Ingediend | 3 februari 2025 |
---|---|
Beantwoord | 12 maart 2025 (na 37 dagen) |
Indiener | Don Ceder (CU) |
Beantwoord door | Reinette Klever (PVV), Caspar Veldkamp (NSC) |
Onderwerpen | internationaal ontwikkelingssamenwerking |
Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2025Z01800.html |
Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20242025-1589.html |
Ja.
De situatie in Oost-Congo is zeer zorgwekkend. De humanitaire situatie was al ernstig en is verder verslechterd door de opmars van M23 en het opgelaaide geweld. Het land had al te kampen met 7 miljoen ontheemden, voornamelijk in het oosten, en dat aantal stijgt nu in hoog tempo verder. De humanitaire hulpverlening is grotendeels stilgevallen. Momenteel kijken organisaties hoe ze de hulpverlening weer op kunnen starten onder de huidige omstandigheden.
Nederland draagt bij aan verlichting van de humanitaire noden door middel van financiële bijdragen aan verschillende humanitaire programma’s en fondsen. In 2024 droeg Nederland EUR 10 miljoen bij aan het Humanitaire Fonds voor de DRC van de VN. Daarnaast draagt Nederland via de Dutch Relief Alliance (DRA) voor de periode 2024–2026 zo’n EUR 17,4 miljoen bij aan de humanitaire respons in Oost-Congo. Verder maakte de Dutch Relief Alliance (DRA) op 6 februari 2025 3 euro miljoen vrij voor hulp in Oost-Congo en steunde Nederland in 2024 het humanitaire landenfonds in de DRC met een bijdrage van 10 miljoen euro. Ook in 2025 zal Nederland aan het humanitaire landenfonds bijdragen.
Verder draagt Nederland bij aan de humanitaire respons via ongeoormerkte middelen. Zo is er 17 miljoen dollar vrijgemaakt voor urgente noden in Oost-Congo uit het Central Emergency Response Fund (CERF) van de VN, waarvan Nederland een grote donor is. Tot slot draagt Nederland ook in EU-verband bij aan de crisisrespons. De EU heeft EUR 60 miljoen toegezegd om de nieuwe noden in Oost-Congo te ledigen, waarvan EUR 25 miljoen al is gealloceerd.
Nederland deelt de visie van de VN over de Rwandese steun aan M23, zoals ook aangetoond in rapporten van de VN Group of Experts. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (VNVR) en de EU hebben verklaard dat de opmars van M23 en de aanwezigheid van Rwandese troepen op Congolees grondgebied een schending van het internationaal recht en het VN Handvest betekent. Tijdens de VN Veiligheidsraad op 21 februari jl. werd dan ook resolutie 2773 unaniem aangenomen, die M23 oproept om de gewelddadigheden te staken en zich onmiddellijk terug te trekken uit Goma, Bukavu en andere veroverde gebieden. Ook wordt Rwanda in deze resolutie opgeroepen steun aan M23 te staken en Rwandese troepen van DRC grondgebied terug te trekken. De VNVR sprak ook de mogelijkheid uit tot opleggen van aanvullende maatregelen om het bovenstaande te bewerkstelligen.
Nederland spreekt Rwanda bilateraal, via de EU, en via de International Contact Group for the Great Lakes (ICG) aan op steun aan M23 en de schending van de soevereiniteit van de DRC door de aanwezigheid van duizenden Rwandese militairen op Congolees grondgebied. Deze zaken zijn ook veroordeeld in de EU-verklaring over de situatie van 25 januari, en de ICG verklaringen van 25 januari 2025 en 19 februari 2025, respectievelijk na de val van Goma en de val van Kavumu en Bukavu. In een recent telefoongesprek met zijn Rwandese ambtsgenoot heeft de Minister van Buitenlandse Zaken dringend aandacht gevraagd voor de humanitaire situatie, en de Rwandese steun aan M23 veroordeeld. Ook riep de Minister op tot het respecteren van de territoriale integriteit van de DRC, en tot een diplomatieke oplossing van het conflict.
In de Raad Buitenlandse Zaken (RBZ) op 24 februari jl. benadrukte de Minister voorts opnieuw dat de territoriale integriteit van de DRC gerespecteerd moet worden en riep op tot concrete maatregelen richting Rwanda, specifiek de opschorting van de veiligheidsdialoog en het opschorten van de EU-Rwanda afspraken (memorandum van overeenstemming) over duurzame waardeketens voor kritieke grondstoffen. Ook pleitte Nederland voor een onmiddellijk en onvoorwaardelijk staakt-het-vuren en steun aan de regionale vredesprocessen.5
Er zijn momenteel EU-sancties in werking tegen leden van M23 en functionarissen van het Rwandese leger. In de eerdergenoemde EU-verklaring van 25 januari 2025 benadrukte de Hoge Vertegenwoordiger (HV) van de Unie dat de EU alle middelen waarover zij beschikt zal overwegen om degenen die verantwoordelijk zijn voor de instandhouding van het gewapende conflict en van instabiliteit en onveiligheid in de DRC ter verantwoording te roepen. Sancties maken hier ook onderdeel van uit. Nederland heeft tijdens de EU RBZ op 24 februari 2025 aangegeven additionele sancties te verwelkomen. Na afloop van de RBZ kondigde de HV een politiek besluit op het implementeren van sancties aan.
De Minister van Buitenlandse Zaken heeft rechtstreeks gebeld met zijn Rwandese ambtsgenoot en de steun van Rwanda aan M23 en de aanwezigheid van Rwandese troepen op Congolees grondgebied veroordeeld. Zie hiervoor ook het antwoord op vraag 3. Daarnaast heeft de EU op 21 februari jl. de Rwandese ambassadeur voor de EU ontboden.
Het kabinet is op de hoogte van de wijdverspreide illegale handel in grondstoffen in de Grote Meren-regio waarin zowel regionale als internationale actoren een rol spelen. Ook is het kabinet zich bewust van de rol van grondstoffen in het al decennia voortdurende conflict in het Oost-Congo. De VN Group of Experts heeft dit beeld recent bevestigd en benoemt de rol van Rwanda daarin.6
De EU en Nederland beogen daarom verantwoorde winning, transparantie van grondstoffenketens en traceerbaarheid/certificering van grondstoffen uit de Grote Merenregio te vergroten en tegelijkertijd een bijdrage te leveren aan de directe veiligheidssituatie en de (werk)omstandigheden in de mijnbouw en lokale handel.
Dit gebeurt ten eerste door ondersteuning aan autoriteiten in de regio. Nederland, evenals de EU, steunt de International Conference on the Great Lakes Region (ICGRL) ter versterking van het certificeringsmechanisme voor grondstoffen. Daarnaast steunt Nederland ontwikkelingsprojecten in Oost-Congo gericht op verantwoorde winning en handel van artisanale kleinschalige mijnen. Voorts leveren internationale organisaties een bijdrage aan capaciteitsopbouw en kennisopbouw over de rol van grondstoffen in de regio en het bevorderen van legale en traceerbare handel in grondstoffen. Nederland financiert op dit gebied de implementatie en toetreding van ontwikkelingslanden tot het Extractive Industries Transparancy Initiative Hier is Rwanda (nog) geen lid van, het EU – Rwanda grondstoffenpartnerschap gaat o.a. over toetreding van Rwanda tot EITI. en het Intergovernmental Forum on Mining, Minerals, Metals and Sustainable Development.7
Een ander element is de Europese wetgeving ten aanzien van de import van conflictmineralen (Verordening 2017/821) die sinds 2021 van kracht is. De Verordening verplicht bedrijven in de EU die goud, tin, tantaal of wolfraam importeren – dit zijn grondstoffen die in Oost-Congo gewonnen worden – om gepaste zorgvuldigheid toe te passen op basis van de «OESO richtsnoeren inzake passende zorgvuldigheid voor verantwoorde toeleveringsketens voor mineralen uit conflict- en hoogrisicogebieden». Nederland, en de EU, steunen tevens het implementatieprogramma van de OESO voor deze richtsnoeren. Als «flankerende maatregel» heeft Nederland het European Partnership for Responsible Minerals mede-opgericht dat projecten in conflict- en hoogrisicogebieden financiert gericht op betere omstandigheden en markttoegang voor artisanale kleinschalige mijnbouw. Ook liep Nederland internationaal voorop met de ontwikkeling van de IMVO-convenanten goud en metaal (beide inmiddels afgelopen) waarin bedrijven samen met vakbonden, maatschappelijke organisaties en de overheid werkten aan een schone keten.
Het grondstoffenpartnerschap met Rwanda is in de vorm van een niet-bindend Memorandum of Understanding (MoU). Daarin wordt gesteld dat het partnerschap beoogt bij te dragen aan de transparantie, traceerbaarheid en het versterken van de strijd tegen de illegale handel in grondstoffen in de regio. Het partnerschap ziet specifiek toe op het aanpakken van illegale handel en witwassen, inclusief het bestrijden van gesmokkelde mineralen. Het MoU dient zodoende als vertrekpunt voor de dialoog met Rwanda over deze zorgen. In EU verband is gesproken over maatregelen richting Rwanda om de steun aan M23 en de recente opmars in Oost-Congo te veroordelen. Een mogelijke opschorting van het MoU maakt hier onderdeel van uit. Tijdens de EU RBZ op 24 februari jl. heeft Nederland gepleit, net als verscheidene andere lidstaten, voor een schorsing van het MoU. Wel benadrukt Nederland dat maatregelen als deze hand in hand moeten gaan met politieke dialoog op hoog niveau. Tijdens de RBZ werd geconcludeerd dat het opschorten van het MoU nader zal worden besproken in onderraden.
De DRC is een partner van (geo)-strategisch belang voor Nederland en de EU, op het gebied van onder andere stabiliteit, grondstoffen en duurzame handel. Het is derhalve van belang in te blijven zetten op de relatie met de DRC.
De algemene doelstellingen van het grondstoffenbeleid op het gebied van verduurzaming van grondstoffenketens en diversificatie zijn gegeven in de Nederlandse grondstoffenstrategie.
Ten aanzien van de grondstoffenwinning in (Oost-)Congo zet Nederland in op verantwoorde winning en handel in grondstoffen, zodat deze sector bijdraagt aan duurzame economische ontwikkeling en stabiliteit in de regio. Nederland pleit daarbij voor inzet op lokale waardetoevoeging in grondstofproducerende landen. Nederland heeft specifiek aandacht voor de sociale omstandigheden (waaronder vrouwenrechten) en milieu-impact in de artisanale kleinschalige mijnbouw zoals die in de Grote Merenregio veelvoorkomend is. Deze sector kan een belangrijke motor zijn voor inkomen, werkgelegenheid en economische ontwikkeling maar gaat gepaard met grote uitdagingen. Nederland werkt, met gelijkgezinde partners, toe naar verantwoorde productie en internationale markttoegang van artisanale kleinschalige mijnbouw-grondstoffen. Zie verder het antwoord op vraag 6.
Naar aanleiding van schriftelijke vragen van het lid Ceder (ChristenUnie) over de artikelen «Oppermachtig Rwanda is in Congo vooral op zoek naar kostbare grondstoffen» en «EU speelt gevaarlijk dubbelspel met Rwanda in Congo»in de Volkskrant, ontvangen op 3 februari 2025 (2025Z01800), wil ik u meedelen dat de beantwoording hiervan meer tijd vergt. Hierdoor is het niet mogelijk om de beantwoording van deze vragen binnen de gestelde termijn aan uw Kamer te doen toekomen.