Ingediend | 9 mei 2012 |
---|---|
Beantwoord | 29 mei 2012 (na 20 dagen) |
Indieners | Roos Vermeij (PvdA), Mariëtte Hamer (PvdA) |
Beantwoord door | Maxime Verhagen (minister economische zaken, viceminister-president ) (CDA), Jan Kees de Jager (minister financiën) (CDA), Henk Kamp (minister sociale zaken en werkgelegenheid) (VVD) |
Onderwerpen | financiën organisatie en beleid |
Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2012Z09589.html |
Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20112012-2641.html |
De definitieve versie van het Nationale Hervormingsprogramma dat op 27 april aan uw Kamer is aangeboden, is zo veel mogelijk afgestemd op de afspraken uit het Stabiliteitsprogramma. Op dat moment stond de exacte invulling van de budgettaire afspraken nog niet op alle onderdelen volledig vast. Dat geldt bijvoorbeeld voor het onderdeel mobiliteit binnen het vitaliteitspakket.
In het Stabiliteitsprogramma staat dat «het beschikbare budget voor «mobiliteit» na 2013 niet verder zal toenemen.» Dat is niet hetzelfde als het «schrappen van de mobiliteitsbonussen». Structureel zal het budget voor mobiliteit nog altijd 0,7 mld bedragen, dat is meer dan in 2012.
Het bevorderen van langer doorwerken en duurzame inzetbaarheid is een doel dat kabinet en sociale partners zich gezamenlijk hebben gesteld. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt met name bij werkgevers en werknemers en de overheid ondersteunt dit proces met o.a. het vitaliteitspakket. Duurzame inzetbaarheid is meer dan het bevorderen van mobiliteit alleen, het pakket bevat ook maatregelen op het terrein van gezondheid, scholing en andere loopbaanfaciliteiten.
Ik kan me nog steeds vinden in de analyse uit mijn brief van 30 september. In het Begrotingsakkoord is echter afgesproken het budget voor mobiliteit taakstellend te bevriezen. Omdat de oploop in het budget na 2013 geen gevolg is van beleid maar wordt veroorzaakt door autonome groei en een conjunctuureffect, zijn maatregelen noodzakelijk.
Daarom is er voor gekozen het budget voor mobiliteit volledig te richten op de groepen met de grootste afstand tot de arbeidsmarkt (uitkeringsgerechtigden en arbeidsgehandicapten). De nieuwe mobiliteitsbonus 55+ vervalt. Het totale budget voor mobiliteit wordt vastgesteld op 0,7 mld.
Dat neemt niet weg dat het goed zou zijn als ook oudere werknemers mobieler worden op de arbeidsmarkt. Daarvoor zijn scholingsfaciliteiten beschikbaar binnen het vitaliteitspakket. Bovendien moeten werkgevers en werknemers samen aan de slag om passend loopbaanbeleid te creëren voor deze groep werknemers.
De taakstelling op het budget voor doorwerken impliceert dat de werkbonussen voor zowel werkgevers als werknemers komen te vervallen. Ook de aanvullende werkbonus, die in 2017 zou worden ingevoerd om de inkomenseffecten voor mensen met een laag inkomen te beperken wanneer zij op hun 65e het AOW pensioen opnemen, vervalt.
Ik constateer dat de teksten in het Stabiliteits- en Hervormingsprogramma op elkaar zijn afgestemd, met die kanttekening dat er in de uitwerking van de taakstelling op mobiliteit voor is gekozen om het resterende budget volledig te richten op de groepen met de grootste afstand tot de arbeidsmarkt.
In het Begrotingsakkoord zijn de verhoging van de AOW-leeftijd en het vitaliteitspakket in samenhang bezien. De versnelde verhoging van de AOW leeftijd geeft een sterke prikkel tot langer doorwerken, waarmee de werkbonussen komen te vervallen. Daarnaast bevat het pakket maatregelen om van-werk-naar-werk en scholing (loopbaanfaciliteiten) te stimuleren.
Nb. De brief aan de Stichting van de Arbeid over Stabiliteitsprogramma Nederland en het Pensioenakkoord is ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.