Ingediend | 24 mei 2024 |
---|---|
Beantwoord | 4 juni 2024 (na 11 dagen) |
Indiener | Cor Pierik (BBB) |
Beantwoord door | Piet Adema (minister landbouw, natuur en voedselkwaliteit) (CU) |
Onderwerpen | bestuur dieren landbouw parlement |
Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2024Z08984.html |
Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20232024-1899.html |
Er zijn ruim 300 zoogdiersoorten beoordeeld voor de totstandkoming van de huis- en hobbydierenlijst. Mensen die in Nederland een dier houden hoeven dit dier vaak niet te registeren, uitgezonderd bijvoorbeeld de houders van honden. Uit onderzoek blijkt dat er in 2021 ruim 21 miljoen gezelschapsdieren werden gehouden in Nederland. Het is niet duidelijk welk gedeelte hiervan niet op de huis- en hobbydierenlijst staat en om welke soorten dit gaat.
Er is voorzien in overgangsrecht. Mensen die op 1 juli 2024 een dier van een soort hebben die niet op de lijst staat, mogen dat dier houden totdat het dier overlijdt. Dit geldt ook voor de jongen waarvan een dier drachtig is op het moment dat de lijst in werking treedt. De dieren die op deze manier uitgezonderd zijn van de huis- en hobbydierenlijst, mogen nog verhandeld worden. Er mag niet met deze dieren worden gefokt vanaf 1 juli 2024. Het is aan de houders om ervoor te zorgen dat de dieren zich niet kunnen voortplanten. Dieren van soorten die niet op de lijst staan en vanaf 1 juli 2024 uit het buitenland naar Nederland komen, mogen niet in Nederland worden gehouden.
Ik ken de uitspraak van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBb). In 2017 heeft het CBb geoordeeld over de wijze waarop diersoorten werden beoordeeld voor plaatsing op de lijst. Het CBb oordeelde dat de besluitvorming niet voldeed aan het Europeesrechtelijke vereiste van wetenschappelijke objectiviteit en dat niet was voldaan aan de beginselen van deskundigheid en transparantie.
Nee, dit is onjuist. Het aanwijzen van dieren voor de huis- en hobbydierenlijst moet gebeuren op basis van objectieve en niet-discriminatoire criteria. Dit volgt uit rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU in 2008. De Tweede Kamer heeft in 2020 het toetsingskader ontvangen dat is gebruikt voor het samenstellen van de nieuwe lijst (Kamerstuk 28 286, nr. 1085). Dit toetsingskader is ontwikkeld door de Wetenschappelijke adviescommissie positieflijst, bestaande uit onafhankelijke wetenschappers, en gaat uit van risicofactoren voor dierenwelzijn en gevaar voor de mens. De risicofactoren zijn geclusterd in de volgende categorieën: letsel bij de mens, gezondheid van de mens (zoönosen), voedselopname van het dier, ruimtegebruik/veiligheid van het dier, thermoregulatie van het dier en sociaal gedrag van het dier.
Voor de beoordeling van de zoogdiersoorten is het Adviescollege huis- en hobbydierenlijst ingesteld. Dit adviescollege bestaat uit onafhankelijke wetenschappers. Het college heeft ruim 300 zoogdiersoorten beoordeeld aan de hand van het toetsingskader. Bij de beoordeling van de diersoorten is gebruik gemaakt van wetenschappelijke bronnen. De huis- en hobbydierenlijst is gebaseerd op het advies van dit college. Dit maakt dat de lijst een gedegen wetenschappelijke onderbouwing heeft. De eigenschappen en behoeften van het dier zijn hierbij het uitgangspunt, en niet de mogelijkheden die een houder heeft om hiermee om te gaan.
Deze stelling is onjuist; ik verwijs naar mijn antwoord op vraag 4.
Ja.
De bezwaarprocedure wordt zorgvuldig doorlopen, het is niet passend om in antwoorden op Kamervragen voorspellingen over het verloop te doen.
Het is aan de houder van het dier om te bepalen hoe ervoor wordt gezorgd dat een dier dat niet op de lijst staat, zich vanaf 1 juli 2024 niet meer kan voortplanten. Door hier zorg voor te dragen, zorgt de houder van het dier ervoor dat het overgangsrecht van toepassing is. De vrijstellingsvoorwaarden zijn doelgericht, en verplichten niet tot de inzet van een bepaald middel om voortplanting te voorkomen. Het is aan de houders zelf om te bezien wat nodig is.
Ik verwijs naar mijn antwoord op vraag 8.
Ik verwijs naar mijn antwoord op vraag 8.
Bezwaar- en beroepsprocedures hebben geen schorsende werking (zie artikel 6:16 van de Algemene wet bestuursrecht) ten aanzien van de inwerkingtreding van de huis- en hobbydierenlijst op 1 juli 2024. Om deze reden zal er niet worden afgezien van handhaving van de huis- en hobbydierenlijst gedurende deze procedures. Er wordt risicogericht toezicht gehouden. Dit betekent dat het toezicht plaatsvindt op plekken waar de grootste risico’s worden verwacht of waar nieuwe risico’s kunnen ontstaan. Ook wordt er toezicht gehouden naar aanleiding van meldingen
Ik denk dat in de vraagstelling bedoeld is te verwijzen naar het antwoord op vraag 11. U kunt in mijn antwoord op vraag 11 lezen dat er geen schorsende werking uitgaat van een bezwaar of beroep en dat er dus niet wordt afgezien van handhaving van de huis- en hobbydierenlijst.
Ja.