Ingediend | 26 juni 2019 |
---|---|
Beantwoord | 21 augustus 2019 (na 56 dagen) |
Indiener | Rens Raemakers (D66) |
Beantwoord door | Sander Dekker (minister zonder portefeuille justitie en veiligheid) (VVD) |
Onderwerpen | organisatie en beleid recht |
Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2019Z13443.html |
Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20182019-3637.html |
Ja.
Ja.
Ja.
Ja. De aanwezigheid van (jeugdrecht)advocaten bij politieverhoren van jongeren is sinds de wetswijziging van 1 juni jl. daarom zelfs verplicht. Verdachten kunnen geen afstand doen van dit recht.
Sinds de inwerkingtreding van de wet ter implementatie van richtlijn 2016/800/EU per 1 juni jl. hebben minderjarigen het recht op verhoorbijstand door een (jeugdrecht)advocaat. Zij kunnen geen afstand doen van dit recht. Dit betekent dat er altijd een advocaat bij een politieverhoor van een minderjarige aanwezig moet zijn. Het recht op bijstand van een raadsman is naar de gangbare opvattingen ook onderdeel van het recht op een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 van het Europees verdrag voor de rechten van de mens.
Dat is afhankelijk van de regio, het aantal advocaten dat de piketdiensten daadwerkelijk zou gaan terugschroeven en de overige omstandigheden van het geval. De gevolgen kunnen zijn dat in voorkomende gevallen pas zeer laat een advocaat ter plekke kan komen. In dergelijke gevallen zal moeten worden gewacht met het verhoor totdat daadwerkelijk een advocaat beschikbaar is.
Bij de implementatie van de richtlijn per 1 juni jongstleden is ervoor gekozen de vergoeding aan te laten sluiten bij de huidige puntenvergoeding voor het bijwonen van politieverhoren. In 2016 is deze puntenvergoeding voor minderjarige verdachten met 50% verhoogd tot het niveau van de vergoeding voor verhoorbijstand voor meerderjarige verdachten. Ik stel vast dat dit voorstel in het kader van de consultatie niet tot kritiek heeft geleid.
Ik zal de vergoeding bespreken in de overleggen die op korte termijn zullen plaatsvinden met jeugdrechtadvocatuur, Raad voor rechtsbijstand, politie en OM over de praktische uitvoering van de wet.
Hoewel ik het signaal van de jeugdrechtadvocatuur goed heb verstaan, heb ik nog altijd een zodanig vertrouwen in de advocatuur dat ik ervan uitga dat een dergelijke situatie zich niet zal voordoen. Zoals ik recent in mijn brief van 4 juli jl. in reactie op het verzoek van de Vaste Commissie voor Justitie en Veiligheid heb aangegeven, zal ik in het kader van de reeds bestaande functionele contacten over de implementatie van de richtlijn en de praktische uitvoering van de wet ter uitvoering van deze richtlijn, op korte termijn samen met politie en openbaar ministerie nader in overleg treden met de (jeugdrecht)advocatuur en daarbij ook de gesignaleerde knelpunten bespreken.
Ja. Over de voortgang van de stelselherziening gesubsidieerde rechtsbijstand verwijs ik u naar mijn brief aan u van 12 juli jongstleden.
Hierbij deel ik u mede dat de schriftelijke vragen van het lid Raemakers (D66) van uw Kamer aan de Minister voor Rechtsbescherming over het bericht dat jeugdrechtadvocaten massaal overwegen piketdienst terug te schroeven (ingezonden 26 juni 2019) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.