Ingediend | 5 februari 2025 |
---|---|
Beantwoord | 17 maart 2025 (na 40 dagen) |
Indieners | Olger van Dijk (NSC), Isa Kahraman (NSC) |
Beantwoord door | Ruben Brekelmans (VVD), Caspar Veldkamp (NSC), Barry Madlener (PVV) |
Onderwerpen | bestuur openbare orde en veiligheid parlement staatsveiligheid |
Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2025Z02028.html |
Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20242025-1636.html |
Ja.
Nederland zet zich in voor het aanpakken van de zogenaamde schaduwvloot die Rusland inzet voor de omzeiling van sancties op Russische olie. Mede op Nederlands initiatief zijn in het veertiende sanctiepakket de mogelijkheden vergroot om schepen toegang tot onze havens en dienstverlening te verbieden door middel van een gesanctioneerde lijst; naast het al bestaande verbod voor Russisch gevlagde schepen. In het vijftiende en zestiende pakket zijn, mede dankzij Nederland, weer meerdere schepen toegevoegd aan deze lijst. Het sanctioneren van individuele schepen uit de schaduwvloot is een effectieve maatregel gebleken4. De schepen die op de Europese sanctielijst worden geplaatst, zien een significante daling in opbrengsten uit de handel in olie. Daarnaast ervaren deze schepen moeilijkheden in het aangaan van samenwerkingen met dienstverleners, zoals certificering en verzekering, aspecten waar bij havenstaatcontroles op gecontroleerd en gehandhaafd wordt. De aanpak van de schaduwvloot door het aanvullen van de lijst met schepen blijft prioriteit van het kabinet. Het is niet in het belang van de Nederlandse onderhandelingsinzet om hier in detailniveau verder op in te gaan.
Daarnaast heeft Nederland actief meegewerkt aan de totstandkoming van een International Maritime Organisation (IMO) resolutie waarin vlaggenstaten en andere maritieme stakeholders worden opgeroepen om maatregelen te nemen om risico’s omtrent de schaduwvloot te voorkomen. Daartoe pleit Nederland er in EU-verband, IMO-verband en binnen de overleggremia van Port State Controle regimes voor om extra informatie over risicovolle olietankers te delen en zodoende de inspectielast voor deze schepen mondiaal op te voeren. Daarnaast zorgen overzichten in IMO van schepen die met valse certificaten varen voor de nodige naming and shaming. Hierbij wordt ook de desbetreffende vlaggenstaat vermeld wiens certificaten vals gebruikt worden. Ook S&P Global, de organisatie die de IMO-nummers aan schepen uitgeeft, houdt een database bij van schepen met valse certificaten die door IMO-lidstaten te raadplegen is. Op deze wijze worden vlaggenstaten gewezen op hun verantwoordelijkheden om verdragsverplichtingen na te komen, en om milieu- en veiligheidsrisico's van schaduwvloot schepen te ondervangen.
Op 14 mei 2024 heeft de Minister van Defensie tijdens het Vragenuur gemeld dat het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) het voornemen had geen ontheffingen meer te verlenen aan Russische schepen met voedingsproducten als lading. De mogelijkheid tot het geven van een ontheffing is gebaseerd op artikel 3 secties bis van Vo 833/2014. Een lidstaat kan uitsluitend ontheffing verlenen voor de daar genoemde uitzonderingen, waaronder voedselproducten.
Op 17 mei heeft de Minister van IenW de Kamer ingelicht dat verzoeken voor een dergelijke ontheffing niet meer worden ingewilligd. Sindsdien worden er geen Russisch gevlagde schepen meer binnen gelaten in onze havens.
Nederland werkt nauw samen met bondgenoten in NAVO-verband ten behoeve van de bescherming van deze infrastructuur. Zo is Nederland aangesloten bij het Critical Undersea Infrastructure netwerk van de NAVO. Binnen dit netwerk komen de NAVO en bondgenoten samen om informatie uit te wisselen met betrekking tot de bescherming van onderzeese infrastructuur. Verder werd in 2024 binnen het NAVO Maritieme Hoofdkwartier het Maritime Centre for the Security of Critical Undersea Infrastructure actief. Dit centrum is opgezet om bondgenoten van een gedeeld beeld van mogelijke dreigingen op zee te voorzien, waaronder de Noordzee. Ook zou het centre in de toekomst een rol kunnen spelen in het coördineren van acties. Nederland pleit actief voor het versterken van de capaciteiten van het centre.
Wanneer de situatie erom vraagt kan de NAVO haar aanwezigheid op zee verhogen, waaronder op de Noordzee. Dit gebeurt momenteel in de Oostzee. Met Baltic Sentry maken bondgenoten, waaronder Nederland, hun aanwezigheid en waakzaamheid kenbaar en beschermen zo onderzeese infrastructuur ter plaatse. Op dit moment is er geen aanleiding voor dergelijke maatregelen op de Noordzee.
Naast de samenwerking binnen het NAVO bondgenootschap, is er ook een intensieve samenwerking tussen Nederland, België, Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Denemarken en Noorwegen om gezamenlijk de infrastructuur op zee beter te beschermen. Op 9 april 2024 ondertekenden bovengenoemde landen een gezamenlijke intentieverklaring om informatie over incidenten en dreigingen met elkaar te delen, te streven naar een gedeelde aanpak voor en tijdens een crisis, het delen van best practices en de mogelijkheden van deze regionale samenwerking verder uit te bouwen. Het afgelopen jaar heeft meermaals overleg plaatsgevonden tussen deze landen en het komende jaar wordt toegewerkt naar een gezamenlijke roadmap.
Het kabinet neemt verschillende maatregelen op de Noordzee om mogelijke dreigingen zoals spionage tegen te gaan. Zo coördineert het interdepartementale Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur (PBNI) vanuit IenW, verschillende activiteiten om de Noordzee infrastructuur te beschermen. Deze activiteiten zijn onder andere het verbeteren van de beeldopbouw, het verduidelijken van de governance, het verhogen van de weerbaarheid, het doorontwikkelen van crisisplanvorming en het versterken van internationale samenwerking (TK 33 450 nr 128).
Het kabinet doet verder publiekelijk geen uitspraken over de handelwijzen die de Nederlandse overheid overweegt, om te voorkomen dat kwaadwillende partijen hierop kunnen anticiperen in hun handelen. Desalniettemin heeft het onderwerp onze hoogste prioriteit.
Zoals toegezegd in het commissiedebat NAVO Defensie Ministeriële op 5 februari 2025, zal u middels een vertrouwelijke technische briefing worden geïnformeerd over de uitkomsten van de juridische analyse naar aanvullende mogelijkheden om in te grijpen op maritieme spionage- en sabotageactiviteiten. Deze briefing vindt plaats wanneer de analyse gereed en interdepartementaal afgestemd is. Omdat het nemen van aanvullende maatregelen consequenties kan hebben op internationaal niveau, zijn we op dit onderwerp ook met bondgenoten in gesprek teneinde een eenduidige lijn met onze bondgenoten te hebben.
Zie antwoord 5.
Het is bijzonder zorgelijk dat Europese bedrijven olietankers verkopen die vervolgens worden ingezet in de Russische schaduwvloot. De schaduwvloot ondermijnt de effectiviteit van sancties en het kabinet zet hard in op de bestrijding daarvan. Zoals vermeld verbiedt de EU-sanctieverordening de verkoop van tankers als bekend is dat die gebruikt gaan worden in Rusland. In de praktijk blijkt het lastig om dit vooraf te bewijzen, mede omdat de schaduwvloot gebruikt maakt van complexe eigendomsstructuren. Het is duidelijk dat we hier meer tegen moeten doen. Het kabinet wil in EU verband stappen zetten om dit verbod beter te kunnen handhaven.
Op 5 februari jl. hebben de leden Kahraman en Olger van Dijk (beide NSC) schriftelijke vragen gesteld aan de Ministers van Defensie, Infrastructuur & Waterstaat en Buitenlandse Zaken over verdachte Russische schepen in onze wateren. De gevraagde reactie op deze stukken vraagt om afstemming tussen de drie hierboven genoemde ministeries en het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Hier is meer tijd voor nodig, waardoor de reactie niet binnen de daartoe gestelde termijn van 26 februari kan worden afgerond. Er wordt naar gestreefd om de Kamer zo spoedig mogelijk van de beantwoording te voorzien.