Ingediend | 26 april 2024 |
---|---|
Beantwoord | 14 juni 2024 (na 49 dagen) |
Indiener | Ismail El Abassi (DENK) |
Beantwoord door | Dilan Yeşilgöz-Zegerius (minister justitie en veiligheid) (VVD) |
Onderwerpen | bestuur openbare orde en veiligheid parlement politie, brandweer en hulpdiensten |
Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2024Z07596.html |
Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20232024-1985.html |
Ja.
Zie antwoord vraag 1.
Zoals u weet kan ik niet ingaan op dit individuele geval, waarnaar bovendien op dit moment nog onderzoek loopt. Het is niet aan mij als Minister van Justitie en Veiligheid om op basis van in de media gedeelde beelden een oordeel te geven over het optreden van de politie bij individuele gevallen.
Regels over het legitimeren door een politieambtenaar zijn in de Ambtsinstructie3 opgenomen. Een politieambtenaar die in uniform optreedt hoeft zich niet uit eigen beweging te legitimeren. Een politieambtenaar in burgerkleding moet zich op grond van de Ambtsinstructie ongevraagd legitimeren, tenzij bijzondere omstandigheden dit onmogelijk maken.
Over de legitimatieplicht van burgers volgt uit de wet dat iemand die de leeftijd van veertien jaren heeft bereikt, verplicht is een identiteitsbewijs te laten zien op de eerste vordering van een politieambtenaar. Het niet voldoen aan de vordering is een strafbaar feit. De vraag hoeveel tijd een burger moet krijgen om zijn identiteitsbewijs te tonen voordat de politie geweld mag inzetten, is in zijn algemeenheid niet te beantwoorden.
Zie antwoord vraag 3.
Zie antwoord vraag 3.
Op grond van het geldende recht4 is een opsporingsambtenaar bevoegd om een voorwerp in beslag te nemen dat een staande gehouden of aangehouden verdachte bij zich draagt. Ook mag een inbeslaggenomen voorwerp in het kader van de waarheidsvinding worden onderzocht. Deze bevoegdheid tot inbeslagneming en onderzoek is ook van toepassing op elektronische gegevensdragers, zoals een smartphone. Het is dan ook toegestaan dat een politieagent een rechtmatig inbeslaggenomen telefoon onderzoekt met het oog op strafrechtelijke waarheidsvinding. Daarvoor is geen voorafgaande rechterlijke toetsing of tussenkomst van een officier van justitie vereist, zolang de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene beperkt blijft.
Het is de politie niet toegestaan zonder toestemming beelden te wissen van een inbeslaggenomen telefoon. Wel kan de politie in uitzonderlijke omstandigheden een verzoek richten aan een gebruiker van een telefoon om een foto of beeldopname te wissen, bijvoorbeeld in het belang van zwaarwegende belangen van anderen.
Over het specifieke geval waaraan u refereert doe ik zoals u weet geen uitspraken.
Zoals u weet laat ik mij niet uit over specifieke gevallen. In zijn algemeenheid geldt dat indien er beelden zijn gemaakt door opnameapparatuur van de politie in het kader van de uitvoering van de politietaak, sprake is van een politiegegeven in de zin van de Wet politiegegevens. Deze wet voorziet in verschillende regelingen met betrekking tot onder meer de verwerking en het gebruik van politiegegevens en de voorwaarden daarvoor. Ook voorziet de wet in een regeling over het recht op inzage in de politiegegevens. Degene op wie een politiegegeven betrekking heeft, kan een inzageverzoek doen. Er zijn enkele gronden waarop een inzageverzoek kan worden geweigerd, zoals de bescherming van de openbare orde of de nationale veiligheid. Een weigeringsbesluit kan door een belanghebbende in rechte worden aangevochten. Ik zie dan ook geen aanknopingspunten voor de gedachte dat de bestaande wettelijke regeling over beeldopnamen en andere politiegegevens tekort zou schieten.
Verder wijs ik er nog op dat er voor een burger die het niet eens is met een gedraging van een politieambtenaar, altijd een mogelijkheid open staat een klacht in te dienen. Voor de procedure met betrekking tot klachtbehandeling door een bestuursorgaan verwijs ik u naar Titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht.
Zie antwoord vraag 7.
Ik wil benadrukken dat elke geweldsaanwending door de politie moet voldoen aan de beginselen van proportionaliteit, subsidiariteit, redelijkheid en gematigdheid. Het uitgangspunt van ieder politieoptreden is de-escalatie. De politie mag alleen geweld gebruiken als andere vormen van de-escalerend optreden niet tot het gewenste resultaat hebben geleid. Bij gebruik van geweld door de politie moet er altijd een melding worden gedaan aan de hulpofficier van justitie. Vervolgens wordt het geweldgebruik beoordeeld. Daarbij is steeds aandacht voor het leren van geweld. Indien dit noodzakelijk wordt geacht, kunnen vervolgstappen worden genomen.
Indien er aangifte tegen de politie is gedaan, kan het Openbaar Ministerie vervolgens besluiten tot een feitenonderzoek door het team Veiligheid, Integriteit en Klachten (VIK). Ook kan op basis van dat onderzoek worden bepaald wat eventueel passende vervolgstappen zijn. Het is daarna aan andere autoriteiten – in voorkomende gevallen de rechter – om te beoordelen of er wel of niet sprake is van een rechtmatige geweldsaanwending.
Zie antwoord vraag 9.
Hierbij deel ik u mede dat de schriftelijke vragen van het lid El Abassi (DENK), van uw Kamer aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het bericht «Abdessadak krijgt klappen van mannen die agenten blijken te zijn: «Ik viel flauw vanwege de hoofdpijn»» (ingezonden 26 april 2024) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.