Ingediend | 5 augustus 2024 |
---|---|
Beantwoord | 9 september 2024 (na 35 dagen) |
Indiener | Bente Becker (VVD) |
Beantwoord door | Mariëlle Paul (VVD) |
Onderwerpen | recht staatsrecht |
Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2024Z12286.html |
Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20232024-2476.html |
Ja.
Het is schrijnend dat voor het eerst maar minder dan de helft van de lhbtiq+ personen aangeeft dat het goed gaat met de acceptatie in Nederland. Acceptatie is belangrijk, want het zorgt ervoor dat iedereen kan houden van wie die houdt, volledig zichzelf kan zijn, en veilig over straat kan. Een samenleving waarin dit niet voor iedereen vanzelfsprekend is, is onacceptabel. Ik ben het er dan ook mee eens dat de observaties uit het huidige en eerdere onderzoeken aanleiding geven tot actie van de overheid. Het is onze taak om bij te dragen aan een samenleving die voor iedereen veilig is. In het Hoofdlijnenakkoord is ook opgenomen dat het Kabinet maatregelen gaat nemen tegen geweld richting en discriminatie van lhbtiq+ personen.
Om werkende maatregelen te kunnen treffen zal eerst vastgesteld moeten worden waar de ondermijning en het dalende gevoel van sociale veiligheid en acceptatie vandaan komen. Zoals aangegeven in de beantwoording van de Kamervragen over het bericht «Steeds meer Twentse scholen vinden Paarse vrijdag maar gedoe»2, hoor ik geluiden dat de oorzaak van de dalende acceptatie van lhbtiq+ personen in Nederland zou komen door de invloed van sociale media en conservatieve (culturele) denkbeelden. Dit is de reden dat ik in samenspraak met COC ga onderzoeken wat die mogelijke oorzaken, en daarbij ook mogelijke oplossingen, zijn. Verder kunnen bij het Meld.Online Discriminatie uitingen op het internet worden gemeld. In het geval van strafbare uitingen kan ook aangifte worden gedaan bij de politie.
Er is onderzoek gedaan naar de opvattingen over homo- en biseksualiteit onder religieuze personen. Het rapport «Opvattingen over seksuele en genderdiversiteit in Nederland en Europa 2022» van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP)3 splitst opvattingen over homo- en biseksualiteit uit naar sociaal-demografische kenmerken. Dit onderzoek laat zien dat hoogopgeleide mensen vaker positieve opvattingen over homo- en biseksualiteit hebben (86%) dan laagopgeleide mensen (64%). Ook blijkt dat niet-religieuze mensen hier vaker positieve opvattingen over hebben dan religieuze mensen. Van de niet-religieuze mensen heeft 82% positieve opvattingen over homo- en biseksualiteit, gevolgd door 69% van de Rooms-katholieken, 51% van de aanhangers van de Protestantse Kerk en 45% van mensen met overige religieuze achtergrond. Onder overig worden gereformeerde protestanten, moslims, hindoes en boeddhisten gerekend. In de beantwoording van de Kamervragen over het bericht «Minder dan de helft Amsterdamse jongeren zegt homoseksualiteit te accepteren»4. heb ik toegezegd nader onderzoek uit te laten voeren naar oorzaken van dalende acceptatie van lhbtiq+ personen.
Het kabinet maakt zich zorgen over het goed georganiseerde en gefinancierde karakter van internationale en nationale organisaties die afbreuk willen doen aan de rechten van vrouwen en lhbtiq+ personen in Europa.5
Daarnaast vindt het kabinet het verontrustend dat buitenlandse organisaties ook desinformatie verspreiden om rechten in twijfel te trekken en te ondermijnen en om de indruk te wekken dat ze breed gedeelde meningen vertegenwoordigen.6 Ook signaleert de Europese Dienst voor Extern Optreden dat de lhbtiq+ gemeenschap op internationaal niveau regelmatig het doelwit is van informatie manipulatie en beïnvloeding door buitenlandse actoren (FIMI7).8 Deze praktijken zijn zeer schadelijk voor de positie van lhbtiq+ personen en keur ik ten zeerste af. Om burgers te helpen zichzelf weerbaar te maken tegen desinformatie neemt het kabinet maatregelen binnen de Rijksbrede strategie effectieve aanpak desinformatie. Binnen deze strategie is FIMI een specifiek aandachtspunt.9 Het kabinet evalueert doorlopend wat internationale ontwikkelingen op het gebied van FIMI voor Nederland en het Nederlandse internationale beleid kunnen betekenen.10 Halverwege 2025 zal de voortgang van de uitvoering van de Rijksbrede strategie effectieve aanpak van desinformatie met de Kamer gedeeld worden. De coördinatie hiervan ligt bij de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 3 zal ik daarnaast een onderzoek starten naar oorzaken van dalende acceptatie van lhbtiq+ personen.
Zie antwoord vraag 2.
Ik zet dit najaar de onderzoeksopdracht uit, en verwacht de resultaten van het onderzoek voor de zomer van 2025.
Het is onacceptabel dat lhbtiq+ personen nog zo vaak negatief behandeld en lastig gevallen worden. Iedereen moet kunnen zijn wie ze zijn, houden van wie ze willen houden, en worden wie ze willen worden. Iedereen verdient het om veilig en vrij zichzelf te zijn. Hier blijf ik me voor inzetten.
De evaluatie van het Actieplan Veiligheid LHBTI 2019–2022 is op 14 mei 2024 aan de Kamer aangeboden11. Zoals aangegeven in de bijbehorende brief van de voormalig Minister van Justitie en Veiligheid ontvangt uw Kamer in het najaar de inhoudelijke beleidsreactie. Samen met mijn collega, Minister van Weel van Justitie en Veiligheid, zal ik ingaan op eventuele vervolgstappen.
Zie antwoord vraag 7.
Deze brief kan de Kamer voor november 2024 tegemoet zien.
Ja, ik zal de Kamer via de Emancipatienota nader informeren over onze acties op het vlak van lhbtiq+ veiligheid. Zoals aangegeven in de beantwoording van vraag 8 zijn Minister van Weel van Justitie en Veiligheid en ik voornemens om in het najaar naast de inhoudelijke beleidsreactie op het evaluatierapport van het actieplan, ook in te gaan op de eventuele vervolgstappen.