvatting van de Kanselarij geen overige noemenswaardige aanbestedingen of inkopen voorgedaan waarvoor een brede aanbesteding in EU-verband moest plaatsvinden.

Artikel 5. Kabinet van de gouverneur van de Nederlandse Antillen

1. Financiële rechtmatigheid

De begrotingsuitvoering 2010 is rechtmatig verlopen.

2. Totstandkoming niet financiële beleidsinformatie

Uit het interne financieel systeem (Exact) wordt maandelijks een maandrapportage gegenereerd en vervolgens wordt deze informatie behandeld in het reguliere stafoverleg van het Kabinet. Deze wijze van informatiebeheersing is ruimschoots voldoende gebleken bij de sturing van de processen.

3. Financieel en Materieel beheer

In verband met de staatkundige veranderingen binnen de Nederlandse Antillen zijn in 2010 de belangrijkste processen geactualiseerd.

4. Overige aspecten

In verband met de staatkundige veranderingen heeft het Ministerie van BZK een projectleider aangesteld om de consequenties hiervan te laten inventariseren. De projectleider heeft voor 10-10-10 zijn rapportage opgeleverd aan het Ministerie van BZK. Op basis van deze rapportage is het budget en formatie van het Kabinet aangepast en vastgesteld.

Artikel 6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba

1. Financiële rechtmatigheid

De begrotingsuitvoering 2010 is rechtmatig verlopen.

2. Totstandkoming niet financiële beleidsinformatie

Voor de totstandkoming van de gegevens voor de tabel Uitvoering en Controle, Uitvoeringstaken geldt dat:

  • De gegevens over de naturalisatieverzoeken, de reisdocumenten, visa en optieverzoeken worden ontleend aan de registratie die het kabinet wettelijk verplicht is aan te houden, in combinatie met de verplichting tot het archiveren van de bijbehorende documenten. De genoemde registraties worden ondersteund door geautomatiseerde gegevensbestanden van onder andere het Reisdocumenten Aanvraag en Archief Systeem (RAAS) en het Visum Informatie Systeem (VIS).

  • De gegevens voor de overige categorieën worden ontleend aan het document management systeem van het Kabinet dat in ieder geval alle inkomende en uitgaande stukken registreert waarvoor het kabinet een archiveringsverplichting heeft.

  • De gegevens ten behoeve van het jaarverslag zijn besproken en gevalideerd door de betrokken medewerkers.

3. Financieel en Materieel beheer

De sturing van het financieel beheer vindt plaats op basis van een maandelijkse vergelijking tussen de begroting, het jaarplan, de geprojecteerde uitgaven en het maandelijks gegenereerde uitputtingsoverzicht. Verbetering van materieel beheer vindt onder andere plaats op basis van de verschillende audits die zijn uitgevoerd door de ministeries van Buitenlandse Zaken en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties betreffende de consulaire processen en de audit van de financiële processen door de auditdienst van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

C. JAARREKENING

7. VERANTWOORDINGSSTAAT

Verantwoordingsstaat 2010 van de Raad van State, de Algemene Rekenkamer, de Nationale Ombudsman, De Kanselarij der Nederlandse Orden, het Kabinet van de Gouverneur van de Nederlandse Antillen en het Kabinet van de Gouverneur van Aruba (IIB).

  

(1)

(2)

(3) = (2) – (1)

Art.

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil

  

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

 

Totaal

 

108 190

3 229

 

114 188

4 736

 

5 998

1 507

           
 

Beleidsartikelen

         

1

Raad van State

56 349

56 349

1 904

59 773

58 882

3 025

3 424

2 533

1 121

2

Algemene Rekenkamer

30 268

30 268

1 217

29 886

29 971

944

– 382

– 297

– 273

3

De Nationale Ombudsman

13 758

13 758

39

15 169

14 652

105

1 411

894

66

4

Kanselarij der Nederlandse Orden

3 474

3 474

29

3 795

4 328

94

321

854

65

5

Kabinet van de Gouverneur van de Nederlandse Antillen

2 807

2 807

40

4 474

4 428

403

1 667

1 621

363

6

Kabinet van de Gouverneur van Aruba

1 534

1 534

0

1 928

1 927

165

394

393

165

           
 

Niet-beleidsartikelen

         

10

Nominaal en onvoorzien

0

0

0

0

0

0

0

0

0

8. SALDIBALANS

Saldibalans per 31 december 2010 van de overige Hoge Colleges van Staat

1)

Uitgaven 2010

114 185 894

 

2)

Ontvangsten 2010

4 736 908

       

3)

Liquide middelen

998 165

    
       

4)

Rekening-courant RHB

  

4a)

Rekening-courant RHB

106 602 882

       

5)

Uitgaven buiten begrotingsverband (intra-comptabele vorderingen)

820 198

 

6)

Ontvangsten buiten begrotingsverband (intra-comptabele schulden)

4 664 467

       
       
       
       

7)

Openstaande rechten

  

7a)

Tegenrekening openstaande rechten

 
       
       

8)

Extra-comptabele vorderingen

246 950

 

8a)

Tegenrekening extra-comptabele vorderingen

246 950

       
       
       

9a)

Tegenrekening extra-comptabele schulden

  

9)

Extra-comptabele schulden

 
       

10)

Voorschotten

6 028 389

 

10a)

Tegenrekening voorschotten

6 028 389

       

11a)

Tegenrekening garantieverplichtingen

  

11)

Garantieverplichtingen

 
       

12a)

Tegenrekening openstaande verplichtingen

5 875 664

 

12)

Openst. verplichtingen

5 875 664

       

13)

Deelnemingen

  

13a)

Tegenrekening deelnemingen

 
       
 

TOTAAL

128 155 260

  

TOTAAL

128 155 260

Toelichting op de saldibalans van de Overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten (II B) over het jaar 2010

Ad 1 en 2. Uitgaven en ontvangsten 2010

Bij de begrotingsuitgaven en -ontvangsten zijn de gerealiseerde uitgaven en ontvangsten opgenomen met betrekking tot het jaar waarvoor de Rijksrekening nog niet door de Tweede Kamer is goedgekeurd (2010).

Ad 3. Liquide middelen

De post liquide middelen is opgebouwd uit het saldo bij de banken (gebaseerd op het laatste dagafschrift) en de contante gelden aanwezig in de kluis van de kasbeheerders.

Het totaalbedrag van € 998 165 is als volgt opgebouwd:

Raad van State

3 139

Algemene Rekenkamer

2 550

Kanselarij der Nederlandse Orden

2 079

Kabinet van de Gouverneur van de Nederlandse Antillen

764 647

Kabinet van de Gouverneur van Aruba

198 302

Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

27 448

Totaal

998 165

Ad 4. Rekening-courant RHB

Op de Rekening-courant met de Rijkshoofdboekhouding is de financiële verhouding met het ministerie van Financiën weergegeven. Opgenomen is het bedrag in overeenstemming met het saldobiljet van genoemd departement.

Ad 5. Uitgaven buiten begrotingsverband (intra-comptabele vorderingen)

Het bedrag van € 820 198 aan uitgaven buiten begrotingsverband is als volgt opgebouwd:

a

Vorderingen kasbeheerders Overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten:

  
 

Raad van State

136 895

 

Algemene Rekenkamer

6 518

 

Kabinet van de Gouverneur van Aruba

15 851

 

Kabinet van de Gouverneur van de Nederlandse Antillen

423 142

 

Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

20 479

b

Overige intra-comptabele vorderingen

217 313

 

Totaal

820 198

Ad a. Vorderingen kasbeheerders Overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten

De vorderingen van de Raad van State bestaan onder andere uit crediteuren (€ 68 885), kosten nieuwbouw (€ 35 929) en de post debiteuren (€ 20 773).

De vorderingen van het Kabinet van de Gouverneur van de Nederlandse Antillen hebben betrekking op onder andere de post debiteuren N.A. (€ 132 850), vorderingen op Sint Maarten (€ 180 000) en nog te betalen paspoortgelden (€ 54 565).

Ad b. Overige intra-comptabele vorderingen

De overige posten betreffen voornamelijk vorderingen op personeel (€ 208 396).

Ad 6. Ontvangsten buiten begrotingsverband (intra-comptabele schulden)

Het bedrag van € 4 664 467 aan ontvangsten buiten begrotingsverband is als volgt opgebouwd:

a

Schulden kasbeheerders Overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten:

  
 

Raad van State

246 139

 

Nationale Ombudsman

140 000

 

Kabinet van de Gouverneur van Aruba

240 629

 

Kabinet van de Gouverneur van de Nederlandse Antillen

622 468

 

Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

324 414

b

Nog af te dragen loonheffing en sociale premies

2 849 064

c

Overige intra-comptabele schulden

241 753

 

Totaal

4 664 467

Ad a. Schulden kasbeheerders Overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten

De schuld van de Raad van State bestaat uit van rekening-courant houders ontvangen voorschotten griffierecht die maandelijks per incasso worden verrekend (€ 215 673).

De schuld van de Nationale Ombudsman betreft subsidies Caribisch Nederland (€ 50 000) en Rwanda (€ 90 000).

De schuld van het Kabinet van de Gouverneur van Aruba bestaat uit nog af te dragen naturalisatiegelden (€ 208 967).

De schuld van het Kabinet van de Gouverneur van de Nederlandse Antillen bestaat uit een schuld betreffende BZK/OKG (€ 459 917) en nog af te dragen paspoortgelden (€ 132 806).

De schuld van het Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten bestaat uit af te dragen paspoortleges (€ 177 186) en crediteuren (€ 100 250).

Ad b. Nog af te dragen loonheffing en sociale premies

Het betreft de in de maand december 2010 ingehouden loonheffing en sociale premies die in de maand januari 2011 aan de betreffende instanties zijn doorbetaald.

Ad c. Overige intra-comptabele schulden

Het saldo bestaat uit een schuld aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken Hoofdstuk VII (€ 74 428), inhouding salarissen (€ 117 910) en IKAP (€ 33 341).

Ad 8. Extra-comptabele vorderingen

Ad 8a. Tegenrekening extra-comptabele vorderingen

Het totaalbedrag van € 246 950 is als volgt opgebouwd:

Algemene Rekenkamer

157 645

Nationale Ombudsman

89 305

Totaal

246 950

Het saldo van de Algemene Rekenkamer betreft twee vorderingen op de rekenkamer (€ 67 255), een vordering op Sint Maarten (€ 50 122) en een vordering op EVD (€ 23 979). Alle afwikkelingen van de vorderingen vinden plaats in februari 2011.

De posten van de Nationale Ombudsman zijn voornamelijk vorderingen op de Gemeentelijke Ombudsman (€ 63 373).

Ad 10. Extra-comptabele voorschotten

Ad 10a. Tegenrekening extra-comptabele voorschotten

De saldi van de per 31 december 2010 openstaande voorschotten en van de in 2010 afgerekende voorschotten kunnen als volgt worden gespecificeerd:

Stand openstaande voorschotten per 31 december 2010:

Raad van State

3 893 975

Algemene Rekenkamer

897 357

Nationale Ombudsman

1 176 057

Algemeen

61 000

Totaal

6 028 389

Overzicht afgerekende voorschotten in 2010:

Nationale Ombudsman

50

Kabinet van de Gouverneur van Aruba

46 821

Totaal

46 871

Toelichting stand openstaande voorschotten:

De openstaande voorschotten bij de Raad van State betreffen de aan Loyalis verstrekte voorschotten 2006 t/m 2010. Deze worden afgerekend na een goedkeurende accountantsverklaring.

De posten van de Algemene Rekenkamer betreffen voornamelijk aan Loyalis verstrekte voorschotten 2006 t/m 2010 (€ 860 550). Deze worden afgerekend na een goedkeurende accountantsverklaring.

Het bedrag dat openstaat bij de Nationale Ombudsman is de aan Loyalis verstrekte voorschotten 2006 t/m 2010. Deze worden afgerekend na een goedkeurende accountantsverklaring.

De algemene voorschotten betreffen reisvoorschotten inzake Sint Maarten.

Ad 12. Openstaande verplichtingen

Ad 12a. Tegenrekening openstaande verplichtingen

Het bedrag van € 5 875 664 aan openstaande verplichtingen is als volgt opgebouwd:

Verplichtingen 1 januari 2010

  

5 738 850

 

Aangegane verplichtingen in 2010

  

115 022 803

+

   

120 761 653

 
      

Tot betaling gekomen in 2010

114 185 894

   

Negatieve bijstellingen verplichtingen uit eerdere begrotingsjaren

700 095

   
   

114 885 989

–/–

Totaal openstaande verplichtingen per 31 december 2010

  

5 875 664

 

Gegevens zijn ontleent aan de administratie van de kasbeheerders.

9. TOPINKOMENS

Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde topinkomens

Op grond van artikel 6 van de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde topinkomens (Stb. 2006, 95) is een overzicht opgenomen van de medewerkers die in het verslagjaar meer verdiend hebben dan het gemiddelde belastbare loon van de ministers. Dit gemiddelde belastbare jaarloon is voor 2010 vastgesteld op € 193 000 (was in 2009 € 188 000). Voor de overige Hoge Colleges van Staat heeft de publicatieplicht betrekking op de navolgende functionaris(sen).

Organisatie

Functie

Belastbaar jaarloon 2009

Pensioenafdrachten en overige voorzieningen betaalbaar op termijn 2009

Totaal 2009

Belastbaar jaarloon 2010

Pensioenafdrachten en overige voorzieningen betaalbaar op termijn 2010

Raad van State

medewerker

0

0

0

0

0

Ontslagvergoeding 2010

Totaal 2010

Motivering

Opmerkingen

222 9859

222 9859

Vergoeding pensioenschade en vergoeding tussen verschil salaris en uitkering. Het bedrag is nog niet definitief bepaald.

Ontslag per 1 oktober 2000.

X Noot
9

Bedragen in euro’s.