Het artikel 'IND hield lage ‘nareis op nareis’-cijfers maandenlang achter' |
|
Caspar Veldkamp (NSC) |
|
Eric van der Burg (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD), Dilan Yeşilgöz-Zegerius (minister justitie en veiligheid) (VVD) |
|
![]() |
Bent u bekend met het artikel «IND hield lage «nareis op nareis»-cijfers maandenlang achter»?1
Ja.
Herinnert u zich de brief «Reactie op informatieverzoek van het lid Veldkamp (NSC) over wat over nareis op nareis in memo's stond» die u op 7 juni 2024 aan de Kamer zond?
Ja.
Herinnert u zich dat u in deze brief schreef: «Deze concept-nota heeft mij als Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid noch de Minister van Justitie en Veiligheid via de gebruikelijke DigiJust-lijn bereikt.»?
Ja.
Heeft de concept-nota (in enige versie) of de inhoud van de concept-nota de Minister van Justitie en Veiligheid op enige wijze bereikt tussen juli 2023 en oktober 2023? Zo ja, welk deel van de inhoud, op welke datum en op welke wijze?
Op basis van de in de processchets weergeven informatie komen wij tot de conclusie dat dat niet het geval is.
Heeft de concept-nota (in enige versie) of de inhoud van de concept-nota de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op enige wijze bereikt tussen juli 2023 en oktober 2023? Zo ja, welk deel van de inhoud, op welke datum en op welke wijze?
Op basis van de in de processchets weergeven informatie komen wij tot de conclusie dat dat niet het geval is.
Kunt u deze vragen een voor een en binnen een week beantwoorden?
Ja.
Mogelijkheden om bevroren Russische tegoeden te gebruiken voor hulp aan Oekraïne |
|
Kati Piri (PvdA), Jan Paternotte (D66), Derk Boswijk (CDA), Ruben Brekelmans (VVD), Caspar Veldkamp (NSC) |
|
Hanke Bruins Slot (minister binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (CDA) |
|
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |
Bent u ermee bekend dat het parlement van Estland een wet aangenomen heeft waarmee het mogelijk wordt gemaakt om bevroren Russische tegoeden te gebruiken voor hulp aan Oekraïne?1
Ja, deze wet gaat specifiek over het nationaal mogelijk maken om private tegoeden van Russische gesanctioneerde entiteiten voor Oekraïne in te zetten.
In het artikel wordt erop gewezen dat er de afgelopen zes maanden, in aanloop naar deze wetgeving, door meerdere internationale bondgenoten en organisaties is gewerkt aan het wegwerken van mogelijke juridische knelpunten, kunt u aangeven welke landen en internationale organisaties hierbij betrokken waren?
Estland heeft bilateraal contact gehad met verschillende landen van de G7 en de EU die een dergelijke wet overwegen. Ook de Europese Commissie was betrokken bij het proces.
De wet is voorbereid in samenwerking tussen het Estse Ministerie van Buitenlandse Zaken en het Ministerie van Justitie. Ook het Estse parlement heeft verschillende juristen, academici en voormalige Kanseliers van Justitie gehoord in zowel open als gesloten sessies.
Inmiddels heeft de Estse President de wet ondertekend en zal deze in werking treden 10 dagen na publicatie in de State Gazette. De Kanselier van Justitie heeft de mogelijkheid om een grondwettelijke toets uit te voeren.
Wat is de stand van zaken van het onderzoek in internationaal verband naar de mogelijkheden voor het inzetten van het onderliggende vermogen van geïmmobiliseerde tegoeden ten behoeve van Oekraïne?2
Er lopen verschillende initiatieven, met name in EU- en G7-verband. Vooralsnog is er geen internationale overeenstemming over of er een internationaalrechtelijke basis bestaat voor het gebruik van het onderliggende vermogen. Daarnaast zijn er zorgen omtrent de financieel-economische risico’s van het gebruik van onderliggend vermogen. Ondertussen wordt er gekeken wat er op korte termijn al wel mogelijk is. Het kabinet is positief over de stappen die de EU nu al zet en blijft ambitieus in het verkennen van verdergaande stappen.
Wat is de stand van zaken van de uitvoering van de aangenomen motie Brekelmans c.s. waarin verzocht wordt een voortrekkersrol te nemen in de EU voor een plan om bevroren Russische tegoeden in te zetten als onderpand voor financiële steun aan Oekraïne?3
Nederland is ambitieus als het gaat om het verkennen van verregaander mogelijkheden voor gebruik en probeert aan te sluiten bij initiatieven in G7-verband. Daarnaast zet het kabinet actief in om het ambitieniveau in de EU te verhogen, zoals ook aan uw Kamer is gecommuniceerd in het verslag van de Raad Buitenlandse Zaken op 27 mei 2024.
Vindt u dat we moeten streven naar het invoeren van een zogenoemde «Navalny Act» zoals voorgesteld door Bill Browder, die eerder voor de «Magnitsky Act» lobbyde?4
Linksom of rechtsom, voor het kabinet staat vast dat Rusland moet betalen voor de schade die het aanricht in Oekraïne. Daarvoor worden verschillende paden en middelen verkend. Momenteel vindt er geen discussie plaats over de naamgeving van eventuele maatregelen.
Kunt u aangeven in hoeverre de wet die door het parlement van Estland is aangenomen, een basis zou kunnen vormen voor soortgelijke wetgeving in Nederland en/of in de Europese Unie (EU)?
De wet die nu is aangenomen in Estland is alleen toepasbaar binnen de Estse nationale wetgeving en context. Voor Nederland geldt dat het Nederlandse sanctie-instrumentarium, gericht op buitenlandpolitieke doelstellingen en als bestuursrechtelijke, tijdelijke maatregel, zich niet leent voor gebruik van private tegoeden van gesanctioneerde entiteiten.
Op dit moment voorziet Nederlandse wetgeving niet in mogelijkheden voor confiscatie op basis van ingestelde sancties, zoals de wet die nu is aangenomen in Estland voorziet. Confiscatie van private tegoeden is in Nederland enkel mogelijk als een uitkomst van een strafrechtelijk proces. Zonder dit strafrechtelijk kader roept het overgaan tot confiscatie op basis van sancties serieuze vragen op omtrent de waarborg van individuele rechten zoals het eigendomsrecht. Bovendien zouden nationale sanctiemaatregelen de werking van de interne markt kunnen aantasten, het vrije verkeer beperken en een concurrentieverstorend effect hebben. Wel geeft Nederland – via Nederlandse wetgeving – uitvoering aan alle VN- en EU-sancties.
Om Rusland te laten betalen voor de schade die het aanricht, is het kabinet ambitieus in het verkennen van alle opties samen met internationale partners. Nederland pleit voor een actieve verkenning van verdergaande mogelijkheden ten aanzien van de geïmmobiliseerde tegoeden van de Russische Centrale Bank, hetgeen niet gaat over confiscatie van private tegoeden buiten de strafrechtketen om. Op dit moment is er echter internationaal gezien geen overeenstemming over een dergelijke stap. Mocht dat er wel komen dan zal Nederland daar uitvoering aan geven.
Bent u bereid om een voorstel te ontwikkelen om soortgelijke wetgeving in Nederland in te voeren? Zo nee, waarom niet?
De toegenomen onveiligheid op de treindienst Zwolle-Emmen |
|
Caspar Veldkamp (NSC), Eddy van Hijum (CDA), Olger van Dijk (NSC) |
|
Vivianne Heijnen (staatssecretaris infrastructuur en waterstaat) (CDA), Eric van der Burg (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD) |
|
![]() ![]() |
Heeft u kennisgenomen van het bericht «Explosieve stijging aantal incidenten in trein Zwolle-Emmen»?1
Ja.
Hoe beoordeelt u het gegeven dat het aantal incidenten met zwartrijden en het aantal gevallen van mishandeling en bedreiging van treinpersoneel in het eerste kwartaal van dit jaar fors is gestegen ten opzichte van de, toen al zorgwekkende, situatie in 2023?
Ik herken slechts gedeeltelijk het beeld dat het aantal incidenten op de Vechtdallijn is toegenomen. In het nieuwsartikel wordt het eerste kwartaal van 2024 vergeleken met het eerste kwartaal van 2023. De stijging van het aantal geregistreerde incidenten ten opzichte van het eerste kwartaal van 2023 komt door de inzet van het service- en veiligheidsteam op de Vechtdallijn. Zij zijn sinds het tweede kwartaal van 2023 volledig operationeel. Dit team reist in koppels mee met alle treinen die rijden tussen Zwolle en Emmen, waardoor bijna alle reizigers op deze route gecontroleerd worden. Hierdoor worden zwartrijders veel vaker geregistreerd dan vóór april 2023.
De stijging is met name te zien in de zogenaamde B-incidenten, waarbij het gaat om reizigers die geen vervoersbewijs bij zich hebben en waarvoor de politie ter plaatse moet komen. Wanneer iemand niet over een vervoersbewijs beschikt en ook geen geldig identiteitsbewijs bij zich heeft, moet de politie ter plaatse komen om een identiteitscontrole uit te voeren.
Kunt u aangeven welke maatregelen u in de afgelopen jaren samen met de provincie als concessieverlener met het vervoersbedrijf Arriva heeft getroffen om de overlast en agressie tegen te gaan? Welke menskracht en financiële middelen heeft u ter beschikking gesteld om deze aanpak te ondersteunen?
Vanwege de structurele sociale veiligheidsproblemen zijn in de afgelopen jaren, samen met Arriva en de provincies Drenthe en Overijssel, verschillende maatregelen genomen om incidenten te voorkomen en het veiligheidsgevoel van reizigers en personeel te waarborgen. In 2021 is geëxperimenteerd met het werken in koppels van stewards, waarbij de minimumeis van één persoon per trein tijdelijk werd losgelaten. Met ingang van 2022 is teruggekeerd naar één steward per trein, en is extra personeel ingezet om perroncontroles uit te voeren op stations in Zwolle en Emmen.
Deze maatregelen hebben het veiligheidsgevoel van personeel en reizigers vergroot, maar hebben vooralsnog niet geleid tot een vermindering van incidenten. Om het veiligheidsgevoel verder te verbeteren heeft Arriva ervoor gekozen om weer over te gaan op de inzet van twee stewards per trein, waardoor in principe elke reiziger op de Vechtdallijn wordt gecontroleerd. De inzet van deze medewerkers wordt gezamenlijk gefinancierd door de concessieverleners provincies Drenthe en Overijssel en het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Daarnaast werken het Ministerie van Justitie en Veiligheid, het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, COA en openbaar vervoerders aan diverse aanvullende maatregelen die op landelijk niveau de sociale veiligheid in het openbaar vervoer moeten verbeteren. Deze omvatten het verbeteren van de informatievoorziening aan asielzoekers over het gebruik van het openbaar vervoer, de invoering van een nieuw betaalmiddel bij het COA en de verbetering van de gegevensdeling tussen het openbaar vervoer en de migratieketen.
Deelt u de conclusie van de Vakbond voor Rijdend Personeel, waaronder Machinisten, Conducteurs, Medewerkerkers Tickets & Service en Veiligheid & Service (VVMC) dat de aanpak niet het gewenste resultaat oplevert, mede omdat er geen controles meer plaatsvinden op de stations?
Ik deel het beeld dat door de VVMC wordt geschetst niet. Hoewel de maatregelen in 2021 en 2022 niet hebben geleid tot een vermindering van het aantal incidenten, hebben ze wel het veiligheidsgevoel van het personeel en de reiziger vergroot. Arriva zet twee stewards per trein in. Hierdoor wordt in principe elke reiziger op de Vechtdallijn gecontroleerd, wat een positief effect heeft op het veiligheidsgevoel van reizigers en medewerkers.
Deelt u de conclusie van de provincie Overijssel dat de «vliegende brigades» die het treinpersoneel ondersteunen wel succesvol zijn? Is voor deze aanpak voldoende capaciteit beschikbaar in verhouding tot de ernst van het probleem?
Zowel de vervoerder, de provincies als het Ministerie van Justitie en Veiligheid zijn tevreden met de huidige aanpak en de beschikbare capaciteit. De inzet van de «vliegende brigades» heeft bijgedragen aan een verhoogd veiligheidsgevoel bij zowel personeel als reizigers. Op dit moment zie ik geen reden om de huidige aanpak te intensiveren, maar ik blijf de ontwikkelingen samen met de provincies Drenthe en Overijssel volgen.
Bent u bereid met Arriva in gesprek te gaan over cameratoezicht in treinen op de Vechtdallijn Zwolle-Emmen vanwege de grote overlast, naast de bodycams voor het treinpersoneel?
Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zal het gebruik van camera’s nogmaals met Arriva bespreken. Arriva geeft in de tussentijd aan dat elke trein op de Vechtdallijn reeds beschikt over camera’s. Daarnaast dragen alle medewerkers van Service & Veiligheid en stewards met boa-bevoegdheid een bodycam.
Hoeveel aanhoudingen zijn er in het afgelopen jaar (2023) en in het eerste kwartaal van 2024 verricht, welke sancties zijn er vervolgens opgelegd, en voor welke overtredingen en/of misdrijven?
Vervoerders registreren hun incidenten volgens de ABC-methodiek. De aangiftewaardige incidenten vallen in categorie A en vallen onder het strafrecht. B-incidenten zijn overtredingen van de Wet Personenvervoer 2000 en C-incidenten zijn overtredingen van het Besluit personenvervoer en de huisregels van vervoerders.
Arriva meldt dat er in het eerste kwartaal van 2024 twaalf A-incidenten zijn geregistreerd, vergeleken met gemiddeld elf per kwartaal in 2023. Het aantal B-incidenten betrof in het eerste kwartaal van 2024 330, tegenover gemiddeld 198 incidenten per kwartaal in 2023. Het aantal C-incidenten was zes in het eerste kwartaal van 2024 en is daarmee lager dan het gemiddelde van tien per kwartaal in 2023.
De meeste B-incidenten zijn B3-incidenten, waarbij reizigers zonder geldig vervoersbewijs reizen. Het aantal B3-incidenten is gestegen van veertig in het eerste kwartaal van 2023 naar 303 in het eerste kwartaal van 2024. Arriva verklaart deze stijging mede door het vervangen van de perroncontroles op de Vechtdallijn door controles in elke trein op deze lijn, waardoor elke reiziger op deze lijn momenteel gecontroleerd wordt.
Bent u bereidt de mogelijkheden van een algemeen OV-verbod voor notoire zwartrijders te onderzoeken, dat geldt voor alle OV-bedrijven in Nederland?
Voor het opleggen van OV-verboden geldt de eis dat het verbod in enige vorm wordt beperkt in tijd, omvang of plaats. Hiertoe is een leidraad opgesteld door het Openbaar Ministerie (OM) in samenspraak met vervoerders en de politie waarin delicten met bijbehorende strafmaten staan beschreven. In deze leidraad voor het opleggen van reis- en verblijfsverboden heeft het OM de mogelijkheid voor een landelijk reisverbod uitgesloten vanwege de proportionaliteit, de impact op iemands mobiliteit en daaropvolgend diens deelname aan de maatschappij.2 Vervoerders onderzoeken op dit moment de mogelijkheden om sneller en/of in meer soorten situaties een tijdelijk reisverbod op te leggen binnen de ruimte die de leidraad biedt.
Klopt de suggestie dat de toename van het aantal incidenten met name wordt veroorzaakt door zogeheten «veiligelanders» uit het AZC in Ter Apel?
Er zijn geen cijfers beschikbaar over de nationaliteiten van de personen die de incidenten veroorzaken. Bij het registreren van incidenten wordt er geen onderscheid gemaakt op basis van nationaliteit. Het is voor vervoerders namelijk niet toegestaan om dit onderscheid te maken.
Welke mogelijkheden ziet u om strenger op te treden tegen asielzoekers die veroordeeld zijn voor overlast, bedreiging of geweld? In welke mate en bij welke veroordelingen worden veroordeelden overgeplaatst naar een handhavings- en toezichtslocatie? Welke mogelijkheden ziet u binnen het geldend recht om maatregelen zoals overplaatsing en een aangescherpte meldplicht te intensiveren?
Het COA zet in op verschillende pilots om overlast te voorkomen. Daarnaast kan het COA verschillende maatregelen opleggen aan overlastgevers, waaronder het overplaatsen naar een andere locatie voor een time-out. Asielzoekers die (ernstige) overlast, bedreiging of geweld veroorzaken, kunnen worden geplaatst op de handhavings- en toezichtslocatie in Hoogeveen. Voorts heb ik uw Kamer bij brief van 17 mei 2024 over de stand van zaken van de procesbeschikbaarheidslocatie (PBL) geïnformeerd.3
De Tent of Nations in de buurt van Bethlehem |
|
Jan Paternotte (D66), Ruben Brekelmans (VVD), Kati Piri (PvdA), Caspar Veldkamp (NSC), Christine Teunissen (PvdD), Derk Boswijk (CDA) |
|
Hanke Bruins Slot (minister binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (CDA) |
|
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |
Bent u bekend met de zorgelijke situatie rond de educatieve boerderij met het vredesproject «Tent of Nations» in Bethlehem?1 2
Ja.
Herinnert u zich dat de Tweede Kamer in het verleden vaker aandacht heeft gevraagd voor deze zaak?3 4
Ja.
Klopt het dat het Israëlische Hooggerechtshof in 2006 de uitspraak deed dat de familie Nassar hun herregistratie van het land kon gaan regelen? Klopt het tevens dat de familie Nassar aan alle vereisten hiervoor heeft voldaan, maar dat desondanks tot op de dag van vandaag procedures voortdurend vertraagd worden door de Israëlische autoriteiten?
Ja. Het klopt dat de herregistratiezaak van eigendom al jaren loopt. Volgens de familie Nassar en hun advocaat voldoen ze aan alle vereisten. Tot de dag van vandaag heeft dit nog niet tot erkenning geleid van het eigendom door de Israëlische autoriteiten.
Klopt het dat er juridisch gezien geen land mag worden ingenomen terwijl het herregistratieproces lopende is? Zo nee, waarom zou dat volgens u niet het geval zijn?
Zie het antwoord op vraag 5.
Indien juridisch gezien inderdaad geen land mag worden ingenomen, hoe oordeelt u dan over de aanleg van een weg en de voorbereidingen voor de aanleg van een tweede weg op het land van de familie Nassar? Deelt u de mening dat er direct gestopt moet worden met de aanleg van deze wegen? Zo nee, waarom niet?
Het humanitair oorlogsrecht verbiedt de confiscatie van privébezit in bezet gebied, tenzij de inbeslagname door dwingende militaire noodzaak wordt vereist. Daar is in dit geval geen sprake van. Ingebruikname van het land van de familie Nassar en aanleg van een weg zijn dan ook illegaal onder het internationaal recht en dienen direct te worden gestopt.
Klopt het dat de toegang tot de boerderij vanaf Road 60 naar Tent of Nations recent is afgesloten omdat het nu een «gesloten militair gebied» zou zijn? Zo ja, deelt u de mening dat de toegang tot de boerderij weer geopend zou moeten worden?
Navraag heeft geen bevestiging opgeleverd dat het officieel tot militair gebied is verklaard. Vanaf road 60 is de toegangsweg voor auto’s al enkele jaren afgesloten. Daar is recentelijk de versperring verhoogd waardoor de boerderij nu te voet ook moeilijk te bereiken is. Toegang tot de boerderij is nu beperkt tot één kant die alleen via een omweg te bereiken is.
Deelt u de mening dat er geen enkele rechtvaardiging is voor het belemmeren van de toegang tot het eigen land van de familie Nassar en/of het intimideren en het plegen van vernielingen op het land van de familie Nassar?
Ja, er lijkt in dit geval geen rechtvaardiging voor de belemmering van de toegang tot het land van de familie Nassar. Intimidatie en het plegen van vernielingen zijn in geen enkel geval gerechtvaardigd.
Bent u bereid bij de Israëlische autoriteiten om opheldering te vragen over deze zaak en dit terug te koppelen aan de Tweede Kamer?
De Nederlandse vertegenwoordiging in Ramallah vraagt, al dan niet samen met gelijkgezinde landen, regelmatig aandacht voor de situatie bij Tent of Nations.
De Israëlische autoriteiten (COGAT) meldden naar aanleiding van Nederlandse vragen te hebben geconstateerd dat er werkzaamheden op het gebied van Tent of Nations hebben plaatsgevonden en dat deze werkzaamheden niet in opdracht van het leger of de Israëlische autoriteiten plaatsvinden. Zij meldden dat het aanleggen van de weg niet is toegestaan en dat zij hierop zullen handhaven. Nederland zal hier op blijven aandringen. Het Israëlische Supreme Court heeft op 21 april jl. bevolen dat de staat tot nader order geen verandering in de staat van het land van Tent of Nations mag aanbrengen. Deze order ziet niet toe op veranderingen die om redenen van veiligheid of urgente gevechtsbelangen noodzakelijk zijn.
Bent u bereid zich in te zetten voor een oplossing in deze zaak? Zo ja, op welke manier zult u dit doen?
Nederland zet zich actief in voor de problemen van Tent of Nations. Recentelijk nog organiseerde de Nederlandse Vertegenwoordiging in Ramallah een bezoek voor enkele EU-lidstaten aan de Tent of Nations en werd navraag gedaan bij COGAT over het al dan niet verklaren tot militair gebied. Nederland neemt bilateraal en in EU-verband altijd duidelijk stelling tegen landonteigening en het nederzettingenbeleid in de bezette Palestijnse Gebieden. Dit zal Nederland blijven doen. Daarnaast zet Nederland zich in EU-verband in voor het aannemen van sancties tegen gewelddadige kolonisten. Hier gaat een belangrijke signaalwerking vanuit dat kolonistengeweld voor Nederland onacceptabel is en dat het moet stoppen.
In hoeverre acht u de betreffende kwestie typerend voor de situatie van Palestijnse boeren in (area C van) de Westelijke Jordaanoever en kunt u aangeven hoe deze zich heeft ontwikkeld sinds de terreurdaden door Hamas van 7 oktober jl.?
In veel opzichten is dit exemplarisch voor wat Palestijnse bewoners in area C meemaken. Palestijnse boeren in dit gebied worden al jaren bedreigd in hun activiteiten door Israël, bijvoorbeeld door landonteigening, het wijzigen van bestemmingsplannen of het verklaren van «staatsgrond». Organisaties als «Peace Now» en «B'Tselem» hebben uitgebreid gepubliceerd over de methoden die Israël gebruikt om controle te krijgen over land voor de bouw van illegale nederzettingen.
Het uitroepen van «staatsgrond» is een van de belangrijkste methoden waarmee Israël probeert controle te krijgen over land op de Westelijke Jordaanoever. Land dat is uitgeroepen tot staatsgrond wordt door Israël niet langer beschouwd als privébezit van Palestijnen. Israël verhuurt staatsgrond uitsluitend aan Israëliërs.
Volgens de organisatie Peace Now heeft Israël in 2024 de grootste hoeveelheid land ooit op de Westelijke Jordaanoever tot «staatsgrond» uitgeroepen. Dit lijkt te duiden op een toename sinds de terreurdaden van 7 oktober jl.
Gestapelde gezinshereniging |
|
Caspar Veldkamp (NSC), Michiel van Nispen , Kati Piri (PvdA), Marieke Koekkoek (D66) |
|
Dilan Yeşilgöz-Zegerius (minister justitie en veiligheid) (VVD) |
|
![]() ![]() ![]() |
Kunt u toelichting op basis van welke concrete informatie, documenten, adviezen en gesprekken met onafhankelijke deskundigen u concludeerde dat «het gaat over duizenden mensen» wat betreft nareis-op-nareis en kunt u deze informatie de Kamer doen toekomen? 1
Ik heb op basis van de algemene cijfers over nareis plus de totale instroom cijfers en de Stand van de uitvoering5 van de IND geconcludeerd dat nareis op nareis een knelpunt is. De stukken (en cijfers) die op dat moment beschikbaar waren en ambtelijk zijn ingebracht ten behoeve van de bewindspersonenoverleggen over migratie heeft uw Kamer ontvangen bij mijn brief daarover van 10 juli 2023.6
Waarop baseert u dat er sprake zou zijn van meerdere stapelingen achter elkaar, als u het heeft over «nareis op nareis-op-nareis en ga zo maar door»?2
Onze wet- en regelgeving laat op dit moment op verschillende punten onwenselijke ruimte voor misbruik van de nareisprocedure toe. Het betreft gestapelde gezinshereniging waar nareis – op – nareis onderdeel van is. Maar ook gestapelde gezinshereniging op grond van artikel 8 EVRM (recht op gezinsleven). Dit blijkt ook uit het recent gepubliceerde informatieblad van de IND. De IND heeft bovendien deze knelpunten in de Stand van de uitvoering 2023 gesignaleerd.
Hoe verklaart u dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), op navraag van de Volkskrant, aangaf nog niet te weten om hoeveel mensen het ging wat betreft nareis-op-nareis, terwijl u tegelijkertijd aangeeft u uitspraken over «duizenden mensen» te hebben gebaseerd op basis van informatie van de IND?3, 4
Zie antwoord vraag 1.
Kunt u aangeven op basis van welke concrete informatie de IND in 2023 zelf dacht dat het aantal nareis-op-nareis hoger lag?5
Zie antwoord vraag 1.
Waren de signalen van experts, zoals hoogleraar Klaassen, wetenschapper Grutters en VluchtelingenWerk Nederland over de marginale grootte van gestapelde gezinshereniging geen reden tot voorzichtigheid bij uitspraken inzake gestapelde gezinshereniging?6 Zo ja, op welke manier heeft u dit meegenomen in uw commutatie tijdens publieke optredens? Zo nee, waarom niet?
Ik hecht waarde aan signalen van experts inclusief die in de uitvoeringspraktijk.
Kunt u precies aangeven op welk moment u zich ervan bewust was dat u eerdere uitspraken over «duizenden mensen» wat betreft nareis-op-nareis niet klopte en welke acties u toen heeft ondernomen? Wanneer bent u op de hoogte gesteld van het feit dat de aantallen substantieel lager en marginaal zijn?
In de Stand van de uitvoering 2023 beschreef de IND onbedoelde, en wat mij betreft ongewenste effecten van wet- en regelgeving met betrekking tot het nareisbeleid. De IND signaleerde, wat mij betreft terecht, dat het draagvlak voor beleid afneemt bij misbruik en oneigenlijk gebruik en spreekt de wens uit dat het beleid vereenvoudigd wordt. Zoals bekend bij uw Kamer heeft het kabinet uitvoerig onderhandeld over een breed pakket aan maatregelen teneinde grip te krijgen op migratie. Het nareisbeleid vormde hier een onderdeel van.
De IND heeft onderzocht hoe vaak gestapelde gezinshereniging de afgelopen jaren is voorgekomen en dit begin 2024 opgeleverd. In de publicatie wordt een toelichting op het probleem en een cijfermatige onderbouwing gegeven.
Het kabinet kon geen overeenstemming vinden over het brede pakket aan maatregelen teneinde grip te krijgen op migratie. Dit betekent dat benodigde wijziging van wet- en regelgeving om het benoemde knelpunt te adresseren aan een volgend kabinet is.
Wat is uw appreciatie van het feit dat er vorig jaar, het jaar waarin het kabinet viel, 170 gestapelde gezinshereniging aanvragen zijn ingediend, waarvan er 10 zijn ingewilligd?7
Zoals met uw Kamer gedeeld kon er binnen het kabinet geen overeenstemming gevonden worden op een breed pakket aan maatregelen teneinde grip te krijgen op migratie. Maatregelen op het terrein van nareis vormden een onderdeel van de gevoerde gesprekken
Deelt u de mening dat het feit dat in de periode van 2019–2022 slechts circa 1% van alle ingewilligde nareisaanvragen een ingewilligde nareis op nareisaanvraag was, niet strookt met het beeld dat juist dit beleid een aanzuigende werking zou hebben?8
Zoals blijkt uit het onderzoek van het WODC11 heeft veiligheid in de landen van herkomst, transitielanden en het vestigingsland de grootste invloed op de keuzes van migranten. Het onderzoek concludeert dat het niet te onderbouwen is dat het Nederlandse asielbeleid bij een vertrek uit het land van herkomst een «aanzuigende werking» heeft. Echter, uit kwantitatieve studies blijkt wel dat meerdere factoren, zoals de mogelijkheden voor gezinshereniging, gaan meespelen zodra asielmigranten zich al in de Europese Unie bevinden. Uit deze studies volgt dat het gevoerde beleid – en daarmee dus de mogelijke verschillen in beleid tussen lidstaten – een rol speelt in de afweging in welk land men asiel aanvraagt. Hieruit blijkt dat de mogelijkheden tot gezinshereniging wel degelijk een rol kunnen spelen in de uiteindelijke keuze van asielmigranten om naar Nederland te komen.
Hoe rijmt u de uitspraken van Staatssecretaris van Ooijen dat juist de ondraagbare beperkingen op gezinshereniging ertoe hebben geleid dat het kabinet viel en uw recente uitspraak dat ongeacht de cijfers van gestapelde gezinshereniging de val van het kabinet onvermijdelijk was?9
Zoals eerder met uw Kamer gedeeld kon er binnen het kabinet geen overeenstemming gevonden worden op een breed pakket aan maatregelen teneinde grip te krijgen op migratie. Maatregelen op het terrein van nareis vormden een onderdeel van de gevoerde gesprekken.
Het informatieverzoek inzake de coördinator nationale aanpak overlast |
|
Anne-Marijke Podt (D66), Caspar Veldkamp (NSC) |
|
Eric van der Burg (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD), Dilan Yeşilgöz-Zegerius (minister justitie en veiligheid) (VVD) |
|
![]() ![]() |
Kunt u de reacties met de Kamer delen op de e-mail van J&V d.d. 11 oktober 2024 waarin staat dat er reeds contact is geweest met Snel Beveiliging Nodig B.V. (SBN) over de inzet vanstreetwise coacheswaarin wordt gesteld «het is wel zaak dat het rechtmatig gebeurt en daarom zoek ik iemand die kan aanhaken vwb eventuele aanbesteding/opdracht»? Als deze reacties niet schriftelijk zijn gegeven, kunt u hiervan een reconstructie maken?1
Voor de beantwoording ga ik er vanuit dat de vraagstelling doelt op de e-mail van 11 oktober 2022. Op de e-mail waar u naar verwijst is niet separaat gereageerd, maar over de opvolging ervan kan ik u als volgt informeren.
Op 18 oktober 2022 is door Snel Beveiliging Nodig B.V. een offerte ingediend voor de inzet van een mobiel toezichtsteam in Ter Apel.
Op 15 november 2022 is deze offerte goedgekeurd. Daarbij is de afweging gemaakt om geen aanbestedingsprocedure te volgen. Daarover heb ik uw Kamer geïnformeerd bij brief van 1 maart jl.2 Zoals bekend was in Ter Apel een directe noodoplossing noodzakelijk. Het lokaal gezag had een veiligheidsrisicogebied afgekondigd rondom de COA-locatie, en een noodverordening was uitgevaardigd omdat het probleem zich verplaatste naar het dorp. Doordat in oktober 2022 geen zicht was op een structurele oplossing om de overlast op korte termijn te verminderen en ook de opvangsituatie niet was verbeterd, is de opdracht niet aanbesteed en rechtstreeks verstrekt aan het bedrijf Snel Beveiliging Nodig (hierna SBN).
Waarom heeft u niet aan de Kamer gemeld dat u de aanbesteding heeft overgeslagen?
Over het afwijken van de aanbestedingsregels is uw Kamer niet terstond geïnformeerd, omdat het gebruikelijk is uw Kamer daarover te informeren bij de financiële verantwoording.
Klopt het dat in de stukken tweemaal de opdracht van verlenging van de opdracht van SBN zit, maar dat de originele opdracht uit 2022 niet met de Kamer is gedeeld? Wilt u deze alsnog delen inclusief communicatie over deze opdracht?
Dit document is per abuis niet meegestuurd met de Kamerbrief. Het document wordt als bijlage met deze beantwoording meegestuurd.
Op welke momenten is besloten tot het inzetten van SBN op andere plekken dan Ter Apel en hoe kunt u legitimeren dat ook daar de aanbesteding is overgeslagen?
Door de nijpende omstandigheden in een aantal andere gemeenten is besloten om de pilot uit te breiden. In maart 2023 is besloten een team in te zetten in de gemeente Cranendonck. Op 15 mei 2023 is besloten om een team in te zetten in Delfzijl. Per 26 juni 2023 is besloten een team in te zetten in de gemeente Weert, Zweeloo en Hardenberg. Per 10 april 2024 is ook een team ingezet in de gemeente Utrecht. De aanbesteding voor dit beleidsinstrument is inmiddels begonnen.
Waarom heeft uw ministerie tegen NRC gezegd dat het overslaan van de aanbesteding niet mocht, terwijl u in uw brief zegt dat het wél mocht?
Het totaalbedrag voor de opdracht van Snel Beveiliging Nodig B.V. overschrijdt de aanbestedingsgrens zoals vastgelegd in de Europese en Nederlandse wet- en regelgeving. Door het Ministerie van Justitie en Veiligheid is in eerdere berichtgeving hieromtrent erkend dat de geldende aanbestedingsregels niet zijn gevolgd. Bij brief van 1 maart jl.3 heb ik uw Kamer nader toegelicht waarom die afweging is gemaakt, waarbij doorslaggevend was dat er sprake was van dwingende spoed. Inmiddels is de aanbestedingsprocedure in gang gezet.
Klopt het dat de Kamer verkeerd is geïnformeerd, zoals lijkt uit de mail van 6 november 2022 over de vraag of de politie capaciteit zou leveren aan de pilot waarin J&V schrijft: «En nee is daarbij geen antwoord want met goedkeuring van KL is dus ook de Tweede Kamer al over dit project geïnformeerd»?
Vanaf de zomer van 2022, toen de opvangproblematiek van asielzoekers noopte tot aanvullende maatregelen op gebied van opvang, locaties, infrastructuur en handhaving en toezicht, hebben er positieve en constructieve gesprekken met de korpsleiding plaatsgevonden over oplossingen die de druk op Ter Apel, zowel wat betreft de behandeling van asielaanvragen als de toenemende overlast in de gemeente Westerwolde, konden verminderen. Daarover waren ook afspraken met het bevoegd gezag gemaakt. De zinsnede uit de door de vragenstellers aangehaalde e-mail moet in dat kader worden geplaatst. Op 24 november 2022 is uw Kamer geïnformeerd over de pilot procesoptimalisatie. In deze brief staat beschreven dat de IND, politie, COA en DT&V zich inzetten voor de pilot procesoptimalisatie in Ter Apel, binnen de bestaande kaders van wet- en regelgeving. Voorafgaand aan het versturen van deze brief heeft de korpsleiding in overleg met de bevoegde gezagen toegezegd om operationele inzet te leveren aan de pilot procesoptimalisatie.
Hoe rijmt u uw uitspraak dat er geen sprake was van druk op de politie met het citaat uit bovenstaande vraag waar de politie werd verteld dat «nee» geen antwoord kon zijn?
Zie antwoord vraag 6.
Zijn een projectplan en begroting van de coördinator overlast opgesteld, waarnaar J&V meermaals heeft gevraagd zoals in de stukken is te zien? Zo ja, wilt u die met de Kamer delen? Zo nee, waarom niet?
Bij brief van 1 maart jl. heb ik met de bijgevoegde stukken u reeds het voorstel van de Coördinator Nationale Aanpak Overlast gestuurd, zoals opgesteld in augustus 2022 in aanloop naar de formele opdrachtverstrekking. In de opdrachtbrief voor de Coördinator Nationale Aanpak Overlast van 20 september 2022 is vervolgens met zoveel woorden aangegeven dat de precieze contouren van zijn opdracht gaandeweg worden uitgekristalliseerd. In essentie betrof de opdracht het ontwikkelen en uitvoeren van een aanpak gericht op het tegengaan van overlast en criminaliteit van asielzoekers en het versterken van de aansluiting tussen de strafrechtketen en de vreemdelingenketen in de deze aanpak. De Coördinator heeft vervolgens vanuit drie verschillende actielijnen invulling gegeven aan zijn opdracht zoals toegelicht in de brief van 1 maart jl.4
In periodieke afstemming met het departement en de bewindspersonen zijn deze actielijnen door de Coördinator stapsgewijs uitgewerkt. De bijgevoegde stukken die ik op 1 maart jl. met uw Kamer heb gedeeld, maken dit proces inzichtelijk.
In aanvulling hierop hoefde door de Coördinator niet alsnog een afzonderlijk document te worden opgesteld in de vorm van een projectplan, omdat met voornoemde afstemming reeds voldoende richting en inzicht werd geboden bij de uitwerking van zijn aanpak.
Ten aanzien van de begroting geldt dat ik uw Kamer per brief van 1 maart jl. met de bijgevoegde stukken reeds heb geïnformeerd over de geschatte kosten door de Coördinator Nationale Aanpak Overlast (d.d. 5 oktober 2022).
Klopt het dat de coördinator volgens de beantwoording zelf opdracht aan iemand anders heeft gegeven om een projectvoorstel te schrijven voor de pilot en dat die persoon vervolgens ook de evaluatie maakte van diezelfde pilot?
Het klopt dat de Coördinator Nationale Aanpak Overlast de opdracht heeft gegeven tot het schrijven van zowel een voorstel voor de pilot procesoptimalisatie (aangeboden in december 2022) als de evaluatie pilot procesoptimalisatie (aangeboden in augustus 2023). De verstrekking van deze twee opdrachten zijn afgestemd met het Ministerie van Justitie en Veiligheid en ook door het ministerie bekostigd.
Bij de ontwikkeling van de pilot procesoptimalisatie werd vanuit de betrokken organisaties de behoefte geuit om inzichtelijk te maken wat de noodzakelijke randvoorwaarden zijn om tot een gezamenlijke werkwijze te komen.
Om de werkmethode van de pilot te verfijnen en structureel te bestendigen, bestond er tevens aanleiding om de voortgang te evalueren.
Bij het verstrekken van de opdracht is meegewogen dat de werkzaamheden verricht zouden worden door een onafhankelijk onderzoeker die actief is op het gebied van veiligheid en criminaliteit.
Is het gebruikelijk dat het formuleren van de pilot en de evaluatie van de resultaten van diezelfde pilot binnen het departement aan dezelfde persoon wordt gegeven, zoals te lezen is in de stukken? Hoe wordt een zorgvuldige en objectieve evaluatie van de resultaten geborgd?
Zoals toegelicht in de vorige beantwoording was de evaluatie gericht op het verfijnen van de werkmethode en het bestendigen van de ketenbrede werkwijze.
Dat beide rapportages door dezelfde persoon zijn opgesteld, is geen aanleiding om de zorgvuldigheid en objectiviteit van de evaluatie in twijfel te trekken. De inhoud van het evaluatierapport geeft hiervoor evenmin aanleiding.
Beide rapportages zijn uiteindelijk behulpzaam geweest in de (voorbereiding op) de ambtelijke besluitvorming omtrent de pilot procesoptimalisatie. In de besluitvorming is de onderzoeker geen beslissende partij is geweest.
Kunt u naast de evaluatie van de pilot procesoptimalisatie ook de evaluatie van de toezichtteams naar de Kamer sturen? Wie was verantwoordelijk voor deze evaluatie?
Door de toezichtteams is middels dagrapportages verslag uitgebracht over de inzet van de toezichtteams aan de Coördinator Nationale Aanpak Overlast. Zowel uit deze dagrapportages als uit de bevindingen van de Coördinator, d.d. augustus 2023, die op 1 maart jl. met uw Kamer zijn gedeeld, blijkt dat de inzet van de toezichtteams effectief is. Voorts is gebleken dat lokale bestuurders en omwonenden de inzet van de mobiele toezichtteams positief waarderen. Deze positieve resultaten hebben aanleiding gegeven om de inzet van de mobiele toezichtteams te bestendigen.
Voorts is door de Coördinator Nationale Aanpak overlast voor het tussentijds evalueren van de toezichtteams een actie-onderzoeker aangetrokken. Voor zijn inzet is tussen het Ministerie van Justitie en Veiligheid en GGD Amsterdam een detacheringsovereenkomst afgesloten, zoals op te maken uit de stukken die ik uw Kamer heb toegestuurd bij brief van 1 maart jl.5 In de relevante detacheringsovereenkomst zijn gegevens onleesbaar gemaakt in het kader van de bescherming van persoonsgegevens en in het verlengde daarvan kan ik hier niet nader ingaan op persoonsgegevens. In dit traject heeft de onderzoeker in opdracht van de Coördinator een tussentijds verslag in concept opgesteld, maar dit heeft niet geresulteerd in een definitieve eindrapportage waarover ik uw Kamer kan informeren.
Kunt u deze vragen afzonderlijk en zo snel mogelijk – maar in ieder geval binnen twee weken – beantwoorden?
Bij de beantwoording van uw vragen is gestreefd naar de meest spoedige en zorgvuldige beantwoording.
Het artikel 'Gemeenten bereiden zich voor op ‘paspoortpiek’, vacatures staan open en noodplannen liggen klaar' |
|
Jan Paternotte (D66), Joost Sneller (D66), Caspar Veldkamp (NSC) |
|
Hugo de Jonge (minister zonder portefeuille binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (CDA), Hanke Bruins Slot (minister binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (CDA) |
|
![]() ![]() |
Klopt het dat er binnenkort een piek in het aantal aanvragen voor vervanging van paspoorten wordt verwacht en zo ja, hoe ziet deze prognose er uit?1
Ja. In de jaren 2024 tot en met 2028 zal de vraag naar paspoorten en identiteitskaarten twee à drie maal hoger zijn dan de afgelopen vijf jaar. Deze conjunctuur van hoge vraag en lage vraag is ontstaan toen in 2014 de paspoorten en identiteitskaarten 10 jaar geldig werden in plaats van vijf jaar. Daardoor is de vraag in de afgelopen vijf jaar lager geweest en komt de vraag nu weer op het oude niveau. Na 2028 zal de vraag weer minder worden.
Welke gevolgen heeft dit voor de afhandeling van aanvragen voor het vervangen van paspoorten vanuit het buitenland?
Dit jaar verwachten we een verdrievoudiging van het aantal aanvragen in het buitenland. Om de paspoortpiek zo goed mogelijk op te vangen zijn de balietijden op ambassades, consulaten en bij de externe dienstverlener (VFS)2 verruimd. Ook is er voor de verwerking en beslissing op de aanvragen op het Ministerie van Buitenlandse Zaken meer capaciteit gecreëerd. Sinds de zomer van 2023 is er een voorlichtingscampagne voor Nederlanders in het buitenland over het tijdig verlengen van reisdocumenten. Ook is er een bericht gestuurd via de BZ-informatieservice naar Nederlanders in het buitenland die zich voor deze berichtenservice hebben geregistreerd. Tot slot zijn in de tweede helft van 2023 extra reizen met de zogenaamde MVA (mobiel vingerafdrukopnameapparaat) uitgevoerd om op locaties wereldwijd waar veel Nederlanders woonachtig zijn, paspoortaanvragen in te nemen.
De wachttijden voor een afspraak zijn als gevolg van de paspoortpiek hoger dan vorig jaar deze tijd. Het kan voorkomen dat aanvragers enkele weken moeten wachten op een afspraakmogelijkheid in het buitenland. Bij veel ambassades en consulaten wereldwijd kunnen aanvragers binnen een termijn van 4 weken een afspraak krijgen. Verwacht wordt dat deze termijn van 4 weken op veel plekken wereldwijd niet of nauwelijks overschreden zal worden. Het kan betekenen dat aanvragers moeten uitwijken naar een andere aanvraaglocatie in een land waar meerdere posten met een consulaire balie zijn, of naar een aanvraaglocatie van de externe dienstverlener (VFS) waar BZ mee samenwerkt. Nederlanders in het buitenland kunnen ook een paspoort aanvragen of vernieuwen bij een van de 12 daarvoor aangewezen gemeenten (grensgemeenten) wanneer zij naar Nederland reizen. Hier zijn ook wachttijden.
In noodgevallen kunnen Nederlanders in het buitenland zich melden bij de ambassades en consulaten voor een nooddocument (dat is een tijdelijk reisdocument).
Welke gevolgen kan dit hebben voor mensen die vanuit het buitenland willen stemmen tijdens de Europese Parlementsverkiezingen?
Om te kunnen stemmen bij de verkiezingen voor het Europees Parlement dienen Nederlandse kiezers in het buitenland een kopie van hun identiteitsdocument bij de briefstem te voegen. Conform de Kieswet dient het identiteitsdocument geldig te zijn op 23 april 2024. De briefstemmen moeten uiterlijk op 6 juni 2024 ontvangen zijn door het briefstembureau in Den Haag. Als kiezers geen geldig identiteitsdocument hebben, dan hebben zij tot 31 mei om een (nieuw) document te tonen. Op dit moment heb ik geen aanleiding om aan te nemen dat het om een significante groep kiezers zal gaan die niet tijdig een vernieuwd identiteitsdocument kunnen verkrijgen.
Op welke wijze wordt er rekening mee gehouden dat veel mensen in het buitenland rond dezelfde tijd hun paspoorten zullen moeten vernieuwen? Is er voldoende capaciteit om tijdig aan deze «piek» te voldoen?
Zie het antwoord op vraag 2.
Op welke wijze worden mensen in het buitenland tijdig geïnformeerd dat zij hun paspoort moeten laten vernieuwen, in het bijzonder in relatie tot de benodigde registratie voor stemmen in het buitenland?
Vanwege de paspoortpiek roepen we Nederlanders in het buitenland al maanden op hun reisdocument tijdig te vernieuwen. Sinds augustus 2023 loopt er een social mediacampagne om Nederlanders erop te attenderen op tijd een afspraak te maken voor het vernieuwen van hun paspoort. Ook is er een bericht gestuurd via de BZ-informatieservice naar Nederlanders in het buitenland die zich voor deze berichtenservice hebben geregistreerd. In maart is er een nieuwe social mediacampagne van start gegaan.
Kiesgerechtigden die geregistreerd staan als kiezer bij de gemeente Den Haag hebben in de tweede week van februari een aankondiging voor de Europese Parlementsverkiezingen ontvangen van de gemeente Den Haag. Hierin staat ook vermeld dat kiezers de geldigheid van hun identiteitsdocument tijdig dienen te controleren.
Als hier nog geen actie op ondernemen is, bent u dan bereid om dit alsnog te doen?
Zie antwoord vraag 5.
Is de verwachting dat de paspoortpiek periodiek zal terugkomen en zo ja, welke acties worden er ondernomen om de effecten hiervan op te vangen?
Er is een conjunctuur van vijf jaar met een hoge vraag en vijf jaar met een lage vraag. Naar verwachting zal deze conjunctuur vanaf nu nog 20 jaar duren maar wel afvlakken na verloop van tijd door demografische effecten (geboorte, sterfte, naturalisatie) en doordat mensen soms eerder een nieuw reisdocument nodig hebben (bijvoorbeeld na verlies). De effecten worden opgevangen door uitgevende instanties voor te lichten zodat ze tijdig zorgen dat ze zijn voorbereid op de periodiek hogere vraag. Ook wordt gezorgd dat er voldoende voorraden en productiecapaciteit zijn voor een tijdige levering.
Klopt het dat Frankrijk inmiddels gestart is met een experiment voor Fransen woonachtig in Canada en Portugal waarbij ze hun paspoort digitaal kunnen verlengen?
Op deze website3 van de Franse overheid is te lezen dat met ingang van 1 maart 2024 een experiment plaatsvindt in Canada en Portugal. Het betreft een experiment waarbij een Frans paspoort voor een specifieke doelgroep op afstand kan worden verlengd zonder dat naar een ambassade of consulaat gereisd hoeft te worden. We beschikken op dit moment niet over meer informatie rondom dit experiment, maar doen daarover navraag bij Frankrijk.
Is een dergelijk experiment ook een optie in Nederland om enerzijds de gemeenten te ontlasten, anderzijds digitale dienstverlening voor Nederlanders in het buitenland te vergemakkelijken, conform de eerder aangenomen motie van de leden Brekelmans en Sjoerdsma over nieuwe mogelijkheden voor digitalisering van producten en diensten voor Nederlanders in het buitenland (Kamerstuk 35 925 V, nr. 54)?
Meer gemak voor de burger en betrouwbaarheid en uitvoerbaarheid van het proces rondom het aanvragen van een reisdocument moeten hand in hand gaan; veiligheid is daarbij randvoorwaardelijk.
De huidige stand van de techniek, met name op het gebied van biometrie-afname, is op dit moment nog onvoldoende veilig en van onvoldoende kwalitatief niveau om van fysieke verschijning af te kunnen stappen. In 2023 heeft onderzoek hiernaar plaats gevonden en is de Kamer over de uitkomsten geïnformeerd4. Hoe het Franse experiment veilig de biometrische gegevens verzamelt en een betrouwbare identiteitscontrole garandeert is ons nu niet bekend, maar we doen daarover navraag bij Frankrijk.
Een herhaalaanvraag van een reisdocument lijkt een eenvoudiger proces, omdat de initiële identiteitsvaststelling al bij de eerste aanvraag plaats heeft gevonden. Desalniettemin blijft het essentieel om op betrouwbare wijze de biometrische gegevens voor het nieuwe paspoort af te nemen. Dat kan op dit moment niet digitaal op afstand.
Technologie blijft zich doorontwikkelen. BZK en BZ blijven alert op mogelijke nieuwe methoden die wel betrouwbaar genoeg zijn en die ook de vereiste kwaliteit kunnen garanderen bij afname van biometrische gegevens op afstand.
Gewelddadigheden binnen de Eritrese gemeenschap in Nederland. |
|
Isa Kahraman (NSC), Caspar Veldkamp (NSC) |
|
Eric van der Burg (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD), Dilan Yeşilgöz-Zegerius (minister justitie en veiligheid) (VVD) |
|
![]() |
Bent u bekend met het artikel «Zeker vier agenten gewond bij rellen rond bijeenkomst Eritreeërs in Den Haag»?1
Ja.
Deelt u de mening dat het gaat om zeer ernstige geweldplegingen, temeer daar politie en hulpdiensten zijn belaagd?
Ja. Wij verdelen iedere vorm van geweld, in het bijzonder wanneer dit zich richt tegen onze hulpverleners. Politie en andere hulpverleners staan voor onze veiligheid. Zij moeten te allen tijde hun werk veilig kunnen doen. Tijdens de rellen in Den Haag was er sprake van excessief geweld. De feiten worden momenteel onderzocht door het Openbaar Ministerie. Voor snelle en strenge opsporing en vervolging na geweld tegen werknemers met een publieke taak bestaan de Eenduidige Landelijke Afspraken. Gezien de ernst van deze delicten is bij geweldplegers tegen functionarissen met een publieke taak, waaronder hulpdiensten, bijvoorbeeld een strafeis van +200 procent van toepassing.
Kunt u aangeven of de betrokken organisaties bij de geweldplegingen van zondag 18 februari jl. in beeld zijn bij de overheid? Zo ja, welke? Zo nee, wat gaat u op korte termijn doen om deze informatie te bemachtigen?
Als Minister doe ik geen uitspraak over welke groepen wél en welke groepen níet in beeld zijn bij de overheid. Het handhaven van de openbare orde is een taak van de politie, en wordt uitgevoerd onder gezag van de burgemeester. De politie en andere (landelijke) diensten hebben verschillende manieren om informatie te vergaren en hier een zo compleet mogelijk beeld op te baseren. De politie adviseert de driehoek op basis van het informatiebeeld.
In hoeverre is er bij het georganiseerde evenement sprake van een lange arm van (ongewenste beïnvloeding door) het Eritrese regime dat middels afpersing en bedreiging een rol speelt binnen de Eritrese gemeenschap in Nederland?
Vooralsnog hebben ons geen signalen bereikt dat er sprake was van aansturing door of vanuit het Eritrese regime.
Is er bij de gewelddadigheden sprake geweest van betrokkenheid van (leden van de) zogeheten Brigade Nhamedu, zoals aangegeven in een verklaring van de burgemeester van Den Haag?
Ik kan geen inhoudelijke mededelingen doen over een lopend strafrechtelijk onderzoek. Bovendien wordt over de identiteit van verdachten – waaronder een eventueel lidmaatschap – geen uitspraken gedaan.
Wordt er momenteel onderzoek gedaan naar de mogelijkheid om gewelddadige organisaties, zoals de Brigade Nhamedu, te verbieden? Zo nee, welke acties kunt u ondernemen om de betrokken organisaties alsnog te verbieden?
Er kunnen geen inhoudelijke mededelingen over een lopend strafrechtelijk onderzoek worden gedaan. Daarnaast is het niet aan ons om deze afweging te maken. Artikel 2:20 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek schrijft voor dat het Openbaar Ministerie de rechtbank kan verzoeken een rechtspersoon verboden te verklaren of te ontbinden indien de werkzaamheid van deze rechtspersoon in strijd is met de openbare orde.
Heeft de overheid in beeld hoeveel en welke personen lid zijn van de bij de gewelddadigheden betrokken organisaties?
Er wordt door politie altijd per casus gekeken naar beschikbare informatie om een informatiebeeld te vormen. Er worden gezien de vertrouwelijkheid geen uitspraken gedaan over informatiebeelden van de politie en het actuele kennisniveau van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.
Kunt u aangeven wat de verblijfsstatus is van de tot nu toe aangehouden mannen tussen de 19 en 36 jaar?
Over de identiteit van verdachten kunnen geen uitspraken worden gedaan.
Deelt u de mening dat betrokkenheid bij ernstige gewelddadigheden zoals nu in Den Haag hebben plaatsgevonden gevolgen moet hebben voor het verkrijgen van een permanente verblijfstitel of de Nederlandse nationaliteit?
Uitgangspunt van het openbare-ordebeleid is dat vreemdelingen die (ernstige) misdrijven plegen niet in aanmerking komen voor verblijf in Nederland. Tegelijkertijd zijn de weigering en de intrekking van de verblijfsvergunning gebonden aan de regels die ik in het antwoord op vraag 10 nader toelicht. Uit jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State komt naar voren dat het Nederlandse beleid reeds scherp gesteld is.
Is betrokkenheid bij de gewelddadigheden en/of lidmaatschap van bij het geweld betrokken organisaties volgens u voldoende om een verblijfstitel in te trekken en een betreffend persoon terug te sturen naar het land van herkomst? Zo nee, waarom niet?
Als er sprake is van een veroordeling wegens strafbare feiten kan een verblijfsvergunning worden geweigerd of ingetrokken. In het geval van intrekking van een verblijfsvergunning regulier is de glijdende schaal van toepassing (des te langer het verblijf, des te hoger de opgelegde straf moet zijn om verblijf te kunnen intrekken). Als het gaat om mensen die asielrechtelijke bescherming nodig hebben, gelden bovendien de normen die zijn neergelegd in Europese Kwalificatierichtlijn, die weer een uitwerking zijn van internationale verdragen en jurisprudentie. Ten aanzien van deze personen geldt immers, dat is vastgesteld dat zij bescherming van de Nederlandse overheid nodig hebben. Bij terugkeer naar het eigen land zouden zij ernstige problemen kunnen ondervinden. Daarom is in de Europese regelgeving opgenomen wanneer een asielvergunning kan worden geweigerd of ingetrokken.
Als betrokkene moet worden aangemerkt als verdragsvluchteling, kan de vergunning alleen worden geweigerd of ingetrokken als er sprake is van een «bijzonder ernstig misdrijf». Hiervan is in beginsel sprake als de rechter een onherroepelijke gevangenisstraf van ten minste 10 maanden heeft opgelegd. Daarnaast moet er ook sprake zijn van een gevaar voor de gemeenschap. Als de vreemdeling geen verdragsvluchteling is maar wel in aanmerking komt voor subsidiaire bescherming, moet sprake zijn van een «ernstig misdrijf». Hiervoor is in ons beleid een grens gesteld van tenminste zes maanden gevangenisstraf. Een van de veroordelingen moet daarnaast betrekking hebben op een misdrijf dat naar zijn aard een gevaar voor de gemeenschap oplevert. Ook is de aard van de misdrijven/gepleegde strafbare feiten van belang. In beide gevallen moet ook het Unierechtelijk openbare- orde criterium worden getoetst. Daarnaast moeten beide gevallen evenredig zijn aan de bedreiging die de betrokken derdelander vormt voor een fundamenteel belang van de samenleving.
Hoeveel asielprocedures van mensen uit Eritrea zijn er de afgelopen vijf jaar behandeld, zowel de nog lopende als de reeds afgehandelde procedures? Hoeveel asielaanvragen zijn toegekend en hoeveel zijn afgewezen in de afgelopen vijf jaar? Is hierbij een differentiatie te maken tussen aanhangers en tegenstanders van het huidige regime?
Tussen 2019 en 2023 zijn er in totaal ca. 3.480 eerste asielaanvragen behandeld, waarvan (afgerond) 36% is afgewezen, 62% is ingewilligd en 1% overig is afgedaan. Per december 2023 zaten er ca. 2.600 eerste asielaanvragen in de werkvoorraad van de IND.
In de systemen van de IND wordt niet geregistreerd of een Eritreeër aanhanger is van het regime. In de praktijk zijn er echter geen recente gevallen bekend waarin Eritrese asielzoekers zich kenbaar maken als regeringsgezind of waarbij de IND aanwijzingen heeft dat zij regeringsgezind zouden zijn. Mede hierdoor kan de IND geen inschatting geven over het aantal Eritreeërs met een verblijfsvergunning dat aanhanger is van het Eritrese regime.
Wanneer tijdens de asielprocedure duidelijk wordt dat de betrokkene een loyale aanhanger van de Eritrese autoriteiten is, wordt dit element meegewogen bij de individuele beoordeling van de asielaanvraag. Dit kan betekenen dat de aanvraag wordt afgewezen. Uit de meest recente ambtsberichten van de afgelopen jaren aangaande Eritrea blijkt immers, dat voor aanhangers van het regime bij terugkeer niet dezelfde risico’s gelden als voor andere Eritreeërs. Vrijwel alle Eritreeërs die recent gevlucht zijn uit het land, voeren echter aan dat zij vluchtten vanwege het zeer repressieve regime en de onbeperkte duur van de dienstplicht. Deze personen zijn vrijwel allemaal op illegale wijze vertrokken en lopen een reëel risico om bij terugkeer aan marteling te worden onderworpen.
Het is waarschijnlijker dat regeringsgezinde Eritreeërs in Nederland niet afkomstig zijn uit de recente en huidige asielinstroom. Een eerste golf Eritreeërs ontvluchtte het land al tussen 1980–1998, tijdens de onafhankelijkheidsoorlog tussen Eritrea en Ethiopië. Deze groep was grotendeels voorstander van de onafhankelijkheid van Eritrea en lid van de partij die evolueerde tot de huidige regeringspartij. Deze personen zullen reeds vele jaren in Nederland verblijven en in de praktijk daarom veelal een vergunning voor onbepaalde tijd hebben of inmiddels de Nederlandse nationaliteit bezitten. Daarnaast zullen niet alle Eritreeërs in eerste instantie verblijfsrecht in Nederland hebben gekregen op basis van asiel, maar kunnen zij dit ook op reguliere gronden hebben verkregen.
Van de huidige asielstroom kan in algemene zin worden gesteld dat deze juist gevormd wordt door personen op de vlucht voor het huidige regime.
Deelt u de mening dat het vreemd is als aanhangers van het Eritrese regime een vluchtelingenstatus zouden krijgen, omdat juist zij geen vervolging in hun land zouden hoeven vrezen?
Zie antwoord vraag 11.
Zijn er signalen dat geweldplegingen binnen Eritrese groepen ook plaatsvinden in andere landen met substantiële Eritrese bevolkingsgroepen, zoals Duitsland en Zweden? Zijn er signalen dat bij dergelijke groepen over de landsgrenzen heen contacten bestaan? Zo ja, bent u bereid om deze problematiek op te brengen in een komende JBZ-Raad van EU-Ministers of deze problematiek anderszins te bespreken met uw EU-collega’s?
Ook in andere landen is geweld gebruikt rondom evenementen van de Eritrese diaspora, waaronder in Zweden, Duitsland, de Verenigde Staten en Israël. In het algemeen kan worden aangenomen dat onder Eritrese diasporagroeperingen onderling contact bestaat. Het kabinet beziet de komende periode met de genoemde lidstaten of agenderen in Europees verband opportuun is.
Het omzeilen van sancties op Rusland via geografische U-bochtconstructies |
|
Caspar Veldkamp (NSC), Jan Paternotte (D66) |
|
Hanke Bruins Slot (minister binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (CDA) |
|
![]() ![]() |
Bent u bekend met het artikel «Drie Nederlanders aangehouden voor levering verboden goederen aan Rusland, ook invallen in vier andere landen»1 ingezonden op 23 januari 2024?
Ja.
Klopt het dat Nederland in verschillende internationale onderzoeken naar voren komt als een belangrijke spil in de routes om sancties tegen Rusland te omzeilen?2
Gezien de karakteristieken van de Nederlandse economie en infrastructuur met onder andere havens en relatieve grote high-tech-en financiële sectoren is Nederland potentieel aantrekkelijk voor personen en bedrijven die moedwillig de sancties willen omzeilen. De overheid en het bedrijfsleven zijn zich hiervan bewust en handelen daarop met als doel omzeiling te voorkomen en waar mogelijk aan te pakken.
De Douane handhaaft risicogericht en wisselt waar nodig informatie uit met relevante partijen om onbedoelde sanctieomzeiling tegen te gaan en doelbewuste sanctieomzeiling op te sporen. Op basis van handelsdata kan gesteld worden dat de belangrijkste spillen in de omzeiling van sancties buiten de EU liggen: het merendeel van omzeiling van EU-producten vindt plaats via tussenhandelaren in derde landen, meestal zonder medeweten of betrokkenheid van een EU actor.
Klopt het dat er Nederlandse componenten gevonden zijn door de Oekraïense inlichtingendienst in Russische wapensystemen?
Het klopt dat de Oekraïense overheid, maar ook de Amerikaanse overheid en diverse NGO’s, hebben aangetoond dat de Russische wapensystemen veel westerse componenten bevatten, en daar ook in kritieke mate van afhankelijk zijn. Ook componenten van Nederlandse origine worden daarbij teruggevonden.
Klopt het dat uit beschikbare Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)-data blijkt dat export vanuit Nederland richting landen zoals Oezbekistan, Kazachstan, Kirgizië en Armenië enorm gegroeid is in de eerste helft van 2023 vergeleken met dezelfde periode in 2022? Hoe verklaart u deze onnatuurlijke toename?
Verschillende onderzoeken (waaronder van CBS) laten inderdaad zien dat handelsstromen zich verplaatsen in reactie op sancties. Meerdere verklaringen daarvoor worden door onderzoekers en journalisten aangedragen, waarvan doelbewuste sanctieomzeiling er één is. Een andere verklaring is dat veel van deze landen voor de ingang van de sancties veel goederen via Russische distributeurs ontvingen, maar die nu rechtstreeks vanuit de EU ontvangen. Daarbij is de handel naar de landen in kwestie weliswaar in percentages enorm toegenomen, maar gaat het in handelsvolume nog steeds om beperkte hoeveelheden.
Nederland en de EU monitoren deze trends, zijn hierover in gesprek met betrokken bedrijven en overheden en zoeken actief samenwerking met de buurlanden van Rusland om de omzeiling van Common High Priority Goods (CHP, de goederen die het meest essentieel zijn voor de Russische oorlogsindustrie) te voorkomen. EU Sanctiegezant David O'Sullivan speelt hierbij een centrale rol, daarbij actief ondersteund door de lidstaten, waaronder Nederland.
Deelt u de zorgen dat de toename van export richting de buurlanden van Rusland met name te verklaren zijn vanuit de constructies waarbij Rusland de werkelijke eindbestemming is?
Of dit «met name» zo is, kan niet met zekerheid gezegd worden, maar de zorg wordt door het kabinet gedeeld. Deels is deze toename te verklaren door verlegging van handelsstromen die eerst via Rusland liepen. Hierbij willen wij de kanttekening plaatsen dat de toename van export van Common High Priority Goodsvan Nederland naar de buurlanden van Rusland qua volume nog steeds zeer beperkt is.
Bent u het eens dat het zeer onwenselijk zou zijn dat Nederlandse bedrijven de Europese sancties tegen Rusland omzeilen, en dat het onze positie internationaal schaadt als blijkt dat wij als doorvoerroute voor (illegale) handel met Rusland gebruikt worden?
Zeker. Het tegengaan van omzeiling heeft daarom hoge prioriteit, zowel in de naleving van sancties als ten aanzien van Europese en internationale samenwerking. Daarbij is wel de kanttekening van belang dat het merendeel van omzeiling van EU-producten, en in het bijzonder de goederen die het meest kritiek zijn voor de Russische oorlogsindustrie, de Common High Priority Goods, plaatsvindt via tussenhandelaren in derde landen, meestal zonder medeweten of betrokkenheid van een EU actor.
Het ministerie onderhoudt nauw contact met de bedrijven wiens producten in het bijzonder het doelwit zijn van omzeilingspraktijken. Naast negatieve gevolgen voor Oekraïne en de ondermijning van wettelijke maatregelen waardoor ook het draagvlak in gevaar komt, is er ook schade voor de bedrijven wiens goederen worden teruggevonden in Russische wapens. De bereidheid bij het bedrijfsleven om met het ministerie samen te werken om dit tegen te gaan is groot.
Nederland pleit er in EU-verband voortdurend voor om omzeiling tegen te gaan door informatie-uitwisseling, doorontwikkeling van het sanctie-instrumentarium en door investering in onderzoek en opsporing. Het Non Paper on Russia Sanctions Circumvention3 waarmee Nederland in februari 2023 hierop het voortouw nam in Brussel is hier een voorbeeld van. De recente aanhoudingen, waarbij internationaal wordt samengewerkt met in dit geval Duitsland, Letland, Litouwen, Canada, Europol en Eurojust toont hoe dit werkt in de praktijk. Hier gaat een krachtig signaal van uit dat omzeiling van sancties niet wordt getolereerd en ernstige consequenties kan hebben voor betrokkenen.
Welke concrete stappen heeft u gezet om te voorkomen dat componenten enerzijds in Nederland geproduceerd worden en anderzijds via Nederland terechtkomen in Russische wapens in de oorlog tegen Oekraïne? Welke verdere stappen bent u voornemens te ondernemen?
De teruggevonden componenten betreffen voor het merendeel goederen die een zeer brede toepassing kennen. De inzet van het kabinet is er niet op gericht om te voorkomen dat deze componenten in Nederland worden geproduceerd, maar is bedoeld om te voorkomen dat in Nederland geproduceerde goederen in Rusland terechtkomen. Hiertoe doet het kabinet in samenwerking met internationale partners onderzoek naar omzeiling, staat het in nauw contact met bedrijven wier goederen worden teruggevonden in wapenresten en ondersteunt hen in hun due-dilligence, verbetert het voortdurend de risicogerichte controle op de uitvoer, pleit het in EU-verband voor correcties op de sanctieverordening die omzeiling ruimte bieden, en werkt het samen met internationale partners om kennis over de aanpak van omzeiling zo veel mogelijk af te stemmen.
Voorts zet Nederland in Europees verband in op versterkte gegevensdeling, analysecapaciteit, diplomatieke outreach en outreach naar het bedrijfsleven. De elfde en twaalfde sanctiepakketten bevatten een uitbreiding van instrumentarium en individuele maatregelen gericht tegen omzeiling. Zo gelden er exportbeperkingen tegen bedrijven uit de VAE, Oezbekistan, Singapore en Hong Kong wegens betrokkenheid bij omzeiling. Het criterium voor oplijsting gericht tegen omzeiling is verbreed. Onder het twaalfde pakket is een verplichting opgenomen tot een «No Russia» clausule om de wederuitvoer van EU-gesanctioneerde gevoelige goederen naar Rusland via entiteiten in derde landen te beperken. Ook is onder het twaalfde pakket een notificatieplicht ingevoerd voor financiële transacties door in EU gevestigde bedrijven in eigendom/onder zeggenschap van Russische personen of entiteiten. Dit zijn belangrijke stappen, maar meer is nodig, waaronder capaciteit bij de EU. Nederland levert ook daaraan een bijdrage in de vorm van detachering van expertise bij de Europese Commissie. De EU, lidstaten en internationale partners zullen stappen moeten blijven zetten, zoals ook Rusland zal blijven doorgaan met creatieve tactieken om aan producten te komen die onder sancties vallen.
Bent u bereid om onderzoek te doen naar de bovengenoemde exportstromen, en waar mogelijk bedrijven die aan sanctieomzeiling doen te sanctioneren? Bent u ook bereid om de exportcontrole te verscherpen? Zo niet, waarom niet?
Het kabinet onderzoekt continu de bovengenoemde exportstromen. Dit gebeurt zowel op het ministerie zelf als in samenwerking met internationale partners. Het kabinet is gecommitteerd aan het nemen van beperkende maatregelen tegen bedrijven in derde landen die EU-sancties omzeilen, ook in lijn met de motie Van der Lee4. Om dergelijke bedrijven toe te voegen aan de sanctielijst is wel consensus nodig binnen de EU. Besluitvorming over de Rusland-sanctiepakketten geschiedt met unanimiteit.
Exportcontrolemaatregelen zijn al kort na de invasie aanzienlijk aangescherpt, onder andere door uitgebreide controles op gesanctioneerde goederen en handelsstromen die een bijzonder risico op sanctieomzeiling met zich meebrengen. Daarnaast is de douane-capaciteit op dit vlak aanzienlijk uitgebreid en is de relevante afdeling binnen het Ministerie van Buitenlandse Zaken ook vergroot.
Bent u bereid ook in Europees verband hierover in gesprek te gaan, om hier ook in Europees verband tegen op te treden?
Ja, dit doet Nederland reeds actief. Een goed voorbeeld hiervan is de stapsgewijze aanpak van sanctieomzeiling die geïntroduceerd is in het 11e pakket – mede n.a.v. het Nederlandse non-paper – en de gecoördineerde diplomatieke outreach van de EU Sanctiegezant David O'Sullivan.
Kunt u deze vragen beantwoorden voor de vergadering van Raad Buitenlandse zaken d.d. 19 februari 2024?
Dit is helaas niet gelukt.
De Turkse militaire aanvallen in Syrië en Irak |
|
Caspar Veldkamp (NSC), Isa Kahraman (NSC) |
|
Kajsa Ollongren (minister defensie) (D66), Hanke Bruins Slot (minister binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (CDA) |
|
![]() |
Kent u de berichten over aanvallen van Turkije in Syrië en Irak in de afgelopen jaren en recent nog op maandag 25 december 2023 (eerste kerstdag)?1
Ja.
Kunt u bevestigen dat bij deze recente Turkse luchtaanvallen meerdere burgerdoden en gewonden gevallen zijn?
In de periode 23 t/m 29 december 2023 hebben meerdere Turkse drone- en luchtaanvallen in Syrië en Noord-Irak plaatsgevonden. De Turkse operaties richtten zich tegen de Syrian Democratic Forces (SDF) en de Koerdische Arbeiderspartij (PKK). Volgens verschillende openbare bronnen zijn hierbij diverse SDF en PKK-strijders omgekomen. In openbare bronnen wordt regelmatig melding gemaakt van burgerslachtoffers.
Kunt u ook bevestigen dat er bij deze luchtaanvallen kritische burgerinfrastructuur als waterverdeelstations, elektriciteitscentrales en ziekenhuizen zijn getroffen?2 Zijn dergelijke burgerdoelen vanuit internationaal recht gerechtvaardigde doelen?
Het kabinet heeft niet eigenstandig kunnen verifiëren of bij de drone- en luchtaanvallen kritieke civiele infrastructuur is getroffen. Wel staat vast dat civiele infrastructuur (o.a. industrie) is beschadigd als gevolg van de aanvallen. Het leefgebied van burgers in de grensstreek staat als gevolg van de aanvallen onder druk.
Volgens het humanitair oorlogsrecht zijn militaire doelen uitsluitend die objecten die naar hun aard, ligging, bestemming of gebruik een daadwerkelijke bijdrage tot de krijgsverrichtingen leveren en waarvan de gehele of gedeeltelijke vernietiging, verovering of onbruikbaarmaking onder de omstandigheden van dat moment een duidelijk militair voordeel oplevert. Gezien het ontbreken van de benodigde informatie over de specifieke omstandigheden en afwegingen van Turkije, is het zeer complex om een oordeel te vormen over de naleving van het humanitair oorlogsrecht door Turkije in deze situatie.
Daar waar NAVO-lid Turkije stelt dat de luchtaanvallen legitieme militaire (zelfverdediging)acties zijn tegen (terreur)dreigingen van de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) vanuit Syrië en Irak, in hoeverre zijn volgens u deze Turkse claims gerechtvaardigd? Hoe verhoudt zich deze claim met de structurele Westerse samenwerking met de Syrian Democratic Forces (SDF) in de strijd tegen ISIS?
Het kabinet erkent de veiligheidszorgen van Turkije in de grensregio met Syrië en Irak. Het land beroept zich op het recht van zelfverdediging en stelt dat de operaties gericht zijn op het tegengaan van aanvallen van PKK en YPG op Turks grondgebied. Daarbij stelt het kabinet voorop dat alle landen en dus ook Turkije moeten handelen conform het internationaal recht, zodoende met de aantoonbare inachtneming van de eisen van noodzakelijkheid en proportionaliteit. Daarnaast is het van groot belang dat burgerslachtoffers worden vermeden. Dit benadrukt het kabinet ook in gesprekken met de Turkse autoriteiten.
Nederland blijft, evenals andere bondgenoten, ook met Turkije in gesprek over de impact van de Turkse militaire acties in Noordoost Syrië op de capaciteit van de SDF om ISIS te bestrijden en om detentiecentra en vluchtelingenkampen waar Foreign Terrorist Fighters (FTFs) en hun familieleden zich bevinden te beveiligen.
Gelet op het feit dat Amerikaanse militairen die gestationeerd zijn in Syrië, een Turkse drone hebben neergehaald die zich te dicht bij de Amerikaanse troepen bevond3, hoe voorkomen NAVO-leden dat ze tegenover elkaar komen te staan in Syrië en Irak als Turkije deze aanvallen blijft uitvoeren?
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 4 voert Turkije operaties uit in Noord-Irak en Syrië vanwege veiligheidszorgen in de grensregio.
Naar aanleiding van het neerhalen van de Turkse drone door de VS hebben de Ministers van Defensie van de VS en Turkije beiden benadrukt dat nauwe coördinatie in de regio van belang is. Nederland brengt de Turkse activiteiten, het belang van aandacht voor mogelijke consequenties en het belang van onderlinge coördinatie tussen Turkije en de bondgenoten regelmatig op in bilaterale gesprekken met Turkije.
Hebben deze militaire bombardementen door Turkije in Noord-Irak consequenties voor de Nederlandse militaire inzet voor de NAVO-missie in Irak (NMI)?4 Hoe borgt Nederland dat onze militairen, die in het noorden van Irak worden gestationeerd, geen slachtoffer worden van deze bombardementen? Heeft Turkije contact met zijn NAVO-bondgenoten over deze bombardementen en worden ze vooraf gewaarschuwd?
De Turkse militaire operaties vinden plaats in het grensgebied van Turkije met Noord-Irak. De Turkse militaire activiteiten hebben vooralsnog geen consequenties voor de Nederlandse militaire inzet voor de NMI. NMI is niet actief in Noord-Irak.
Nederland heeft sinds de redeployment van de Force Protection eenheid die ten behoeve van Operation Inherent Resolve (OIR) gestationeerd was in Erbil nog enkele militairen gestationeerd op de bases van de Anti-ISIS Coalitie in omgeving Erbil. De Nederlandse militairen in Erbil bevinden zich niet in het gebied waar de Turkse operaties worden uitgevoerd. Het kabinet voorziet dan ook geen consequenties voor de Nederlandse militairen ter plaatse.
Ten aanzien van Turkse contacten met NAVO-bondgenoten verwijs ik u naar het antwoord op vragen 4 en 5.
Zijn er in internationaal verband gesprekken met Turkije over deze militaire aanvallen in deze twee landen, bijvoorbeeld in NAVO-verband? Kunt u aangeven wat de houding is van Turkije in deze gesprekken?
De situatie in Noordoost Syrië en Irak is regelmatig onderwerp van gesprek in verschillende internationale fora, waaronder de EU en de Anti-ISIS-coalitie. Zorgen over de mogelijke gevolgen van deze militaire operaties worden daarin besproken. In bilaterale gesprekken met de Turkse autoriteiten worden de Turkse operaties in Noord-Irak en Syrië regelmatig besproken langs de lijnen van het antwoorden op vraag 4 en 5. De Turkse militaire operaties zijn binnen de NAVO geen onderwerp van gesprek.
Aangezien de grootste instroom van asielzoekers in Nederland komt vanuit Syrië (12.625 personen) en gelet op het feit dat Irak ook in de top 10 staat5, kunt u duiden wat de bombardementen door Turkije in deze twee landen voor impact hebben op de asielinstroom in Nederland vanuit deze landen?
Het valt niet te voorspellen wat de impact van de Turkse militaire operaties in Noord-Irak en Syrië is op de asielinstroom in Nederland. De asielinstroom in Nederland van personen met de Syrische en Iraakse nationaliteit in de afgelopen jaren is niet direct te relateren aan de diverse geweldsincidenten in Irak or Syrië.
Op welke wijze zet Nederland zich in voor de minderheden in de gebieden waar Turkije bombardementen uitvoert, zoals Jezidis en Arameeërs, Assyriërs en Chaldeeërs, en voor leniging van de humanitaire nood in Syrië?
Het kabinet blijft zich inzetten voor de bescherming van kwetsbare minderheden in Noord-Irak, waaronder jezidi’s en christenen. Het kabinet doet dit door deze gemeenschappen te ondersteunen met het streven naar gerechtigheid, het verlenen van psychosociale en geestelijke hulp (MHPSS), en het bijdragen aan een sociaaleconomisch toekomstperspectief.
De humanitaire noden in Syrië zijn zeer groot. Nederland is sinds aanvang van het conflict een grote humanitaire donor in Syrië. Hulpbijdragen worden ter beschikking gesteld via vaste kanalen, zoals de VN humanitaire fondsen en de Dutch Relief Alliance. Nederland behoort tot de top-3 donoren van het mondiale VN-noodhulpfonds Central Emergency Response Fund (CERF).
De voorgenomen sluiting van het Walaardt Sacré Kamp dat sinds de zomer 2021 fungeert als opvanglocatie voor Afghaanse vluchtelingen |
|
Caspar Veldkamp (NSC), Isa Kahraman (NSC), Eddy van Hijum (CDA) |
|
Christophe van der Maat (staatssecretaris defensie) (VVD), Eric van der Burg (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD) |
|
![]() ![]() |
Bent u op de hoogte van de voorgenomen sluiting van het Walaardt Sacré Kamp in Huis ter Heide (gemeente Zeist), dat sinds de zomer 2021 fungeert als opvanglocatie voor Afghaanse vluchtelingen en hun gezinsleden?1
Ja.
Klopt het dat Ministerie van Defensie aan het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) heeft laten weten dat in maart alle vluchtelingen vertrokken moeten zijn?
Defensie ondersteunt al geruime tijd de opvang van ontheemden uit Oekraïne en asielzoekers op verzoek van civiele autoriteiten, zoals COA en gemeenten. In de afgelopen jaren heeft Defensie een helpende hand geboden bij capaciteitstekorten in de opvang. Dit geschiedt altijd met een duidelijke einddatum. Wat betreft het Walaardt Sacré Kamp in Huis ter Heide was deze einddatum voorzien op 31 december 2023. Het COA en het Ministerie van Justitie en Veiligheid zijn met Defensie en in samenspraak met de gemeente Zeist een geleidelijke afbouw richting juli 2024 overeengekomen. Defensie gaat de kazerne in 2024 weer gereed maken voor de groeiende, eigen organisatie, onder andere om operationele eenheden gereed te stellen.
Bent u er van op de hoogte dat het gemeentebestuur en omwonenden achter de locatie als opvangplek voor Afghaanse vluchtelingen staan?
Ja.
Hoe verhoudt de voorgenomen sluiting zich tot uw oproep van 8 december aan gemeenten om vierduizend extra opvangplekken beschikbaar te stellen, waarbij u locaties van defensie expliciet als optie noemde?
Op de locatie in Huis ter Heide worden op dit moment ca. 250 Afghaanse asielzoekers opgevangen. De locatie zou, in verband met renovatiewerkzaamheden, per 1 januari 2024 gesloten worden. De gemeente Zeist alsmede meerdere omwonenden van het Walaardt Sacré Kamp hebben, in verband met het tekort aan opvangplekken, verzocht om de locatie open te houden. Op 21 december jl. is door uw Kamer een motie aangenomen waarin u het kabinet verzoekt om te onderzoeken of er een mogelijkheid is om de locatie langer open te houden, of om het afbouwpad naar sluiting te verlengen.2 In het verlengde van deze motie zijn het COA en het Ministerie van Justitie en Veiligheid met Defensie in samenspraak met de gemeente Zeist een geleidelijke afbouw richting juli 2024 overeengekomen. Defensie gaat de kazerne in 2024 weer gereed maken ten behoeve van de groeiende, eigen organisatie. Defensie houdt met de gemeente Zeist contact over de periode tot aan 1 juli 2024.
Defensie blijft, ook na juli 2024, in nauwe verbinding met het COA en met gemeenten om steeds opnieuw te kijken waar Defensie tijdelijk de opvang van asielzoekers kan ondersteunen.
Bent u bereid om de voorgenomen sluiting te heroverwegen? Zo nee, waarom niet?
In overeenstemming met het COA en in samenspraak met de gemeente Zeist heeft Defensie besloten om de locatie langer beschikbaar te stellen. Tegelijkertijd moet het Walaardt Sacré Kamp in 2024 weer gereed worden gemaakt voor gebruik door de eigen organisatie. Op het naast gelegen Camp New Amsterdam worden de werkzaamheden uitgebreid, hierdoor is het Walaardt Sacré Kamp nodig voor legering, facilitaire en andere ondersteunende functies.
Voor overige informatie wordt u verwezen naar het antwoord op vraag 4.
Kunt u aangeven of er nog meer locaties van het Ministerie van Defensie zijn die worden ingezet voor asielopvang en waarbij de termijn op korte termijn afloopt?
Ja. De overeenkomst voor de opvang van Oekraïense ontheemden op de Generaal Winkelmankazerne in De Harskamp is verlengd. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid en Defensie zijn in samenspraak met de gemeente Zeist overeengekomen dat deze opvang verlengt wordt tot 30 juni 2024, waarbij een afbouwplan van toepassing is vanaf 1 april 2024. Over de periode tot aan 1 juli 2024 houdt Defensie contact met de gemeente Zeist.
In hoeverre wordt door het Ministerie van Defensie actief (mee)gezocht naar tijdelijke opvanglocaties en worden gemeentebesturen actief benaderd met het verzoek om toestemming?
Defensie staat in nauwe verbinding met het COA en met gemeenten om steeds opnieuw te kijken waar Defensie tijdelijk de opvang van asielzoekers kan ondersteunen. Defensie draagt hiermee bij aan de landelijke opvang problematiek, maar dat is geen structurele oplossing. Defensie ondersteunt waar mogelijk. Tegelijkertijd onderstreep ik het belang dat militaire locaties kunnen worden gebruikt om operationele eenheden gereed te stellen.
Welke mogelijkheden bieden het nationaal programma Ruimte voor Defensie en het Strategisch Vastgoedplan (waaronder het afstoten van kazernes) voor de tijdelijke opvang van vluchtelingen?
Het Walaardt Sacre Kamp maakt onderdeel uit van de Transformatie van het Vastgoed van Defensie, het programma dat is opgezet voor de uitvoering van het Strategisch Vastgoedplan (SVP) 2022. Elk verzoek van het COA aan Defensie om tijdelijk locaties beschikbaar te stellen voor asielopvang wordt met het oog op de noodzaak van de resultaten van het SVP bezien op de (on)mogelijkheden.
Het SVP is nauw verweven met het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD). De groei van Defensie vertaalt zich in meer militairen en burgers, meer en nieuw materieel en meer militaire activiteit. Dat betekent ook meer ruimte voor opleiden, trainen en oefenen. Aan deze concrete (direct en indirect) ruimtelijke behoefte wordt met het NPRD invulling gegeven. Op dit moment ligt de Notitie Reikwijdte en Detailniveau ter inzage, waarin beschreven wordt welke concrete locaties worden onderzocht. Het gaat hierbij om bestaande locaties, die al door de krijgsmacht in gebruik zijn en eventuele nieuwe locaties. Of en zo ja welke consequenties dit heeft voor de tijdelijke opvang van asielzoekers is op dit moment niet te zeggen. Een besluit over deze locaties wordt door een volgend kabinet genomen en op basis daarvan volgt uitwerking in planologisch-juridische besluiten. Gelet op de doorlooptijden worden naar verwachting de huidige, tijdelijke afspraken niet door het NPRD geraakt.