Het rapen van kievitseieren op de Werelderfgoedlijst van UNESCO |
|
Anja Hazekamp (PvdD) |
|
Halbe Zijlstra (staatssecretaris onderwijs, cultuur en wetenschap) (VVD), Henk Bleker (staatssecretaris economische zaken) (CDA) |
|
![]() |
Bent u er zich van bewust dat de Kamer op 19 april 2012 heeft ingestemd met de ratificatie van het UNESCO-verdrag ter bescherming van het Immaterieel Erfgoed, waardoor dit in juli 2012 al in werking zou kunnen treden?1 Zo ja, hoe verhoudt uw antwoord op eerdere vragen2, dat plaatsing van het rapen van kievitseieren of andere maatschappelijk omstreden activiteiten niet aan de orde zijn, zich hiertoe en kunt u de eerdere vragen in dit licht nogmaals beantwoorden? Zo nee, kunt u aangeven wat hier feitelijk niet aan klopt en waarom het feit dat de Kamer heeft ingestemd met het ratificeren van het UNESCO-verdrag voor Immaterieel Erfgoed niets verandert aan uw eerdere antwoorden?
Het feit dat de Tweede Kamer heeft ingestemd met de ratificatie van het UNESCO-verdrag voor Immaterieel Erfgoed verander niets aan de eerdere antwoorden. Het Koninkrijk der Nederlanden wordt pas partij bij het verdrag drie maanden nadat de stukken ter bekrachtiging bij UNESCO zijn gedeponeerd (medio augustus 2012).
Daarna zal eerst worden gewerkt aan de inventarisatie van het immaterieel erfgoed in Nederland. Een plan van aanpak voor de uitvoering daarvan wordt nu geschreven door het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed samen met onder andere het Meertens Instituut en het Nederlands Openluchtmuseum.
Het Koninkrijk der Nederlanden zal pas in een later stadium beslissen of en zo ja, welke immaterieel erfgoedelementen het zal voordragen voor de internationale lijst van het Verdrag.
Het hoge aantal recent aangespoelde dode zeehonden in de Grevelingen en dode en ernstig verminkte bruinvissen bij de stranden van Ouddorp |
|
Anja Hazekamp (PvdD) |
|
Henk Bleker (staatssecretaris economische zaken) (CDA) |
|
![]() |
Bent u op de hoogte van het hoge aantal recent aangespoelde dode zeehonden in de Grevelingen en dode en ernstig verminkte bruinvissen bij de stranden van Ouddorp?1
Ja.
Deelt u de mening dat de huidige bescherming van zeehonden en bruinvissen onvoldoende is, gezien de grote aantallen die recentelijk zijn aangespoeld?
Ik deel die mening niet. De Flora- en faunawet en de implementatie van de Habitatrichtlijn bieden voldoende bescherming voor deze zeezoogdiersoorten.
Dat neemt niet weg dat er in de laatste tijd veel zeezoogdieren dood worden aangetroffen op de Nederlandse stranden. Hiervoor kunnen verschillende oorzaken zijn. Zeker is, dat het aantal zeehonden en bruinvissen de laatste jaren sterk is gestegen in de Nederlandse wateren. De toegenomen waarnemingen van dode dieren kunnen voor een deel daaraan worden toegeschreven.
Ik heb vorig jaar het Bruinvisbeschermingsplan in ontvangst genomen. Hierin staan belangrijke aanbevelingen, die ik heb overgenomen.
Deelt u de mening dat de doodsoorzaak van de zeehonden en de bruinvissen te maken kan hebben met de vele visnetten, die in Grevelingen en de Voordelta staan? Zo ja, wat gaat u hieraan doen? Zo nee, waarom niet?
Het valt niet uit te sluiten dat er in de Grevelingen en de Voordelta zeehonden of bruinvissen de verdrinkingsdood sterven in visnetten.
Het is onbekend hoeveel bruinvissen worden bijgevangen. Om inzicht te krijgen in de omvang van de bijvangst, ben ik voornemens om bijvangstonderzoek te laten uitvoeren, mede ter uitvoering van de aanbeveling hierover in het Bruinvisbeschermingsplan. Ik wil eerst de resultaten van dit onderzoek afwachten, voordat ik conclusies trek.
Kunt u uiteenzetten waardoor de snijwonden en verminkingen bij de dieren zijn veroorzaakt? Zo ja, waaruit blijkt dat volgens u? Zo nee, bent u bereid om de verminkingen te laten onderzoeken?
Dode, en ook de verminkte, bruinvissen worden onderzocht door de afdeling Pathologie van de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht. Dit onderzoek zal in 2013 worden afgerond (zie mijn antwoord op vraag 7).
Zijn er aanwijzingen voor strafbare feiten rond de dood van de aangespoelde zeezoogdieren? Zo ja, welke strafbare feiten? Zo nee, is daar wel onderzoek naar gedaan?
Er zijn dode dieren aangetroffen, maar wat in die specifieke gevallen de doodsoorzaak was, is nog niet bekend. Omdat de oorzaak van de verwondingen niet bekend is, zijn er geen aanwijzingen voor strafbare feiten.
Welke mogelijkheden ziet u om te achterhalen wie deze bruinvissen heeft verminkt en om maatregelen te treffen tegen het stuksnijden van bruinvissen die als bijvangst worden gevangen?
Wat het eerste deel betreft dan de vraag verwijs ik u naar mijn antwoorden op vraag 4 en vraag 7.
Het tweede deel van uw vraag betreft het stuksnijden van bijgevangen bruinvissen. Wanneer een bruinvis op zee wordt bijgevangen, wordt doorgaans het net bij inhalen om het kadaver heen losgesneden en gaat de bruinvis weer in zee. Naar de omvang van de bijvangst wil ik onderzoek doen (zie mijn antwoord op vraag 3).
Is het waar dat in Utrecht onderzoek wordt gedaan naar de doodsoorzaak van de bruinvissen? Zo ja, kunt u ons het onderzoeksresultaat doen toekomen wanneer dit gereed is?
Volgend voorjaar (2013) wordt een 5-jarig pathologisch onderzoek door de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht afgerond, dat een zeer groot deel van de op de Nederlandse kust aangespoelde dode bruinvissen omvat. Ik zal u dit rapport bij verschijnen doen toekomen.
Is het waar dat het kenniscentrum van de Zeehondencrèche in Pieterburen onderzoek doet naar de doodsoorzaak van de aangespoelde zeehonden? Zo ja, kunt u ons de uitslag van het onderzoek van het genoemde kenniscentrum doen toekomen?
Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik u naar de Zeehondencrèche in Pieterburen.
Deelt u de mening dat onderzoek naar de doodsoorzaak van beschermde dieren een overheidstaak is? Zo ja, bent u bereid om zelf een specifiek onderzoek in te stellen naar de oorzaak van de aangespoelde zeezoogdieren? Zo ja, wanneer kunnen we deze verwachten? Zo nee, bent u bereid om de kosten van het onderzoek naar de doodsoorzaak van de dieren door het kenniscentrum van de Zeehondencrèche te vergoeden?
Mijn prioriteit ligt nu bij het onderzoek aan de dode bruinvissen omdat deze populatie in een (matig) ongunstige staat van instandhouding verkeert. Hiervoor is ruim een half miljoen euro uitgetrokken. Mogelijk dat uit het lopende onderzoek aanwijzingen komen die ook gebruikt kunnen worden voor de verklaring van de doodsoorzaken bij zeehonden. Ik wacht dat af. Ik waardeer overigens dat de Zeehondencrèche Pieterburen op eigen initiatief onderzoek doet.
Kunt u een voortgangsoverzicht geven van de implementatie van de genoemde maatregelen in het bruinvisbeschermingsplan?
In 2012 is gestart met de implementatie van de prioritaire aanbevelingen uit het Bruinvisbeschermingsplan zoals ik die in mijn brief van 5 december 2011 heb aangegven (Kamerstukken 2011–2012, nr. 29675/138).
Het onderzoek naar (de ontwikkeling van) de populatie en verspreiding, voedingspatroon en pathologie loopt.
In maart 2012 is het Bruinvisbeschermingsplan gepresenteerd in de ASCOBANS Steering Group for the Conservation Plan for the Harbour Porpoise in the North Sea en verspreid onder de leden van deze stuurgroep om meer bekendheid te geven aan het Nederlandse plan.
Eind 2012 kunt zal ik de Tweede Kamer per brief informeren over de voortgang van de implementatie van het Bruinvisbeschermingsplan.
Het bericht "Omstreden walvisvaart weer begonnen" |
|
Henk Jan Ormel (CDA) |
|
Henk Bleker (staatssecretaris economische zaken) (CDA) |
|
![]() |
Heeft u kennisgenomen van het bericht dat de omstreden walvisjacht vangt weer is begonnen?1
Ja.
Klopt het dat in IWC-verband2 het aan Japan, Noorwegen en IJsland is toegestaan om een bepaald aantal walvissen te vangen, enkel voor wetenschappelijke doelen?
Nee. Alleen Japan vangt voor wetenschappelijke doeleinden en kent zichzelf daarbij conform de bepalingen van het Walvisvaartverdrag een quotum toe.
Hoe moet de stellingname in het artikel, dat de Scandinavische landen walvissen vangen omdat zij van mening zijn dat de dwergvinvis niet bedreigd is, in het IWC-verband worden opgevat?
IJsland en Noorwegen jagen op commerciële gronden. Volgens de nu beschikbare gegevens is de dwergvinvis geen bedreigde walvissoort.
Zijn de drie dwergvinvissen gevangen voor wetenschappelijke doelen? Zo ja, welke? Zo nee, waarom is de walvisjacht wederom aangevangen?
Zie de antwoorden op vragen 2 en 3.
Is middels via een peer review aangetoond dat het betreffende onderzoek niet kan zonder walsvissen te doden? Zo ja, welk gremium heeft dat beoordeeld en heeft toestemming voor de jacht gegeven? Zo nee, welke acties worden ondernomen?
Het Walvisvaartverdrag staat toe dat landen walvissen doden voor wetenschappelijke doeleinden. Dit vereist geen voorafgaande toestemming of peer review. Nederland behoort tot de landen die het doden van walvissen voor wetenschappelijk onderzoek niet nodig achten en dus ongewenst vinden. De inzet van de Nederlandse regering is om in de IWC tot een aanpassing van het Verdrag te komen welke een eind maakt aan deze en andere vormen van walvisjacht.
Beschietingen van roofvogels |
|
Anja Hazekamp (PvdD) |
|
Henk Bleker (staatssecretaris economische zaken) (CDA) |
|
![]() |
Kent u het bericht «nesten van buizerds beschoten»?1
Ja.
Hoe vaak is in de afgelopen 5 jaar proces verbaal opgemaakt voor het vernielen van roofvogelnesten? Zo ja, in welk deel van de gevallen was er sprake van het doorzeven van roofvogelnesten met hagel of kogels uit jachtgeweren? Zo nee, waarom niet?
De overheid beschikt niet over databases waarmee tot op het niveau van modus operandi en/of bedreigde soorten onderscheid gemaakt kan worden bij overtredingen van de Flora- en faunawet.
Roofvogelvervolging is een zaak die aandacht verdient. Ik moet hierbij echter opmerken dat daders van roofvogelvervolging veelal bijzonder moeilijk te traceren zijn.
De handelingen die onder de noemer roofvogelvervolging vallen, zoals het verstoren en kapotmaken van nesten, het doodschieten van roofvogels, het wegvangen in kraaienvangkooien en het vergiftigen door middel van uitleggen van vergiftigd aas, laten over het algemeen namelijk weinig sporen na. Strafbare feiten worden vooral gepleegd in het landelijk gebied, waar daders zich goed kunnen verbergen en opsporingsambtenaren snel opvallen. Dat leidt ertoe dat slechts in een relatief klein aantal gevallen tot het aanhouden van verdachten kan worden overgegaan. Niettemin zijn er bij concrete aanwijzingen wel degelijk recherchemogelijkheden om de vermoedelijke daders op te sporen.
Kunt u aangeven in hoeveel procent van de gevallen waarin sprake was van het vernielen en/of doorzeven van roofvogelnesten de daders gepakt zijn in deze periode? Zo ja, wat zegt dat over de kwaliteit en mogelijkheden van het toezicht in de natuur? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 2.
Kunt u specificeren in hoeveel procent van de gevallen waarbij de daders van dergelijk wangedrag zijn getraceerd, de daders beschikten over een wapenvergunning en jachtakte? Zo ja, kunt u specifiek zijn in uw antwoord? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 2.
Bent u bereid het veldtoezicht te verscherpen rond roofvogelnesten en ook organisaties als Werkgroep Roofvogels Nederland subsidie te verlenen om hun vrijwilligerswerk ter bescherming van de roofvogels mogelijk te maken en uit te breiden?2 Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo nee, waarom niet?
Ik meen dat het verstoren en vernietigen van roofvogelnesten streng bestraft moet worden.
Middels de Wet op de economische delicten kan voor het onrechtmatig versturen of vernietigen van nesten van beschermde vogelsoorten een geldboete opgelegd worden. Met betrekking tot de pakkans blijkt uit het antwoord op vraag 2, 3 en 4 dat de aard van het delict de opsporing van roofvogelvervolging vaak moeilijk maakt. Ingezet zal worden op het voorkomen van roofvogelvervolging door aanvullend beleid dat bestaat uit gerichte voorlichting naar mogelijke doelgroepen. Deze voorlichting heeft vooral ten doel de sociale controle binnen en rond (mogelijke) dadergroepen te versterken. Ten einde te komen tot een effectievere aanpak van het probleem van roofvogelvervolging heeft het OM enige jaren geleden, in samenwerking met de politie, de voormalige AID en het toenmalig ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit een «Interventiestrategie Roofvogelvervolging» opgesteld. Hierin is een integraal pakket aan maatregelen opgenomen, waarin naast strafrechtelijk optreden een belangrijke rol is weggelegd voor bestuursrechtelijke handhaving, communicatie en voorlichting.
De Werkgroep Roofvogels Nederland ontvangt geen subsidie van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Zoals uit het bovenstaande blijkt is opsporing uitermate moeilijk. Subsidiëren van meer veldtoezicht zal naar verwachting niet meer resultaat opleveren.
Deelt u de mening dat het verstoren en vernielen van roofvogelnesten streng bestraft zou moeten worden en dat veroordeling voor deze feiten ten minste tot het permanent intrekken van de jachtakte voor de veroordeelde zou moeten leiden? Zo ja, op welke termijn en wijze wilt u dit realiseren? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 5.
Een jager die een auto op de A15 raakt met een kogel |
|
Anja Hazekamp (PvdD) |
|
Opstelten (minister justitie en veiligheid) (VVD), Henk Bleker (staatssecretaris economische zaken) (CDA) |
|
![]() |
Kent u het bericht «Jager raakt per ongeluk auto op snelweg»?1
Ja.
Is het waar dat geen proces-verbaal van het voorval is opgemaakt en dat ter plaatse is geconcludeerd dat de jager vrij uit ging? Zo ja, wie heeft dit geconcludeerd, op basis waarvan is dat geconcludeerd en is dat geen voorbarige conclusie? Zo nee, is de zaak nog in onderzoek en bij wie?
Door de politie is een opsporingsonderzoek ingesteld, waarvan proces-verbaal wordt opgemaakt. Geweer en munitie zijn in beslag genomen en worden thans onderzocht door het Nederlands Forensisch Instituut. Het OM beslist op basis van de uitkomsten van deze onderzoeken over eventuele vervolging.
Is de jachtakte van de jager inmiddels ingetrokken? Zo ja, per welke datum en tot welke datum? Zo nee, waarom niet?
De jager beschikte over een jachtakte die recent is verlengd. Het onderhavige incident kan leiden tot intrekking van de jachtakte. Ook dit wordt nog nader onderzocht.
Is het waar dat de politie een jachtopziener heeft geraadpleegd om te achterhalen welke jagers in het bezit waren van een dergelijk wapen? Zo ja, was die informatie niet bekend bij de politie of de korpschef die verantwoordelijk is voor het bijschrijven van jachtwapens op de jachtakte? Zo nee, in welk opzicht klopt deze berichtgeving niet?
Nee, uit de berichtgeving blijkt dat de politie een jachtopziener geraadpleegd heeft om te achterhalen welke jagers in dat gebied actief waren. Dit was naar het oordeel van de politie de snelste manier om de mogelijke schutter te traceren.
Hoeveel jagers in Nederland zijn in het bezit van een kogelgeweer? Zo ja, kunt u dit specificeren naar kaliber en aangeven wat de reikwijdte van deze wapens is? Zo nee, bent u bereid om dit te inventariseren?
Er is geen centrale databank waarin de wapens van jagers zijn geregistreerd. Elk korps heeft zijn eigen registratiesysteem. Ik zie geen nut van of noodzaak tot een nadere specificatie. In de Flora- en faunawet en in het jachtbesluit is voorgeschreven met welke geweren uitvoering gegeven kan worden aan het bepaalde in deze wet cq dit besluit en aan welke eisen deze geweren dienen te voldoen. Kogelgeweren met getrokken loop mogen worden gebruikt bij de uitoefening van de jacht, beheer en schadebestrijding.
Weet u hoe groot de afstand was tussen de jager en de auto op het moment dat hij op de gans schoot en de kogel door de voorruit van de auto ging? Zo nee, waarom niet?
In het belang van het onderzoek kunnen daarover geen mededelingen worden gedaan.
Welk type kogel (bijvoorbeeld rond, spits, «hollow-point», «round-nose» ) werd gebruikt door de ganzenjager langs de A15 en uit welke materialen bestond deze? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 6.
Wordt in de munitie waarmee gejaagd wordt nog steeds gebruik gemaakt van lood, bijvoorbeeld als loodkern of als «lead-round-nose»? Zo nee, waarom niet?
Er is geen totaalverbod op loodhoudende munitie in Nederland en ik overweeg dat ook niet. Naast jagers gebruiken o.a. militairen, politie en sportschutters genoemde munitie. Zij zijn allemaal gehouden aan de wettelijke bepalingen die gelden ten aanzien van gebruik en soort munitie.
Is er andere munitie, die in Nederland gebruikt wordt, waarin lood worden toegepast? Zo ja, hoeveel lood komt hierdoor in het milieu terecht? Bent u bereid een totaalverbod in te stellen op het gebruik en de verkoop van loodhoudende munitie in Nederland? Zo nee, is er een totaalverbod in Nederland voor het gebruik en de verkoop en gebruik van munitie die lood bevat?
Zie antwoord vraag 8.
Welke maatregelen dienen jagers te treffen om te voorkomen dat burgers ongewild doelwit worden van hun jachtactiviteiten? Vindt u de huidige voorzorgsmaatregelen en regels toereikend om de openbare veiligheid te waarborgen? Zo ja, waarom?
Jagers volgen een wettelijk verplichte opleiding die bijna een jaar duurt met theorie en praktijk. In deze opleiding wordt veel aandacht besteed aan de veiligheid en dit wordt tijdens een specifiek praktijkexamenonderdeel (Jachtpraktijk) ook getoetst. Uit het feit dat er zeer weinig incidenten gemeld worden met betrekking tot de veiligheid rond de jacht leid ik af dat voor die veiligheid over het algemeen goed zorg wordt gedragen en dat nieuwe maatregelen niet nodig zijn.
Deelt u de mening dat er sprake is van onzorgvuldig, onachtzaam en roekeloos handelen, wanneer in de nabijheid van openbare wegen in onoverzichtelijk terrein een kogelgeweer wordt afgevuurd met een reikwijdte die strekt tot aan die openbare weg of verder? Zo ja, bent u bereid om jagers en burgers hiertegen te beschermen door het jagen langs openbare wegen te verbieden? Op welke wijze en op welke termijn gaat u vorm geven aan een dergelijk verbod? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 10.
Is het waar dat de jager die in 2007 nabij de Bavelse berg bij Breda een wandelaar dodelijk verwondde met een vergelijkbaar kaliber kogelgeweer (.222, 7 mm) op duiven schoot? Zo nee, in welk opzicht klopt deze berichtgeving niet?
Uit tactisch onderzoek in genoemde zaak is gebleken dat verdachte een .222 Remington kogelgeweer heeft gebruikt. De verdachte beweerde op een duif te hebben gemikt, maar dat is niet vastgesteld.
Is het waar dat de jager die in 2007 bij Breda een wandelaar dodelijk verwondde toen hij met een kogelgeweer op duiven schoot door de rechtbank in Den Bosch veroordeeld is voor dood door schuld, omdat hij met een vuurwapen met een bereik van 1 500 meter in de richting van een onoverzichtelijk en openbaar terrein schoot? Zo ja, bent u bereid om het gebruik van kogelgeweren in een straal van ten minste 1 500 meter rond openbare wegen te verbieden?
Op 6 april 2010 wees het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch arrest in hoger beroep inzake het dodelijk schietincident op een jachtterrein bij Breda. De 73-jarige verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 360 dagen, waarvan 337 dagen voorwaardelijk, voor dood door schuld. Het hof was van oordeel dat verdachte zich zeer onvoorzichtig heeft gedragen door te schieten met een vuurwapen met een groot bereik in de richting van een onoverzichtelijk terrein.
Verder verwijs ik naar het antwoord op vragen 10 en 11. Vaak wordt er afschot gepleegd juist omwille van de (verkeers)veiligheid. Dit vindt daarom soms plaats nabij openbare wegen.
Is het waar dat er ook kogelgeweren door jagers gebruikt worden die veel grotere kalibers hebben? Zo ja, wat is het maximum kaliber dat in Nederland is toegestaan? Met welk doel wordt er gebruik gemaakt van groot kaliber?
Zie het antwoord op vraag 5. De Flora- en faunawet kent normering ten aanzien van het gebruik van jachtwapens, waaronder kogelgeweren. In deze normering is een minimum benoemd van energie-afgifte (om dierenleed te voorkomen), maar geen maximum.
Is het waar dat tijdens jacht op grote hoefdieren openbare wegen, paden en terreinen langdurig worden afgesloten voor het publiek in verband met de onveilige situatie die door de jacht ontstaat? Zo ja, bent u bereid de jacht in de nabijheid van deze wegen te verbieden? Bent u in geval dit onverhoopt niet gerealiseerd kan worden, bereid afsluiting van alle openbare wegen, paden en terreinen verplicht stellen wanneer er met groot kaliber wapens op dieren geschoten wordt?
In het kader van beheer en schadebestrijding, bijvoorbeeld als het gaat om de afschot van wilde zwijnen, kan voorgesteld worden dat de openbare veiligheid vergt dat terreinen tijdelijk worden afgesloten voor het publiek. Dat is een afweging die provincies en grondgebruikers moeten maken per individueel geval.
Is het waar dat de jager afkomstig was uit de omgeving en derhalve goed op de hoogte was van de aanwezigheid van de drukke A15? Zo ja, wat zegt dat volgens u over het vermogen van de persoon in kwestie om de gevolgen van zijn handelen te beoordelen?
Hierover kan ik geen mededelingen doen zolang de zaak in onderzoek is. Het Openbaar Ministerie beslist over de vervolging.
Deelt u, gelet op voorgaande vraag, de mening dat hier sprake is van een persoon die willens en wetens de openbare veiligheid in gevaar brengt? Zo ja, deelt u de mening dat dit moet leiden tot intrekking van de jachtakte? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 16.
Deelt u de mening dat, waar de rechter in een soortgelijk voorval met dodelijke afloop heeft geoordeeld dat sprake is van dood door schuld, justitieel onderzoek nodig is? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 16.
Kunt u bevestigen dat de gans is geraakt? Zo ja, heeft de kogel het dier doorboord en dodelijk verwond of is het dier slechts gewond geraakt bij het incident en moet worden aangenomen dat het crepeert in de natuur? Om wat voor gans ging het eigenlijk?
Ja, de gans is dodelijk geraakt. Het betrof een grauwe gans.
De ernstige vervuiling van het Gotomeer te Bonaire |
|
Ineke van Gent (GL) |
|
Joop Atsma (staatssecretaris infrastructuur en waterstaat) (CDA), Liesbeth Spies (minister binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (CDA) |
|
![]() |
Kent u het bericht dat ten gevolge van de brand in het overslagstation Bopec op Bonaire het beschermde natuurgebied rond het Gotomeer ernstig is vervuild?
Ja, ik ken het bericht van vrijdag 13 april 2012 dat in het Antilliaans Dagblad is gepubliceerd.
Welke preventieve maatregelen ter bescherming van mens en milieu zijn vóór de brand op 8 september 2010 bij het overslagstation Bopec bedongen? Werden deze preventieve maatregelen ook daadwerkelijk door het overslagstation Bopec nageleefd? Is daarbij expliciet rekening gehouden met de directe aanwezigheid van het natuurgebied in de buurt van het overslagstation?
Tijdens het uitbreken van de tankbranden was Bonaire onderdeel van de Nederlandse Antillen. Het was aan het bevoegd gezag (nu openbaar lichaam Bonaire) om regels te stellen en toe te zien op de naleving daarvan. De Onderzoeksraad voor de Veiligheid heeft uitvoerig gerapporteerd over de tankbranden bij BOPEC (Tankbranden BOPEC Bonaire, augustus 2011 projectnummer M2010IN0908–02) en gaat in paragrafen 2.1 (achtergrondinformatie betrokken partijen) en 3.2 (brandpreventie) in op de preventieve maatregelen. De OvV concludeert dat geen regels aan BOPEC waren opgelegd, er geen toezicht was en het bedrijf haar verantwoordelijkheden voor het voorkomen van de brand en beperken van de gevolgen niet heeft genomen. Mij is bekend dat het openbaar lichaam Bonaire ter gelegenheid van de afsluiting van het erfpachtcontract (1974) voor het gebruik van het gebied ten behoeve van de opslag van olie en olieproducten erfpachtvoorwaarden heeft gedicteerd die ook zijn gericht op de bescherming van het gebied rondom BOPEC, waaronder het Gotomeer.
Hoe is tijdens het blussen van de brand rekening gehouden met het belang om te voorkomen dat ontoelaatbare concentraties chemische stoffen zouden vrijkomen?
Op verzoek van het bevoegd gezag (brandweer Bonaire) zijn enkele BOT-mi adviezen (Beleids Ondersteunend Team Milieu Incidenten) verzorgd. Daarbij zijn ook adviezen afgegeven die betrekking hadden op het voorkomen van bodem- en waterverontreiniging door olieproducten, verspreiding van bluswater en natte en droge depositie. Het was aan het bevoegd gezag – in casu de brandweer – om aan te geven of en in hoeverre deze adviezen ook werden toegepast. Gedetailleerde informatie over de brandbestrijding is in de onderzoeksrapportage van de OvV opgenomen. De normoverschrijding van PFOS die door het RIVM is vastgesteld (Compound depositions from the BOPEC-fires on Bonaire, RIVM-rapport 609022067/2011) is veroorzaakt door depositie. Overigens was de regelgeving betreffende het gebruik van bijvoorbeeld PFOS-houdend blusschuim ten tijde van de brand niet van toepassing. Deze regels gelden ook pas sinds medio 2011 voor blusmiddelen die in Nederland toegepast worden.
Deelt u de mening dat de bio-accumulatie van de brand in het overslagstation Bopec precies moet worden uitgezocht en dat de verdere gevolgen van de door de brand veroorzaakte milieuschade moeten worden beperkt? Zo ja, waarom wordt een onderzoeksvoorstel van Imare en Alterra om een preciezer ecotoxicologisch onderzoek naar de daadwerkelijke vervuiling en de mogelijke bestrijding ervan niet gehonoreerd?
Het RIVM heeft geadviseerd om een vervolgonderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van PFOS, een bio-accumulerende stof. Het is mij bekend dat het bestuurscollege van het openbaar lichaam Bonaire voornemens is om – naar aanleiding van de geconstateerde feiten over het Gotomeer (afwezigheid flamingo’s) – een vervolgonderzoek te laten verrichten en daartoe een ondersteuningsverzoek bij de Ministeries van EL&I en I&M zal indienen. Ik overweeg om dit verzoek te honoreren en ben bereid om het RIVM op korte termijn in te schakelen om een vervolgonderzoek uit te voeren naar de verspreiding van chemische stoffen in en rond het Gotomeer en de risico’s daarvan. Het programma van eisen daarvoor zal in nauw overleg met het openbaar lichaam Bonaire worden opgesteld. Op basis van de uitkomsten van dit milieuhygiënische onderzoek is het aan het bestuurscollege om te beoordelen of verder (ecologisch en ecotoxicologisch) onderzoek noodzakelijk is en of mitigerende maatregelen moeten worden genomen.
Bent u bereid om onmiddellijke maatregelen te treffen om verdere schade voor mens en milieu te bestrijden? Zo ja, waaruit bestaan die precies? Zo nee, waarom niet?
Nee, dit is prematuur want de exacte oorzaak van de afname van de populatie flamingo’s in het Gotomeer is nog niet bekend. Vervolgonderzoek moet aantonen in welke mate chemische stoffen in en rond het Gotomeer voorkomen en of er risico’s zijn. Op basis daarvan kan door het bestuurscollege van Bonaire worden bepaald of vervolgstappen noodzakelijk zijn, en zo ja, welke maatregelen tot de mogelijkheden behoren en wie daarvoor verantwoordelijk is.
Bent u bereid om te onderzoeken in hoeverre de exploitant PdVSA aansprakelijk gesteld kan worden voor de door de brand veroorzaakte schade? Zo nee, waarom niet?
Nee, onderzoeken zullen eerst moeten aantonen of de eigenaar van het BOPEC-terrein en van het Gotomeer en omgeving (Openbaar Lichaam Bonaire) schade heeft geleden.
De internethandel in (wilde) dieren |
|
Esther Ouwehand (PvdD) |
|
Henk Bleker (staatssecretaris economische zaken) (CDA) |
|
![]() |
Bent u zich ervan bewust dat de (werk)week ten einde is gekomen?
Ja.
Weet u nog dat u afgelopen dinsdag (10 april) in antwoord op vragen van journalisten over de handel in (wilde) dieren op internet heeft gezegd «aan het einde van de week» een lijst gereed te hebben met diersoorten waarin niet mag worden gehandeld, onder meer om toe te sturen aan Marktplaats?1
Ja.
Waar blijft die lijst?
De lijst staat op de informatiepagina van de website Marktplaats, http://statisch.marktplaats.nl/html/huisdier/exotische-dieren.html.
Het weigeren van hulp aan gewonde dieren door de dierenpolitie omdat de eigenaar onvindbaar is |
|
Anja Hazekamp (PvdD) |
|
Opstelten (minister justitie en veiligheid) (VVD) |
|
![]() |
Vindt u het ook zo merkwaardig dat een gewond schaap al meer dan twee dagen door hulpdiensten aan zijn lot wordt overgelaten, enkel omdat de eigenaar van het dier onvindbaar is?1
Ja.
Hoe is het mogelijk dat de meldster door medewerkers van het meldnummer 144 «Red een Dier» van het kastje naar de muur is gestuurd, terwijl deze als centraal meldpunt zou moeten fungeren? Bent u voornemens om de medewerkers van de het meldnummer hierover aan te spreken? Zo nee, waarom niet?
Het meldnummer 144 is een centraal ingericht meldpunt voor alle meldingen van dieren in (acute) nood. Met dieren in nood worden alle mishandelde, verwaarloosde en gewonde dieren bedoeld.
De centralisten van het meldnummer 144 beoordelen aan de hand van een aantal criteria waar een melding naar toe moet gaan. Dat kan de dierenpolitie, de Dierenbescherming of de Dierenambulance zijn. De centralisten van het meldnummer zijn dus niet verantwoordelijk voor de opvolging van de doorgezette meldingen. Dat zijn de organisaties aan wie de meldingen worden doorgegeven. Deze beoordelen welke vervolgactie en welke inzet wordt ondernomen naar aanleiding van de desbetreffende melding. In geval van acute nood is het protocol bij het meldnummer 144, dat de melding wordt overgedragen naar het noodhulpproces van de regio waar het incident plaatsvindt. Deze overdracht vindt plaats middels het doorverbinden van de melder naar de meldkamer van de regiopolitie of de veiligheidsregio (brandweer).
Het aanspreken van de medewerkers van het meldnummer 144 is derhalve niet opportuun.
Is het correct dat de dierenpolitie en andere hulpdiensten alleen dieren hulp mogen bieden wanneer de eigenaar bekend en vindbaar is? Zo ja, hoe verhoudt zich het niet willen ingrijpen van de dierenpolitie tot de specifieke taak om hulp te bieden en de wettelijke plicht van eenieder om hulpbehoevende dieren de nodige zorg te verlenen?2 Zo nee, bent u bereid om het meldnummer 144 hierover te informeren?
Het is niet correct dat de dierenpolitie en hulpdiensten alleen dieren hulp mogen bieden wanneer de eigenaar bekend en vindbaar is. Zo wordt er bijvoorbeeld ook hulp geboden aan onder meer gewonde dieren in het wild en aan zwerfdieren.
De medewerkers bij het meldnummer 144 zijn hiervan op de hoogte en zullen deze meldingen dan ook door blijven zetten naar organisaties die voor afhandeling daarvan zorgen.
Deelt u de mening dat het onacceptabel is dat er, aldus een woordvoerder van het Korps landelijke politiediensten, honderden soortgelijke lastige gevallen zijn die in een grijs gebied vallen en dus door de hulpdiensten aan hun lot worden overgelaten? Zo ja, welke maatregelen gaat u treffen om dit te voorkomen? Zo nee, waarom niet?
De woordvoerder van het KLPD heeft met deze opmerking proberen aan te geven dat er in de praktijk nog wel eens verwarring is over de wijze waarop een melding moet worden opgevolgd door de betreffende instanties. De hulpverleningskant wordt dit jaar verbeterd, conform het convenant dierenhulpverlening.
De internethandel in (wilde) dieren |
|
Esther Ouwehand (PvdD) |
|
Henk Bleker (staatssecretaris economische zaken) (CDA) |
|
![]() |
Is het waar dat u hebt gezegd dat Marktplaats de handel in (wilde) dieren niet moet faciliteren omdat dit niet zou mogen, in reactie op het bericht over de levendige handel in (wilde) dieren via internet?1 Zo neen, wat was dan de strekking van uw reactie?
Ik heb aangegegeven dat Marktplaats de handel in exotische dieren niet zou moeten faciliteren. Aan handel in diersoorten, waarin de handel verboden is, mag een website sowieso niet meewerken. Mijn mening is dat consumenten geinformeerd moeten worden over welke dieren gehouden mogen worden en welke (mogelijke) risico’s hieraan kleven.
Kunt u bevestigen dat volgens de huidige wetgeving dieren gehouden mogen worden als huisdier zolang het dier in gevangenschap is geboren, dus ook (wilde) dieren die daar duidelijk niet geschikt voor zijn, zoals sneeuwuilen, zeearenden, stinkdieren, kangoeroes en pythons? Zo ja, wat stelt uw toezegging om Marktplaats een lijst toe te sturen met dieren die niet verhandeld en gehouden mogen worden in de praktijk dan voor?
Beschermde dieren mogen worden gehouden, wanneer de legale herkomst is aangetoond. Voor uitheemse dieren heeft dit betrekking op legale invoer met een CITES-invoervergunning en voor inheemse dieren heeft dit betrekking op in gevangenschap geboren exemplaren, waarvoor CITES-certificaten zijn verstrekt door de Dienst Regelingen. Voor bepaalde soorten die op Bijlage A van de EU-Basisverordening van CITES staan geldt een bezitsverbod op grond van de Flora- en Faunawet; dit betreft met name apensoorten en katachtigen.
De lijst waar ik op doelde is de lijst die hoort bij de EU-CITES-basisverordening. Deze lijst staat al vermeld op de informatiepagina van Marktplaats.nl. Hieruit blijkt welke soorten men legaal mag verhandelen en houden.
Ook staat op Marktplaats.nl informatie over de aanschaf van een huisdier, onder andere over gedrag, huisvesting en malafide dierenhandel.
Deelt u de mening dat het feit dat een dier in gevangenschap geboren is niets zegt over of een dier wel of niet wild is en wel of niet geschikt is om als huisdier gehouden te worden, rekening houdend met de natuurlijke gedragingen en behoeftes van het dier? Zo ja, deelt u de mening dat het niet inzichtelijk is voor een consument welke dieren wel of niet geschikt zijn om als huisdier gehouden te worden? Zo neen, waarom niet? Wat is dan uw definitie van een wild dier?
Ja. Het feit dat het toegestaan is om een dier als huisdier te houden, betekent niet dat het dier geschikt is om als huisdier te houden.
Op www.martkplaats.nl staan overigens wel tips waar een consument uit kan afleiden waar hij zich rekenschap van moet geven als hij overweegt een (wild) dier aan te schaffen als huisdier.
Onderschrijft u de analyse dat het mogen houden van (wilde) dieren zolang deze in gevangenschap zijn geboren en het mogen verhandelen van deze dieren via aanbiedingssites als Marktplaats impulsaankopen in de hand werken en de illegale roof van wilde dieren uit de natuur stimuleren? Zo neen, waarom niet?
Legale verkoop van beschermde dieren mag alleen als de legale herkomst van de betreffende dieren wordt aangetoond. Fokken van beschermde dieren vermindert de druk op illegale roof van wilde dieren uit de natuur. Het mede door het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie gefinancierde Landelijk Informatiecentrum Gezelschapsdieren geeft onafhankelijke informatie om consumenten bewust te maken van hun verantwoordelijkheid voor een (wild) dier en impulsaankopen te voorkomen.
Kunt u uiteenzetten hoeveel handhavingscapaciteit er momenteel nodig is en wordt ingezet om te kunnen voorkomen dat er wordt gefraudeerd in de handel in dieren op internet? Welk deel van de opsporingscapaciteit richt zich specifiek op de (illegale) internethandel en elke expertise en capaciteit is er, met het oog op illegale internethandel in dieren, binnen de opsporingsdienst aanwezig?
Bij de Inlichtingen- en Opsporingsdienst van de NVWA zijn drie rechercheurs gespecialiseerd in internetrecherche. De internetrecherche van de NVWA richt zich op alle domeinen waaronder de illegale handel in dieren. Bij het team Natuur van de divisie Landbouw&Natuur van de NVWA werken drie inspecteurs die zich speciaal bezig houden met de illegale internethandel in beschermde soorten. Deze rechercheurs en inspecteurs hebben specifieke opleidingen gevolgd op terrein van internetrecherche. Zij hanteren bij hun onderzoeken anonieme methoden [MK: heet dat zo?] en technieken die forensisch geborgd zijn.
Zijn er recente cijfers bekend over de omvang van de internethandel in (wilde) dieren op verkoopsites zoals Marktplaats en hoe de internethandel samenhangt met de illegale handel in dieren? Zo ja, kunt u deze ter beschikking stellen? Zo neen, waarom niet en bent u bereid hier een onderzoek naar in te stellen?
Ik beschik niet over recente cijfers over de omvang van de internethandel in (wilde) dieren op verkoopsites. Naast de website Marktplaats zijn er – voorzover bekend – nog ongeveer 100 sites waar dieren te koop worden aangeboden.
Dit maakt een goede schatting moeilijk. Om een indruk van de omvang te geven kan ik meedelen dat bijvoorbeeld op 18 april door de NVWA ongeveer 8 000 van dergelijke advertenties alleen al op Marktplaats zijn geteld. Uit onderzoek van de NVWA valt wel af te leiden dat de (illegale) dierenhandel via internet niet wezenlijk verschilt van de reguliere handel.
Kunt u uiteenzetten welke rol het Tor-netwerk en soortgelijke netwerken spelen in de illegale dierenhandel? Zo neen, waarom niet en bent u bereid hier een onderzoek naar in te stellen?
De NVWA verricht onderzoek op het gehele internet naar cybercrime. Daarbij wordt ook gerechercheerd in gesloten netwerken. Daaruit is tot nu toe niet gebleken dat het Tor-netwerk een rol speelt bij de illegale dierenhandel.
Deelt u de mening dat het een beetje onzinnig is om elke internetadvertentie door een medewerker van de nieuwe Voedsel- en Warenautoriteit (nVWA) te laten controleren, om speciale deskundigen in dienst te moeten nemen die een bij de geboorte aangebrachte pootring kunnen onderscheiden van een namaak pootring en om speciale ecologen in dienst te moeten nemen om het verschil te kunnen zien tussen een ernstig bedreigde soort die mogelijk illegaal wordt verhandeld en een veelvoorkomende verwante soort om zo de illegale handel in dieren aan banden te kunnen leggen, terwijl via een korte positieflijst veel gemakkelijker duidelijkheid ontstaat over wat wel en niet is toegestaan, dit ook makkelijker te handhaven is en het bovendien het belang van dierenwelzijn van gehouden dieren en het gevaar voor de volksgezondheid meeweegt, dierziekteverspreiding tegengaat en voorkomt dat uitheemse dieren ontsnappen en zich als exoot gaan vestigen met alle natuurgevolgen van dien?
De handhaving van de EU-CITES-verordening vereist dat er controles plaatsvinden op de legale handel in beschermde diersoorten. Overigens is ook de handhaving van een positieflijst een complexe aangelegenheid.
Nu u kennelijk deze praktijken afkeurt2, deelt u dan ook de mening dat de huidige wetgeving niet toereikend is om de handel in (wilde) dieren die niet geschikt zijn als huisdier te verbieden en op welke wijze en termijn gaat u de wetgeving aanpassen zodat de verkoop van (wilde) dieren niet meer mogelijk is?
Nederland is partij bij het CITES-verdrag dat tot doel heeft om de handel in bedreigde diersoorten te beperken en waar nodig uit ecologisch oogpunt te verbieden. In het kader van de Wet dieren ben ik bezig om vanuit het oogpunt van het welzijn van zoogdieren de positieflijst voor gehouden zoogdieren op te stellen. Zoogdiersoorten die niet op de lijst staan, zullen niet mogen worden gehouden. Uiteraard komt er overgangsrecht voor het houden van zoogdieren die niet op de lijst staan, maar op het moment van inwerkingtreding van de regelgeving al werden gehouden.
Kunt u bevestigen dat u eerder heeft toegezegd een positieflijst voor zoogdieren op te stellen3, maar dat u in reactie op de media-aandacht rondom de internethandel in dieren heeft gezegd al voor het einde van deze week te komen met een positieflijst? 34o ja, kan de Kamer de door u toegezegde positieflijst inderdaad aan het einde van de week tegemoet zien?
Nee, zie mijn antwoord op vraag 1. De positieflijst voor zoogdieren treedt volgens planning op 1 januari 2013 in werking.
Deelt u de mening dat een positieflijst voor enkel zoogdieren niet toereikend is voor dit probleem? Zo ja, wanneer gaat u naast een positieflijst voor zoogdieren ook een positieflijst voor vogels, amfibieën, reptielen en vissen opstellen? Zo neen, waarom niet?
Vooralsnog wordt er een positieflijst voor zoogdieren opgesteld. Zowel het opstellen van als het werken met de positieflijst, inclusief de handhaving, is complex. Bij gebleken goede ervaringen met deze lijst met zoogdiersoorten zal ik overwegen om de positieflijst uit te breiden naar andere diergroepen.
Kunt u uiteenzetten hoe het staat het met de uitvoering van de motie Ouwehand5 over het onmogelijk maken van het houden van ooievaars als huisdier, bijvoorbeeld in het kader van de nog in te voeren positieflijst?
Zie mijn antwoord op vraag 11.
Bent u bereid zo spoedig mogelijk een verbod op de handel in dieren op internet in te stellen? Zo ja, op welke wijze en termijn? Zo nee, waarom niet?
Nee, handel in dieren is toegestaan voorzover dit binnen de bestaande wet- en regelgeving plaatsvindt. Dit geldt voor internethandel en voor de reguliere handel.
Een sloopwerf voor zeeschepen en Harlingen |
|
Esther Ouwehand (PvdD) |
|
Joop Atsma (staatssecretaris infrastructuur en waterstaat) (CDA), Henk Bleker (staatssecretaris economische zaken) (CDA) |
|
![]() |
Was u op de hoogte van de plannen van zeehaven Harlingen om een sloopwerf voor zeeschepen op haar grondgebied toe te staan, in het beschermde Waddengebied dus?1 Zo ja, sinds wanneer?
Ja, sinds 10 april 2012 toen hierover in Trouw een artikel is gepubliceerd. Het betreft een lokaal initiatief van het Harlinger Havenbedrijf en ondernemers. Het is in eerste plaats aan de gemeenteraad van Harlingen om het voorstel te beoordelen en al dan niet te ondersteunen.
Kunt u uiteenzetten op welke gronden de eventuele komst van een sloopwerf getoetst wordt en spelen de Regionale Uitvoeringsdiensten (RUD’s) hier een rol in?
U vraagt naar de uitwerkingen van de plannen en de gevolgen daarvan en mijn reactie hierop. Op dit moment is nog geen uitwerking van het plan bekend. Dit betekent dat ik momenteel onvoldoende kan inschatten wat de mogelijke gevolgen zijn voor de omgeving, evenals de van toepassing zijnde afspraken, regels en richtlijnen. Uiteraard zullen de plannen aan alle bestaande afspraken, regels en richtlijnen moeten voldoen en zorgvuldig daaraan getoetst worden. Op dit moment is het in eerste plaats aan de gemeenteraad van Harlingen om het voorstel te beoordelen en al dan niet te ondersteunen.
Kunt u uiteenzetten welke consequenties dit zal hebben voor het Werelderfgoed en Natura 2000-gebied de Waddenzee? Zo neen, waarom niet? Bent u bereid dit te (laten) onderzoeken?
Zie antwoord vraag 2.
Kunt u uiteenzetten wat de verwachte hoeveelheid zeeschepen is die in de Harlinger haven gesloopt zullen worden als dit plan doorgang vindt?
Zie antwoord vraag 2.
Deelt u de mening dat dit Natura 2000-gebied niet in gevaar gebracht mag worden door mogelijke vervuiling en ecologische rampen? Zo ja, op welke wijze kunt u garanderen dat er geen enkele kans hierop is als afgedankte schepen met olieresten en asbest dwars door de Waddenzee naar de haven van Harlingen getransporteerd zullen gaan worden? Zo neen, wat stelt de beschermde status van de Waddenzee dan voor?
Zie antwoord vraag 2.
Is het waar dat de bestaande vaargeul uitgebaggerd moet worden om het vervoer van diepstekende sloopschepen naar Harlingen mogelijk te gaan maken? Zo ja, deelt u de mening dat het uitbaggeren van de vaargeul niet toegestaan mag worden omdat dit een vergaande verstoring en aantasting van de ecologie teweeg zal brengen in dit Natura 2000-gebied? Zo neen, op welke zeeschepen is de sloopwerf dan gericht?
Zie antwoord vraag 2.
Kunt u uiteenzetten waarom niet wordt overwogen een sloopwerf voor zeeschepen te realiseren op een minder kwetsbare en beter geschikte plek, zoals de haven van Rotterdam welke al geschikt is voor het ontvangen van diepstekende zeeschepen, als het de ambitie is de jaarlijkse milieuvervuilende sloop van duizenden zeeschepen onder mensonterende omstandigheden in Bangladesh of India aan banden te leggen?
Het is in mijn optiek aan het bedrijfsleven en niet aan de rijksoverheid om dit soort initiatieven te ontwikkelen en daar lokaties voor te zoeken.
Deelt u de mening dat de moeizame verkoop van grond en kades sinds de aanleg van de nieuwe industriehaven in Harlingen geen reden mag zijn om de ernstig vervuilende en risicovolle sloop van zeeschepen mogelijk te maken aan de rand van een kwetsbaar uniek natuurgebied?
De gemeente Harlingen gaat in eerste plaats over de ontwikkelingen op haar grondgebied.
Deelt u de mening dat de bijzondere en kwetsbare natuurwaarden van de Waddenzee te allen tijden de bescherming moeten krijgen die zij verdienen en niet het onderspit mogen delven in een prestigekwestie om de Harlinger sloopwerf op een lijst van wereldwijd erkende scheepsslopers te krijgen? Zo neen, waarom niet?
De bijzondere en kwetsbare natuurwaarden van de Waddenzee worden beschermd door bestaande richtlijnen en wet- en regelgeving.
Deelt u de mening dat een vermelding van de Harlinger haven op een lijst van wereldwijd erkende scheepsslopers afbreuk doet aan het imago van het Werelderfgoed de Waddenzee? Zo neen, waarom niet?
Zie antwoord vraag 2.
Bent u bereid de plannen voor het bouwen van een sloopwerf in Harlingen te blokkeren vanuit uw verantwoordelijkheid voor de unieke waddennatuur? Zo ja, op welke wijze? Zo neen, waarom niet?
Zie antwoord vraag 2.
Bomen die moesten wijken voor een transport van biertanks in Schinnen |
|
Esther Ouwehand (PvdD) |
|
Henk Bleker (staatssecretaris economische zaken) (CDA) |
|
![]() |
Was u ook zo verbaasd dat er tijdens het transport van twee nieuwe biertanks voor de Alfa brouwerij in Thull op maandag 2 april jl. stante pede werd besloten twee bomen in Schinnen te kappen, omdat de biertanks niet tussen het huis en de bomen aan de overkant van de weg door zouden kunnen? Zo nee, vindt u het een normale gang van zaken dat bomen zomaar moeten wijken, terwijl van tevoren berekend had kunnen worden dat dit transport er op deze manier niet langs kon en eventuele alternatieven bekeken hadden kunnen worden?
Op het kappen van deze bomen is het kapbeleid van de gemeente Schinnen van toepassing. De gemeente Schinnen heeft mij laten weten dat in dit geval geen omgevingsvergunning nodig was. Ik spreek geen oordeel uit over de toepassing van het autonome beleid van de gemeente Schinnen.
Onderschrijft u dat voor het kappen van deze bomen in Schinnen een omgevingsvergunning vereist is, waarin de gemeente afweegt of de kap van de boom noodzakelijk is vanwege bijvoorbeeld het gevaar op schade voor de omgeving en dit wel opweegt tegen de natuurwaarde, de bijdrage van de boom aan stads- en dorpsschoon en de landschappelijke en beeldbepalende waarde van de boom?
Zie antwoord vraag 1.
Is het waar dat de bomen in Schinnen zijn gekapt zonder een afgegeven omgevingsvergunning? Zo nee, kunt u uiteenzetten hoe de gemeente een eventuele omgevingsvergunning of goedkeuring voor de kap heeft kunnen afgeven, kennelijk zonder de wettelijke inspraaktermijn op het ontwerpbesluit daarbij te betrekken?
Zie antwoord vraag 1.
Wat vindt u ervan dat kennelijk alle gangbare procedures aan de kant zijn geschoven, de bomen zonder vergunning zijn gekapt en omwonenden en belanghebbenden geen mogelijkheden voor inspraak hebben gekregen, enkel omdat bleek dat de nieuwe biertanks niet via deze route getransporteerd konden worden?
Zie antwoord vraag 1.
Vindt u het ook niet een beetje zuur dat Schinnen deze bomen moet missen, terwijl de NAVO eerder in 2006 al zonder deugdelijke vergunning bomen heeft laten kappen in het nabijgelegen Schinveld ten behoeve van de vliegbasis Geilenkirchen en zij dit bos tot op heden nog steeds niet heeft gecompenseerd? Zo nee, denkt u dat de omgeving van Schinnen op deze manier nog wel bomen overhoudt?
Zie antwoord vraag 1.
Deelt u de mening dat deze bomen niet gekapt hadden mogen worden? Zo ja, welke consequenties verbindt u hieraan? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 1.
Gekleurde duiven in pasteltinten die te verkrijgen zijn via duivenverhuurservice.nl |
|
Anja Hazekamp (PvdD) |
|
Henk Bleker (staatssecretaris economische zaken) (CDA) |
|
![]() |
Bent u bekend met het feit dat gekleurde duiven via de website www.duivenverhuurservice.nl ingehuurd kunnen worden voor het opleuken van feesten en partijen?
Ja.
Kunt u uiteenzetten of er wettelijke beperkingen zijn gesteld aan het verven van dieren, zoals deze duiven die leverbaar zijn in de kleuren zachtroze, lichtblauw, mintgroen, zachtgeel en lavendel paars? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke beperkingen zijn er gesteld?
Er zijn in Nederland geen specifieke wettelijke bepalingen vastgesteld aan het verven van dieren. In artikel 36 van de Gezondheid- en welzijnswet voor dieren is een verbod op dierenmishandeling opgenomen. Op grond van dat artikel kan worden opgetreden tegen situaties waarin de gezondheid en het welzijn van dieren onnodig wordt geschaad.
Bent u bekend met de mogelijkheid om als extra accessoire een fluitje in de staart van de te verhuren duiven te laten monteren, waardoor zodra de duiven uitvliegen een luchtstroom gecreëerd wordt die het fluitje activeert waardoor er «prachtige en mystieke fluittonen» ontstaan?
Ja. De optie staat nu echter niet meer op de website. Navraag leert dat er weinig tot geen vraag was naar deze optie.
Deelt u de mening dat het welzijn van de betreffende duiven onder invloed van de gemonteerde fluitjes aangetast wordt?
Ik sluit niet uit dat de duiven tijdelijk een licht ongerief ervaren.
Deelt u de mening dat dergelijk vermaak met dieren, waarbij de intrinsieke waarde en eigenschappen van het dier worden aangetast, aan banden zou moeten worden gelegd? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze wilt u daar invulling aan geven?
Zoals ook aangegeven in de nota dierenwelzijn en diergezondheid dient het belang van het dier te worden afgewogen tegen andere belangen, waaronder het belang van het uitoefenen van bepaalde activiteiten met dieren ter vermaak. Ik heb op dit moment geen aanwijzingen dat sprake is van een dusdanige aantasting van het welzijn of de gezondheid van het dier dat hiertegen opgetreden zou moeten worden.
De kosten van een alternatief voor het ontpolderen van de Hedwigepolder |
|
Liesbeth van Tongeren (GL) |
|
Henk Bleker (staatssecretaris economische zaken) (CDA) |
|
![]() |
Is het waar dat de kosten van het alternatief IIa uit de studie van Deltares 300 miljoen euro zijn?1
Aannemende dat met «het voorstel van het ministerie van EL&I» gedoeld wordt op het kabinetsbesluit van 17 juni 2011, wil ik u voor het antwoord op de vragen over welke ontpolderingen, buitendijkse maatregelen, noodzakelijke dijkaanleg en de kosten daarvan aan de orde zijn, verwijzen naar de brief van die datum aan uw Kamer (TK, 2010–2011, 30 862, nr. 48). Het kabinetsbesluit rekent overigens niet met kosten van € 300 mln, maar met maximaal € 190 mln.
Voldoet dit alternatief aan de criteria die het minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) aan Deltares heeft opgegeven?
Zie antwoord vraag 1.
Hoeveel hectare natuurherstel levert het voorstel van het ministerie van EL&I op?
Zie antwoord vraag 1.
Kunt u de Kamer een overzicht sturen van de alternatieve ontpolderingen en buitendijkse maatregelen die u voor ogen heeft, de kosten daarvan en het aantal hectare natuurherstel dat deze ontpolderingen en buitendijkse maatregelen opleveren?
Zie antwoord vraag 1.
Moeten er voor uw alternatief langere dijken worden aangelegd dan voor het oorspronkelijke plan? Zo ja, hoeveel langer wat zijn de kosten van onderhoud van deze dijken?
Zie antwoord vraag 1.
Wat vindt u van het uitgeven van ca. 300 miljoen euro gemeenschapsgeld in tijden van krapte ten behoeve van ca. 5 Nederlandse pachters in de Hedwigepolder?
Zie antwoord vraag 1.
Het voornemen van de gemeente Capelle aan den IJssel om circussen met tijgers en olifanten te weren |
|
Johan Houwers (VVD), Henk Jan Ormel (CDA) |
|
Henk Bleker (staatssecretaris economische zaken) (CDA) |
|
![]() ![]() |
Bent u bekend met het bericht dat Capelle aan den IJssel alleen nog circussen zonder olifanten, leeuwen en tijgers wil toelaten binnen haar gemeentegrenzen?1
Ja.
Mogen gemeenten vanuit het oogpunt van dierenwelzijn autonome regels over dieren stellen die strijdig zijn met landelijk beleid?
Zoals aangegeven in reactie op eerdere Kamervragen2 hebben gemeenten een autonome regelgevende bevoegdheid, die onder meer wordt begrensd door regelgeving op rijks- en provinciaal niveau. De Gezondheids- en welzijnswet voor dieren is uitputtend bedoeld voor dierenwelzijnsbeleid. Uit het gemeenterecht vloeit voort dat gemeenten in zo’n geval niet bevoegd zijn om vanuit een oogpunt van dierenwelzijn eigen regels over dieren te stellen. Dit is bevestigd in een uitspraak van de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.3
Gemeenten hebben wel de bevoegdheid om met andere oogmerken regels te stellen inzake dieren, mits deze regels niet in strijd zijn met de normen in de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Gemeenten kunnen bijvoorbeeld regels stellen over circussen in het belang van de openbare orde of veiligheid. In een concreet geval is het aan de rechter om te beoordelen of een gemeente bij het opstellen van regels binnen de grenzen van haar bevoegdheid is gebleven.
Is het waar dat de Vereniging van Nederlandse Circus Ondernemingen (VNCO) een eigen richtlijn Circusdieren heeft? Op welke wijze en door wie vindt toetsing, controle en handhaving van de richtlijn plaats?
Op 13 maart 2007 heeft de Vereniging Nederlandse Circus Ondernemingen/Breed overleg Circusdieren (VNCO/BOC) eigen richtlijnen gepubliceerd onder de titel: «Welzijn Circusdieren. Richtlijnen voor het houden en laten optreden van dieren in circussen». Het is aan VNCO/BOC om toetsing en controle te regelen.
De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) handhaaft de wettelijke regels, zoals het verbod op dierenmishandeling, opgenomen in artikel 36 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren.
Wat heeft het voor zin om de VNCO richtlijnen voor dierenwelzijn en het houden van niet gedomesticeerde dieren op te laten stellen als gemeenten vervolgens circussen, die zich aan de regels houden, alsnog weren?
De sector heeft toegezegd om de eigen richtlijnen te verbeteren en daarbij gebruik te maken van de informatie in het onderzoekrapport: «Welzijn van dieren in reizende circussen in Nederland» (WUR, 2009). De leden van VNCO/BOC kunnen laten zien dat zij zich positief onderscheiden van andere niet aangesloten circussen. In de brief aan de Kamer van 23 december 2011 (TK 28 286, nr. 540) heb ik toegezegd de mogelijkheden te laten onderzoeken om de richtlijnen eventueel op te laten nemen in een gids voor goede praktijk. Indien van de richtlijnen een gids voor goede praktijk wordt gemaakt dan heeft de NVWA mogelijkheden om bij controle van niet aangesloten circussen rekening te houden met de gids voor goede praktijk. Voorts verwijs ik u naar het antwoord van vraag 2.
Deelt u de mening dat, indien circussen zich houden aan de Europese en Nederlandse wet- en regelgeving en zich houden aan de richtlijn Circusdieren van de VNCO, er geen reden is om deze te weren?
Indien circussen zich houden aan de wettelijke voorschriften mag dat geen reden zijn om circussen te weren uit Nederlandse gemeenten. Aanscherping van de richtlijnen van VNCO/BOC en de bijbehorende controle hierop kunnen het welzijn en de gezondheid van de dieren nog verder verbeteren.
Welke inspanningen worden, gezien het reizende karakter van circussen, in Europees verband gedaan om ondermeer de richtlijn Circusdieren breed geaccepteerd te krijgen, minimumvoorwaarden te stellen aan het houden van circusdieren en voor de mogelijkheid om tot een verbod te komen op het gebruik van dieren die uit het wild worden gehaald?
Tot nu toe zijn er diverse activiteiten ondernomen om te komen tot Europese regelgeving.
In het kader van de onderhandelingen over de ontwikkeling van de EU-strategie bescherming en welzijn van dieren 2012–2015 is, zowel mondeling als schriftelijk, het verzoek om Europese regelgeving aangekaart en er is gevraagd om de mogelijkheden te bezien van een verbod op uit het wild afkomstige dieren in circussen. Tevens is het onderzoeksrapport «Welzijn van dieren in reizende circussen in Nederland.» (WUR, 2009) verstrekt aan de Europese Commissie. Acceptatie van de richtlijnen van VNCO/BOC door de Europese Commissie laat ik over aan deze organisaties zelf.
De waterbouwkundige gevolgen van de kabinetsplannen ten aanzien van natuurcompensatie in de Westerschelde |
|
Stientje van Veldhoven (D66) |
|
Henk Bleker (staatssecretaris economische zaken) (CDA) |
|
![]() |
Kunt u bevestigen dat het uitvoeren van de buitendijkse maatregelen, zoals benoemd in de kabinetsplannen1 ten aanzien van natuurcompensatie in de Westerschelde, zou leiden tot toegenomen erosie aan het schor bij Saeftinghe aan de overzijde van de Westerschelde?
Per brief van 13 april 2012 heb ik u geïnformeerd over het kabinetsbesluit inzake natuurherstel in de Westerschelde en het maatregelenpakket dat het kabinet aan de Europese Commissie heeft voorgesteld. Daarvan maken de door u bedoelde buitendijkse maatregelen geen onderdeel uit.
Kunt u aangeven wat de bestaande ramingen zijn voor uitgaven ten behoeve van de onderhoudswerkzaamheden dan wel beheers- en herstelwerkzaamheden aan het schor bij Saeftinghe en houdt u rekening met de aanleg van een geulwandverdediging de komende jaren om erosie tegen te gaan?
Zie antwoord vraag 1.
Wat zou de aanleg van een geulwandverdediging bij het Saeftingheschor kosten en wat zouden daarvan de ecologische gevolgen zijn?
Zie antwoord vraag 1.
Is bij het opstellen van de ramingen voor uitgaven ten behoeve van de onderhoudswerkzaamheden aan de primaire waterkeringen ten aanzien van de Westerschelde gedurende de komende decennia rekening gehouden met een mogelijk hoger tempo van erosie als gevolg van de beoogde buitendijkse natuurcompensatie?
Zie antwoord vraag 1.
Is er sprake geweest van nader overleg en/of afspraken met Vlaanderen ten aanzien van de buitendijkse maatregelen bij de locatie Appelzak, voor zover die leiden tot het verzanden van nevengeulen die doorlopen op Vlaams grondgebied?
Zie antwoord vraag 1.
Is het technisch en juridisch mogelijk om de buitendijkse maatregelen bij de locatie Appelzak te treffen, als de Vlaamse overheid hier niet mee instemt?
Zie antwoord vraag 1.
Is het waar dat als gevolg van de keuze om niet over te gaan tot ontpolderen de netto lengte van de te onderhouden primaire waterkering rondom de Hedwigepolder circa 5,5 kilometer wordt, waar deze bekort had kunnen worden tot circa 750 meter als de Hedwigepolder wel ontpolderd wordt?
De bestaande primaire waterkering rondom de Hedwigepolder heeft een lengte van circa 3,7 km. In geval van gehele ontpoldering – waarop de vraag doelt – zou de lengte van de primaire waterkering op Nederlands grondgebied circa 1,5 km zijn geworden. Ten gevolge van het kabinetsbesluit van 13 april 2012 zal de lengte van de primaire waterkering op Nederlands grond gebied ongeveer 3,9 km, waarvan 2,1 km nieuw aangelegd, bedragen.
Is het waar dat als gevolg van de keuze om niet over te gaan tot ontpolderen de hoogwaterstanden ter hoogte van de Hedwigepolder en stroomopwaarts met circa 2 cm. zullen stijgen2 waar deze verlaagd hadden kunnen worden met 5 cm als de Hedwigepolder wel ontpolderd wordt?
In het Deltares-rapport dat als bijlage bij de brief aan uw Kamer van 13 april 2012 is gevoegd, is aangegeven dat de gedeeltelijke ontpoldering van de Hedwigepolder een positief effect op de opstroomse waterstanden zal hebben van 1–2 centimeter. Hierover heeft nog geen overleg in de Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie plaatsgevonden.
Wat zijn de gevolgen van de kabinetsplannen ten aanzien van buitendijkse natuurcompensatie voor de geschatte aanleg en onderhoudskosten van de Deltadijken in dit deel van de Westerschelde voor het Rijk en het waterschap gedurende de komende decennia?
Zie antwoord vraag 1.
Heeft u al overleg gehad met uw Vlaamse ambtsgenoot over de gevolgen van de door het kabinet beoogde maatregelen voor de waterstanden op de Zeeschelde, zoals de stijging van de hoogwaterstand met 2 cm en is dit onderwerp besproken in de Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie?
Zie antwoord vraag 8.
Heeft Nederland aan Vlaanderen aangeboden om bij te dragen aan de met de kabinetsplannen samenhangende extra kosten voor de waterveiligheid langs de Vlaamse Zeeschelde? Zo ja, om welke orde van grootte van bijdrage gaat het?
Nee.
Het rapen van kieivitseieren op de Werelderfgoedlijst van Unesco |
|
Anja Hazekamp (PvdD) |
|
Henk Bleker (staatssecretaris economische zaken) (CDA) |
|
![]() |
Kent u de berichten «Aaisykjen op Unesco-erfgoedlijst»?1 en «Aaisykjen vanaf volgend jaar misschien toch verboden»?2
Ja.
Deelt u de mening dat een maatschappelijk omstreden activiteit, die het voortbestaan van een soort op termijn zou kunnen bedreigen, niet thuishoort op de Unesco erfgoedlijst? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke instrumenten heeft u ter beschikking om plaatsing op de lijst te voorkomen?
Gedoeld wordt op de UNESCO-lijst van het Immaterieel Cultureel Erfgoed Verdrag en niet de Werelderfgoedlijst. Nederland is nog geen partij bij het UNESCO-verdrag inzake de bescherming van immaterieel cultureel erfgoed. Plaatsing van het rapen van kievitseieren of andere activiteiten is daarom niet aan de orde.
Indien u van mening bent dat het Aaisykjen wel thuis zou horen op de Unesco erfgoedlijst, kunt u dan uiteenzetten of u dat ook vindt voor maatschappelijk omstreden activiteiten als ganstrekken, drijfjachten, sijsjeslijmen, vinkenbanen, spreeuwenpotten, stierenvechten, stierenrennen, vossenjachten, katknuppelen, hanengevechten, hondengevechten, palingtrekken en zeehondenknuppelen? Zo ja, waarom? Zo nee, waarin verschillen in uw beleving de andere genoemde «tradities» van het Aaisykjen?
Zie antwoord vraag 2.
Deelt u de opvatting van de Raad van State dat de kievitenstand daalt, en dat daarom inperking of een verbod van het rapen van kievitseieren een reële mogelijkheid vormt voor de nabije toekomst? Zo nee, waarom niet? Zo ja, deelt u de mening dat een activiteit die door het hoogste rechtscollege beoordeeld wordt als vooralsnog slechts tijdelijk toegestaan, zich niet leent voor plaatsing op de Unesco-erfgoedlijst?
De gunstige staat van instandhouding van een soort behoort tot de criteria waaraan gedeputeerde staten hun beslissing voor ontheffingen toetsen. De afgelopen jaren is er een daling van het kievitenbestand te zien. De daling wordt meegenomen bij de beoordeling voor toekomstige ontheffingverlening.
Voor de beantwoording van de vraag met betrekking tot UNESCO verwijs ik naar de antwoorden op vraag 2 en 3.
Reeën die zich dood lopen tegen de afrastering van de Betuwelijn |
|
Anja Hazekamp (PvdD) |
|
Henk Bleker (staatssecretaris economische zaken) (CDA) |
|
![]() |
Kent u het bericht «reeën lopen zich dood tegen afrastering Betuwelijn»?1
Ja.
Kunt u uiteenzetten wat de hoogte is van de afrastering van de Betuweroute?
Navraag bij de beheerder van de Betuwelijn, Keyrail, en het ministerie van Infrastructuur en Milieu leert mij dat het hekwerk bij de PANKAN tunnel – dat is bij het gebied waar het incident plaatsvond – ca 1.80 meter hoog is.
Kunt u uiteenzetten wat de reden was van het feit dat de dieren de dood vonden bij het raster? Was het raster aan de bovenzijde voorzien van puntdraad of ontbrak een fijnmazig bovenmanchet waardoor de poten van de vluchtende dieren bekneld raakten?
Volgens berichten in de media is de oorzaak van de dood van de dieren dat de reeën zich te pletter liepen tegen een afrastering van de Betuwelijn, nadat zij op de vlucht waren geslagen voor wandelaars die – in strijd met het aanlijngebod in het gebied – hun honden lieten loslopen.
Navraag bij de beheerder van de Betuwelijn, Keyrail, en het ministerie van Infrastructuur en Milieu leert mij dat het hier een gaashekwerk zonder puntdraad betreft.
Kunt u uiteenzetten wat verstaan moet worden onder «te pletter lopen tegen een raster» en waaruit de oorzaak en de aard van de verwondingen van de overige dieren bestond?
De gebruikte bewoordingen zijn die van de media. Specifieke(re) informatie over oorzaak en aard van de verwondingen van de dieren is mij niet bekend.
Bent u bereid het aanbrengen van een fijnmazig bovenmanchet van gegalvaniseerd staal verplicht te stellen bij breedmazige wildkerende rasters? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze?
De (technische) uitvoering van de afrastering langs de Betuwelijn hoort niet tot mijn verantwoordelijkheden.
Gesjoemel met tellen van reeën |
|
Anja Hazekamp (PvdD) |
|
Henk Bleker (staatssecretaris economische zaken) (CDA) |
|
![]() |
Kent u de berichten «Gesjoemel met tellen van reeën»1 en «Reeënjacht ligt aan banden»?2
Ja.
Kunt u bevestigen dat het aantal door Drentse wildbeheereenheden getelde reeën tot 25 tot 30 procent afweek van de in eerste instantie opgegeven aantallen? Zo ja, kunt u uiteenzetten hoe deze situaties hebben kunnen ontstaan? Zo nee, op welke onduidelijkheden in tellingen van reewild is dit bericht dan gebaseerd?
Het is aan de colleges van Gedeputeerde Staten van de provincies om maatregelen te nemen voor een verantwoord faunabeheer dat is gericht op de instandhouding van een gezonde en evenwichtige doelpopulatie. Het is eveneens de verantwoordelijkheid van Gedeputeerde Staten om zo nodig handhavend op te treden. De provincies hebben een aantal taken met betrekking tot het faunabeheer neergelegd bij faunabeheereenheden (FBE), maar blijven uiteraard zelf verantwoordelijk voor een verantwoord beleid.
Om die redenen ben ik niet bereid onderzoek in te stellen naar populatiedynamiek of beheermaatregelen.
Deelt u de mening dat het stelselmatig teveel tellen van reewild om op die manier machtigingen te krijgen om extra dieren te kunnen schieten onaanvaardbaar is? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze gaat u maatregelen treffen?
Ja, het opzettelijk teveel dieren opgeven om er meer te kunnen schieten, vind ik niet aanvaardbaar. Het is echter de verantwoordelijkheid van de Gedeputeerde Staten van de provincies om dit te onderzoeken en in voorkomende gevallen maatregelen te nemen. Zij zijn verantwoordelijk voor het faunabeheer.
Kunt u uiteenzetten in hoeverre deze onduidelijkheden met betrekking tot het tellen van reeën ook bij andere faunabeheereenheden aan de orde zijn of zijn geweest de afgelopen jaren? Zo nee, bent u bereid om naar aanleiding van de berichtgeving over de Drentse wildbeheereenheden onafhankelijk onderzoek wildbeheereenheden hier naar in te stellen onder de overige?
Zie antwoord vraag 2.
Kunt u uiteenzetten hoe wordt gecontroleerd of faunabeheereenheden en wildbeheereenheden het reewild naar waarheid in kaart brengen?
Zie antwoord vraag 2.
Deelt u de mening dat jagers er belang bij hebben het aantal reeën hoger in te schatten om zo meer dieren te kunnen schieten? Zo nee, hoe verklaart u dan het gesjoemel met tellingen van reeën door de faunabeheereenheid Drenthe? Zo ja, welke consequenties verbindt u hieraan?
De specifiek omschreven casuïstiek in Drenthe valt binnen de verantwoordelijkheid van de Gedeputeerde Staten. Het is niet aan mij om daar uitspraken over te doen.
Is het waar dat jagers vanuit eigenbelang er niet bij gebaat zijn de populatie te beheren in lijn met het draagkracht van het gebied, omdat er dan minder aantallen geschoten kunnen worden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke consequenties verbindt u hieraan?
Nee, jagers en wildbeheereenheden zijn niet de enigen die faunapopulaties in kaart brengen. Om een gecoördineerde en planmatige aanpak van het faunabeheer te bewerkstelligen is juist de Faunabeheereenheid (FBE) opgericht. In de FBE hebben diverse betrokken maatschappelijke partijen zitting, waaronder natuurorganisaties. Daarmee is de onafhankelijkheid en objectiviteit voldoende gewaarborgd.3
Deelt u de mening dat het in kaart brengen van wildpopulaties niet aan jagers en wildbeheereenheden moet worden overgelaten vanwege de tegenstrijdige belangen zoals blijkt uit het gesjoemel met reewildtellingen? Zo nee, waaraan ontleent u de zekerheid dat wildbeheereenheden het tellen van wild ten behoeve van het bepalen van de afschotaantallen naar waarheid uitvoeren? Zo ja, op welke termijn en wijze gaat u het beleid ten aanzien van tellen van wildpopulaties anders inrichten?
Zie antwoord vraag 7.
Kunt u uiteenzetten hoe de onafhankelijkheid van de telling van andere grote hoefdieren zoals damherten, edelherten en zwijnen gewaarborgd is? Kunt u ook uiteenzetten wat de betrokkenheid van jagers en wildbeheereenheden is bij deze tellingen en hoe belangenverstrengeling van overheidswege voorkomen wordt? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 7.
Kunt u uiteenzetten in hoeverre het afschot van grote hoefdieren gericht is op blijvende regulering van de populatieomvang en kunt u het succes van een dergelijke strategie duiden aan de hand van de populatieontwikkeling van de afgelopen 5 jaar gerelateerd aan afschotcijfers en uitgesplitst naar diersoort? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 2.
Kunt u uiteenzetten wat de logica is van de gedachte dat de Drentse jagers na het bekend worden van het gesjoemel, in overleg met de Provincie hebben besloten met name de jacht op vrouwelijke dieren aan banden te leggen? Waren er aanwijzingen dat er in verhouding meer op vrouwelijke dieren dan op mannelijke dieren geschoten werd?
Zie antwoord vraag 2.
Kunt u in termen van populatiedynamiek en populatiebeheersing uitleggen wat het beperken van de jacht op vrouwelijke dieren betekent voor de te verwachten aanwas van volgend jaar?
Zie antwoord vraag 2.
Kunt u bevestigen dat jagers vaak een geiten- of zeugenpot hebben waarin boetes gestort moeten worden wanneer een jager teveel vrouwelijke dieren schiet, juist omdat jagers vrouwelijke dieren zien als de garantie voor voldoende af te schieten dieren in het volgende jaar? Zo nee, waarom niet?
Nee, ik ben daar niet mee bekend.
Bent u bereid nader onafhankelijk onderzoek in te stellen naar de populatiedynamiek van grote hoefdieren in relatie tot de totstandkoming van telgegevens en de rol van de jacht c.q. schadebestrijding met het jachtgeweer daarin? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 2.
Deelt u de mening dat het ongewenst is dat jagers ook de rollen van dierenteller, dierenpolitieagent, veldwachter, aanklager, rechter en leverancier van de poelier op zich mogen nemen, waardoor belangenverstrengeling op de loer ligt? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze wilt u deze vermenging van rollen ontvlechten en objectiveren?
Zie antwoord vraag 7.
Natuursubsidies Reiderwolde en de betrokkenheid van de staatssecretaris |
|
Henk van Gerven |
|
Henk Bleker (staatssecretaris economische zaken) (CDA) |
|
Waarom is de grond van Reiderwolde goedkoper verkocht (22 000 euro) dan dat het getaxeerd (23 000 euro) is?1 Zijn er aanwijzingen of andere communicaties geweest richting het Bureau Beheer Landbouwgronden (BBL) over de hoogte van het bedrag? Zo ja, welke, waartoe en graag een afschrift. Is het gebruikelijk dat BBL in deze orde van grootte op een goedkoper bedrag uitkomt dan getaxeerd? Zo ja, in hoeveel procent van de gevallen?
De verkoopprijs is geheel en al het resultaat van onderhandelingen, waarvoor de taxatie de grondslag vormt. Ik verwijs u hierover ook naar mijn brief van 13 januari 2012 (TK 31 920, nr. 18). Er zijn geen aanwijzingen gegeven richting BBL. Een verschil tussen de verkoopprijs en taxatie van onroerend goed is vrij gebruikelijk. Ik beschik niet over een overzicht van het (relatief) aantal gevallen waarin BBL in deze orde van grootte op een lager bedrag uitkomt dan het getaxeerde bedrag.
Waarom wordt de grond in maart 2007 ongeveer 5 maanden na de verkoop (voor € 22 000, euro op 23 oktober 2006), zo'n 4% duurder opgegeven namelijk op 22 850 euro?
Ik verwijs hiervoor naar mijn brief van 13 januari 2012 (TK 31 920, nr. 18).
Is 9% waardestijging van grond per jaar gangbaar? Is de 9% voor die periode voor natuurgrond in Noord-Oost Groningen normaal, met welke stukken als achtergrond is de 9% waardestijging van de grond aldaar aannemelijk te maken, en wilt u bij de gegevens betreffende dergelijke waardestijging vermelden of dat inclusief of exclusief de betreffende transactie is en graag ook een vergelijking met het jaar daarvoor en daarna?
De Tweede Kamer wordt jaarlijks geïnformeerd over de grondprijsontwikkelingen met de door DLG opgestelde grondprijsmonitor. In de grondprijsmonitor 2007, die op 26 september 2008 aan de Tweede Kamer is gezonden, is te lezen dat de gemiddelde agrarische grondprijs in de provincie Groningen gerekend over het gehele jaar 2007 ten opzichte van het gehele jaar 2006 met circa 17% is gestegen (van 23 719 euro naar 27 742 euro per ha). De prijsstijging in 2006 ten opzichte van 2005 bedroeg circa 15% (van 20 666 euro naar 23 719 euro per ha). In deze grondprijsmonitor worden de BBL-transacties meegeteld.
Waarom wordt beweerd2 dat het geïndexeerde bedrag van 22 850 euro lager uit zal vallen dan na hertaxatie? Waarop is deze kennis gebaseerd? Is er dan gehertaxeerd? Zo ja, door wie en hoe hoog was deze hertaxatie? Zo nee, waarom wordt dan beweerd dat deze duurder uit zou vallen? Is hier bewijs voor of een reden waarom dit aannemelijk is?
Zoals in het antwoord op vraag 3 is aangegeven bedroeg de gemiddelde waardestijging in de betreffende periode in de provincie Groningen meer dan het verschil tussen de overeengekomen prijzen.
Nu bij de subsidietoekenning aan Reiderwolde V.O.F met 22 850 euro een ander bedrag is opgegeven en gehonoreerd dan de daadwerkelijk voor de grond betaalde 22 000 euro als basis voor de subsidieaanvraag, hoe vaak is een dergelijke constructie (met een ander bedrag voor de subsidieaanvraag dan het betaalde bedrag) daadwerkelijk voorgekomen bij andere gegunde natuursubsidies in Groningen en in heel Nederland (graag zowel in percentage als in absolute aantallen)?
Omdat dit de algemene systematiek van dat moment was, is een dergelijke situatie vaker voorgekomen. BBL registreert alle transacties maar houdt geen overzichten bij van het verschil tussen verkoopprijs en taxatie. Zoals vermeld in de brief van 13 januari 2012 (TK 31 920, nr. 18) is deze systematiek in 2008 aangepast.
Waren er afspraken tussen de provincie en Reiderwolde V.O.F over de hoogte van het bedrag dat per hectare zou worden opgegeven bij de subsidieaanvraag? Zo ja, wanneer zijn deze gemaakt, wie waren hierbij betrokken en wat behelsden deze en heeft u zich op enigerlei wijze direct dan wel indirect bemoeid met de totstandkoming van de hectareprijs zoals opgegeven in de subsidieaanvraag?
Nee, er waren enkel afspraken gemaakt over de systematiek, zie mijn brief van 13 januari 2012.
Welke betrokkenheid heeft u gehad bij het vaststellen van inrichtingssubsidies en welke actieve aanwijzingen heeft u in deze gegeven richting de ambtenarij?
Er zijn geen aanwijzingen gegeven. De subsidieprocedure voor inrichtingssubsidie in het kader van de Subsidieregeling Natuur (SN) was destijds als volgt. De provincie stelde de kaders vast in het natuurbeheerplan. Daarin zijn onder andere natuurdoelen vastgelegd. Een grondeigenaar kon subsidie aanvragen op basis van het natuurbeheerplan. De subsidieaanvraag werd ingediend bij de Dienst Regelingen. Dienst Regelingen beoordeelde de subsidieaanvraag en vroeg daarvoor advies van de Dienst Landelijk Gebied. Dienst Regelingen was gemandeerd om namens de provincie de beschikking af te geven. De provincie had daarmee geen actieve rol in de vaststelling van de subsidie.
In het kader van het projectplan toeristische recreatieve infrastructuur Ring Blauwe Stad is nog subsidie naar het gebied gegaan (maar niet naar Reiderwolde V.O.F) om daarmee de recreatieve voorzieningen te realiseren voor toeristen, recreanten, nieuwe en huidige bewoners, maar als Staatsbosbeheer het gebied ontwikkeld had, had zij dan de toeristische recreatieve voorzieningen bekostigd, of was dezelfde subsidie in dezelfde hoeveelheid in dat geval naar Staatsbosbeheer gegaan? Kunt u dit toelichten?
Staatsbosbeheer (SBB) ontwikkelt geen gebieden en ontvangt daarvoor ook geen financiële bijdrage. SBB neemt wel, veelal door overname van gronden van BBL, ingerichte en ontwikkelde gebieden in beheer.
Hoe is de natuurfunctie en het natuurbeheer voor de lange termijn gegarandeerd voor het gebied?
Voor het Reiderwolde is de natuurfunctie notarieel voor onbepaalde tijd vastgelegd met sancties op schending van deze verplichting. Dienst Regelingen is van overheidszijde de uitvoerder en houder van deze verplichting. Daarmee is de natuurfunctie privaatrechterlijk geborgd. Verder geldt dat als Reiderwolde onderdeel wordt van de herijkte EHS, de natuurfunctie en het beheer extra zijn geborgd met de afspraken in het Onderhandelingsakkoord decentralisatie natuur over planologische vastlegging van de herijkte EHS en de financiering van beheer.
Op welk moment is besloten dat Reiderwolde voor particulier natuurbeheer gegund zal worden en dat Staatsbosbeheer hier niet voor in aanmerking zou komen, op welke gronden is deze beslissing genomen en is hierbij een kostenvergelijking gemaakt tussen particulier natuurbeheer en ontwikkeling door Staatsbosbeheer? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kunt u hier dan duidelijk inzicht in geven? Welke kostenopgaaf/offerte voor natuurontwikkeling en beheer van het gebied heeft de provincie van Staatsbosbeheer ontvangen en kunt u de Kamer hiervan een kopie doen toekomen?
Het besluit is genomen op 29 juni 2006 door Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen. Het besluit paste in het Rijksbeleidskader «Omslag van minder verwerving naar meer beheer» (TK 29 800 XIV, nr. 97), wat als doel had een verdere stimulans te geven aan het particulier natuurbeheer. Van de restantopgave voor verwerving ten behoeve van de Ecologische Hoofdstructuur op 1 januari 2004, werd 60% via verwerving en 40% via beheer gerealiseerd. En daarvan weer 25% via agrarisch natuurbeheer en 75% via particulier natuurbeheer. Het beleidskader bevatte ook een bijlage met afwegingen als hulpmiddel voor de provincies om te bepalen waar het best voor welke beheersstrategie gekozen kan worden. Dit betrof inhoudelijke afwegingen, kosten waren hierin geen afwegingscriterium. De beheersbijdrage is voor alle terreinbeheerders hetzelfde (zie antwoord vraag 11). In tegenstelling tot verwerving wordt bij particulier natuurbeheer de grond niet verworven door het Rijk, maar wordt 80–85% van de waarde vergoed (waardedaling).
Het beleid en de inzet van het toenmalige provinciebestuur waren gericht op het stimuleren van particulier natuurbeheer. Dat blijkt onder andere uit de voor 2005 en 2006 door dat bestuur opgestelde begrotingen. Gedeputeerde Staten hebben destijds, na overleg met de grote natuurorganisaties, een kaart vastgesteld met gebieden die zich zouden kunnen lenen voor particulier natuurbeheer. Op 5 september 2006 hebben Gedeputeerde Staten van Groningen het inrichtingsplan Reiderwolde vastgesteld (met indicatieve begroting). Het inrichtingsplan was kaderstellend voor de inrichting van het gebied. Dat zou zowel voor Staatsbosbeheer als een particulier natuurbeheerder het geval zijn geweest.
Welke beheerskosten zou de overheid aan Staatsbosbeheer betaald hebben als zij dit gebied in beheer had genomen als grote eenheid natuur? Welke beheerskosten wordt aan Reiderwolde V.O.F. in het totaal betaald en hoe verklaart u het verschil?
De provincie heeft het gebied niet aangewezen als «grote eenheid natuur», maar heeft de natuurdoelen bos, moeras en grasland in het gebied vastgesteld. Een beheerssubsidie of andere betaling voor «grote eenheid natuur» is en was dus niet aan de orde.
De aanvallen van Japanse walvisjagers op bemanning van Sea Shepherd rond de Zuidpool |
|
Esther Ouwehand (PvdD) |
|
Henk Bleker (staatssecretaris economische zaken) (CDA), Uri Rosenthal (minister buitenlandse zaken) (VVD) |
|
![]() |
Heeft u de ontwikkelingen rond de illegale Japanse walvisjacht en de acties van Sea Shepherd Conservation Society (SSCS) gevolgd sinds de Japanse walvisvloot in december weer is uitgevaren naar Antarctica, met SSCS in haar kielzog?
Ja.
Is het u bekend dat Japanse walvisjagers een bemanningslid van Sea Shepherd Conservation Society, die een harpoenschip probeerde af te remmen, met een waterkanon van zijn jetski hebben afgestoten waardoor hij in het ijskoude water terecht kwam?1 Hoe beoordeelt u het gebruik van waterkanonnen tegen mensen op jetski’s in termen van veiligheid op zee?
Ja, ik ben daarmee bekend. Nederland hecht aan het recht op demonstratie, ook op volle zee. Wel dienen zowel de demonstraties zelf als ook de maatregelen daartegen niet de veiligheid op zee in gevaar te brengen.
Op basis van de beschikbare informatie ben ik niet in staat om een inhoudelijk oordeel te vellen over deze specifieke situatie. Een dergelijk antwoord kan alleen gegeven worden op basis van een gedegen onderzoek in een justitiële procedure. Deze kan door de betrokken partijen geïnitieerd worden.
Het Openbaar Ministerie heeft op basis van de beschikbare informatie tot dusverre geen aanleiding gezien onderzoek te verrichten naar de incidenten die in de afgelopen periode hebben plaatsgevonden. Voor zover mij bekend is er ook door Sea Shepherd Conservation Society geen aangifte gedaan bij het Japanse Openbaar Ministerie van de gedragingen van de Japanse walvisjagers.
Bent u er van op de hoogte dat Japanse walvisjagers vanuit hun harpoenschip inzittenden van een rubberboot van Sea Shepherd Conservation Society hebben aangevallen met grijphaken en bamboestokken, en dat een Sea Shepherd vrijwilliger, een Franse fotograaf, en een cameraman van Animal Planet hierbij verwondingen hebben opgelopen?2 Deelt u de mening dat dit een zeer gevaarlijke tactiek is, omdat de grijphaken de opblaasbare boten kunnen lek slaan, en de grijphaken, mochten ze zich vasthaken in de kleding van de bemanningsleden, de opvarenden uit hun boot zouden kunnen rukken? Zo nee, waarom niet? Hoe beoordeelt u het gebruik van grijphaken en bamboestokken tegen mensen in rubberbootjes in termen van veiligheid op zee?
Ja, daar ben ik van op de hoogte. Zie mijn antwoord op vraag 2.
Zou u kunnen concluderen dat waterkanonnen, grijphaken en bamboestokken bij bovengenoemde incidenten als «wapen» zijn ingezet? Zo ja, vindt u dit geoorloofd? Zo nee, waarom niet?
Zie mijn antwoord op vraag 2.
Deelt u de mening dat er met deze aanvallen door Japanse walvisjagers in minder dan een maand tijd de veiligheid op zee ernstig in gevaar is gebracht? Zo ja, welke consequenties verbindt u hieraan? Zo nee waarom niet?
Beide partijen zijn al in december 2011 opgeroepen door Nederland, Australië, de Verenigde Staten en Nieuw Zeeland tot het nemen van hun verantwoordelijkheid teneinde de veiligheid op zee niet in gevaar te brengen. Zie tevens het antwoord op vraag 2.
Kunt u mede in het licht van bovengenoemde incidenten, uiteenzetten welk vervolg u heeft gegeven aan de gezamenlijke waarschuwing die Nederland samen met Australie, de Verenigde Staten en Nieuw Zeeland heeft afgegeven, te weten: «Wie de veiligheid op zee in gevaar brengt, kan worden aangeklaagd»?3 Heeft u inmiddels actie ondernomen om een aanklacht in te dienen tegen de Japanse walvisjagers? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet? Kunt u uiteenzetten wat er – in termen van feitelijke informatie – precies voor nodig is om een deugdelijke aanklacht in te kunnen dienen?
Zie het antwoord op vraag 2.
Kunt u uitleggen hoe u kunt weten wat zich precies afspeelt in de wateren rond Antarctica als er geen autoriteiten vanuit Nederland of de internationale gemeenschap aanwezig zijn om te registreren wat er gebeurt? Kunt u bevestigen dat de internationale gemeenschap de registratie van de jaarlijks terugkerende schending van het moratorium op de walvisjacht volledig te danken heeft aan Sea Shepherd Conservation Society, omdat Japan zonder hun aanwezigheid nog steeds in alle stilte op walvissen zou kunnen jagen, tegen alle internationale verdragen in?
Indien zich een incident heeft voorgedaan is het lastig vast te stellen wat er precies is gebeurd. Nederland stelt zich daarom op de hoogte van de gebeurtenissen van beide kanten.
Deelt u de mening dat het beter zou zijn om controle op de naleving van het moratorium op de walvisjacht te laten uitvoeren door de autoriteiten van de internationale gemeenschap? Zo ja, waarom zijn er nog steeds geen autoriteiten aanwezig in de wateren rond Antarctica om in elk geval de schending van het moratorium te registreren om Japan zo te kunnen aanklagen wegens schending van het internationaal recht? Zo nee, waarom niet?
De walvisvangst vindt volgens Japan plaats in het kader van wetenschappelijk onderzoek, hetgeen is toegestaan onder het moratorium van de IWC. In de IWC heeft Japan medestanders die er mee instemmen om walvissen te doden voor wetenschappelijk onderzoek. Het betreft hier geen schending van het internationaal recht. Tegen deze achtergrond is het niet verwonderlijk dat er geen controle is door de internationale gemeenschap in Antarctische wateren.
Kunt u uiteenzetten op welke wijze u van plan bent om te gaan met mogelijke nieuwe geweldplegingen van de walvisvaarders richting demonstranten op zee? Op welke wijze werkt u samen met Nieuw-Zeeland, Australië en de Verenigde Staten, met wie u dit gezamenlijke statement heeft gemaakt, om geweld van walvisvaarders richting demonstranten op zee te voorkomen? Wat is hierbij de inzet en specifieke rol van Nederland?
Nederland heeft regelmatig contact met zowel de Japanse regering als ook Sea Shepherd Conservation Society, juist om te voorkomen dat de confrontaties in de Antarctische wateren uit de hand lopen. Tevens wordt op basis van de ontvangen informatie bezien of, gezien de zwaarte van een specifiek incident, zelfstandig onderzoek verricht dient te worden. Waar mogelijk en wenselijk zal Nederland daarbij samenwerken met een of meer andere partijen van de Gemeenschappelijke Verklaring. Daarnaast trekt Nederland met genoemde landen en andere gelijkgezinden op in internationale fora zoals de IWC en de IMO als gesproken wordt over de veiligheid op zee.
Wat is de reden dat u de gezamenlijke verklaring van Nederland, Nieuw Zeeland, Australie en de VS over de veiligheid op zee niet samen met de Japanse regering heeft uitgedaan?
Tijdens de IWC 63 is een resolutie door Japan ingediend inzake veiligheid op zee waarin het recht op vreedzame demonstratie op volle zee wordt erkend en op aandringen van Nederland, Nieuw Zeeland, Australië en de VS alle betrokken overheden o.m. aangespoord worden om de kapiteins van alle schepen aan te spreken op hun verantwoordelijkheid voor de veiligheid op zee als hoogste prioriteit. De gemeenschappelijke verklaring gaat evenwel verder dan alleen de veiligheid op zee. In de verklaring wordt immers ook afstand genomen van de dodelijke walvisvangst voor wetenschappelijke doeleinden. Juist dit laatste, zo belangrijke onderdeel van de verklaring, is voor Japan een stap te ver.