Ngo’s die de oversteek van illegale immigranten over de Middellandse Zee faciliteren |
|
Thierry Baudet (FVD) |
|
Eric van der Burg (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD), Hanke Bruins Slot (minister binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (CDA) |
|
![]() |
Heeft u in beeld welke niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) «reddingsoperaties» uitvoeren in het Middellandse Zeegebied? Kunt u een overzicht geven van deze organisaties en hun schepen? Zo nee, waarom niet?
Het EU-grondrechtenagentschap verzamelt en publiceert regelmatig data over opsporings- en reddingsoperaties op de Middellandse Zee, waarbij schepen betrokken zijn die in beheer zijn van een non-gouvernementele organisatie (ngo). In dit overzicht wordt onder ander melding gemaakt onder welke vlag een schip vaart en sinds wanneer het schip operationeel is. Eind juni jl. waren er achttien schepen en drie vliegtuigen, toebehorend aan verschillende ngo’s, actief op Middellandse Zee. Van die achttien schepen zijn er eind juni jl. dertien daadwerkelijk operationeel.1
Heeft u in beeld waar deze schepen opereren? Wat is hun ligplaats, wat zijn hun voornaamste vaarroutes, waar pikken zij «drenkelingen» op en waar worden deze mensen vervolgens afgezet?
Uit gegevens en data van het Europees grens- en kustwachtagentschap (Frontex) blijkt dat een groot deel van de reddingsoperaties op de Middellandse Zee plaatsvindt op de Centraal-Mediterrane route.
Actuele informatie over de bewegingen van schepen en de huidige locatie van schepen in havens is onder andere beschikbaar via openbare bronnen, zoals de website Marine Traffic.
Zijn er ngo’s die subsidie ontvangen van de Nederlandse overheid in het kader van «reddingsoperaties» op de Middellandse Zee? Zo ja, welke? Kunt u een overzicht geven van de bedragen die worden uitgekeerd vanaf 2010?
Nederland verleent geen subsidies aan ngo’s in het kader van opsporings- en reddingsoperaties op de Middellandse Zee. Ook in de beschikbare archieven sinds 2010 zijn geen dergelijke subsidies geïdentificeerd.
Waarom worden mensen die op bootjes slechts enkele tientallen kilometers uit de kust van Afrika dobberen, soms zelfs nog binnen de territoriale wateren van Libië, door ngo’s aan boord genomen op een ruim duizend kilometer lange reis naar Europa? Waarom worden zij niet weer in Afrika afgezet?
Het bijstaan van mensen in nood op zee is volgens het internationaal recht een plicht van alle staten en kapiteins van schepen. Op grond van het Internationaal Verdrag inzake opsporing en redding op zee 1979 zijn de wereldzeeën verdeeld in afzonderlijke opsporings- en reddingsgebieden (SAR-zones). Voor iedere SAR-zone is een ander land verantwoordelijk. Op operationeel niveau ligt de verantwoordelijkheid bij het nationaal reddings- en coördinatiecentrum (RCC). Dit systeem zorgt ervoor dat iedere reddingsoperatie op zee wordt gecoördineerd door één RCC. Die verantwoordelijkheid houdt verder in dat op het moment dat er personen gered worden in de SAR-zone van een bepaald land, dit land zorg moet dragen voor ontscheping in een veilige haven. Een schip dat een reddingsoperatie uitvoert, of dat nu een schip is dat toebehoort aan de nationale kustwacht van een land of een schip in beheer van een ngo, dient op grond van hetzelfde internationaal recht altijd de instructies van het RCC op te volgen. Het is daarom niet zo dat de kapitein van een schip zelf bepaalt waar ontscheping van drenkelingen plaatsvindt.
Het kabinet is van mening dat er behoefte is aan duidelijke kaders en goede afspraken tussen alle betrokken partijen om tot een normalisatie van de ontschepingspraktijk op de Middellandse Zee te komen. Hier ligt wat het kabinet betreft een gedeelde verantwoordelijkheid voor alle landen in het Middellandse Zeegebied. Ontscheping dient in een veilige haven plaats te vinden en het is niet vanzelfsprekend dat opsporings- en reddingsoperaties van schepen altijd uitmonden in ontscheping in de EU. In EU-verband wordt hierover gesproken in de Search and Rescue Contact Group onder leiding van de Commissie. Nederland neemt hier ook aan deel.
Bent u het ermee eens dat we moeten voorkomen dat «reddingsdiensten» in de praktijk fungeren als pendeldiensten voor illegale immigranten?
Het kabinet wil voorkomen dat migranten de levensgevaarlijke routes over zee afleggen en dat daarmee hun leven op het spel wordt gezet. Daar zet het kabinet zich voor in. Dit wordt bijvoorbeeld gedaan door het ontwikkelen van brede migratiepartnerschappen, hervestiging van vluchtelingen via de UNHCR, het tegengaan van grondoorzaken van migratie en de aanpak van mensensmokkel. Het is van belang dat de criminele smokkelnetwerken zelf worden aangepakt en dat hun verdienmodel zoveel mogelijk wordt ondermijnd. In Nederland is hiertoe voor de integrale aanpak van mensensmokkel het barrièremodel mensensmokkel ontwikkeld. Hierin staan verscheidene interventies op verschillende niveaus benoemd – te weten in landen aan de andere kant van de EU-buitengrenzen, binnen het Schengengebied alsook in Nederland zelf. Deze worden door de betrokken organisaties uitgevoerd, zoals onder meer het OM, de Koninklijke Marechaussee, de Politie en de Immigratie en Naturalisatiedienst. Internationaal werkt Nederland ook middels diverse initiatieven en projecten samen met andere landen, EU-agentschappen zoals Europol, Eurojust, Frontex en andere internationale organisaties om irreguliere migratie tegen te gaan en mensensmokkel en de netwerken daarachter te bestrijden.
Erkent u dat het «reddingswerk» van ngo’s de kans op een succesvolle oversteek voor gelukszoekers aanzienlijk vergroot en daarmee zorgt voor een aanzuigende werking op Afrikanen die illegaal de oversteek naar Europa willen maken?
Voor het kabinet staat de internationaalrechtelijke plicht om mensen in nood op zee te redden, niet ter discussie.
Het kabinet waardeert de inzet van ngo’s om mensen in nood op zee te redden. Tegelijkertijd dienen de activiteiten van private schepen, die in SAR-zones stelselmatig drenkelingen aan boord nemen, niet behulpzaam te zijn bij het in stand houden van criminele activiteiten van mensensmokkelaars die mensenlevens op het spel zetten. Dit is een delicate balans waarbij er volgens het kabinet oog moet zijn voor beide aspecten.
Vanaf welk jaar zijn de «reddende» ngo’s actief in het Middellandse Zeegebied en hoeveel mensen zijn sindsdien door deze organisaties getransporteerd naar Europa?
Volgens de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) en het EU-grondrechtenagentschap zijn er sinds medio 2014 schepen in beheer van ngo’s actief op de Middellandse Zee op het gebied van opsporing en redding van mensen in nood. Het kabinet beschikt niet over het totaal aantal personen dat gered is door schepen in beheer van ngo’s.
In hoeverre ondersteunen Nederlandse ambtenaren of overheidsdiensten de «reddingsoperaties» in het Middellandse Zeegebied?
Zie antwoord op vraag 3.
Kunt u deze vragen afzonderlijk en zo spoedig mogelijk beantwoorden?
Ja.
Het onderzoek Oxfam 'From Development to Detterence' |
|
Marieke Koekkoek (D66), Anne-Marijke Podt (D66), Don Ceder (CU), Joris Thijssen (PvdA) |
|
Liesje Schreinemacher (minister zonder portefeuille buitenlandse zaken) (VVD) |
|
![]() ![]() ![]() |
Bent u bekend met het Oxfam onderzoek «From development to deterrence? Migration spending under the EU Neighbourhood Development and International Cooperation Instrument (NDICI)»?1
Ja, het onderzoek is bij het kabinet bekend.
Wat is uw reactie op de bevindingen van het rapport dat een aanzienlijk deel van de OS-projecten prioriteit lijken te geven aan de binnenlandse migratieproblemen van de EU, in plaats van aan de ontwikkelingsdoelstellingen waar de fondsen voor bedoeld zijn?
Official Development Aid (ODA) fondsen dienen bij te dragen aan ontwikkelingsdoelstellingen zoals vastgesteld door de OESO. Hier heeft de Europese Commissie zich aan gecommitteerd en de Commissie dient er voor te zorgen dat de vanuit NDICI gefinancierde migratieprogramma’s die bij de OESO als ODA worden gerapporteerd voldoen aan deze richtlijnen.
Vanuit de OESO wordt jaarlijks een kwaliteitscheck gedaan voordat de activiteiten gepubliceerd worden op de website van de OESO. Indien er twijfels zijn over bepaalde activiteiten, gaat de OESO hierover het gesprek aan met de Commissie en kan de Commissie gevraagd worden om deze activiteiten uit de rapportage te verwijderen. In december 2023 wordt de OESO publicatie van de ODA-activiteiten van de CIE uit 2022 verwacht. We wachten deze en toekomstige rapportages af en zullen op basis hiervan met de Commissie het gesprek aangaan.
Het Kabinet verwelkomt het concept «Casebook on activities in the field of migration» dat de OESO recent heeft opgesteld en dat poogt meer duidelijkheid te verschaffen over of migratieprojecten wel of niet aan de ODA-richtlijnen voldoen. Het Kabinet heeft hier recent feedback op geleverd op basis van onze ervaringen met migratieprojecten en zien uit naar een finale versie als gezamenlijk richtsnoer.
Migratieprogramma’s kunnen bijdragen aan de brede samenwerking tussen de EU en een partnerland. De ODA-richtlijnen erkennen dat ontwikkelingssamenwerking deel uit kan maken van een bredere beleidsdialoog met het begunstigde land, ook op het gebied van migratie. In veel gevallen zien we dat ontwikkelings- en migratiedoelstellingen elkaar kunnen versterken. Een voorbeeld is samenwerking met herkomst en -transitlanden op het tegengaan van mensenhandel ten behoeve van de bescherming van migranten. Veilige, ordelijke en reguliere migratie is immers in ieders belang. NDICI programma’s spelen daar een belangrijke rol in.
Onderschrijft u de criteria van de OESO voor het beoordelen van migratie activiteiten die worden gefinancierd vanuit ODA-budget? Bent u bereid zich ervoor in te spannen dat deze criteria al voorafgaand aan de goedkeuring van projecten worden getoetst (in plaats van achteraf)?
Ja, het kabinet onderschrijft de OESO criteria. Het is van belang om aan de voorkant de verschillende doeleinden helder te formuleren, ook ten behoeve van effectieve besteding en een transparante en gelijkwaardige dialoog met partnerlanden. De Commissie geeft aan voorafgaand een indicatieve toets uit te voeren om in te schatten of aan de ODA-criteria wordt voldaan. Nederland zal de Commissie oproepen de uitkomsten van deze toets inzichtelijk te maken in de fora waar over deze programmering wordt besloten.
Onderschrijft u dat de interceptie van migranten nooit zou moeten kunnen worden gefinancierd vanuit OS-budget? Hoe beoordeelt u in dit licht de financiering van de Libische en Tunesische kustwacht vanuit het Europese OS-budget?
Het kabinet onderschrijft de richtlijnen zoals opgesteld door de OESO. Volgens de OESO moet het hoofddoel in het geval van de maritieme activiteit worden bekeken om te bepalen of reddingen op zee in aanmerking kunnen komen voor ODA. Als het hoofddoel het beschermen van grenzen is, mogen uitgaven voor reddingen op zee niet worden meegerekend als officiële ontwikkelingshulp. Als het hoofddoel het identificeren van mogelijke behoeften voor het redden van vluchtelingen op zee is, kunnen de extra kosten voor deze operaties worden gerekend als officiële ontwikkelingshulp. De financiering van de Libische en Tunesische kustwacht zal dan ook vanuit dat oogpunt door de Europese Commissie en OESO moeten worden beoordeeld.
Het kabinet onderschrijft de aanbeveling om vooraf gaand aan projectgoedkeuring een analyse te maken van de risico’s op het gebied van effectiviteit en mensenrechten. Deze analyse kan dan vervolgens gebruikt worden om een kader te ontwikkelen voor mitigerende maatregelen en opschorting in gevallen van aanhoudende mensenrechtenschendingen. Het kabinet zal hier bij de Europese Commissie op aandringen.
Wat is uw beoordeling van de conclusie van de onderzoekers dat de Europese Commissie onvoldoende transparant rapporteert over de besteding van het budget voor migratie onder het EU Neighbourhood Development and International Cooperation Instrument (NDICI)? Bent u bereid de Europese Commissie in het kader van de mid-term review van het financieringsinstrument op te roepen hier transparanter, tijdiger en publiekelijk over te rapporteren en projecten in Libië en Tunesië te toetsen op mensenrechtenschendingen?
Het Kabinet acht transparantie en democratische waarborgen van groot belang. Het Kabinet zal in de EU pleiten voor verbetering van de informatievoorziening over migratieprojecten onder NDICI. Nederland zal in Brussel aandacht blijven vragen voor de OESO richtlijnen voor migratie gerelateerde activiteiten en de ODA criteria. In het kader van de mid-term evaluatie van NDICI heeft Nederland de Commissie gevraagd om inzicht in berekening van migratie gerelateerde uitgaven en inzage in de markers die worden gebruikt om uitgaven aan de migratiedoelstelling van NDICI toe te rekenen. Nederland zet zich actief in voor de noodzakelijke aandacht voor mensenrechten, risicoanalyses en due diligence bij EU-programmering, onafhankelijke monitoring van derde partijen van door de EU gefinancierde projecten en degelijke en humane onderschepping, opvang en bescherming van migranten – en zal dat ook blijven doen.
Zijn er projecten beschreven in het rapport waar Nederland direct en/of middels Team Europe initiatieven bij betrokken is? Zo ja, kunt u een overzicht geven van deze projecten en aangeven wat zij beogen?
Nederland is niet direct betrokken bij de genoemde projecten en is enkel indirect betrokken als lidstaat van de EU.
Kunt u van de projecten uit vraag zes aangeven wat de financiële bijdrage van Nederland is aan deze projecten en waaruit worden zij gefinancierd?
Zoals beschreven bij vraag 6 is Nederland niet direct bilateraal betrokken bij de financiering van deze projecten. Nederland draagt hier wel aan bij via de Nederlandse afdrachten aan de EU, waaruit het NDICI wordt gefinancierd. Momenteel draagt Nederland circa 5,9% bij aan de EU begroting.
Bent u bereid om het onwenselijke misbruik van de officieel erkende financiering ontwikkelingssamenwerking (ODA) aan te kaarten in de Raad Buitenlandse Zaken van 23 oktober?
Van misbruik is voor zover wij op dit moment weten geen sprake. De Europese Commissie heeft zich als OESO-DAC lid gecommitteerd aan de ODA-criteria. Een conclusie over of specifieke migratieprogrammering uiteindelijk als ODA zal en kan worden aangemerkt berust op het oordeel van de Commissie met een kwaliteitscheck van de OESO. In december wordt verwacht dat de OESO kwaliteitscheck over 2022 is afgerond en de ODA-activiteiten op de website zullen worden gepubliceerd. We wachten die en toekomstige rapportages af.
Doorduwen van opvang vluchtelingen in Midden-Delfland |
|
Wybren van Haga (BVNL) |
|
Eric van der Burg (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD) |
|
![]() |
Bent u bekend met het feit dat de opvang van meer dan 200 vluchtelingen wordt doorgedramd in Midden-Delfland, zonder dat bewoners dat willen?1
De gemeente Midden-Delfland is voornemens opvang mogelijk te maken voor 225 asielzoekers. Ik ben het gemeentebestuur van de gemeente Midden-Delfland daarvoor zeer erkentelijk. De gemeente Midden-Delfland geeft daarmee invulling aan haar verantwoordelijkheid ten aanzien van het mogelijk maken van opvang voor asielzoekers en de huisvesting van statushouders.
Waarom is er niks met de zorgen en suggesties van bewoners gedaan? Kunt u een gedetailleerd antwoord geven?
Het gemeentebestuur en de Raad van de gemeente Midden-Delfland bepalen of zij gehoor wensen te geven aan mijn uitdrukkelijke oproep asielopvang mogelijk te maken en hoe de keuze voor een locatie tot stand komt. Het is aan het gemeentebestuur om invulling te geven aan de wijze waarop zorgvuldige democratische besluitvorming tot stand komt. Afhankelijk van de situatie heeft de gemeente verschillende mogelijkheden om hieraan uitvoering te geven. Ook is het aan het gemeentebestuur zelf om te bepalen op welke wijze ze haar burgers daarbij betrekt en hoe inbreng van haar burgers wordt verwerkt en betrokken bij definitieve besluitvorming. Het spreekt voor de gemeente Midden-Delfland dat zij haar bewoners al in een vroeg stadium heeft betrokken.
Deelt u de mening dat democratische proces geweld wordt aangedaan, daar geen enkele partij bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen heeft gezegd: doe ons honderden asielzoekers? Kunt u een gedetailleerd antwoord geven?
Zie antwoord vraag 2.
Deelt u de mening dat het gedram met het opvangen van vluchtelingen voortkomt uit falend asielbeleid door de landelijke politiek? Kunt u een gedetailleerd antwoord geven waarbij u aangeeft wanneer u het tijd vindt voor een asielstop?
De huidige opvangproblematiek kent meerdere oorzaken. Zo volgen de vraag en de beschikbaarheid van opvang niet hetzelfde tijdspad. Daarnaast blijft de huisvesting van statushouders achter op de taakstelling waardoor zij langer dan gewenst in de asielopvang verblijven. Tevens lukt het niet goed, ondanks meerdere (dringende) bestuurlijke oproepen, om voldoende (reguliere) opvangplaatsen te realiseren. Nederland heeft zich internationaal – en Europeesrechtelijk verplicht om asielzoekers die een asielaanvraag in Nederland doen op te vangen. Een asielstop is derhalve niet mogelijk. Wel zet Nederland zich in Europees verband in om migratiepartnerschappen te sluiten om meer grip te krijgen op de instroom.
Wat heeft u gedaan met de geluiden die deze zomer voortkwamen uit een actiegroep tegen de komst van de opvanglocatie en wat heeft u gedaan met de petitie die is geopend? Kunt u een gedetailleerd antwoord geven?
Zie antwoord vraag 2.
Arbeidsmigratie |
|
Pieter Omtzigt (NSC) |
|
Karien van Gennip (minister sociale zaken en werkgelegenheid) (CDA) |
|
![]() |
Herinnert u zich dat de Kamer op 10 juli in het debat over de ontstane politieke situatie de motie-Omtzigt heeft aangenomen1?
Ja. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid reageert op deze motie in de brief aan uw Kamer over het «arbeidsmigratiepakket n.a.v. motie lid Omtzigt» van heden.
Hoeveel arbeidsmigranten zijn naar Nederland gekomen in 2021 en in 2022?
Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen arbeidsmigranten uit andere lidstaten van de Europese Unie (EU) en arbeidsmigranten van buiten de EU.
Vanwege het vrij verkeer van personen in de EU is het bij EU-migranten alleen achteraf mogelijk om vast te stellen of een persoon als arbeidsmigrant gezien kan worden. Dit in tegenstelling tot arbeidsmigranten van buiten de EU voor wie een vergunning moet worden verkregen. Deze instroomcijfers zijn jaarlijks beschikbaar via de IND. Dit is ook de reden waarom de cijfers voor arbeidsmigratie uit de EU minder actueel zijn dan de cijfers voor arbeidsmigratie van buiten de EU.
Het CBS publiceert in de Migrantenmonitor hoeveel migranten uit EU-lidstaten in totaal in Nederland werken (meetmoment CBS: december). Het betreft dus niet de jaarlijkse instroom. De populatie EU-arbeidsmigranten is heel divers. Soms gaat het om arbeidsmigranten uit andere EU-lidstaten die al jaren in Nederland wonen en werken. Soms gaat het om EU-arbeidsmigranten die slechts enkele weken of maanden in Nederland seizoensarbeid verrichten. CBS heeft aangegeven dat de Migrantenmonitor met de cijfers over de jaren 2021 en 2022 niet eerder dan in november 2023 wordt gepubliceerd, waardoor ik uw Kamer helaas over die cijfers op dit moment nog niet kan informeren. Zodra die cijfers beschikbaar zijn, zal ik uw Kamer daarover informeren.
De cijfers van de jaren 2016 tot en met 2020 geven een indruk van het aantal EU-arbeidsmigranten in Nederland. Bij deze groep is geen onderscheid gemaakt in type werk (ongeschoold/hooggeschoold, etc.) en salarisniveau.
Werknemer
Zelfstandige
421.450
33.430
472.470
36.100
532.660
41.000
566.400
45.300
507.560
46.900
Voor arbeidsmigranten van buiten de EU zijn cijfers bekend van de jaarlijkse instroom voor de jaren 2021 en 2022. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen de arbeidsmigranten die vallen binnen de categorie «kennis en talent» (waaronder de zogeheten kennismigrantenregeling en de Europese blauwe kaart) en overige arbeidsmigranten: arbeidsmigranten die voor kortere of langere tijd in verschillende sectoren werken en voor wie de hoofdregel geldt dat de werkgever een tewerkstellingsvergunning moet aanvragen.
Binnen de categorie «arbeid: kennis en talent» zijn 20.230 aanvragen ingewilligd in 2021 en 30.990 in 2022. Binnen de categorie «arbeid: overig» zijn 2020 aanvragen ingewilligd in 2021 en 2520 aanvragen in 2022.2
Is de brief met maatregelen die Nieuwsuur publiceerde authentiek?2
Om de redenen die genoemd worden in de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid van 10 juli 20234 kan deze vraag niet worden beantwoord. De Minister van Justitie en Veiligheid schrijft in die brief: «Conform de vaste lijn in het verkeer tussen Kamer en kabinet en het wettelijk kader is het niet aangewezen om vanuit het kabinet de politieke inbreng en stukken te verstrekken. Als stukken inzicht kunnen bieden in – al dan niet daadwerkelijk in de onderhandelingen ingebrachte en al dan niet nadien gehandhaafde – interne standpunten van de aan de onderhandelingen deelnemende partijen doet openbaarmaking daarvan afbreuk aan de bescherming van de vertrouwelijkheid waarin deze standpunten zijn geformuleerd. Ook wanneer dit achteraf gebeurt. Het zou in de toekomst het vrijelijk uitwisselen van opvattingen en het verkennen van mogelijke overeenkomsten bemoeilijken als dergelijke standpunten al dan niet na het bereiken van een overeenkomst achteraf openbaar gemaakt worden.»
Kunt u per maatregel over arbeidsmigratie in de brief aangeven wanneer u die heeft uitgewerkt en zult voorleggen aan de Tweede Kamer?
De brief waarin de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid namens het kabinet reageert op de motie-Omtzigt, wordt heden aan uw Kamer gezonden. In die brief wordt benadrukt dat het kabinet over de maatregelen op het gebied van arbeidsmigratie die in die brief worden genoemd, zowel individueel als in zijn geheel, als onderdeel van het bredere pakket, geen overeenstemming heeft bereikt. Daarbij benadruk ik dat het kabinet de aanbevelingen van het Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten onverkort en met urgentie uitvoert, om arbeidsmigranten beter te beschermen en misstanden tegen te gaan.
Kunt u deze vragen binnen twee weken beantwoorden, zodat de antwoorden beschikbaar zijn op Prinsjesdag en betrokken kunnen worden bij de Algemeen Politieke Beschouwingen?
Ja.
De gelekte migratiebrief |
|
Marieke Koekkoek (D66) |
|
Eric van der Burg (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD) |
|
![]() |
Welke van de plannen in de migratiebrief bent u van plan door te zetten of uit te voeren?1
Welke plannen uit de migratiebrief zijn al volledig, dan wel gedeeltelijk staand beleid?
Op welke van deze plannen bent u van plan in Brussel stappen te zetten?
Indien u van plan bent hierop in Brussel stappen te zetten, wat is hierin het beoogde tijdspad?
Blijven de voorstellen op de Europa-dossiers deel uitmaken van de agenda van het demissionaire kabinet in Brussel?
Waarom zette het kabinet in de voorstellen met name in op kennismigratie van hooggeschoolden, de zogenaamde «hoogwaardige sectoren»?
Op basis van welke criteria zou moeten worden vastgesteld van welke arbeidsmigratie «het twijfelachtig is of we daar als land echter beter van worden»?
Kunt u uitweiden waarom er met name werd ingezet op het binnenhalen van arbeidsmigranten met hoge salarissen, zoals het aanscherpen van het salariscriterium met name voor kennismigranten onder de 30 jaar?
In de migratiebrief staan een aantal – volgens het kabinet – negatieve effecten genoemd van migratie: woningtekorten, vollere steden, verpauperde wijken, druk op onderwijs en zorg en verrommeling op het platteland en in de natuur; kunt u ingaan op basis van welke grond deze volgens het kabinet negatieve effecten kennelijk minder zwaar wegen voor de zogenaamde kennismigranten of specialisten dan voor (arbeids)migranten, zoals vakarbeiders en studenten?
Heeft u bijvoorbeeld de verschillen in effecten van specialisten, vakmigranten en studenten op deze negatieve effecten gemeten, alvorens u deze maatregel voorstelde? En zo ja, kunt u deze bevindingen met de Kamer delen?
Gezien het feit dat u in de brief verwijst naar de negatieve effecten van andere EU-lidstaten als het gevolg van het wegtrekken van de bevolking, hoe rijmt u dit met de voorstellen om juist hoogopgeleide kennismigranten uit derde landen aan te werven en te stimuleren voor lange tijd in Nederland te blijven?
Kunt u uiteenzetten hoe de asielinstroom in Nederland zich relatief verhoudt met zowel omliggende landen als landen in de regio?
Klopt het dat Nederland in vergelijking met andere EU-lidstaten, zoals Duitsland, Frankrijk en Italië relatief gezien minder asielzoekers opvangt?
Hoe verhoudt de Nederlandse inzet op afspraken over verplichte asielgrensprocedures voor personen met een kansarm asielverzoek zich tot artikel 8, lid 2 van de Procedurerichtlijn, alsook de bepalingen over bewaring in de Opvangrichtlijn?
Aan welke maatregelen werd gedacht in het kader van het wegnemen van prikkels in systeem om kinderen alleen vooruit te sturen?
Bent u van plan de mogelijkheid voor binnengrenscontroles alsnog via de Schengengrenscode mogelijk te maken?
Indien u van plan bent om in de wijzigingen van de Schengengrenscode te pleiten voor het herintroduceren van binnengrenscontroles, welke criteria moeten er dan voor zorgen dat dit echt als een allerlaatste redmiddel ingezet zal worden?
Kunt u uiteenzetten wat de concrete effecten zijn op het vrij verkeer van mensen en goederen in Europa bij het instellen van binnengrenscontroles, alsook de daarmee gepaard gaande kosten voor het instellen van binnengrenscontroles, zowel voor de in te zetten capaciteit als de effecten op de economie ten gevolgen van dergelijke controles, zoals we ook gezien hebben bij Brexit?
Bent u nog steeds van plan inzet te plegen op het ontwikkelen van migratiepartnerschappen, waaronder met Algerije, Egypte, Marokko, Tunesië, Niger, Nigeria, Irak en Turkije?
Hoe verhoudt zich dit tot de misstanden tegen de mensheid zoals we die nu waarnemen in Tunesië, als gevolg van de deal?
Hoe zal Nederland te allen tijde voorkomen dat migratiedeals bijdragen aan het verslechteren van de positie van mensen op de vlucht?
Welke criteria wil Nederland verruimen om de Europese lijst van derde landen te vergroten en welke redenering zit hierachter?
Kunt u uiteenzetten welke criteria Nederland wil gebruiken om het bandencriterium te verruimen?
Kunt u uiteenzetten hoe het versoberen van de opvang zich verhoudt tot de minimumvereisten in de Opvangrichtlijn en daarbij de relevante artikelen in uw antwoord opnemen?
In hoeveel procent van de gevallen wordt een verzoek van een zogenaamde kansarme aanvraag in hoger beroep alsnog toegekend?
Op basis van welke criteria is het juridisch mogelijk om ongedocumenteerden vast te houden en hoelang?
Kunt u van deze maatregelen aangeven hoe het de instroom zou verminderen en op basis van welk onderzoek u dit kan constateren?
Kunt u alle vragen die niet onder uw portefeuille vallen doorgeleiden naar de verantwoordelijke collega en door hem/haar laten beantwoorden?
Kunt u alle vragen één voor één en los van elkaar beantwoorden?
Het alleen schriftelijk beoordelen van asielaanvragen |
|
Ruben Brekelmans (VVD) |
|
Eric van der Burg (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD) |
|
![]() |
Hoe beoordeelt u het feit dat Nederland waarschijnlijk het enige EU-land is dat gebruikt maakt van schriftelijk horen?1
Voor zover mij bekend wordt schriftelijk horen niet op structurele wijze in andere lidstaten toegepast. Het is daarbij wel goed te melden dat schriftelijk horen onder voorwaarden kan binnen de EU-regelgeving. Zoals uw Kamer bekend is de inzet van het kabinet een migratiebeleid in overeenstemming met dat van andere EU-lidstaten. Echter, gelet op de huidige situatie met hoge voorraden, lange doorlooptijden en de druk op de opvang zag de IND zich genoodzaakt om deze maatregel toe te passen om de druk op de asielketen te verminderen.
Het schriftelijk horen is een door de IND ingerichte procedure die gelet op de hoge instroom en werkvoorraad noodzakelijk was om de productie te kunnen verhogen. Het ging hier met nadruk om een tijdelijke maatregel voor een afgebakende groep. (Zie ook antwoord op vraag 9)
Gegeven dat u binnen de EU naar zoveel mogelijk eenheid van asielbeleid streeft, kunt u in deze context toelichten waarom Nederland het enige land is waarbij schriftelijk horen wordt toegepast?
Zie antwoord vraag 1.
Waarop baseert u de stelling dat de mogelijkheid tot schriftelijk gehoor niet heeft geleid tot het aantrekkelijker maken van Nederland voor asielzoekers?
Het schriftelijk horen is een van de maatregelen die de IND neemt om op een efficiënte wijze versneld te beslissen op asielaanvragen van vreemdelingen met de Syrische en Jemenitische nationaliteit. Of dit mogelijk leidt tot een hogere instroom naar Nederland is niet vast te stellen. Zoals aangegeven in de beantwoording van april 2023 jl.2 en ook nu heb ik geen aanwijzingen dat daar sprake van is. Voor een onderbouwing van deze stelling verwijs ik verder naar de beantwoording van vraag 7.
Aangezien doorvragen niet mogelijk is tijdens een schriftelijk gehoor, hoe beoordeelt u de betrouwbaarheid van dit proces? Wat zijn hiervan de risico’s?
Het schriftelijk horen binnen het project Bespoediging Afdoening Asiel (hierna BAA) dit project ziet uitsluitend op asielaanvragen van vreemdelingen met de Syrische en Jemenitische nationaliteit. Dit zijn nationaliteiten waarbij het inwilligingspercentage op basis van het landenbeleid hoog is, ook indien wel fysiek gehoord wordt.
Zoals aangegeven in de beantwoording van april 2023 jl. zijn er diverse waarborgen ingebouwd om risico’s te ondervangen. Zo besteedt de IND aandacht aan het onderkennen van signalen zoals artikel 1F Vluchtelingenverdrag (Vlv), nationale veiligheid, mogelijke redenen voor afwijzing, etc. Wanneer er aanknopingspunten in het relaas zitten die maken dat de aanvraag wellicht moet worden afwezen of dat er toch sprake is van mogelijke veiligheidsrisico’s, dan zal de aanvrager alsnog de AA-procedure doorlopen en gehoord worden door de IND binnen het project BAA. Ik verwijs hierbij ook naar de beantwoording van vraag 6. In dat antwoord is het percentage opgenomen van zaken die bij de selectie voor het schriftelijk horen afvallen. Ook het percentage van zaken die bij de beoordeling na deelname aan de schriftelijke procedure alsnog een fysiek gehoor krijgen, omdat deze niet geschikt blijken te zijn voor een schriftelijke procedure, wordt bij de beantwoording van vraag 6 vermeld.
Hoeveel procent van asielaanvragen van Syriërs en Jemenieten via schriftelijk horen wordt afgewezen?
Het is niet mogelijk een aanvraag af te wijzen na een schriftelijk gehoor. Wanneer na het schriftelijk gehoor beoordeeld wordt dat er niet kan worden ingewilligd wordt alsnog een fysiek gehoor afgenomen binnen het project BAA. Op dit moment wordt minder dan 5% van de gehele caseload afgewezen.
Bij hoeveel procent van de schriftelijke procedures besluit de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) alsnog een fysiek gehoor af te nemen om tot een oordeel over de asielaanvraag te komen?
Uit interne monitoring van het project blijkt dat in de selectie voorafgaand aan het schriftelijk horen circa 30% niet geschikt wordt bevonden om schriftelijk te horen. Redenen hiervoor kunnen zijn analfabetisme, medische problemen, een complex motief of andere inhoudelijke redenen, indicaties artikel 1F Vluchtelingenverdrag, nationale veiligheid of openbare orde. Ook blijkt dat in circa 30% van de zaken waarin de vreemdeling heeft deelgenomen aan de schriftelijke procedure de IND alsnog om inhoudelijke redenen besloot een nader gehoor af te nemen. In slechts enkele gevallen betroffen dit zaken waarbij duidelijkheid gegeven diende te worden op indicaties 1F Vluchtelingenverdrag, nationale veiligheid of openbare orde. Alle zaken die niet geschikt blijken voor het schriftelijk horen worden vervolgens via de AA-procedure verder binnen het project BAA behandeld.
Hoe heeft het aantal aanmeldingen van Syriërs en Jemenieten zich ontwikkeld sinds de invoering van schriftelijk horen? Hoe verhouden deze aantallen zich tot de maanden daarvoor en dezelfde periode een jaar eerder?
Het aantal aanvragen van Syriërs en Jemenieten is licht gedaald. Verwezen wordt naar bijlage 1 voor een overzicht van de instroom per maand vanaf oktober 2021, een jaar voor de invoering, tot en met augustus 2023. Hierbij is het van belang maandcijfers te vergelijken met dezelfde maand in het jaar daarvoor vanwege seizoenseffecten.
Hoe heeft het inwilligingspercentage van Syriërs en Jemenieten zich ontwikkeld sinds de invoering van schriftelijk horen? Hoe verhouden deze aantallen zich tot de maanden daarvoor en dezelfde periode een jaar eerder?
Het inwilligingspercentage van Syriërs en Jemenieten is nagenoeg gelijk gebleven. Verwezen wordt naar bijlage 2 voor een overzicht van de inwilligingspercentages per maand vanaf oktober 2021, een jaar voor de invoering, tot en met juni 2023.
Deelt u de mening dat schriftelijk horen in spoor 4 zo snel mogelijk afgeschaft moet worden? Zo ja, wanneer bent u bereid deze maatregel te nemen? Indien nee, waarom niet?
In april heb ik uw Kamer geïnformeerd dat het voor de IND niet mogelijk is het aantal beslissingen – met de huidige werkwijze en binnen de bestaande kaders – zo te verhogen dat de instroom bijgehouden wordt of op de werkvoorraad wordt ingelopen. Ik heb toen aangekondigd dat de IND projectmatig ging inzetten op het efficiënt afhandelen van asielaanvragen van Syriërs en Jemenieten die (ingevolge het gevoerde landgebonden beleid) snel voor inwilliging in aanmerking komen.3
Inmiddels heeft de Tweede Kamer op 10 oktober jl. een motie van de leden Brekelmans (VVD) en van den Brink (CDA) aangenomen waarin de regering wordt verzocht om schriftelijk horen voor kansrijke asielzoekers af te schaffen en ervoor te zorgen dat de IND bij kansrijke asielzoekers altijd een fysiek nader gehoor afneemt. In de Kamerbrief «Diverse onderwerpen migratiebeleid» heb ik uw Kamer geïnformeerd dat de IND is gestopt met schriftelijk horen binnen het project BAA. Bovengenoemde motie beschouw ik hiermee als afgedaan.
Bent u bereid alle vragen afzonderlijk en vóór het eerstvolgende commissiedebat over vreemdelingen- en asielbeleid te beantwoorden?
Het commissiedebat van 13 september jl. is komen te vervallen.
De aanhoudende onveiligheid in Budel en Maarheeze |
|
Joost Eerdmans (EénNL) |
|
Dilan Yeşilgöz-Zegerius (minister justitie en veiligheid) (VVD) |
|
|
Bent u op de hoogte van de berichten ««Ernstige overlast» van asielzoekers in Maarheeze: bankjes weg en camera’s in winkelgebied»1 en «Vrijwilligers houden toezicht in supermarkten na overlast azc: «Personeel en klanten voelen zich veiliger»«2?
Ja.
Welke boodschap heeft u aan de ondernemers in Budel en Maarheeze die al tijden geconfronteerd worden met aanhoudend geweld en overlast, dankzij falend beleid?
Overlastgevend gedrag in het winkelgebied is onaanvaardbaar. De signalen van ondernemers neem ik dan ook uiterst serieus. Inmiddels ligt er een stevig pakket aan maatregelen om overlast te voorkomen en aan te pakken. Dat desondanks toch incidenten plaatsvinden, sterkt mijn ambitie om de nationale aanpak verder te versterken.
Dat doe ik specifiek ten aanzien van de situatie in Budel en Maarheeze door een speciaal team van vier mobiele toezichthouders te faciliteren. Daarnaast wordt in navolging van de werkmethode in Ter Apel ook op de COA-locatie in de gemeente Cranendonck op korte termijn gestart met het snel en slagvaardig afhandelen van asielzoekers met een kansarme aanvraag. Op die manier blijven deze asielzoekers niet langer in de opvang dan nodig en worden potentiële overlastgevers die niet oprecht bescherming zoeken, ontmoedigd om naar Nederland te komen.
In het kader van overlastpreventie worden (potentiële) overlastgevers – ongeacht de kansrijkheid van de asielaanvraag – vanuit Budel en Ter Apel aangedragen om (na de aanmeldprocedure) versneld te worden doorgestuurd naar andere opvanglocaties. Of iemand hiervoor in aanmerking komt wordt, op basis van ervaring en deskundigheid, bepaald door COA-medewerkers op locatie.
Daarnaast faciliteert het Rijk de gemeenten die overlast van asielzoekers ervaren, waaronder de gemeente Cranendonck, met financiële middelen om zelf aanvullende maatregelen te nemen. Denk bijvoorbeeld aan het plaatsen van cameratoezicht.
Met deze maatregelen wil ik zorgen dat het draagvlak voor de opvang van vluchtelingen die oprecht bescherming zoeken en die geen overlast veroorzaken, behouden blijft.
Hoe kijkt u aan tegen het feit dat er in Nederland vrijwilligers de veiligheid in Nederland mede moeten waarborgen vanwege aanhoudende overlast?
In principe ben ik verheugd wanneer burgers betrokken zijn en verantwoordelijkheid nemen in hun eigen omgeving. De politie is er echter voor de handhaving van de wet en de openbare orde, dat is niet een taak voor burgers. De inzet van vrijwilligers en buurtpreventie moet gericht zijn op het tijdig signaleren van problemen. Waar burgers zich verenigen in bijvoorbeeld een initiatief als buurtpreventie, moet daarom een goede verbinding met de politie voorop staan. Zo kunnen burgers, als de oren en ogen van de wijk, en de politie, als handhavers van de openbare orde, elkaar versterken in de zorg voor veiligheid op straat.
Bent u het met de stelling eens dat veiligheid een kerntaak van de overheid is, en dat het onaanvaardbaar is dat burgers gedwongen worden zelf maatregelen te treffen om deze veiligheid te waarborgen in Maarheeze en Budel? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 3.
Het artikel vermeldt dat de aanwezigheid van de vrijwilligers van Buurtpreventie als burgerwacht een positief effect heeft op de veiligheid in en rondom de supermarkten. Echter wordt gesteld dat er hierdoor een mogelijk uitwijkingseffect van winkeldieven van de ene locatie naar de andere plaatsvindt. Betekent dit dat straks op meer plekken in Brabant dergelijke initiatieven van vrijwilligers nodig zijn? Kunt u dit toelichten?
De organisaties in de asielketen en strafrechtketen hebben hun krachten gebundeld om overlast door asielzoekers te voorkomen en bestrijden. Als desondanks strafbare incidenten plaatsvinden, wordt door politie en OM lik-op-stuk gegeven en werken de organisaties in de asielketen aan een persoonsgerichte aanpak om de aanvraag van de overlastgever zo snel mogelijk af te handelen zodat gestart kan worden met de vertrekprocedure.
Indien sprake is van zogenaamde uitwijking, dan zullen de politie en het OM optreden. Voorts kan een gemeente in samenwerking met de lokale driehoek aanvullende maatregelen treffen in het winkelgebied, zoals reeds in Maarheeze en Budel is gedaan.
Kunt u inzichtelijk maken hoeveel incidenten in en rondom het asielzoekerscentrum (azc) in Budel dit jaar hebben plaatsgevonden? Zo nee, waarom niet?
Het COA publiceert jaarlijks een incidentenoverzicht op locatieniveau. Het gaat om gebeurtenissen waarbij de veiligheid, leefbaarheid en beheersbaarheid op een locatie in het geding zijn. Het meeste recente incidentenoverzicht, dus ook voor azc Budel, beslaat het jaar 2022 en is te raadplegen op de website van het COA3. De cijfers over 2023 komen in 2024 beschikbaar, zodat ze goed vergelijkbaar zijn met de jaren daarvoor.
Kunt u inzichtelijk maken hoeveel dieven en overlastgevers er zijn opgepakt en vervolgd? Zo nee, waarom niet?
Jaarlijks doet het WODC onderzoek naar incidenten en misdrijven waar COA-bewoners bij betrokken zijn. Afgelopen juni heb ik het meest recente rapport, dat gaat over de periode 2017 -2022, met uw Kamer gedeeld.4 In deze rapportage wordt op landelijk niveau inzichtelijk gemaakt hoeveel verdachten per delictcategorie, waaronder vermogensmisdrijven als winkeldiefstal, in het voorgaande jaar zijn geregistreerd en hoeveel zaken door het Openbaar Ministerie per delictcategorie zijn afgehandeld.
Ziet u ook in dat het plaatsen van camera’s, het weghalen van bankjes en vrijwilligers die toezicht houden in supermarkten een gevolg is van het falende beleid? Zo nee, waarom niet?
Ik deel uw gevolgtrekking niet, omdat de praktijk aantoont dat de genomen maatregelen effect sorteren. In de pilot procesoptimalisatie in Ter Apel zijn het afgelopen jaar sterke resultaten geboekt ten aanzien van het versneld afhandelen van zaken van overlastgevende asielzoekers.
Tegelijkertijd erken ik dat tempo geboden is als het gaat om het inrichten van sobere opvanglocaties voor kansarme asielzoekers. Het COA en de ketenpartners werken hard om de locatie in Ter Apel zo spoedig mogelijk op te schalen. Per 1 oktober jl. zijn 30 plekken gerealiseerd. Op korte termijn worden deze plekken opgeschaald naar 50 plekken met het doel om uiteindelijk 100 plekken te realiseren. Dat het beoogd aantal plekken niet eerder kan worden gerealiseerd, hangt samen met de vereiste aanpassingen van gebouwen en de werving van voldoende gekwalificeerd personeel.
Voor het einde van deze maand gaat de sobere opvang voor kansarme asielzoekers ook in Cranendonck van start. Deze maatregelen versterken de bestaande aanpak van (potentiële) overlastgevende asielzoekers.
Ik blijf in gesprek met de burgemeesters van Westerwolde en Cranendonck omdat ik mij tot het uiterste wil inspannen om de gemaakte afspraken na te komen.
Bent u het met de burgemeester van de gemeente Cranendonck eens dat de huidige situatie in Budel en Maarheeze zorgt voor polarisatie onder inwoners? Steunt u de oproep van de gemeenteraad om azc Budel te sluiten? Waarom?
Ik zie dat incidenten het draagvlak voor asielopvang op scherp zet. Het is van cruciaal belang dat de beperkte groep overlastgevers het niet verpest voor de vluchtelingen die wel onze bescherming verdienen. Ik zet mij daarom met COA en andere ketenpartners en in overleg met de gemeente Cranendonck blijvend in om met verschillende maatregelen de rust weer terug te laten keren. Om zo met elkaar het draagvlak voor opvang te behouden, ook in de gemeente Cranendonck.
Het bericht ‘Draagvlak minder door incidenten opvang’ |
|
Joost Eerdmans (EénNL) |
|
Eric van der Burg (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD) |
|
|
Bent u bekend met het bericht «Draagvlak minder door incidenten opvang»?
Ja.
Hoe beoordeelt u de reeks aan incidenten in en rond het onderkomen van een grote groep minderjarige asielzoekers in Papendrecht?
Ik betreur het dat er op de genoemde locatie incidenten hebben plaatsgevonden in de opvang voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (hierna: amv). Het is begrijpelijk dat dit tot onrust heeft geleid bij omwonenden. De situatie in en rondom de opvanglocatie is de afgelopen weken onrustig geweest en de politie is meerdere keren aanwezig geweest op de locatie. Overigens is er niet altijd iets aan de hand is wanneer de politie aanwezig is bij de opvanglocatie, soms is dit enkel voor overleg.
Het COA heeft passende maatregelen opgelegd aan de jongeren die betrokken waren bij een vechtpartij. Zo zijn sommige jongeren doorgeplaatst naar een andere locatie. Ook heeft het COA extra personeel ingezet op de locatie om de rust terug te laten keren.
Kunt u inzichtelijk maken hoeveel incidenten er sinds begin april gemeld zijn zowel binnen als rondom de asielopvang in Papendrecht? Zo nee, waarom niet?
Het COA publiceert jaarlijks een incidentenoverzicht op locatieniveau. Het gaat om gebeurtenissen waarbij de veiligheid, leefbaarheid en beheersbaarheid op een locatie in het geding zijn. Het meeste recente incidentenoverzicht, dus ook voor locatie Papendrecht, beslaat het jaar 2022 en is te raadplegen op de website van het COA.1 De cijfers over 2023 komen in 2024 beschikbaar, zodat ze goed vergelijkbaar zijn met de jaren daarvoor.
Deelt u de mening dat de situatie in Papendrecht, door het grote aantal incidenten en de oproep van omwonenden, onhoudbaar is geworden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe bent u voornemens in te grijpen?
Deze mening deel ik niet. Hoewel de incidenten die hebben plaatsgevonden niet te tolereren zijn, ben ik van mening dat het COA gepaste maatregelen heeft genomen om de rust op en rondom de locatie te herstellen. Alle inzet is erop gericht om incidenten in de toekomst te voorkomen. De laatste weken hebben geen incidenten plaatsgevonden. Omwonenden zijn in goed contact met de locatiemanager en worden betrokken bij de stand van zaken.
Hoe beoordeelt u dat de gemeenteraad van Papendrecht steevast buitenspel wordt gezet en pas achteraf wordt bijgepraat over plannen omtrent asielopvang in hun gemeente?
Ik herken mij niet in de geschetste situatie. Het college van burgemeesters en wethouders (hierna: B&W) in Papendrecht heeft het nodige gedaan om de gemeenteraad en omwonenden op de hoogte te stellen van plannen omtrent asielopvang in de gemeente. Voor een toelichting bij de stappen die het college van B&W hierbij heeft ondernomen, verwijs ik u naar de website van de gemeente Papendrecht.
De gemeente Papendrecht geeft aan dat bij «structureel overlast of onveiligheid op of rondom deze opvanglocatie, de gemeente samen met het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) een oplossing gaat zoeken»1. Kunt u aangeven hoe deze oplossing er concreet uit zal zien? Zo nee, waarom niet?
Naar aanleiding van een incident enkele weken geleden heeft het COA onderzocht welke aanpassingen noodzakelijk waren in de samenstelling van de groep op de locatie. Deze zijn doorgevoerd. Daarnaast is er begeleidingscapaciteit toegevoegd op de locatie en zal het dagbestedingsprogramma tijdens schoolvakanties worden aangepast. Daardoor is er weer rust gekomen op de locatie. COA en de gemeente hebben hierover intensief contact.
Hoe rijmt u de situatie die aan de Seringenstraat is ontstaan en de plannen om in het voormalige politiebureau aan de Poldermolen asielzoekers onder te brengen?
De incidenten in de amv-opvang hebben geen rechtstreekse betekenis voor de plannen om asielzoekers op te vangen aan de Poldermolen. Wel neemt het COA op de locatie aan de Poldermolen, net als op de amv-locatie, gepaste voorzorgsmaatregelen om incidenten zoveel als mogelijk te voorkomen.
Het migratiepakket |
|
Pieter Omtzigt (Omtzigt) |
|
Mark Rutte (minister-president , minister algemene zaken) (VVD), Wopke Hoekstra (viceminister-president , minister buitenlandse zaken) (CDA), Eric van der Burg (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD), Sigrid Kaag (viceminister-president , minister financiën) (D66), Carola Schouten (viceminister-president , minister zonder portefeuille sociale zaken en werkgelegenheid) (CU) |
|
|
Herinnert u zich dat u ongeveer negen maanden onderhandeld heeft over een pakket om grip te krijgen op migratie, maar geen totale overeenstemming bereikte en toen besloot om het ontslag van het kabinet aan te bieden?
Ja.
Herinnert u zich dat u voornemens was migratie, dat wil zeggen arbeidsmigratie, studiemigratie en asielmigratie, meer in goed banen te leiden en er grip op te krijgen?
Ja.
Kunt u een lijst opstellen van alle maatregelen die u overwogen heeft op grip te krijgen op migratie?
Bij brief van 10 juli jl.1 heeft de Minister van Justitie en Veiligheid gereageerd op het informatieverzoek van meerdere fracties in de regeling van werkzaamheden van diezelfde datum.2 In de bijlage bij die brief zijn onder meer de afschriften verstrekt van stukken die ambtelijk zijn ingebracht ten behoeve van de bewindspersonenoverleggen over migratie. In die ambtelijke stukken zijn maatregelen opgenomen die aan de orde zijn geweest bij de genoemde besprekingen.
Kunt u een lijst opstellen van alle maatregelen waarover de vier onderhandelende partijen overeenstemming bereikt hadden en die samen konden dragen?
Zoals reeds in genoemde brief van 10 juli jl. is verwoord, gold voor alles dat er geen overeenstemming was totdat over het geheel overeenstemming zou worden bereikt. Van een lijst van maatregelen waarover overeenstemming was, kan dan ook niet worden gesproken.
Kunt u een lijst opstellen van maatregelen die dit kabinet nog voornemens is te implementeren of in wetgeving aan de Kamer voor te leggen?
Met de indiening van het ontslag is het kabinet demissionair geworden. Dit houdt in dat het kabinet terughoudendheid past. Welke stappen noodzakelijk zijn, zal per geval moeten worden beoordeeld. Hiervoor is niet bij voorbaat een lijst van maatregelen op te stellen.
Indien u voornemens bent geen of nauwelijks maatregelen te nemen, acht u het dan verantwoord en wijs om een jaar geen beleid vorm te geven, terwijl er toch echt noodzaak toe is?
Zie antwoord vraag 5.
Bent u bereid alsnog met een pakket maatregelen te komen dat alle vier de demissionaire partijen kunnen dragen, zodat de volgende regering niet geconfronteerd wordt met nog grotere problemen dan noodzakelijk?
Het kabinet heeft na intensieve besprekingen moeten constateren dat het niet mogelijk was overeenstemming te bereiken over een pakket van beleidsmaatregelen op dit punt. Er is geen reden te veronderstellen dat het bereiken van een gezamenlijk pakket op dit moment wel mogelijk is.
Hoe gaat u de aangenomen motie over de voorbereide maatregelen ten aanzien van arbeidsmigratie verder uitwerken en in het vroege najaar voorleggen aan de Kamer uitvoeren? (Kamerstuk 36 392, nr. 5)
De wijze waarop het kabinet uitvoering wenst te geven aan de genoemde motie is nog onderwerp van bespreking binnen het kabinet. Vooruitlopend daarop is het niet mogelijk een lijst van maatregelen te bieden of een precieze datum aan te geven.
Kunt u een lijst geven van maatregelen die u aan de Kamer zult voorleggen om deze motie uit te voeren en de datum waarop elke maatregel voorgelegd wordt?
Zie antwoord vraag 8.
Kunt u deze vragen een voor een en binnen drie weken beantwoorden?
Deze beantwoording is zo spoedig als mogelijk opgesteld. Enkel waar dit de beantwoording ten goede kwam zijn vragen samengepakt.
De brief van de staatssecretaris over Italiaanse Dublinzaken van 23 mei 2023 |
|
Laurens Dassen (Volt) |
|
Eric van der Burg (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD) |
|
![]() |
Hoe verhoudt de doelstelling van de Dublinverordening om zo snel mogelijk duidelijkheid te krijgen over welke lidstaat verantwoordelijk is voor een asielverzoek zich tot de beslissing om de volledige overdrachtstermijn af te wachten bij zaken met een Dublinindicatie voor Italië, terwijl de rechter heeft geoordeeld dat het niet mogelijk is om «vast te stellen wanneer het gebrek aan opvangfaciliteiten zal zijn opgelost en de overdrachten aan Italië weer kunnen worden hervat»?1
Het doel van de Dublinverordening is om te komen tot snelle vaststelling van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming. Het kabinet streeft ernaar om wanneer die verantwoordelijkheid is vastgesteld, personen ook zo snel mogelijk over te dragen aan de verantwoordelijke lidstaat. Dit geldt eveneens voor personen die onder de Dublinverordening worden overgedragen aan Italië. De keuze om de volledige overdrachtstermijn af te wachten, volgt uit het feit dat de Italiaanse autoriteiten aangeven dat het gaat om een tijdelijke opschorting. Wanneer de uiterste overdrachtstermijn is verstreken, wordt de persoon alsnog opgenomen in de nationale asielprocedure.
Zijn de asielzoekers opgenomen in de nationale procedure nu de in de Dublinverordening vastgelegde dwingende uiterlijke overdrachtstermijn (UOD) van zes maanden verstreken is? Zo ja, welke registratiedatum wordt er gebruikt voor de asielaanvraag? Hoe verhoudt zich deze datum tot de wettelijke vastgelegde maximale termijn van behandeling van asielverzoeken, zoals beschreven in de Procedurerichtlijn?
In de gevallen waar de uiterste overdrachtstermijn (UOD) van zes maanden is verstreken, worden deze in de nationale procedure opgenomen. Als registratiedatum voor de asielaanvraag geldt de datum waarop het verzoek om internationale bescherming in Nederland is ingediend. Voor deze zaken geldt evenwel dat de beslistermijnen ingevolge artikel 42, zesde lid, van de Vreemdelingenwet, eerst aanvangt nadat is vastgesteld dat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek. Dat is ook als zodanig in artikel 31 van de Procedurerichtlijn bepaald.
Gezien het al sinds december vorig jaar duidelijk is dat overdracht naar Italië niet mogelijk is, Italië dit nogmaals bevestigd heeft in februari 2023 en de rechter dit bevestigd heeft in april, kunt u reflecteren op het feit dat mensen niet direct bij aankomst opgenomen zijn de nationale procedure, dan wel meteen na de rechterlijke uitspraak?
Ik verwijs u naar het antwoord op vraag 1.
Hoeveel asielzoekers zitten er momenteel in de opvang die een Dublinindicatie voor Italië hebben waarvan de vastgelegde dwingende uiterlijke overdrachtstermijn (UOD) van zes maanden nog niet verstreken is? Bent u van plan ook in deze gevallen de UOD af te wachten alvorens mensen op te nemen in de nationale procedure?
Zie in de tabel hieronder het aantal zaken waarin is vastgesteld dat Italië de verantwoordelijke lidstaat is (omdat een claimakkoord is ontvangen) en waarvan de overdrachtstermijn nog niet is verstreken. Het betreft afgerond in totaal 1910 zaken, waarvan 820 zaken in 2023. Voor de zaken van vóór 2023 zal het gaan om zaken met een verlenging of opschorting van de overdrachtstermijn bijvoorbeeld vanwege de situatie dat de personen in kwestie met onbekende bestemming zijn vertrokken. In die gevallen wordt de duur tot aan het moment van aflopen van de overdrachtstermijn dus langer dan zes maanden, zoals volgt uit de Dublin wetgeving. Van het totaal aantal zaken van 1910 zijn er 390 als met onbekende bestemming vertrokken, geregistreerd.
Afwachten overdracht MOB
<10
50
320
20
390
#N/B
<10
20
700
800
1520
Ik ben vooralsnog van plan de uiterste overdrachtstermijn in deze zaken af te wachten, omdat uit informatie van de Italiaanse autoriteiten blijkt dat sprake is van een tijdelijke situatie. Wel wordt momenteel een verkenning gedaan voor wat betreft het versneld afdoen (in spoor 2) van asielverzoeken van personen afkomstig uit veilige landen van herkomst en Dublinclaimanten. Hierover wordt de Kamer schriftelijk geïnformeerd, zoals door mij is toegezegd tijdens het Commissiedebat vreemdelingen- en asielbeleid van 28 juni jl.
Verwacht u dat er meer asielzoekers met een Dublinindicatie voor Italië bij zullen komen in de opvang? Zo ja, om hoeveel mensen verwacht u dat het gaat? Bent u van plan ook in deze gevallen de UOD af te wachten alvorens mensen op te nemen in de nationale procedure?
Het is niet onaannemelijk dat ook in de aankomende periode verzoeken tot internationale bescherming worden ingediend in Nederland door vreemdelingen voor wie geldt dat Italië in beginsel de verantwoordelijke lidstaat is om hun verzoek in behandeling te nemen. Het valt evenwel niet te voorspellen om welke aantallen het gaat. Verder verwijs ik u naar het antwoord op vraag 4.
Bent u het met de stelling eens dat mensen niet teruggestuurd mogen worden naar een mensonwaardige situatie in de asielopvang?
Nederland mag in beginsel uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, en daarmee dat een andere lidstaat zijn internationale verplichtingen nakomt, in het bijzonder de mensenrechten volgend uit het Europees Verdrag voor de rechten van de mens (EVRM) en het Europees Handvest van de Grondrechten (het Handvest). Indien de situatie in de verantwoordelijke lidstaat (bijvoorbeeld t.a.v. de asielopvang) dusdanig is dat er structurele tekortkomingen zijn die de bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid halen, dan kunnen vreemdelingen niet meer op grond van de Dublinverordening aan dat land worden overgedragen.
Gezien Italië EU-lidstaten verzocht heeft om Dublin-overdrachten aan Italië tijdelijk op te schorten door een gebrek aan capaciteit en de rechter daarover gesteld heeft dat er een «reëel risico is dat vreemdelingen buiten hun eigen wil en keuzes om bij overdracht aan Italië terechtkomen in een toestand van zeer verregaande deprivatie (…), waardoor zij niet kunnen voorzien in de belangrijkste basisbehoeften zoals onderdak, eten en stromend water»2, en er dus sprake is van een mensonwaardige situatie in de asielopvang, hoe verhoudt zich dit tot uw antwoord op vraag 6 en de uitspraken in uw brief?
Er wordt om de redenen die u noemt op dit moment tijdelijk niet overgedragen aan Italië.
Voldoet de opvang in Italië op dit moment aan de criteria van de Opvangrichtlijn? Wordt dit door Nederland getoetst en zo ja, hoe? Welke indicatoren gebruikt u om dit te toetsen?
Het is aan de Europese Commissie als hoedster van de verdragen om toe te zien op de naleving van het EU-acquis, dat geldt ook voor de naleving van de Opvangrichtlijn. Nederland mag in beginsel uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel (zie ook mijn antwoord op vraag 6). Voorts wordt uitgegaan van de informatie die de Italiaanse autoriteiten hebben geboden.
Bent u nog steeds van plan mensen terug te sturen naar Italië? Zo ja, hoe gaat u dan voldoen aan de uitspraak van de rechter om ervoor te zorgen dat u «niet meer mag uitgaan van het vermoeden dat Italië zal voldoen aan zijn internationale verplichtingen»?
De Italiaanse autoriteiten hebben aangegeven dat het gaat om een tijdelijke situatie. Op het moment dat er voldoende aanleiding is aan te nemen dat de asielopvangsituatie in Italië weer afdoende is voor terugkerende Dublinclaimanten, zullen zij weer worden overgedragen aan Italië.
Gezien u in uw brief stelt dat Italië unilateraal de Dublinsamenwerking tijdelijk opschort, terwijl Italië aangeeft dat zij een groot capaciteitsgebrek hebben waardoor zij hun internationale verplichtingen niet kunnen nakomen en u daarbij benadrukt dat van Italië mag «worden verwacht dat zij haar internationale verplichtingen jegens asielzoekers en Europese afspraken nakomt»3, kunt u reflecteren op de uitspraken van Italië dat zij kampen met een capaciteitstekort en de uitspraken van de rechter dat u «niet meer mag uitgaan van het vermoeden dat Italië zal voldoen aan zijn internationale verplichtingen»?
Via het geldend EU-acquis committeren alle lidstaten zich aan een werkend Dublin-systeem en aan het bieden van opvang die voldoet aan de vereisten in internationaal recht. Er mag dus worden verwacht van lidstaten dat zij hiertoe alles in het werk stellen, desnoods met hulp van agentschappen van de Europese Unie. Het Dublin-systeem werkt alleen als lidstaten ook daadwerkelijk de verantwoordelijkheid nemen voor de asielzoekers wiens asielverzoek zij moeten behandelen, en niet als zij eenzijdig bepalen om geen overdrachten en dus verantwoordelijkheid te accepteren.
Kunt u deze vragen een voor een beantwoorden?
Ja.
De overlast van asielzoekers in Maarheeze |
|
Wybren van Haga (BVNL) |
|
Eric van der Burg (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD) |
|
![]() |
Bent u bekend met de berichtgeving over de gevolgen van de overlast van asielzoekers in Maarheeze, zoals de sluiting van de Jumbo1 en de wens van machinisten om het station in Maarheeze over te slaan?2
Ja.
Wat is uw reactie op deze gevolgen door overlast van asielzoekers in Maarheeze?
Iedere vorm van overlast veroorzaakt door asielzoekers is onacceptabel, zo ook in Maarheeze. Onze gastvrijheid mag nooit ten koste gaan van onze veiligheid. Ik zet mij daarom met COA en andere ketenpartners en in overleg met de gemeente Cranendonck in om met verschillende maatregelen de rust weer terug te laten keren in de gemeente. Deze worden hieronder toegelicht.
Waarom is er vorig jaar niet ingegrepen toen inwoners en winkeliers in Maarheeze aangaven zich nog steeds onveilig te voelen in hun eigen dorp?3
Er zijn verschillende maatregelen getroffen in en rondom het azc in de gemeente Cranendonck. Zo heeft het COA het hekwerk rondom het terrein aangepast om mensen buiten te houden en is het toezicht op gebouw F16, waar de overlastgevende bewoners worden opgevangen, verscherpt.
Om verblijf op het azc-terrein voor de asielzoekers aantrekkelijker te maken wordt het naastgelegen terrein geëgaliseerd en ingericht als sportveld, wordt planmatig onderhoud uitgevoerd aan de buitenzijde van de gebouwen, zijn overtollige units verwijderd en is een mobiele winkel gerealiseerd die op doordeweekse dagen door bewoners van het azc druk wordt bezocht. Er wordt bekeken of het assortiment kan worden vergroot. Ten behoeve van plaatsing van permanente camera’s op het azc-terrein is een plan in ontwikkeling. Hierbij is ook uitvoerig onderzoek gedaan naar de impact op privacy.
Daarnaast is er sinds maart 2023 in samenwerking met de Coördinator Nationale Aanpak Overlast en de ketenmariniers een toezichtteam gestart in de gemeente Cranendonck. Met hun zichtbaarheid en aanwezigheid zetten de toezichthouders zich in om bepaalde vormen van overlast te voorkomen. Door persoonlijk contact met de asielzoekers, weten zij in situaties waar onrust heerst of onenigheid dreigt, vaak de angel eruit halen voordat de spanning escaleert. Daarnaast onderhouden zij nauw en frequent contact met de lokale bewoners, winkeliers en ondernemers, de politie, het COA en vervoerders.
Bent u bekend met de maatregelen die de Nederlandse Spoorwegen (NS) heeft genomen als reactie op de wens van de machinisten?4
Ja. Ik ben doorlopend in gesprek met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en vervoerders over maatregelen om de overlast die door asielzoekers in het openbaar vervoer wordt veroorzaakt terug te dringen. De voortgang hierop wordt maandelijks met de gemeente besproken. Een van de aanvullende maatregelen die wordt uitgewerkt is de inzet van COA-hosts op station Maarheeze. Het COA en de NS zijn hier reeds over in gesprek. Dergelijke hosts zijn actief op het station van Emmen, waar ze een belangrijke preventieve werking hebben.
Daarnaast kunnen vervoerders een reis- of verblijfsverbod opleggen aan personen, waaronder ook asielzoekers, die veelvuldig overlast veroorzaken. Met het verbod kan de toegang tot een station of een bepaald traject worden ontzegd.
Wat gaat u eraan doen om ervoor te zorgen dat inwoners van Maarheeze zich weer veilig voelen in hun dorp en dat het niet verandert in een spookdorp? Kunt u een gedetailleerd antwoord geven?
Zie antwoord vraag 3.
Worden de overlastplegers gestraft en daarna als de wiedeweerga teruggestuurd naar het land van herkomst? Indien dit niet het geval is, waarom blijven ze ongestraft?
Het uitgangspunt van het openbare-ordebeleid is dat vreemdelingen die misdrijven plegen niet in aanmerking komen voor verblijf in Nederland.
Op grond van Europese regelgeving kan de IND de vluchtelingenstatus of een subsidiaire beschermingsstatus echter alleen weigeren of intrekken op grond van openbare orde indien de vreemdeling (onherroepelijk) is veroordeeld voor een (bijzonder) ernstig misdrijf. Hiervan is sprake als een straf is opgelegd van minimaal zes maanden («ernstig misdrijf» in geval van subsidiaire bescherming) of tien maanden («bijzonder ernstig misdrijf» bij een vluchtelingenstatus). Ook moet er sprake zijn van een gevaar voor de gemeenschap, in artikel C2/7.10.1 van de Vreemdelingencirculaire (Openbare orde als afwijzingsgrond) is een verdere invulling van dit begrip gegeven. Daarnaast dient voor een intrekking van een reeds verleende vergunning gekeken te worden naar de zogenoemde glijdende schaal in het kader van de openbare orde (art. 3.86 Vb). Hoe langer de vreemdeling rechtmatig in Nederland verblijft, hoe hoger de straf moet zijn om tot beëindiging van het verblijfsrecht over te kunnen gaan.
Een veroordeling voor een (bijzonder) ernstig misdrijf kan dus grond zijn om geen verblijfsvergunning te verlenen. Na een afwijzend besluit van de IND start de DT&V het terugkeerproces. Dit kan ook vanuit strafdetentie of vreemdelingenbewaring.
De komst van azc op vakantiepark De Lindenberg in Holten |
|
Wybren van Haga (BVNL) |
|
Eric van der Burg (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD) |
|
![]() |
Bent u bekend met de reacties van omwonenden van vakantiepark De Lindenberg?1
Ja.
Wat is uw reactie op de onvrede vanuit de buurtbewoners?
De emoties die naar voren komen zijn begrijpelijk. Tegelijkertijd is de urgentie voor nieuwe opvangplekken onverminderd hoog. Het is belangrijk dat er wordt opengestaan voor de zorgen en vragen van de buurtbewoners. Een constructieve dialoog, transparante communicatie en passende maatregelen om de zorgen aan te pakken kunnen helpen om de spanningen te verminderen. Ik blijf mij onverminderd inzetten om eventuele overlast te voorkomen en de veiligheid van bewoners, medewerkers en omwonenden te garanderen. Dit doe ik onder andere met de maatregelen die ik uiteen heb gezet in de Kamerbrief van 9 mei jongstleden. Tegelijkertijd doet het mij deugd om te horen dat een deel van de buurtbewoners ook de noodzaak van het opvangen van asielzoekers erkent.
Hoe komt het dat een groot gedeelte van de buurtbewoners niet is ingelicht over de komst van het asielzoekerscentrum (azc)?
De gemeente laat mij weten dat ervoor is gekozen om de inwoners schaalbaar te informeren over het voorgenomen besluit. In eerste instantie hebben de direct aanwonenden, in een straal van 300 meter rond de opvanglocatie, alle grond- en woningeigenaren, een brief ontvangen. Vervolgens is op dinsdag 4 juli 2023 voor deze aanwonenden een inloopavond georganiseerd waar inwoners in gesprek konden gaan met bestuurders, ambtenaren en COA-medewerkers. Naar aanleiding van de grote interesse in deze inloopavond, heeft de gemeente besloten om 2 extra inloopmomenten te organiseren. Op zaterdagochtend 8 juli en woensdagavond 12 juli zijn deze inloopmomenten geweest. Ten slotte is op 10 juli 2023 een openbare raadsvergadering geweest over dit onderwerp. Tijdens deze vergadering hebben de buurtbewoners de kans gekregen om in te spreken. Hier hebben 10 mensen gebruik van gemaakt. De vragen die door de insprekers zijn gesteld, zijn verwerkt in de rubriek «meeste gestelde vragen» op de website van de gemeente Rijssen-Holten.
Snapt u de angst die omwonenden hebben, en dat ze nadenken over «flinke maatregelen» zoals camera’s en een groot, elektronisch hek?
Zie mijn antwoord op vraag 2.
Bent u van plan om, als de gemeenteraad in meerderheid de komst van het azc afwijst, af te zien van de transformatie van het vakantiepark naar een azc? Indien dit niet geval is, waarom bent u bereid om de lokale democratie te ondermijnen en de zorgen van omwonenden te negeren, voor het opvangen van 250 asielzoekers? Kunt u een gedetailleerd antwoord geven?
De gemeente laat mij weten dat er op 10 juli een openbare raadsvergadering heeft plaatsgevonden waar de raad en insprekers hun wensen en bedenkingen konden uitten over het aan te kopen vakantiepark. De gemeente laat weten dat in de besluitenlijst van de vergadering van 10 juli is opgenomen dat de gemeenteraad positief staat tegenover het voornemen om het park te kopen en te verhuren aan het COA.
Alleenstaande minderjarige asielzoekers in de noodopvang en crisisnoodopvang |
|
Don Ceder (CU) |
|
Eric van der Burg (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD) |
|
![]() |
Bestaat er, of wordt er, sinds de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag op 20 december 2022, gewerkt aan een (stappen)plan dat de kwaliteit van de opvang van asielzoekers weer in lijn brengt met de geldende wettelijke normen van de Opvangrichtlijn? Zo ja, kunt u dit delen met de Kamer?
Een stabiel opvanglandschap is voorwaardelijk om de kwaliteit van de opvang van asielzoekers te borgen. Daar wordt hard aan gewerkt, maar voor het realiseren daarvan moet nog veel gebeuren en is bovendien de hulp nodig van medeoverheden. Op dit moment is nog steeds sprake van noodopvang om te voorkomen dat asielzoekers buiten moeten slapen. Ik erken dat tijdelijke opvanglocaties in veel gevallen een lager kwaliteitsniveau hebben dan gewenst. Om te zorgen voor voldoende opvangplekken waarbij de kwaliteit van opvang verzekerd wordt heb ik voor de langere termijn gewerkt aan het wetsvoorstel gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvang (ook wel: de Spreidingswet), dat op dit moment voorligt in uw Kamer. Het is aan uw Kamer om te bepalen of de Spreidingswet tijdens de demissionaire periode wordt behandeld.
In algemene zin onderschrijf ik dat de kwaliteit van de opvang een punt van aandacht, en op onderdelen van zorg is. Medewerkers van zowel het COA als gemeenten zetten zich aanhoudend in om iedereen van de benodigde voorzieningen te verzekeren. Dit geldt met name voor personen met specifieke opvangbehoeften zoals kinderen. Tegelijkertijd verschilt de situatie per locatie, met name als het gaat om tijdelijke locaties. Zo worden de leefomstandigheden van kinderen onder meer bepaald door het soort gebouw waarin opvang wordt geboden, de kennis en ervaring van de medewerkers en de duur van het verblijf. Door middel van praktische ondersteuning wordt beoogd de leefomstandigheden, waar nodig, te verbeteren.
Het gebrek aan geschikte en beschikbare locaties is de kern van het probleem. Zo ook het vinden van voldoende kleinschalige opvanglocaties voor statushoudende alleenstaande minderjarige vreemdelingen (hierna: amv). Het gebrek aan locaties werkt op diverse onderdelen van de asielopvang door. Ook zorgen achterstanden in asielprocedures ervoor dat de duur van de asielopvang langer is dan gewenst. Voorts is het binnen de huidige arbeidsmarkt lastig om voldoende (gekwalificeerd) personeel te vinden. Nieuwe medewerkers hebben bovendien naast kennis en kunde over de kaders ook ervaring nodig om in alle situaties adequaat te handelen. Dat kost tijd. Daarom is ook tijd een belangrijke, bepalende factor voor de kwaliteit van opvang.
Daarnaast speelt dat het gebrek aan locaties in samenhang met de huidige inzet van noodlocaties, in de praktijk betekent dat voortdurend locaties worden gesloten en nieuwe, veelal tijdelijke locaties worden geopend. Die dynamiek heeft tot gevolg dat bestaande teams vaak weer opgedeeld worden en nieuwe teams worden samengesteld. Die dynamiek belemmert dat een duurzaam fundament wordt opgebouwd. Niet alleen individuele medewerkers, maar ook teams hebben tijd nodig om zich te ontwikkelen om een kwaliteitsslag te kunnen maken.
Welke concrete belemmeringen zijn er, afgezien van het gebrek aan geschikte en beschikbare locaties, om de kwaliteit van de opvang van asielzoekers weer in lijn te brengen met de geldende wettelijke normen van de Opvangrichtlijn? Zijn hier extra mensen en middelen voor nodig en zo ja, kunt u aangeven hoeveel?
Zie antwoord vraag 1.
Verwacht u dat hetgeen het Gerechtshof en de inspecties vragen voor langere tijd nog onmogelijk zal blijven? Op welke termijn en hoe verwacht u dat de situatie in orde gebracht kan worden?
Zie antwoord vraag 1.
Hoeveel alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s) verblijven er op dit moment op noodopvanglocaties?
Op 7 augustus 2023 verbleven er ca. 1.570 amv in noodopvanglocaties bij het COA. Er verbleven geen amv in crisisnoodopvanglocaties bij gemeenten.
Hoeveel van de locaties voldoen er op dit moment niet aan de daarvoor geldende normen?
Zie antwoord vraag 1.
Heeft u te allen tijde een actueel overzicht van het aantal amv’s per locatie? Zo ja, hoe waarborgt u dit?
Ja, het COA houdt een actueel bewonersbestand bij van alle bewoners, dus ook amv, die op de COA-locaties verblijven.
Hoeveel van de amv’s hebben geen toegang tot onderwijs en/of zorg?
Uitgangspunt is dat alle amv toegang hebben tot onderwijs en zorg. Toegang tot onderwijs moet, conform Europese richtlijnen, binnen 3 maanden na aankomst in Nederland zijn georganiseerd. Het nieuwkomersonderwijs staat echter onder grote druk. Dit komt enerzijds door het landelijke lerarentekort en anderzijds door de verhoogde asielinstroom en de verhoogde toestroom van Oekraïense kinderen en ook door kinderen van kennis- en arbeidsmigranten die van dit onderwijs gebruik maken. Hierdoor zijn voor de internationale schakelklassen (ISK) wachtlijsten ontstaan.
Op dit moment is niet inzichtelijk hoeveel amv niet binnen 3 maanden onderwijs krijgen. Dit wordt namelijk (nog) niet gemonitord door COA of onderwijsinstellingen. Wel is verkend om dit te gaan bewerkstelligen. Daartoe is het noodzakelijk dat er informatie-uitwisseling plaatsvindt tussen de systemen van diverse betrokken partners, met name van het COA en DUO. Op dit moment wordt onderzocht wat daarvoor nodig is, of een dergelijke uitwisseling doelmatig is en ook daadwerkelijk valt te realiseren. Zodra er een uitkomst is zal het kabinet uw Kamer hierover informeren.
Om gemeenten en schoolbesturen te helpen in geval van nood is er de spoedwet Tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen voor onderwijs aan nieuwkomerskinderen. Via deze wet, die inmiddels door de Tweede Kamer is aangenomen en in afwachting is van behandeling in de Eerste Kamer, krijgt de gemeente in geval van nood (dat wil zeggen dat alle reguliere mogelijkheden zijn uitgeput) en na toestemming van de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs de mogelijkheid tot het oprichten tot een tijdelijke nieuwkomersvoorziening.
Voor alle amv in de asielopvang is toegang tot zorg geregeld. Voor uitleg hoe dit is ingeregeld in de (crisis)noodopvang verwijs ik naar het antwoord op vraag 17.
Wat is uw inschatting van de veiligheid van amv’s op noodoplocaties? Welke initiatieven worden er genomen om amv’s beter te beschermen?
Op alle COA-locaties, dus ook noodopvanglocaties, is er beveiliging en is het mogelijk om straatcoaches en cultureel mediators in te zetten die de amv-medewerkers ondersteunen. Amv-medewerkers zijn via hun functieprofiel geselecteerd om te werken met (kwetsbare) jongeren. Zij zijn 24/7 aanwezig op de locaties en staan zoveel mogelijk in contact met de amv, zodat ook eventuele zorgelijke signalen snel opgepakt kunnen worden. Daarnaast moeten amv zich in ieder geval twee keer per dag melden volgens de inhuisregistratie. Voor iedere amv wordt in een dossier bijgehouden hoe het met de jongere gaat. Zorgelijke signalen worden gedeeld met de voogd van Nidos. Wanneer er risico’s met betrekking tot de veiligheid gezien worden, wordt er door de amv-mentoren in samenwerking met de voogd een veiligheidsplan opgesteld zodat er adequaat gereageerd kan worden.
Klopt het dat zeker 360 amv’s sinds vorig jaar zijn verdwenen uit opvangcentra, waarvan zo’n 237 in totaal uit Ter Apel? Zo nee, hoeveel kinderen zijn volgens u wel verdwenen?
Voor de meest recente cijfers en informatie over verdwenen amv uit de asielopvang verwijs ik naar de antwoorden op de schriftelijke Kamervragen van het lid Podt (D66) over het bericht «Bijna elke dag verdwijnt er een kind uit de asielopvang»1 van 31 juli jl.
Heeft u enig zicht op met welke bestemming amv’s uit de opvanglocaties zijn verdwenen? Zo ja, kunt u hier nadere informatie over geven?
De bestemming van amv die de opvang verlaten, wordt niet geregistreerd. Het is ook bijna niet mogelijk om onderzoek en navraag te doen naar de aanleiding van vertrek, omdat uit de praktijk blijkt dat asielzoekers vaak niet vooraf aangeven dat zij van plan zijn de asielopvang te verlaten en zij na het verlaten van de opvang ook uit het zicht verdwijnen.
Het vermoeden is dat een groot deel van de amv de opvang verlaat omdat zij Nederland niet als bestemmingsland hebben en doorreizen naar een ander land. Daarnaast is voorstelbaar dat amv met weinig kans op een verblijfsvergunning eerder geneigd zijn de opvang te verlaten, omdat zij weten dat ze niet in Nederland mogen blijven. Het WODC heeft reeds onderzoek gedaan naar rondreizende amv, waarin wordt stilgestaan bij mogelijke beweegredenen voor het rondreisgedrag van deze specifieke doelgroep. Deze wordt op korte termijn gepubliceerd.
Klopt het dat een deel van de verdwenen amv’s belandt in de criminaliteit, de prostitutie of in de handen van mensenhandelaren? Zo ja, hoeveel meldingen vanuit het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) aan het Expertisecentrum Mensenhandel en Mensensmokkel zijn er gedaan en wat gebeurt er met deze meldingen?
Zie antwoord vraag 9.
Op welke manieren kunt u en gaat u direct ingrijpen om de risico’s die kinderen nu lopen in de (crisis)noodopvang weg te nemen, zoals de vier inspecties in hun brief van 19 april jongstleden aan u vragen?
Ik ben de Inspecties erkentelijk voor het benoemen van knelpunten en het aandragen van aanbevelingen in hun brief van 19 april jl. Zoals reeds aangegeven is het helaas nog altijd zo dat asielzoekerskinderen in (crisis)noodopvanglocaties opgevangen moeten worden. Dit heeft uiteraard niet de voorkeur, aangezien deze locaties afwijken van het reguliere kwaliteitsniveau. Verder is het belangrijk om te benoemen dat er in de crisisnoodopvang, waarvoor gemeenten verantwoordelijk zijn, geen amv worden geplaatst.
Ik wil benadrukken dat op alle fronten wordt gewerkt aan het wegnemen van knelpunten die de realisatie van voldoende kwantitatieve en kwalitatieve opvang in de weg staan. Dit is een proces van de lange adem dat alleen met betrokkenheid van een veelheid aan partijen kan worden volbracht. In eerdere brieven heb ik uw Kamer geïnformeerd over het maatregelenpakket dat ten uitvoer wordt gelegd om een opvangtekort te voorkomen, maar ook de doorstroom van statushouders te bevorderen. Hierdoor ontstaat meer ruimte op de reguliere opvanglocaties, alwaar de voorzieningen op het gewenste niveau kan worden geboden.
Het COA blijft zich hard inzetten om voldoende geschikte en langdurige locaties te vinden om iedere bewoner een goede plek te geven. Tot dit gelukt is zet het COA (tijdelijke) maatregelen in. Om de druk op Ter Apel aan te kunnen is er voldoende personeel om de opvang van 120 amv aan te kunnen. Echter wordt fors ingezet op het vinden, opleiden en trainen van meer amv-medewerkers. Gezien de actuele groei van het aantal amv dat opvang nodig heeft en de huidige krapte op de arbeidsmarkt is dat nu eenmaal een forse uitdaging.
Zoals in het antwoord op vraag 7 al is toegelicht heeft het Ministerie van OCW een wetsvoorstel gemaakt om te kunnen garanderen dat kinderen die nieuw zijn in Nederland ten minste binnen drie maanden na aankomst in Nederland onderwijs kunnen volgen. Het wetsvoorstel is in afwachting van behandeling door de Eerste Kamer.
In de brief aan de kamer van 24 april jl.2 ben ik nader ingegaan op de uitdagingen die de druk op de asielopvang meebrengt voor het bieden van medische zorg. De punten die de inspecties aangeven zijn bekend en hangen voor een belangrijk deel samen met het feit dat het opvangen van asielzoekers in (crisis)noodopvang niet ideaal is, maar het altijd nog te verkiezen is boven geen opvang. Desondanks wordt ingezet om ook daar de medische zorg zo goed mogelijk te borgen.
In de brief van 13 juli jl. heb ik uw Kamer geïnformeerd over de huidige stand van zaken van de IND.3 De IND heeft diverse maatregelen getroffen om asielaanvragen versneld te behandelen en zo de voorraad minder te laten oplopen. Per 1 mei jl. is de IND gestart met het project bespoediging afdoening asiel (BAA) waarbinnen asielaanvragen van Syriërs en Jemenieten versneld en efficiënt worden afgehandeld. Binnen het project worden ook asielaanvragen van Syrische en Jemenitische amv behandeld. Daarbij is het goed om te benoemen dat op dit moment een substantieel deel van de amv-asielvoorraad bestaat uit Syrische amv. Tevens blijft de IND capaciteit inzetten op de behandeling van amv met andere nationaliteiten.
Ontbreken de heldere kaders over de kwaliteit van asielopvang waar de vier inspecties over spreken? Hoe kunt u ervoor zorgen dat iedere verantwoordelijke voor een (crisis)noodopvangvoorziening in elk geval die kaders helder heeft?
Het is geenszins het geval dat kwaliteitskaders ontbreken. Het gaat in de eerste plaats om geldende wettelijke normen volgend uit de Opvangrichtlijn. De maatstaf waaraan de opvang dient te voldoen is neergelegd in artikel 17 lid 2 van de Opvangrichtlijn. Deze maatstaf heeft betrekking op alle vormen van opvang en betekent concreet dat de materiële opvangvoorzieningen geacht worden een levensstandaard te bieden die hun bestaansmiddelen garandeert en hun fysieke en geestelijke gezondheid beschermt. Die norm is op onderdelen nader uitgewerkt in artikel 18 van de Opvangrichtlijn en, specifiek voor kwetsbare personen, in de artikelen 21 tot en met 25.4
Naast juridische (minimum)kaders hanteert het COA ook kaders gestoeld op bestuurskundige beginselen en welzijnsnormen. Dit zijn uitvoeringskaders die niet per definitie juridisch noodzakelijk zijn, maar wel wenselijk met het oog op een doeltreffende en doelmatige uitvoering van de asielopvang respectievelijk de leefbaarheid, veiligheid en beheersbaarheid van locaties. Voor een nadere toelichting verwijs ik graag naar een eerdere brief aan uw Kamer d.d. 8 juli 2022.5
Wat gaat er concreet veranderen als de veiligheidsregio’s vanaf 1 juli niet meer de crisisnoodopvang gaan coördineren? Hoe wordt deze taak overgenomen?
De bestuurlijke betrokkenheid van het Veiligheidsberaad (VB) op het gebied van asielopvang is op 1 juli jl. beëindigd. Dit betekent concreet dat Veiligheidsregio´s geen inspanningsverplichting meer hebben om tijdelijke noodopvang te realiseren. Tegelijkertijd blijven de locaties van groot belang om de periode tot de realisatie van voldoende structurele opvang te overbruggen en daarmee een nieuw opvangtekort te voorkomen. Om die reden is tijdens het VB van 6 juni jl. besproken dat het wenselijk is dat Veiligheidsregio´s en gemeenten een rol blijven spelen op het terrein van asielopvang in de vorm van voortgezette of nieuwe locaties.
Het COA werkt hard om de tijdelijke noodopvang (ook wel Tijdelijke Gemeentelijke Opvang/ TGO genoemd)6 van gemeenten te kunnen overnemen. Met de overname van de coördinatie van deze locaties is met name de volledige bewonerslogistiek (plaatsing van bewoners, matching, spreiding en vervoer) aan het COA overgedragen. Daarnaast wordt een deel van de TGO door gemeenten geëxploiteerd in samenwerking met het COA. Op deze locaties neemt het COA ook andere taken op zich zoals processen rondom zorg van de asielzoekers, administratie, ondersteuning van procesbegeleiding, het verstrekken van weekgeld aan bewoners, e.d. De samenwerking met de gemeenten wordt de komende maanden verder vormgegeven, dit zal op verschillende manieren gestalte krijgen. Ik ben, net als het COA, zeer blij met deze gemeentelijke inzet.
Waarom heeft u niet gereageerd op de oproep van de vier inspecties om asielzoekerskinderen niet langer anders te behandelen dan ontheemde kinderen uit Oekraïne? Kunt u dat alsnog doen?
In de beleidsreactie op het rapport «Kinderen in de noodopvang en crisisnoodopvang» 7 heb ik hier destijds inderdaad geen inhoudelijke reactie op gegeven. In algemene zin ben ik het eens met de oproep van de vier inspecties om asielzoekerskinderen niet anders te behandelen dan ontheemde kinderen uit Oekraïne. In beginsel worden kinderen in de asielopvang gelijk behandeld als kinderen in de opvang voor Oekraïense ontheemden. Echter blijkt door de aanhoudende druk op de opvangcapaciteit dat er verschillen zijn in het kwaliteitsniveau van de tijdelijke gemeentelijke opvang en de opvang voor Oekraïense ontheemden. Dit ervaar ik als een onwenselijke situatie. Binnen de migratieketen wordt er hard aan gewerkt om deze kwaliteitsverschillen te verminderen.
Hebben alle alleenstaande minderjarige asielzoekers een voogd, heeft die voogd zich aan hen bekendgemaakt en is die voogd voor hen bereikbaar? Hoe kan het gebeuren dat een minderjarige jongen vier weken niet wordt opgemerkt door diens voogd, zoals wordt gesteld in het radioprogramma Argos?1
Iedere amv heeft een voogd die door Nidos wordt aangewezen. De situatie dat een jongere vier weken geen contact heeft gehad met de voogd is een incident. De situatie ontstond doordat de voogd geen verhuisbericht had doorgekregen vanuit Ter Apel en het COA geen plaatsingsbesluit naar Nidos had doorgestuurd. Hierdoor waren de voogden niet op de hoogte van een nieuwe plaatsing, waardoor het drie á vier weken heeft geduurd voordat er kennis is gemaakt met deze jongen. Nadat dit is voorgevallen, worden nu op regelmatige basis (per één á twee weken) de lijst met bewoners doorlopen, zodat dit niet meer voorkomt. Wanneer de amv niet op de hoogte is wie zijn/haar voogd is, kan deze bij de mentoren op locatie navragen wie zijn/haar voogd is. De contactgegevens van de voogd worden dan met de amv gedeeld. Daarnaast weten de mentoren van het COA en de voogden van Nidos elkaar snel te vinden wanneer dit in het belang van de jongeren is.
Bij wie kunnen asielzoekers in de (crisis)noodopvang met medische klachten binnen 24 uur terecht voor hulp? Wie moeten ze aanspreken om bij die hulp terecht te komen?
Noodopvang: In het overgrote deel van de noodopvang is de zorg geregeld via de huisartsenpraktijken van GezondheidsZorg Asielzoekers (GZA), op de locatie zelf en bij kleinere locaties op een nabijgelegen grotere COA-locatie. Daar kan de bewoner terecht met medische klachten tijdens de spreekuren. Daarnaast kunnen de bewoners voor medische vragen bellen met de praktijklijn van GZA zeven dagen per week 24 uur per dag. Afhankelijk van de ernst van de klacht die bepaald wordt op basis van triage wordt de bewoner doorverwezen naar een eerstvolgend spreekuur, de dienstdoende huisartsenpost en in geval van spoed wordt een ambulance ingeschakeld. In alle gevallen kan een telefonische tolk worden ingeschakeld door GZA. De bewoner kan zelf met de praktijklijn bellen via eigen telefoon of COA-telefoon maar ook de COA-receptie kan daarbij behulpzaam zijn. Op de noodopvang locaties waar GZA geen zorg kan leveren zijn afspraken gemaakt met Just4care. Just4care houdt spreekuren op locatie en is buiten de spreekuren telefonisch bereikbaar voor medisch advies. Zo nodig komt de arts naar locatie toe.
Crisisnoodopvang: In een deel van de crisisnoodopvang verloopt de zorg via GZA en is de zorg geregeld zoals hierboven omschreven. In een deel van de CNO-locaties wordt gebruik gemaakt van de diensten van Arts en Specialist, de bewoners van deze locaties kunnen naast de spreekuren gebruik maken van de speciale praktijklijn van GZA voor de CNO-locaties. In een deel van CNO opvang hebben de gemeenten aparte afspraken gemaakt met lokale zorgpartijen, deze werkwijzen kunnen per locatie verschillen.
Hoe reageert u op de situatie zoals beschreven in de reportage van het radioprogramma Argos waar sprake is van spanningen tussen Eritrese asielzoekers en asielzoekers met een Arabische achtergrond? Herkennen COA-medewerkers deze situaties? Hoe wordt hierop gereageerd?
Dergelijke signalen zijn het COA inderdaad bekend en er zijn vaker spanningen tussen groepen asielzoekers uit verschillende regio’s. Bij de uitzending van Argos werd ook ingegaan op de handelwijze hierop van medewerkers, als het gaat om gebruik van taal en vermeend «voortrekken» van bepaalde jongeren. Daar waren eerder klachten over binnengekomen via de interne klachtenprocedure. Het COA heeft medewerkers hierop aangesproken en afspraken gemaakt over de omgangsvormen. Daar waar noodzakelijk zijn ook disciplinaire maatregelen getroffen en enkele medewerkers zijn niet langer meer werkzaam voor het COA.
In algemene zin geldt dat de schijn van voortrekken in ieder geval al gewekt kan worden als een medewerker in dezelfde taal als de jongere spreekt. Om medewerkers onder andere hiervan bewuster te maken volgen alle teams twee keer per jaar een integriteitstraining. Daarnaast wordt gewerkt met interculturele mediators die onder andere bewustwording hierover creëren binnen de teams. Op deze manier is er bij verschillende teams aandacht voor dit onderwerp.
Bent u bereid te onderzoeken of er inderdaad sprake is van discriminatie in (crisis)noodopvang en/of asielzoekerscentra (azc’s), zoals bijvoorbeeld van Eritrese asielzoekers ten opzichte van Arabische, zoals naar voren komt in de reportage? Zo nee, waarom niet?
Door de aanhoudende druk op de asielopvang is het onvermijdelijk dat in opvanglocaties soms spanningen ontstaan. Dat dit soms escaleert in ongewenste omgangsvormen geeft aanleiding om alert te blijven op signalen van discriminatie en daarop te acteren. Een grootschalig onderzoek acht ik onder deze omstandigheden niet opportuun.
Wat gebeurt er met meldingen over suïcidaliteit van kinderen, bijvoorbeeld op school?
Binnen het COA is er een handreiking suïcide. Als een jongere aangeeft dat hij of zij suïcidaal is, zal een amv-medewerker met de jongere in gesprek gaan, net zoals bij andere zorgelijke signalen. Ook wordt de jeugdbeschermer geïnformeerd. Er kan geschakeld worden met gezondheidszorg, de jongere kan besproken worden in het volgende multidisciplinair overleg of er kan een individueel casusoverleg met betrokken partijen worden georganiseerd.
Scholen zijn verplicht om zorg te dragen voor de sociale, fysieke en mentale veiligheid van leerlingen. De onderwijsinspectie houdt toezicht op het veiligheidsbeleid op scholen. Bij het maken van het veiligheidsbeleid kunnen scholen hulp krijgen van Stichting School & Veiligheid. Deze stichting verzamelt en verspreidt informatie en deskundigheid over (sociale) veiligheid op scholen. Deze stichting heeft onder meer het «niet-pluis-instrument» ontwikkeld. Dit instrument helpt scholen om het beeld van een leerling completer te krijgen en vervolgstappen te zetten, wanneer een leerling gedrag vertoont dat het gevoel oproept dat er iets niet in orde is met de leerling zoals tekenen van suïcide.
Wat gebeurt er met meldingen aan het COA over geweldsincidenten tussen bewoners? Wordt hierover gerapporteerd en zo ja, hoe en aan wie? Wat gebeurt er met dergelijke meldingen en rapportages? Hebben die consequenties voor aanstichters?
Wanneer er geweldsincidenten tussen bewoners op COA-locaties plaatsvinden, worden deze door medewerkers in het systeem gerapporteerd en wanneer minderjarigen hierbij betrokken zijn, wordt dit aan Nidos gemeld. Nidos beoordeelt of deze incidenten meldenswaardig zijn volgens de criteria voor melding bij de inspecties. Is dat het geval, dan worden de incidenten door Nidos gemeld. Elk incident wordt op locatie afgehandeld. Onderdeel van de afhandeling is ook het opleggen van maatregelen. Het opleggen van maatregelen is maatwerk. In het algemeen geldt dat het kan gebeuren dat er in de uitvoering van het werk gaten vallen en dit niet altijd volgens de kaders plaatsvindt.
Daarnaast worden jongeren bij incidenten geïnformeerd over de mogelijkheden tot aangifte en op welke wijze dit kan. Een jongere kan hierin ondersteund worden door zijn mentor en jeugdbeschermer, zowel bij het gesprek over het doen van aangifte als het daadwerkelijk doen van een aangifte. Het is uiteindelijk de beslissing van de jongere of hij dit doet. Of dit consequenties heeft voor de verdachte wordt beoordeeld in het strafrechtelijk proces.
Klopt het dat een grote vechtpartij in Biddinghuizen niet aan de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) is gemeld? Kunt u bij het COA ophelderingen vragen waarom dit niet meteen gemeld is en de Kamer hierover inlichten? Gaat de IGJ ook het verwijt van betrokkenen onderzoeken dat de politie aanwezig was en hen niet heeft beschermd?
Het COA heeft het incident bij Nidos gemeld, maar door de grote druk is helaas verzuimd het incident direct bij de inspectie te melden. Dit had wel gemoeten en is op een later moment alsnog gedaan. De inspectie is hiervan op de hoogte. Naar aanleiding van de vechtpartij heeft COA de jongeren ter de-escalatie en time-out overgeplaatst naar andere locaties. Deze maatregel was noodzakelijk om de veiligheid op locatie te kunnen herstellen en waarborgen. Ik herken mij niet in de weergave van de feiten zoals deze in de vraag wordt geschetst.
Klopt het dat COA-medewerkers een zwijgclausule hebben, en zo ja, waarom wordt hen dan niet door de organisatie zelf regelmatig gevraagd naar hun ervaringen om daar lessen uit te trekken? Bent u bereid een (anoniem) onderzoek te houden onder COA-medewerkers om een beeld te krijgen van wat zich afspeelt en van hun welbevinden? Op welke manier wordt de Kamer geïnformeerd over de situaties als beschreven in de reportage van Argos? Indien hier al rapportages over beschikbaar zijn, kunt u deze met de Kamer delen?
Nee, er is geen zwijgclausule binnen het COA. Het beschermen van persoonsgegevens en gevoelige bedrijfsinformatie is één van de uitgangspunten van het integriteitsbeleid van het COA. Werken bij het COA is echter ook werken met gevoelige gegevens. De geheimhoudingsverklaring die medewerkers van het COA daartoe tekenen ziet toe op de informatie die als vertrouwelijk beschouwd wordt. Denk hierbij aan kennis over openen en sluiten locaties, persoonsinformatie van bewoners, etc. Het gaat in de geheimhoudingsverklaring zeker niet over zaken die vallen onder ongewenste omgangsvormen en integriteitsschendingen. In de gedragscode van het COA is opgenomen dat van medewerkers wordt verwacht dat je er iets mee doet als je vermoedt dat er iets mis is. De interne meldstructuur is daarvoor de eerst geëigende tool om vermoedens van een misstand aan te kaarten. Dat kan via de hiërarchische lijn, al dan niet met behulp van het netwerk van vertrouwenspersonen, of direct bij het meldpunt integriteit. Ook kan een klacht ingediend worden bij de klachtencommissie (o.l.v. een externe voorzitter). Het extern melden van een misstand is uiteraard ook een optie. Dit is immers vastgelegd in wet- en regelgeving (wet bescherming klokkenluiders). Het COA ontslaat geen medewerkers omdat zij misstanden aankaarten.
Het COA heeft onlangs opnieuw een PSA-werkbelevingsonderzoek (Psycho-Sociale Arbeidsbelasting) gehouden voor alle medewerkers. Daarin wordt medewerkers gevraagd naar hun beleving bij arbeidsrisico’s die werkstress kunnen veroorzaken, zoals emotionele belasting, werkdruk, werk-privé balans en ongewenste omgangsvormen zoals discriminatie en seksuele intimidatie, agressie en geweld en/of pesten. De uitkomsten van het onderzoek worden ook nog per team besproken: van de leidinggevenden wordt verwacht dat ze met de resultaten aan de slag met hun team. Ik zie geen reden om daar een aanvullend onderzoek op te (laten) organiseren.
Wanneer is het inspectieonderzoek naar de in de reportage genoemde calamiteit rond de dood van een asielzoeker afgerond en kan de uitkomst hiervan met de Kamer gedeeld worden?
Op 12 juni jl. hebben de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid hun rapport over het onderzoek naar het overlijden van 3 maanden oude baby bij het aanmeldcentrum in Ter Apel gepubliceerd. In de bijbehorende kamerbrief van 13 juni jl.9 heb ik hier een reactie op gegeven.
De dood van een drie maanden oude baby in het aanmeldcentrum Ter Apel |
|
Kati Piri (PvdA), Suzanne Kröger (GL) |
|
Eric van der Burg (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD), Kuipers |
|
![]() ![]() |
Kent u het bericht1 dat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd constateert dat, hoewel geen link te leggen is tussen het overlijden en de omstandigheden, de dood van de drie maanden oude baby in het aanmeldcentrum Ter Apel plaatsvond in verblijfsomstandigheden die ongezond waren voor een moeder met jonge kinderen?
Ja, ik ben bekend met het rapport van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid (de «Inspecties») over het onderzoek naar het overlijden van 3 maanden oude baby bij het aanmeldcentrum in Ter Apel gepubliceerd.
Wat vindt u ervan dat de Inspecties hebben geconstateerd dat in de provisorisch ingerichte verblijfsruimten voor kwetsbare asielzoekers sprake was van onhygiënische omstandigheden met een risico op besmettingsziekten, dat er werd gerookt en dat het ontbrak aan wiegjes en slaapzakken? Bent u het met de stelling eens dat, zelfs onder de moeilijke omstandigheden waaronder asielopvang moest worden geregeld, het hier gaat om de meest essentiële voorwaarden die geregeld hadden moeten zijn? Zo nee, waarom niet?
De omstandigheden in Ter Apel waren gedurende de onderzoekperiode van de inspecties onwenselijk. Niet alleen voor (kwetsbare) bewoners, ook voor medewerkers van de keten. De inspecties constateerden tevens dat betrokken medewerkers er alles aan hebben gedaan om opvang en begeleiding te bieden in deze moeilijke omstandigheden. De sporthal, aannemende dat u hiernaar verwijst met «provisorisch ingerichte verblijfsruimten» is nooit ingezet als volwaardige opvangplaats en was het alternatief voor buiten op het veld moeten slapen.
Ik wil daarom nogmaals de noodzaak onderstrepen om met elkaar te komen tot voldoende aantal reguliere opvangplekken in Nederland.
Waarom was het noodzakelijk voor de moeder, die al een verblijfsvergunning had en sinds 2019 in Nederland woonde, om voor een aanvraag voor een zelfstandige asielvergunning naar Ter Apel af te reizen?
Het uitgangspunt is dat een asielaanvraag door de vreemdeling in persoon of door diens wettelijk vertegenwoordiger wordt ingediend in Ter Apel. Dit is ook als zodanig neergelegd in het Vreemdelingenbesluit en de Vreemdelingencirculaire. Dit geldt voor alle asielaanvragen, dus ook voor vreemdelingen die reeds in het bezit zijn van een – in dit geval – afgeleide asielvergunning en die graag een zelfstandige asielvergunning willen hebben. Het moment van indiening van deze asielaanvraag kan de vreemdeling in dat laatste geval wel zelf kiezen. Een vreemdeling met een afgeleide vergunning heeft immers reeds verblijfsrecht in Nederland. Er is overigens ook altijd overleg mogelijk met de IND in bijzondere gevallen om maatwerk te bieden indien nodig.
In het commissiedebat vreemdelingen- en asielbeleid van 28 juni jl. heb ik toegezegd dat ik nog schriftelijk terugkom op de vraag van het lid Podt over het verplicht melden in Ter Apel door kinderen onder de 15 jaar. Dit ga ik betrekken bij de inhoudelijke beleidsreactie op het rapport van de inspecties. Uw Kamer zal deze in het najaar ontvangen.
Waarom moest de moeder zelfs in Ter Apel verblijven? Waarom moest zij haar kinderen meenemen? Bood de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) de moeder geen mogelijkheid aan om zich elders, wellicht digitaal, aan te melden voor een aanvraag voor een zelfstandige asielvergunning?
Momenteel moet een vreemdeling zich in persoon melden. Zoals toegezegd ga ik deze werkwijze voor kinderen nader bestuderen. Het in persoon aanmelden heeft onder andere als doel om de identiteit vast te stellen. Dit gebeurt aan de hand van biometrie, die enkel in persoon kan worden afgenomen. Daarnaast dienen er handelingen te worden verricht, zoals het registreren in systemen – aan de hand van de biometrie – die noodzakelijk zijn voor het in behandeling nemen van een asielaanvraag. Dat is ook de reden dat een enkele digitale melding – ook indien het een vreemdeling betreft die al verblijfsrecht heeft – onvoldoende is. Ook bij kinderen die asiel aan willen vragen is het van belang de identiteit vast te stellen. Om die reden is het belangrijk dat zij meekomen bij het indienen van een asielaanvraag.
In de regel neemt de betreffende procedure niet onnodig veel tijd in beslag. Afgelopen zomer was echter tijdelijk sprake van een unieke en uitzonderlijke situatie in Ter Apel. Vreemdelingen die op dat moment asiel aan wilden vragen, hebben onder moeilijke omstandigheden soms meerdere dagen moeten wachten voordat zij daadwerkelijk konden worden geregistreerd en een aanvraag konden indienen. Dat is helaas ook deze moeder overkomen. Dit is een uitermate onwenselijke situatie geweest en ik betreur dit ten zeerste.
Vindt u het niet omslachtig, onnodig en risicovol om statushouders in soortgelijke gevallen in Ter Apel te laten verblijven?
Het belang van het in persoon verschijnen ten behoeve van de registratie van de persoonsgegevens, het afnemen van biometrische gegevens en het indienen van een asielaanvraag – ook in geval vreemdelingen al verblijfsrecht hebben – onderstreep ik. Voor kinderen ga ik deze werkwijze nader bestuderen (zie beantwoording vraag 3 en 4). De omstandigheden waaronder dit afgelopen zomer heeft plaatsgevonden, betreur ik echter wel.
Om de druk op Ter Apel te ontlasten is daarom sinds 28 juni jl. een voorportaallocatie geopend in Assen, alwaar asielzoekers kunnen verblijven totdat zij aan de beurt zijn voor de procedure en niet onnodig lang in Ter Apel hoeven te verblijven.
Welke concrete maatregelen zijn inmiddels genomen om herhaling van dit afschuwelijke incident te helpen voorkomen?
Laat ik vooropstellen dat herhaling van dit incident voorkomen moet worden. Op basis van de nu bekende informatie, aldus de inspecties, is geen relatie vast te stellen tussen de verblijfsomstandigheden in de sporthal en het overlijden van de baby. Ik deel de aanbeveling van de inspectie om de sporthal niet meer in te zetten voor kwetsbare bewoners. Daarvoor is nodig dat we in Nederland met elkaar voldoende aantal reguliere opvangplekken organiseren. Die oproep blijf ik continue dan ook doen.
Op korte termijn zet ik mij in om het mogelijk te maken dat het aantal bewoners op locatie Ter Apel binnen het gestelde maximum van 2.000 blijft, bijvoorbeeld zoals eerder genoemd via het organiseren van overloop- en voorportaallocaties. Ook heb ik de politie opdracht gegeven om de verwerkingscapaciteit voor de identificatie procedure verder op te schalen, zodat eenieder vlot door de procedure kan.
Op langere termijn werk ik aan trajecten zoals bespoediging afdoening asiel (BAA) van de IND, de spreidingswet en een heroriëntatie op het asielsysteem in Nederland. Dit nog los van de trajecten die internationaal spelen, zoals de recent gemaakte afspraken in Europa en de afspraken met Tunesië.
Bent u bereid om deze vragen voorafgaand aan het commissiedebat over vreemdelingen- en asielbeleid van 28 juni 2023 te beantwoorden?
Helaas is het mij niet gelukt om binnen de gebruikelijke termijn uw vragen te beantwoorden, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen.
Het collegegeld voor gevluchte Oekraïense studenten |
|
Lisa Westerveld (GL) |
|
Robbert Dijkgraaf (minister onderwijs, cultuur en wetenschap) (D66) |
|
![]() |
Klopt het dat Universiteiten van Nederland (hierna:UNL) en de Vereniging Hogescholen (hierna:VH), in tegenstelling tot het collegejaar 2022–2023, voor het collegejaar 2023–2024 geen landelijke afspraken hebben gemaakt om aan gevluchte Oekraïense studenten het wettelijk collegegeld te vragen in plaats van het instellingstarief?
Eerder dit jaar heeft de VH haar voornemen kenbaar gemaakt om het instellingcollegegeld voor de zittende studenten uit Oekraïne voor het volgend studiejaar (studiejaar 2023–2024) te verlagen ter hoogte van het wettelijk collegegeld. De VH heeft ervoor gekozen om deze afspraken in een bindingsbesluit vast te leggen dat begin februari jl. op de website van de VH is gepubliceerd. Ook UNL heeft aangegeven bereidwillig tegenover het verlagen van het instellingscollegegeld te staan. Deze landelijke afspraken zouden betrekking moeten hebben op de zittende studenten, dat wil zeggen studenten die reeds eerder aan een Nederlandse ho-instelling ingeschreven hebben gestaan, en dus de studie hebben gevolgd. Wat de nieuwe instroom betreft behouden de instellingen hun reguliere bevoegdheid om – eigenstandig – een groep of groepen studenten aan te wijzen die in aanmerking komen voor een lager instellingcollegegeld-tarief. Dit geldt eveneens voor de andere groepen asielzoekers.
Krijgt u ook signalen van studenten uit Oekraïne die nu onverwachts geconfronteerd worden met een tariefsverhoging van duizenden euro’s en die niet ineens een bedrag van 16.000 euro kunnen ophoesten?
Zoals ik reeds bij vraag 1 heb aangegeven, zijn de instellingen bevoegd tot het bepalen, en waar nodig verlagen, van het instellingscollegegeld-tarief. De praktijk laat zien dat bij het verlagen van het instellingscollegegeld-tarief gehandeld wordt op basis van merites van individuele gevallen en omstandigheden van de student, dan wel groepen studenten. Het bepalen van het instellingscollegegeld is bij de instellingen een zorgvuldig proces waarbij de betrokkenheid van de medezeggenschap van belang is, en waarbij het besluit in alle redelijkheid gebeurt. Daarnaast wordt van de instellingen verwacht, en verlangd, dat ze de informatie inzake het instellingscollegegeld tijdig en correct richting de aankomende studenten communiceren.
Deelt u de mening dat het onwenselijk is dat studenten uit Oekraïne met ingang van het volgend collegejaar het instellingstarief moeten betalen voor hun opleiding? Zo ja, bent u hierover in gesprek met UNL en VH en bent u voornemens onderwijsinstellingen te ondersteunen, zodat zij het lagere wettelijke collegegeld kunnen vragen aan deze groep studenten?
In formele zin vallen studenten uit Oekraïne onder de categorie niet-EER studenten. Conform de huidige wet is deze groep het instellingscollegegeld verschuldigd. Instellingen kunnen echter – zoals hiervoor aangegeven – hierover anders besluiten. Ik roep de instellingen op om deze groep studenten waar nodig ook volgend studiejaar te ondersteunen vanuit de huidige bevoegdheid die zij daartoe hebben.
Zoals ik tijdens het tweeminutendebat op 1 februari 2022 heb aangegeven, zal ik het voorstel van het lid Westerveld inzake generieke maatregel ter ondersteuning van bepaalde groepen studenten meenemen in een breder gesprek binnen het kabinet over migratie. De bredere gesprekken zijn nog niet afgerond.
Kunt u deze vragen beantwoorden voor het commissiedebat internationalisering in het hoger onderwijs op 15 juni 2023?
Ja.
Het bericht ‘ Bijna elke dag verdwijnt er een kind uit de asielopvang’ |
|
Anne-Marijke Podt (D66) |
|
Eric van der Burg (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD) |
|
![]() |
Kunt u per vorm van opvang (centrale ontvangstlocatie (col), asielzoekerscentrum (azc), (crisis)noodopvang) aangeven hoeveel kinderen in het afgelopen jaar zijn verdwenen?1
In deze set Kamervragen wordt gesproken over verdwijningen, hiervoor hanteert het COA de cijfers van kinderen die met onbekende bestemming uit de asielopvang vertrekken (hierna: mob).
Het overgrote deel van de kinderen dat de COA-opvang verlaat, betreft alleenstaande minderjarige vreemdelingen (hierna: amv), 91% van de vertrokken kinderen in de periode januari 2022 tot mei 2023 zijn amv. In de mob-registratie van het COA is de afgelopen jaren echter eerder een afname dan toename waarneembaar in absolute aantallen kinderen dat mob is gegaan. In 2018 betrof dit 540 kinderen, in 2019 waren het er 778, in 2020 waren het er 489, in 2021 waren het er 250, in 2022 waren het er 292. In deze periode is tegelijkertijd een sterke toename waarneembaar van het aantal kinderen (met name amv) dat het COA opvangt, waardoor in relatieve zin dus sprake is van een afname van het aantal mob-meldingen. Daarbij geldt tevens dat de cijfers hoger kunnen uitvallen omdat het bij mob-registraties om niet unieke personen gaat: soms wordt een kind meerdere malen mob-geregistreerd, omdat het kind zich na het vertrek weer opnieuw meldt bij het COA en daarna weer vertrekt uit de opvang.
Als we enkel kijken naar kinderen in een gezin zijn er vanuit de centrale aanmeldlocatie (col) in Ter Apel in 2022 9 mob-meldingen geregistreerd. Vanaf de reguliere asielopvang locaties (met uitzondering van amv-locaties) heeft het COA in 2022 en tot en met mei 2023 46 mob-registraties van kinderen in gezinnen gedaan. Vijf meldingen betreffen vreemdelingen die verbleven op noodopvanglocaties van het COA.
Amv verblijven eerst in Ter Apel op de procesopvanglocatie amv (poa). Vanaf de poa in Ter Apel zijn er in 2022 254 mob-registraties. Met betrekking tot alle poa’s heeft het COA van 2022 tot en met mei 2023 492 mob-registraties van amv geregistreerd. Dit is inclusief de eerder genoemde mob-registraties over 2022 vanuit amv Ter Apel, en daarvan ging het in 142 gevallen om een registratie vanuit een noodopvanglocatie.
Tot slot, gemeenten zijn verantwoordelijk voor de crisisnoodopvang, dat betekent dat daar geen informatie over gedeeld kan worden. Belangrijk daarbij te benoemen is dat er geen amv in de crisisnoodopvanglocaties worden geplaatst.
Hoe is het mogelijk dat zoveel kinderen verdwijnen tussen aanmelding in Ter Apel en aankomst in een asielzoekerscentrum?
Minder dan 4% van de mob-registraties in Ter Apel betreft kinderen in gezinnen, de rest zijn amv. Een deel van de amv meldt zichzelf aan in Ter Apel, maar niet allemaal. Wanneer zij zich elders in Nederland melden, worden zij met taxivervoer gebracht naar Ter Apel. Wanneer zij worden doorgeplaatst vanuit Ter Apel naar een andere opvanglocatie, worden zij gebracht. Zowel de reguliere (amv-)opvanglocaties als de beschermde opvang voor amv hebben geen gesloten setting. Dat betekent dat amv zich vrij kunnen bewegen en de opvang kunnen verlaten.
Er wordt op verschillende manieren inzet gepleegd om dit te voorkomen. In de poa’s is 24 uur per dag begeleiding aanwezig en geldt een meldplicht voor 2 momenten per dag. Amv waarbij op voorhand een reëel vermoeden van slachtofferschap mensenhandel is, worden in de beschermde opvang geplaatst. Er worden in de beschermde opvang dan extra beschermingsmaatregelen getroffen, zoals extra bewaking en toezicht. Verder wordt de (plaatselijke) politie op de hoogte gesteld van eventuele risico’s.
Wat is op dit moment de situatie in de alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv)-opvang in Ter Apel? Hoeveel kinderen worden er opgevangen, met hoeveel begeleiders?
De druk op de amv-capaciteit en daarmee ook op de poa in Ter Apel blijft hoog en loopt de laatste weken weer verder op, waardoor er op de locatie al geruime tijd meer amv verblijven dan beoogd (55). De afgelopen periode was dit aantal beheersbaar en kon het COA de jongeren een kwalitatief goede opvang en begeleiding bieden. Dit was mogelijk door de grote inzet van de medewerkers ter plaatse, waarvoor een compliment op zijn plaats is, en door de diverse door het COA getroffen maatregelen om de situatie verbeteren. Zo heeft het COA meer begeleiders beschikbaar gesteld, is er een straatcoach aangesteld, wordt Nederlandse les gegeven en wordt de locatie 24 uur per dag beveiligd. De gemiddelde verblijfsduur op de locatie is 1 tot 2 weken in verband met het aanmeldproces.
Is er een verband tussen de verdwijningen van deze kinderen en de huidige situatie in de asielopvang?
Ik ben niet bekend met signalen die duiden op een mogelijk verband tussen het vertrek van minderjarigen uit de asielopvang en de huidige maatregelen om het opvangtekort tegen te gaan, zoals de noodmaatregel inzake het doorplaatsen van amv van 17,9 naar reguliere opvanglocaties. Zoals reeds aangegeven is geen sprake van een absolute stijging van het aantal mob-registraties, in relatieve zin is zelfs sprake van een daling. Gebleken is dat bewoners vaak niet vooraf kenbaar maken dat zij van plan zijn om de opvang te verlaten, hetgeen onderzoek en onderzoek naar de reden van vertrek bemoeilijkt.
Is er een verband tussen de verdwijningen van deze kinderen en de huidige maatregelen ten aanzien van amv'ers zoals het overplaatsen van kinderen onder de 18 jaar naar de volwassen opvang en de grotere groepsgrootte (waardoor er minder begeleiding per kind is)?
Zie antwoord vraag 4.
Welke meldingen heeft het Expertisecentrum Mensenhandel en Mensensmokkel gekregen die met deze verdwijningen in verband kunnen worden gebracht?
Sinds de doorontwikkeling van het EMM ontvangen zij geen rechtstreekse signalen en/of meldingen van mensenhandel of mensensmokkel van externe organisaties. Signalen worden rechtstreeks gedeeld met de politie en de Kmar. Hier zijn COA medewerkers op getraind. Bij dergelijke vermoedens worden de signalen gemeld bij de politie (via het Nationaal Vreemdelingen Informatie Knooppunt (NVIL) en het Informatieknooppunt (IKP) van de Kmar. Daarnaast worden alle kinderen die mob gaan uit de asielopvang gemeld bij de politie, volgens bestaande protocollen. Wanneer sprake is van reeds bekende signalen ten aanzien van mensenhandel of mensensmokkel wordt dit eveneens vermeld in de melding.
In de periode van 2022–2023 zijn vanuit Ter Apel minder dan vijf meldingen via het protocol ingediend over het vertrek van een amv. Eén van de mob-gemelde amv verblijft momenteel opnieuw in de asielopvang.
Klopt het dat de samenstelling van de amv-groep anders is dan enkele jaren geleden, toen eerder is gesproken over het verdwijnen van amv’ers uit de opvang? Welke invloed heeft dat op de (mogelijke) redenen voor de verdwijningen?
Gelet op de overeenkomstige kenmerken van de amv die mob gaan, is het mogelijk dat een verband bestaat tussen amv die mob gaan en amv die minder kans hebben op het verkrijgen van een verblijfsvergunning.
Op welke wijze worden de (huidige) verdwijningen gemonitord, onderzocht en voorkomen?
Indien een amv aangeeft te willen vertrekken, gaan de COA-medewerkers hierover in gesprek met de amv waarin zij voorlichting geven over de gevolgen voor de asielprocedure. Ook wordt in dit gesprek benoemd welke risico’s het illegaal verblijf in Nederland oplevert en wat de mogelijkheden zijn voor terugkeer naar het land van herkomst. Voorts wordt benoemd dat het aan de vreemdeling is om de keuze te maken om te vertrekken en het een ieder vrijstaat om de locatie te verlaten. In de meeste gevallen wordt een besluit om te vertrekken echter vooraf niet kenbaar gemaakt.
Het COA zet zich dus voortdurend in om vroegtijdig te signaleren of een minderjarige van plan is om de opvang te verlaten. Er is een verplichte training voor alle bewoners waarin de gevaren van het leven in illegaliteit worden toegelicht. Ook streeft het COA ernaar om op alle locaties een contactpersoon mensenhandel/mensensmokkel te hebben. Daarnaast worden amv waar op voorhand een reëel vermoeden van slachtofferschap mensenhandel is, in de beschermde opvang geplaatst. Hier wordt de jongere uit het mogelijk onveilige netwerk gehaald en wordt er gewerkt aan weerbaarheid en zelfredzaamheid. De politie wordt hiervan op de hoogte gesteld. In deze opvang worden op basis van een individuele risico-inschatting extra beschermingsmaatregelen getroffen, zoals extra bewaking en toezicht. Indien sprake is van een signaal van mensenhandel of mensensmokkel wordt dat, conform de aanwijzing mensenhandel van het OM, in alle gevallen opgepakt.
Het verdwijnen van amv uit de asielopvang wordt gemonitord door het registreren van alle gevallen van vertrek met onbekende bestemming door het COA. Het WODC heeft reeds onderzoek gedaan naar rondreizende amv, dit wordt op korte termijn gepubliceerd.
Niet elke mob-registratie van het COA leidt tot een melding van vermissing bij de politie. In de volgende gevallen gebeurt dit wel. Indien een amv zich op twee opeenvolgende meldmomenten binnen 24 uur niet bij het COA meldt, wordt hier standaard melding van gemaakt bij de politie en wordt het Nidos op de hoogte gebracht. Daarnaast maakt het COA of Nidos direct melding bij de politie wanneer sprake is van aanwijzingen dat de veiligheid van de amv in het geding is, bijvoorbeeld omdat sprake is van ontvoering, vermoeden van mensenhandel of direct levensgevaar van het kind. Het COA en Nidos hebben de taak om de politie zo goed mogelijk te voorzien van informatie, zodat de politie tot een zorgvuldige inschatting kan komen van de betreffende zaak. Tevens wordt de wijkagent van de gemeente geïnformeerd.
In eerste instantie verricht de betrokken mentor van COA onderzoek door middel van locatieonderzoek, netwerkonderzoek, en door zelf contact op te proberen te nemen met de jongere. De melding en het meldingsnummer worden vervolgens aan Nidos overgedragen en het onderzoek wordt dan overgenomen door de jeugdbeschermer van Nidos om te bepalen of de verblijfplaats van de amv bekend is. Indien de verblijfplaats niet bekend blijkt, gaat de politie naar aanleiding van de melding verder met het onderzoek waar mogelijk.
Indien sprake is van aanwijzingen dat het vertrek van een kind uit de asielopvang is voorafgegaan, vergezeld of een gevolg is van een misdrijf, wordt een opsporingsonderzoek onder strafrechtelijke titel en onder regie van het OM uitgevoerd. De politie kan de op dat moment passende bevoegdheden toepassen.
Nidos doet, indien daar indicaties van zijn, aangifte van mensenhandel of onttrekking aan gezag door de amv zelf. Het strafbare feit waarvan Nidos aangifte doet is afhankelijk van het ingeschatte risico dat de minderjarige loopt.
Op welke wijze worden gemeenten (verantwoordelijk voor crisisnoodopvang) ondersteund in het voorkomen van dit soort verdwijningen?
In CNO’s worden dezelfde maatregelen genomen als in de reguliere asielopvang om vertrek met onbekende bestemming tegen te gaan. Zie hiervoor het antwoord op vraag 8. Daarbij wel de opmerking dat amv niet op CNO-locaties verblijven.
Wat wordt er nu gedaan om de verdwenen kinderen te vinden?
Zie hiervoor het antwoord onder vraag 8.
Op welke wijze worden signalen van gemeenten en lokale partners ten aanzien van verdachte situaties actief geregistreerd en gebruikt om verdwijningen te voorkomen en op te lossen?
Zoals reeds aangegeven worden verdachte signalen door het COA gedeeld met de politie. Dit gebeurt ad-hoc, per telefoon en per mail, of ze worden gedeeld in het maandelijkse veiligheidsoverleg waarbij tevens de gemeente vertegenwoordigd is. Naar aanleiding van de ontvangen signalen bekijkt de politie welke interventies passend zijn en kunnen worden ingezet. Verdachte signalen worden standaard geregistreerd in het systeem van de politie.
Ziet u de huidige maatregelen om verdwijningen van kinderen te voorkomen als afdoende? Zo ja, kunt u dit onderbouwen? Zo nee, kunt u aangeven wat er de komende tijd wordt gedaan?
Ik heb het volste vertrouwen in de deskundigheid van de COA medewerkers om zo goed als mogelijke begeleiding aan de amv kunnen bieden en waar mogelijk verdwijningen te voorkomen, in samenwerking met de reeds benoemde ketenpartners en organisaties. In de beantwoording op de voorgaande vragen heb ik uiteengezet hoe het COA en de politie dat samen met andere partners doen en zal blijven doen.
Het bericht 'Afgevinkt en uitgezet' |
|
Kati Piri (PvdA) |
|
Eric van der Burg (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD) |
|
![]() |
Bent u bekend met het artikel «Afgevinkt en uitgezet»?1
Ja.
Wat zijn de redenen om een commercieel bedrijf in te schakelen om de medische keuring van asielzoekers uit te voeren?
Het medisch advies horen en beslissen is meer dan 10 jaar geleden geïntroduceerd in het kader van het Programma Invoering Verbeterde Asielprocedure (PIVA). Destijds werd geconstateerd dat het belang van een vroege onderkenning van eventuele medische problematiek die bij de asielprocedure een rol zou kunnen spelen, geborgd kon worden door daar medische deskundigheid op in te zetten. Het was geen optie om de uitvoering van het medisch advies binnen de IND te organiseren. Daarop is besloten dat middels een aanbesteding een externe onafhankelijke partij zou worden gezocht om het medisch advies in opdracht van de IND uit te voeren.
Welke eisen heeft de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) aan de aanbesteding gesteld? Op welke manier wordt gewaarborgd dat zowel MediFirst als de IND zich aan de eisen houden?
De eisen die de IND stelt aan de uitvoering van het medisch advies horen en beslissen zijn neergelegd in een programma van eisen (onderdeel van de Europese Aanbestedingsdocumenten). Het meest recente programma van eisen is opgesteld met het oog op een in 2020 gestarte nieuwe aanbesteding van het medisch advies horen en beslissen (Medische Advisering Horen en Beslissen t.b.v. asielprocedure – Documenten – TenderNed).
De (kwaliteit van de) uitvoering van de overeenkomst is onderdeel van de managementgesprekken tussen IND als opdrachtgever en de opdrachtnemer.
Het medische advies horen en beslissen is een deskundigenadvies. De IND moet zich er dan ook van vergewissen dat een afgegeven medisch advies horen en beslissen naar wijze van totstandkoming zorgvuldig en naar inhoud inzichtelijk en concludent is.
Hoor- en beslismedewerkers van de IND beoordelen in iedere zaak of het medische advies horen en beslissen dat ten aanzien van de individuele asielzoeker is ontvangen, begrijpelijk en goed toepasbaar is. Voor medewerkers is er de mogelijkheid om aan MediFirst vragen te stellen over een uitgebracht advies, in de praktijk gebeurt dit ook. Indien medewerkers, bijvoorbeeld op basis van nieuwe overgelegde medische stukken of eigen waarneming in een gehoor, twijfelen over de vraag of een asielzoeker kan worden gehoord en of daarbij rekening moet worden gehouden met zekere beperkingen, terwijl uit het medisch advies blijkt dat dat in beginsel mogelijk is, kan MediFirst opnieuw om advies worden gevraagd. Ook dat gebeurt in de praktijk.
Klopt het dat MediFirst vrijwel nooit adviseert dat iemand niet in staat is gehoord te worden? En klopt het dat MediFirst vaak nalaat te adviseren op welke manier de IND asielzoekers het beste zou kunnen horen?
De IND beschikt niet over cijfers over de inhoud van uitgebrachte medische adviezen horen en beslissen. Er kan dus niet worden aangegeven hoe vaak het voorkomt dat een advies luidt dat iemand tijdelijk of definitief niet in staat is om te worden gehoord. De IND is echter wel degelijk bekend met dergelijke adviezen. In de IND-werkinstructie 2021/12 (Medische problematiek en horen en beslissen in de Asielprocedure) is om die reden ook beschreven hoe medewerkers van de IND moeten omgaan met zaken waarin de asielzoeker (blijvend) niet gehoord kan worden wegens psychische problematiek.
Overigens is, zoals ook toegelicht in genoemde werkinstructie, uitgangspunt dat een vreemdeling wordt gehoord. Alleen ernstige tot zeer ernstige medische beperkingen zullen leiden tot het advies om (voorlopig) niet te horen.
In zijn algemeenheid geldt dat het medisch advies de IND-medewerkers handvatten geeft om op zorgvuldige wijze te kunnen horen. In het advies worden bijvoorbeeld omstandigheden genoemd die van invloed kunnen zijn op het gehoor. Het is vervolgens aan de IND-medewerker om hier toepassing aan te geven bijvoorbeeld door het houden van (extra) pauzes, verdere uitleg of een bepaalde manier van vragen stellen. Overigens volgen hoormedewerkers van de IND verplicht de door EUAA ontwikkelde training Interviewing Vulnerable Persons. En daarnaast is er voor hen de mogelijkheid de training Trauma-sensitief horen en beslissen te volgen. Hiermee zijn medewerkers in staat op zorgvuldige wijze asielzoekers met psychische problematiek te horen.
Klopt het dat MediFirst het medisch onderzoek voornamelijk door verpleegkundigen zonder aanvullende relevante opleiding en/of expertise laat verrichten?
In de aanbestedingsdocumenten is opgenomen dat de opdrachtnemer en het in te zetten gekwalificeerd medisch deskundig personeel (artsen en verpleegkundigen) kennis hebben van de medische problematiek van asielzoekers of bereid zijn zich daar in te verdiepen, en proactief van deze kennis en ontwikkelingen op de hoogte blijven.
Ook is opgenomen dat iedere in te zetten medewerker (gekwalificeerd medisch deskundig personeel) kennis dient te blijven vergaren over de context waarbinnen de advisering plaats vindt, zoals de toepassing van de relevante wet- en regelgeving op het gebied van asiel. Hiertoe is het bijwonen van enkele gehoren met asielzoekers van belang.
Nieuwe verpleegkundigen worden begeleid/getraind door ervaren medewerkers en lopen in de eerste weken mee. Tevens belegt MediFirst maandelijks een vergadering met verpleegkundigen en artsen.
Overigens heeft de IND sinds de invoering van het medisch advies horen en beslissen gebruik gemaakt van de diensten van slechts twee aanbieders. Het komt ook voor dat medewerkers en daarmee de ervaring en expertise meegaan van de oude naar de nieuwe aanbieder.
Erkent u dat de IND moet kunnen bouwen op een gedegen medisch advies met instructies om het gehoor op een goede manier in te richten? Zo ja, hoe rijmt u dit met de bevindingen dat een verpleegkundige zonder geschikte expertise het medisch onderzoek afneemt en dat MediFirst niet meer naar littekens vraagt?
Ik ben vanzelfsprekend met u van mening dat de IND moet kunnen bouwen op een gedegen medisch advies horen en beslissen, ook omdat hier niet de expertise ligt van de hoor- en beslismedewerker. MediFirst is gehouden aan de kwalificaties zoals die zijn opgenomen in het hiervoor genoemde programma van eisen. De stelling dat een verpleegkundige zonder geschikte expertise het medisch onderzoek afneemt, doet wat mij betreft geen recht aan het medisch advies horen en beslissen. De verpleegkundige stelt het medisch advies zo nodig na ruggenspraak met de arts op. De arts kan ook een eigen vervolgonderzoek noodzakelijk achten. De arts heeft altijd de eindverantwoordelijkheid voor het medisch advies. Ik ben dan ook van mening dat het medisch advies horen en beslissen op zorgvuldige wijze wordt uitgevoerd.
Ten aanzien van het vragen naar het bestaan van littekens is het niet MediFirst, maar de IND zelf die heeft aangegeven dat daar in het gesprek dat leidt tot een medisch advies horen en beslissen niet naar behoeft te worden gevraagd. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat het medisch onderzoek altijd gericht is geweest op een beoordeling van het vermogen te verklaren en niet op het vaststellen van littekens. Zo is in de Memorie van Antwoord (vergaderjaar 2009–2010, 31 994, C) aangegeven dat «Daar waar de asielzoeker zelf spontaan aandraagt dat zijn medische problematiek direct verband heeft met zijn asielrelaas (bijvoorbeeld doordat hij littekens laat zien) zal dit worden genoteerd in zijn medisch dossier en kan de vreemdeling worden gemeld dat hij dit met zijn rechtsbijstandverlener moet bespreken.»
MediFirst noteert littekens slechts in het medisch advies horen en beslissen wanneer de asielzoeker daar uit eigen beweging over verklaart. Uitzondering is de situatie wanneer littekens beperkend zijn voor het al dan niet horen.
Taak van MediFirst is om na te gaan of er indicaties zijn dat iemand niet kan worden gehoord of dat er omstandigheden zijn waarmee bij het horen en beslissen rekening moet worden gehouden.
Het is de taak van de hoormedewerker van de IND om na te gaan of een vreemdeling slachtoffer is geweest van geweld. Naar aanleiding van verklaringen daarover kan de hoormedewerker de vraag stellen of sprake is van littekens en klachten die daarmee in verband staan.
Als de IND van oordeel is dat verder onderzoek hiernaar relevant is voor de integrale geloofwaardigheidsbeoordeling en de vraag of de aanvraag wordt ingewilligd of afgewezen, wordt de asielzoeker een forensisch medisch onderzoek aangeboden. Dit zal dan worden uitgevoerd door het NFI en/of NIFP.
Bent u bereid om MediFirst te dwingen onderzoek te doen naar littekens als gevolg van martelingen of andere traumatische gebeurtenissen? Zo niet, wat is hiervoor de reden?
Zoals hiervoor aangegeven is het medisch onderzoek nimmer gericht geweest op het vaststellen van littekens en heeft de IND MediFirst in lijn met deze oorspronkelijke opzet medegedeeld dat deze niet actief hoeft te laten vragen naar littekens. Ik zie geen aanleiding de IND te vragen hierop terug te komen.
Op welke wijze wordt bij medische onderzoeken specifieke expertise ingebracht op het gebied van slachtoffers van seksueel geweld, de mate waarin zij gehoord kunnen worden en de maatregelen die nodig zijn om revictimisatie te voorkomen?
Verpleegkundigen en artsen van MediFirst zien elke dag veel vreemdelingen van verschillende nationaliteiten met allen een andere achtergrond en een eigen verhaal. Beperkingen ten aanzien van het kunnen horen, kunnen te maken hebben met ondervonden seksueel geweld maar ook met andere vormen van geweld of situaties die zijn meegemaakt. Het is aan MediFirst om aan te geven op wat voor manier daar rekening mee gehouden kan worden tijdens het nader gehoor in de asielprocedure.
MediFirst kan tijdens het onderzoek bovendien vaststellen dat een asielzoeker moet worden doorverwezen naar een behandelaar. Dat zal de adviseur (mondeling) mededelen aan de asielzoeker, maar tevens opnemen in het medisch advies. Als doorverwijzing naar curatieve zorg noodzakelijk is, dan stemt de verpleegkundige, na overleg met de adviserend arts, dat af met het Gezondheidszorg Asielzoekers (GZA).
Op welke wijze hebben asielaanvragers toegang tot medische en andere ondersteunende diensten, zodat zij hun aanvraag kunnen onderbouwen en bewijs kunnen leveren voor hun traumatische ervaringen?
De IND biedt, als dat voor de beoordeling van de asielaanvraag relevant wordt geacht, aan de asielzoeker een forensisch medisch onderzoek aan naar aanwijzingen van vroegere vervolging of ernstige schade. Indien de IND het onderzoek niet relevant acht, kan de asielzoeker op eigen initiatief en kosten een forensisch medisch onderzoek laten uitvoeren en in de asielprocedure inbrengen. Dit onderzoek wordt dan vanzelfsprekend in de beoordeling betrokken.
Het staat asielzoekers daarnaast natuurlijk vrij ieder ander medisch document ter staving van het asielrelaas en/of medische problematiek in de asielprocedure in te brengen.
Klopt het dat de werkwijze van MediFirst onder geen enkele vorm van toezicht valt? Zo ja, bent u bereid om een toezichtsorgaan in te stellen?
Alle voor MediFirst werkzame verpleegkundigen en artsen zijn BIG-geregistreerd. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd is verantwoordelijk voor het toezicht op het werkveld van MediFirst.
Daarnaast vallen de werkzaamheden onder het medisch tuchtrecht. Dit betekent ook dat het medisch advies horen en beslissen, weerwoorden en andere handelingen binnen de dienstverlening moeten voldoen aan de criteria die het Centraal Tuchtcollege Gezondheidszorg stelt aan de kwaliteit van deze werkzaamheden, ook ten behoeve van de rechtsgang bij tuchtklachten.
Indien een asielzoeker niet tevreden is over de werkzaamheden van een specifieke verpleegkundige of arts, kan hiervoor een tuchtzaak opgestart worden. De IGJ kan hier ook toe besluiten.
Ik acht het niet nodig aanvullend hierop verder toezicht in te stellen.
Het nieuwe Zweedse asiel- en terugkeerbeleid |
|
Joost Eerdmans (EénNL) |
|
Eric van der Burg (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD) |
|
|
Het criminele karakter van het asielzoekerscentrum in Gilze en het onder druk zetten van burgers die hier verslag van doen op sociale media |
|
Caroline van der Plas (BBB) |
|
Eric van der Burg (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD) |
|
![]() |
Bent u bekend met het speciaal ingerichte verblijf in asielzoekerscentrum (azc) Gilze waar criminele/onheuse asielzoekers worden gehuisvest?1
AZC Gilze kan 1.200 asielzoeker huisvesten. Op locatie is een apart woongebouw ingericht ten behoeve van (potentiële) overlastgevers. In dit woongebouw verblijven ook andere bewoners (dus niet-potentiële overlastgevers). Er verblijven in dit woongebouw op dit moment 20 personen.
Ik ben er mee bekend dat een groep overlastgevende asielzoekers problemen heeft veroorzaakt. Dit is onacceptabel. Om de veiligheid van de overige COA-bewoners te waarborgen, heeft het COA daarom besloten om de kleine groep overlastgevers af te zonderen. Zo kan het COA extra maatregelen treffen, zoals extra beveiliging om meer grip te krijgen op overlastgevers. Op dit moment zijn er bijna geen incidenten meer.
Kunt u aangeven hoeveel mensen er in dit soort speciale verblijven worden gehuisvest?
Zie antwoord vraag 1.
Bent u bekend met misstanden die plaatsvinden in het azc te Gilze?
Zie antwoord vraag 1.
Bent u ermee bekend dat er spullen van Nederlandse omwonenden gestolen worden, op het speciaal ingerichte verblijf worden teruggevonden, en de politie niets kan doen?
Ja, ik ben er mee bekend dat er weleens spullen van omwonenden zijn gestolen. Ik herken mij echter niet in het beeld dat de politie niets kan doen. Bij strafbare feiten of bij het verstoren van de openbare orde treedt de politie op, onder het gezag van (respectievelijk) het Openbaar Ministerie en het lokale gezag. Er kan zowel preventief als repressief worden opgestreden in COA-locaties, dit gaat dan altijd in samenwerking met onder andere het COA, het lokale gezag en de beveiliging.
Zoals ik heb aangegeven in de voortgangsbrieven van 9 mei jl. en 24 november 20222 wordt de samenwerking tussen de betrokken partners (het lokale gezag, COA, de beveiliging, de politie en het Openbaar Ministerie) versterkt voor wat betreft overlastgevende en criminele asielzoekers. Daarbij kan worden gedacht aan stelselmatig sanctioneren bij constatering van een strafbaar feit, consequente dossieropbouw en informatie-uitwisseling, en toeleiding naar supersnelrecht waar nodig.
De COA-medewerkers gaan met regelmaat op kamerbezoek en voeren op basis van de huisregels kamercontroles uit. Indien er een verdenking is van bijvoorbeeld gestolen goederen kan er vaker een controle worden uitgevoerd of kan de politie worden ingeschakeld.
Bent u bekend met het bijgesloten verhaal van Ties van den Brand en Zara Mertens?
Ik heb kennisgenomen van het feit dat de politie in gesprek is gegaan met de betrokkenen en dat de politie tijdens dit gesprek heeft geadviseerd tot verwijdering van de berichten door de betrokkene op sociale media. Iedereen mag zijn verhaal doen in Nederland, ook op sociale media. In dit geval gaven een aantal opruiende reacties van derden, evenals reacties van derden om voor eigen rechter te spelen, aanleiding om de betrokkenen te adviseren deze berichten te verwijderen. Dit had dus niet te maken met de berichtgeving van betrokkene zelf. Ik ga niet over de specifieke werkwijze van de politie, de politie treedt altijd op onder het gezag van het lokale gezag of het Openbaar Ministerie. Wanneer iemand ontevreden is over het handelen van de politie staat het hem of haar vrij om een klacht in te dienen bij de politie via de gebruikelijke weg.
Ties en Zara hebben deze verhalen gedeeld op sociale media, omdat zij hun telefoons niet terug konden krijgen, vervolgens werd er door overheidsinstanties druk op hen uitgeoefend om de berichten te verwijderen, wat vindt u hiervan?
Zie antwoord vraag 5.
Bent u bereid om excuses maken richting deze benadeelde omwonenden?
Zie antwoord vraag 5.
Zo niet, waarom niet?
Zie antwoord vraag 5.
Wat gaat u er in de toekomst aan doen dat overheidsinstanties niet onterecht burgers onder druk zetten omdat uitlatingen in welke vorm dan ook, hen niet «lekker» uitkomen?
Zie antwoord vraag 5.
Hoe gaat u ervoor zorgen dat de politie toch de gestolen spullen uit het betreffende pand kan halen?
Het is voor de politie wettelijk niet toegestaan om een woning te doorzoeken op basis van een zoekmelding van een gestolen telefoon. Voor het doorzoeken of zoekend rondkijken door de politie moet het vaak gaan om zwaardere strafbare feiten. Daarnaast geeft de politie aan dat in dit geval niet exact kon worden vastgesteld in welke kamer (die aangemerkt wordt als woning) de ontvreemde telefoon zich op dat moment bevond.
De wettelijke regels omtrent doorzoekingen zijn duidelijk en afdoende en vastgelegd in het Wetboek van Strafvordering. Ik zie daarom geen aanleiding voor een wetswijziging. Zoals hierboven beschreven doet het COA wel reguliere kamercontroles op basis van hun eigen huisregels. Desgewenst kan de politie het COA ondersteunen bij dit soort kamercontroles.
Er is geen huiszoeking mogelijk omdat er meerdere adressen gevestigd zitten in een pand waar de criminele asielzoekers zitten, bent u het eens met de stelling dat er gekeken moet worden naar wetswijzigingen om dit wel mogelijk te maken?
Zie antwoord vraag 10.
Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 10.
Deze asielzoekers zijn criminelen en gedragen zich onheus, bent u het met de stelling eens dat dit consequenties moet hebben voor hun asielaanvraag?
Om te voorkomen dat criminele asielzoekers misbruik maken van onze geboden gastvrijheid, zet het kabinet in op een harde aanpak van overlastgevend en crimineel gedrag. De organisaties in de asielketen werken er daarom hard aan om zo iemand snel door de asielprocedure te halen, en om na afwijzing van de asielaanvraag te werken aan terugkeer naar land van herkomst of overdracht naar de verantwoordelijke Dublinlidstaat. Het Openbaar Ministerie hanteert als uitgangspunt een lik-op-stuk aanpak als een asielzoeker een strafbaar feit begaat. Onder lik-op-stuk wordt verstaan een snelle interventie na aanhouding van de verdachte tot en met de succesvolle tenuitvoerlegging van de straf.
De IND kan de verblijfsvergunning asiel weigeren of intrekken op grond van openbare orde indien de vreemdeling (onherroepelijk) is veroordeeld voor een (bijzonder) ernstig misdrijf. Hoe langer de vreemdeling rechtmatig in Nederland verblijft, hoe hoger de straf moet zijn om tot beëindiging van het verblijfsrecht over te kunnen gaan. Na een afwijzend besluit of een intrekking van de IND start de DT&V het terugkeerproces. Dit kan ook vanuit strafdetentie of (aansluitend in) vreemdelingenbewaring.
Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 13.
Wat vindt u ervan dat, volgens berichtgeving van het AD, uw medewerkers vrezen voor hun veiligheid?
Alle medewerkers moeten, in soms moeilijke omstandigheden, veilig hun werk kunnen doen. Daarom neemt het COA signalen van werknemers uiterst serieus om de veiligheid op locatie blijvend te kunnen waarborgen.
Wat gaat u doen om uw personeel in azc’s hun gevoel van veiligheid terug te geven?
Tussen het lokaal bevoegd gezag, politie en het COA zijn werkafspraken gemaakt om de ongewenste activiteiten van overlastgevende asielzoekers te beteugelen. Dat heeft effect; de overlast en meldingen zijn afgenomen.
Kunt u deze vragen elk afzonderlijk beantwoorden?
Omwille van de leesbaarheid heb ik sommige vragen in de beantwoording gebundeld.
De te realiseren opvangplekken voor asielzoekers |
|
Anne-Marijke Podt (D66) |
|
Eric van der Burg (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD) |
|
![]() |
Bent u het eens met de stelling dat we alles op alles moeten zetten om te zorgen dat er niet weer mensen bij Ter Apel buiten moeten slapen?
Ja, in mijn brief van 24 mei aan uw Kamer heb ik daarom maatregelen uiteengezet die ik heb genomen (TK 2022–2023, 19 637, nr. 3110).
Wat is de stand van zaken met betrekking tot de maatregelen ter bevordering van de uitstroom van statushouders uit de asielopvang, waaronder de realisatie van flexwoningen?
Er zijn momenteel circa 16.000 statushouders in de opvang van het COA, waarvan 11.000 langer dan de afgesproken 14 weken. Om dit moment lopen gemeenten 3.700 plekken achter op de te realiseren taakstelling voor statushouders.
Het kabinet heeft in de Voorjaarsnota 2023 circa € 300 miljoen vrij gemaakt om flexwoningen meerjarig te kunnen ondersteunen. Hiermee geeft het kabinet gemeenten, corporaties en bouwers tevens een duidelijk signaal dat het doorgroeien naar de flexibele schil in de woningmarkt.1 Verder heeft het RVB circa 2.000 woningen ingekocht, zodat die ook snel geleverd kunnen worden aan gemeenten, corporaties en bijvoorbeeld ook COA en is AEDES een collectieve inkoop gestart voor 8.000 woningen dit jaar.
Bent u bereid de hotel- en accommodatieregeling uit te breiden? Zo nee, waarom niet?
Ja, dat is het geval. Ik zal de hotel- en accommodatieregeling uitbreiden en verlengen tot 1 januari 2025.
Bent u bereid grote, leegstaande terreinen zoals defensieterreinen, Lelystad Airport of Heumensoord in te zetten voor zo ver dit nog niet gebeurt? Zo nee, waarom niet?
Ik ben bereid om met iedere gemeente of locatie in gesprek te gaan waar het mogelijk is opvangplekken te realiseren. De noodzaak daarvoor heb ik uiteengezet in mijn brief van 24 mei (TK 2022–2023, 19 637, nr. 3110).
Bent u bereid de overgangsregeling zoals opgenomen in de spreidingswet direct in werking te stellen om gemeenten een snelle financiële impuls voor het realiseren van opvang te geven? Zo nee, waarom niet?
Het bedoelde wetsvoorstel moet nog behandeld worden in het parlement. Ik ga daarop niet vooruitlopen. Dat neemt niet weg dat ik -zoals aangegeven- met iedere gemeente of locatie in gesprek zal gaan waar opvang van asielzoekers mogelijk is. Daar zal ik alle bestaande en beschikbare financiële regelingen zo gericht en verantwoord mogelijk bij in beschouwing nemen.
Bent u bereid tot het inzetten van ruimtelijk instrumentarium als dit kan voorkomen dat mensen buiten moeten slapen? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet streeft ernaar in goed overleg met medeoverheden, en dat overleg vindt ook veelvuldig plaats, te komen tot goede oplossingen voor het aanpakken van het opvangtekort. Het commitment en bereidheid van gemeenten en provincies is hoog om een noodsituatie zoals deze zich voordeed in de zomer van 2022 te voorkomen.
Wilt u deze vragen zo spoedig mogelijk maar in ieder geval voor het commissiedebat Vreemdelingen- en asielbeleid van 10 mei 2023 beantwoorden?
Dat is helaas niet mogelijk gebleken.