Ingediend | 2 oktober 2014 |
---|---|
Beantwoord | 13 november 2014 (na 42 dagen) |
Indiener | Marith Volp (PvdA) |
Beantwoord door | Opstelten (minister justitie en veiligheid) (VVD), Ronald Plasterk (minister binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (PvdA) |
Onderwerpen | criminaliteit openbare orde en veiligheid |
Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2014Z17073.html |
Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20142015-540.html |
Ja.
De dumpingen vinden grotendeels plaats in het buitengebied. De kans dat de daders hierbij op heterdaad worden betrapt is derhalve gering. Het is mede om die reden van belang dat het aantal drugsdumpingen wordt teruggebracht. Met het aanpakken van de productie van synthetische drugs wordt ook het aantal drugsdumpingen teruggedrongen. De aanpak van de productie van drugs heeft daarom onverminderd prioriteit, ook na 2014. Een belangrijke focus daarbij ligt op het verstoren van het productieproces. Het wordt criminelen moeilijk gemaakt om aan het benodigde gereedschap en de chemische grondstoffen te komen, bijvoorbeeld door intensieve internationale samenwerking met de bronlanden van deze grondstoffen. Naast deze aanpak aan de voorkant loopt in Noord-Brabant een project gericht op de aanpak van dumpingen. Diverse partners werken daarin samen om de gevolgen van de drugsdumpingen en de daarmee gepaard gaande opruimkosten te beperken.
Zoals ik reeds heb gemeld in antwoord op vragen van de leden Jacobi en Rebel over «Handhaving dumping drugsafval in de natuur»2, kan het dumpen van drugsafval onder verschillende feiten worden vastgelegd, hetzij als een milieudelict, hetzij als overtreding van de Opiumwet. Het dumpen van drugsafval wordt als zodanig niet geregistreerd in de bedrijfsprocessensystemen van het openbaar ministerie (OM). Navraag bij de Nationale politie heeft uitgewezen dat ook door de politie voor dit soort incidenten niet een afzonderlijke classificatie wordt gebruikt. Deze incidenten zijn derhalve niet onder de noemer van «dumpen van drugsafval» in het bedrijfsprocessensysteem Basisvoorziening Handhaving (BVH) te identificeren.
Uit het opsporingsonderzoek van politie en OM is niet gebleken wie er verantwoordelijk was voor deze drugsdumping. Zodoende kon de gemeente niet geïnformeerd worden over mogelijke daders. De berichtgeving op dit punt klopt dus niet.
Ja, die mening deel ik. Een benadeelde heeft dan de mogelijkheid om een vordering in te dienen als benadeelde partij, welke vordering gelijktijdig met de strafzaak wordt behandeld. Voor een vergoeding komt alleen in aanmerking die schade die rechtstreeks het gevolg is van het feit, zoals dat in de tenlastelegging is omschreven. Een drugsdumping kan met het oog daarop als milieudelict ten laste worden gelegd.
De vordering mag overigens geen onevenredige belasting van het strafgeding opleveren. Is dat wel het geval, dan zal de strafrechter de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren en kan de benadeelde zijn vordering vervolgens aanbrengen bij de burgerlijke rechter.
Ik kan die mogelijkheid niet geheel uitsluiten. Indien bij politie en OM bekend is wie verantwoordelijk is voor het dumpen van drugsafval, zal tevens worden bezien wie daardoor mogelijk schade heeft geleden. Het OM geeft uitvoering aan de verantwoordelijkheid om de betrokkenen te informeren over het verloop van de strafrechtelijke procedure en hen in de gelegenheid te stellen zich te voegen als benadeelde partij.
Als een benadeelde zich niet heeft gevoegd in de strafprocedure heeft de strafrechter de mogelijkheid om, in het geval van een voorwaardelijke veroordeling, op grond van artikel 14c, tweede lid, sub 1 Wetboek van Strafrecht de bijzondere voorwaarde te stellen van een gehele of gedeeltelijke vergoeding van de door het strafbare feit veroorzaakte schade. Ook voor schadevergoeding als bijzondere voorwaarde is een causaal verband tussen delict en schade noodzakelijk.
De kosten waarmee grondeigenaren worden geconfronteerd om gedumpt drugsafval op te ruimen dienen primair ten laste te komen van de dader. Als politie en OM erin slagen om degene te vinden die voor een drugsdumping verantwoordelijk is, wordt tevens onderzocht of de kosten op diegene kunnen worden verhaald. In een recente uitspraak (d.d. 6 augustus 2014) van de Raad van State is bepaald dat de grondeigenaar niet zonder meer verantwoordelijk kan worden gehouden voor drugsdumpingen die buiten zijn schuld en medeweten op zijn terrein zijn gedaan.3 Ik verwijs verder naar mijn antwoord op vragen 3 en 9.
Zie antwoord vraag 7.
Bij de behandeling van de begroting van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu is door het leden Cegerek (PvdA) en Dijkstra (VVD) een amendement4 ingediend om geld vrij te maken voor een tegemoetkoming in de kosten van het opruimen van drugsdumpingen. De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu heeft dit amendement ontraden. Over dit amendement zal in de week van 24 november worden gestemd. Ik verwijs verder naar mijn antwoord op vragen 7 en 8.
Hierbij bericht ik u, mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, dat de schriftelijke vragen van het lid Rebel (PvdA) over het verhalen van de kosten van het opruimen van drugsafval op de daders (ingezonden 2 oktober 2014) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie ontvangen is. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.