Kamervraag 2025Z02592

Tientallen ontslagen en opheffing van meerdere vakgroepen na reorganisatie bij Universiteit Twente

Ingediend 12 februari 2025
Beantwoord 6 maart 2025 (na 22 dagen)
Indieners Luc Stultiens (GroenLinks-PvdA), Jimme Nordkamp (PvdA)
Beantwoord door Eppo Bruins (CU)
Onderwerpen onderwijs en wetenschap organisatie en beleid
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2025Z02592.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20242025-1550.html
  • Vraag 1
    Kent u het bericht dat de faculteit Technische Natuurwetenschappen van Universiteit Twente tientallen medewerkers ontslaat en meerdere vakgroepen opheft om de begroting sluitend te krijgen?1 Zo ja, klopt dit bericht?

    Ik ben bekend met het bericht van de Universiteit Twente. Na het verschijnen van het bericht is contact geweest met de Universiteit Twente. In overeenstemming met het bericht is bevestigd dat de faculteit Technische Natuurwetenschappen een reorganisatie heeft aangekondigd en dat dit consequenties heeft voor tientallen medewerkers bij meerdere vakgroepen van de faculteit.

  • Vraag 2
    Herinnert u zich de uitkomsten van het onderzoeksrapport van accountantsbureau PwC uit 2022, dat de onderfinanciering van de Nederlandse universiteiten is opgelopen tot € 1,1 miljard per jaar, met als gevolg dat de onderwijs- en onderzoekskwaliteit toenemend onder druk staan en er een schrikbarende afname te constateren valt van ongebonden onderzoek?2

    Ik ken het onderzoeksrapport van PwC.

  • Vraag 3
    Wat vindt u ervan dat de aangekondigde formele reorganisatie naar het oordeel van het faculteitsbestuur onvermijdelijk is door de aanhoudende financiële crisis én door de onzekerheid over de besluiten van het huidige kabinet?

    Ik erken dat de bezuinigingen, en de door de Tweede Kamer aangebrachte wijzigingen in de begroting van OCW (die tevens nog wacht op de goedkeuring van de Eerste Kamer), tot onzekerheid kunnen leiden. Daarbij wil ik markeren dat er verschillende factoren zijn die invloed hebben op de financiële positie van instellingen: naast overheidsbeleid kunnen ook dalende studentenaantallen, gestegen kosten of instellingsspecifieke problematiek er in resulteren dat instellingen keuzes moeten maken om hun organisatie financieel gezond te houden. Ik kan niet voor specifieke instellingen een oordeel geven over wat de doorslaggevende factoren zijn. Het is echter aan de individuele instelling hoe zij daar invulling aan geven.

  • Vraag 4
    Deelt u de zorgen van betrokkenen dat een universiteitsbrede reorganisatie onvermijdelijk is?

    Zoals ik bij het antwoord op vraag 3 aangaf begrijp ik dat de bezuinigingen, maar ook de dalende studentenaantallen, gestegen kosten of andere factoren ertoe kunnen leiden dat instellingen keuzes moeten maken om hun organisatie financieel gezond te houden. De aangekondigde reorganisatie heeft betrekking op een van de faculteiten van de Universiteit Twente en er is nu geen sprake van een universiteitsbrede reorganisatie. Ik kan niet beoordelen of deze reorganisatie onvermijdelijk is. Zoals aangegeven zijn instellingen verantwoordelijk voor het zorgvuldig doorvoeren van bezuinigingen. Hierover verantwoorden zij zich richting de medezeggenschap en het interne toezicht. Ik heb er op basis van deze interne waarborgen vertrouwen in dat de instellingen dit op zorgvuldige wijze vormgeven.

  • Vraag 5
    Bent u zich bewust van de impact hiervan op de krimpregio Twente en haar ambitie zich te ontwikkelen tot een groene technologische topregio?

    Ik ben mij bewust van de belangrijke rol van de Universiteit Twente in de regio. Ik heb er vertrouwen in dat instellingen zorgvuldige keuzes maken ten aanzien van hun onderzoek en onderwijsaanbod. Van instellingen verwacht ik dat zij dit doen met oog voor de verschillende maatschappelijke en regionale opgaven, zoals arbeidsmarktkrapte en brede welvaart. De maatschappelijke opgaven die door ongelijke demografische krimp versterkt kunnen worden, maken het van belang dat we in het hbo en wo bekijken hoe we in de toekomst invulling kunnen geven aan een toekomstbestendig opleidingsaanbod. Daarvoor werk ik onder andere aan duurzame oplossingen, zoals stabilisering van de bekostiging.

  • Vraag 6
    Bent u van mening dat Universiteit Twente van groot regionaal belang is en dat het snijden in de faculteit Technische Natuurwetenschappen niet alleen het wetenschappelijk belang raakt, maar ook het Twentse en het Nederlandse verdienmodel aantast? Zo nee, waarom niet?

    Zie hiervoor het antwoord op vraag 5.

  • Vraag 7
    Zijn u vergelijkbare voornemens bij andere onderwijsinstellingen bekend? Zo ja, kunt u voorzien in een overzicht van onderwijsinstellingen waar ontslag van personeel en opheffing van (onderdelen van) vakgroepen / faculteiten wordt overwogen?

    Berichten over voornemens van een aantal instellingen zijn mij bekend.3 Ik heb geen uitputtend overzicht van de voornemens van de onderwijsinstellingen met betrekking tot ontslag van personeel of opheffing van vakgroepen/faculteiten. Dit is tenslotte een verantwoordelijkheid van de instellingen zelf.

  • Vraag 8
    Bent u bereid om de onverantwoorde bezuinigingen op het hoger onderwijs te herzien of op z’n minst maatwerk toe te passen op basis van eigen regie en rekening houdend met regionale economische verschillen en demografische ontwikkelingen, zodat er ruimte blijft voor het individuele profiel van de Universiteit Twente? Zo nee, waarom niet?

    Het kabinet staat voor de gemaakte keuzes en acht de bezuinigingen op onderwijs en onderzoek realistisch en uitvoerbaar. Het kabinet heeft deze keuzes gemaakt om de overheidsfinanciën gezond te houden. Hiermee wordt ook mogelijk gemaakt dat in andere maatschappelijke doelen geïnvesteerd kan worden en is er ruimte gekomen voor lastenverlichtingen. Ik ben nu in afwachting van de behandeling van de begroting in de Eerste Kamer.
    Ten aanzien van de taakstelling in het kader van de beheersing van internationale studentenstromen zal in het voorjaar van 2025 de Referentieraming 2025 verschijnen, die meer inzicht zal geven in de ontwikkeling van de studentenaantallen en de daarbij horende financiële gevolgen. Ook komt er dan meer duidelijkheid over de resterende taakstelling voor internationale studenten.
    Daarnaast werk ik aan een nota van wijziging bij de Wet internationalisering in balans (WIB). Dit wetsvoorstel bevat maatwerk voor instellingen in grensregio’s en in of nabij krimpregio’s – passend bij het profiel van de instelling, kan daar meer ruimte zijn voor anderstalige opleidingen en anderstalig opgeleid talent dan elders in het land. Naar aanleiding van het tijdens de begrotingsbehandeling in de Tweede Kamer aangenomen amendement Bontenbal veranker ik dit maatwerk steviger in de WIB. Ik werk het regio-criterium expliciet uit in de wet zelf (in plaats van in onderliggende regelgeving) en zal ook een lijst van regio’s uitwerken die onder dit criterium vallen. Zo wordt het eenvoudiger voor de instellingen in deze regio’s om de toets te doorlopen.

  • Vraag 9
    Bent u van mening dat met het oog op deze substantiële vormen van kennisvernietiging de voorgenomen onderwijsbezuinigingen moeten worden heroverwogen? Zo nee, waarom niet?

    Zie hiervoor het antwoord op vraag 8.

  • Vraag 10
    Bent u bereid om actief in te zetten op het voorkomen van dit soort vormen van kaalslag bij het hoger- en wetenschappelijk onderwijs? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke maatregelen bent u van plan te treffen?

    Het kabinet acht de bezuinigingen realistisch en uitvoerbaar. Instellingen hebben bestedingsvrijheid en verantwoorden zich richting de medezeggenschap en intern toezicht. Ik heb er vertrouwen in dat instellingen keuzes maken binnen deze kaders en ik zal daarom geen maatregelen treffen om daarin te interveniëren. Wel ben ik, zoals aangegeven in het antwoord op vraag 5, voornemens om te kijken naar meer stabiliteit in de bekostiging. In mijn beleidsbrief zal ik ingaan op de ontwikkeling van het vervolgonderwijs en de wetenschap. Daarbij zal ik ook stilstaan bij de bekostiging.
    Daarnaast ben ik als stelselverantwoordelijke verantwoordelijk voor een landelijk dekkend opleidingsaanbod daarom bezie ik mede in het kader van de motie Martens-America4 met de sector hoe we invulling kunnen blijven geven aan een landelijk dekkend aanbod, zodat we een landelijk aanbod van opleidingen waarborgen en voorkomen dat opleidingen zonder gezamenlijk overleg uit Nederland verdwijnen.
    Dit betekent overigens niet dat het opleidingsaanbod niet aan verandering onderhevig kan zijn. Het is normaal dat het onderwijsaanbod in beweging is. De wereld is immers in verandering, evenals de vakgebieden en de voorkeuren van studenten. Het is belangrijk dat het onderwijs daarop responsief inspeelt. Het is aan de instellingen samen om te bepalen hoe het onderwijs behouden kan blijven. Dit kan in allerlei vormen, bijvoorbeeld door middel van het samenvoegen van kleine opleidingen, verbreding van opleidingen, interdisciplinair onderwijs of het gezamenlijk verzorgen van onderwijs.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2025Z02592
Volledige titel: Tientallen ontslagen en opheffing van meerdere vakgroepen na reorganisatie bij Universiteit Twente
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20242025-1550
Volledige titel: Antwoord op vragen van de leden Stultiens en Nordkamp over tientallen ontslagen en opheffing van meerdere vakgroepen na reorganisatie bij Universiteit Twente