Ontvangen 5 maart 2025
Met belangstelling heb ik kennisgenomen van het verslag dat de vaste commissie voor Digitale Zaken van de Tweede Kamer der Staten-Generaal over het wetsvoorstel Invoering BSN en voorzieningen digitale overheid BES heeft uitgebracht. Ik ben de leden van de fracties erkentelijk voor de voortvarendheid waarmee de Kamer na indiening van het wetsvoorstel het verslag heeft uitgebracht. De regering heeft, in het belang van de voortgang van dit wetsvoorstel, het verslag zo zorgvuldig mogelijk beantwoord. De regering streeft ernaar om het wetsvoorstel in 2025 gedeeltelijk in werking te laten treden, zodat de inwoners van Bonaire, Sint Eustatius en Saba nog dit jaar komen te beschikken over een BSN. Ik dank de leden van de VVD-, NSC-, en ChristenUnie-fractie voor de steun voor het voorstel. De antwoorden op de vragen zijn in de volgorde van het verslag beantwoord. Deze nota naar aanleiding van het verslag bied ik u gelijktijdig aan met een nota van wijziging op dit wetsvoorstel.
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering allereerst hoe zij tot haar schatting is gekomen dat 80% van de inwoners van Caribisch Nederland nu niet over een BSN en DigiD beschikt.
Personen die nu al over een burgerservicenummer (hierna: BSN) beschikken, zijn per definitie ingeschreven in de Basisregistratie personen (hierna: BRP).1 In het geval van inwoners van Caribisch Nederland gaat het om inschrijving als niet-ingezetene in de BRP.2 In de BRP is behalve het BSN ook het A-nummer als persoonsnummer opgenomen. Het A-nummer wordt tevens gehanteerd in de basisadministraties van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Bij de voorbereiding van dit wetsvoorstel heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op verzoek van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) een bestandsvergelijking uitgevoerd tussen de basisadministraties persoonsgegevens BES (hierna: Bap BES) en de BRP. Hierbij is gezocht naar A-nummers die in beide registraties voorkomen. Dit heeft geleid tot de schatting dat op dit moment minimaal 20 procent van de inwoners van Caribisch Nederland tevens als niet-ingezetene in de BRP is ingeschreven en aldus over een BSN beschikt. Omdat het niet mogelijk is om een DigiD te krijgen zonder BSN, zal naar schatting 80 procent van de inwoners nu niet over een DigiD kunnen beschikken.
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering welke lessen de regering heeft getrokken uit de invoering van het BSN en de voorzieningen voor een digitale overheid in Europees Nederland. Op welke manier neemt de regering deze mee bij de invoering van het BSN in Caribisch Nederland?
Eind 2002 kwam het kabinet in Europees Nederland met een aanpak voor de inrichting van een persoonsnummer voor klantcontacten tussen burger en overheid – het BSN.3 Deze aanpak was voorgesteld in het advies «Persoonsnummerbeleid in het kader van identiteitsmanagement» door een interdepartementale commissie onder leiding van de heer drs. E. van Thijn. Als basis voor het BSN werd het bestaande sofinummer gebruikt. Uiteindelijk is het BSN met de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer (Wabb) in november 2007 ingevoerd. In Europees Nederland zijn ruim 17 jaar geleden aldus regels gesteld aan het breder gebruik van een bestaand nummer dat bovendien al brede toepassing kende. De situatie in Bonaire, Sint Eustatius en Saba, waar met dit wetsvoorstel een voor de overheid op de eilanden «nieuw» nummer wordt ingevoerd, is dus maar gedeeltelijk vergelijkbaar met de invoering destijds.
In 2020 en 2021 is door de Auditdienst Rijk (ADR) een onderzoek gedaan naar de werking van het stelsel.4 De conclusie luidde dat een breed scala aan stakeholders tevreden is met het BSN. Daarnaast signaleerde de ADR een punt van zorg over mogelijk misbruik van BSN’s. Hoewel een BSN op zichzelf een niet bruikbaar, inhoudsloos nummer is dat geen rechten op dienstverlening of voorzieningen geeft en altijd verwijst naar een controleerbare identiteit, wees de ADR op signalen van misbruik van overheidsvoorzieningen of diensten van bedrijven, waarbij het BSN, veelal als onderdeel van een set van meerdere persoonsgegevens, zou zijn gebruikt bij met name identiteitsfraude. In de brief van de Staatssecretaris van BZK van 21 december 2020 is in reactie op het onderzoek van de ADR ingegaan op de maatregelen om misbruik van het BSN te voorkomen.5 Aan dit risico zal aandacht besteed worden in de publiekscampagne over de invoering van het BSN in Caribisch Nederland. Dit sluit aan bij een van de aanbevelingen van de ADR om meer te doen aan voorlichting over risico’s die de burger loopt bij verstrekking van het BSN en om meer duidelijkheid te geven over uitwisseling van het BSN tussen organisaties. In de memorie van toelichting, paragraaf 2.4, is meer uitgebreid stilgestaan bij de neveneffecten van het BSN en de maatregelen die worden getroffen voor een zorgvuldige invoering van het BSN in Caribisch Nederland.
Waar het de voorzieningen van de digitale overheid betreft, geldt dat het eerste deel van de Wet digitale overheid in Europees Nederland vrij recent, op 1 juli 2023, in werking is getreden en de komende periode gefaseerd verder in werking zal treden. Het is dus niet mogelijk om in den brede lessen te trekken uit de werking van die wet. Wel is in Europees Nederland ruime ervaring opgedaan met het inlogmiddel DigiD en voorzieningen zoals MijnOverheid. Jaarlijks ontvangt uw Kamer de Monitor Digitale Overheid, een rapportage voor kwantitatief inzicht in het gebruik van de voorzieningen van de digitale overheid.6 Als het gaat om de toegankelijkheid van websites en apps in Europees Nederland, wordt uw Kamer daarover geïnformeerd via de Jaarmonitor digitale toegankelijkheid.7 Voor de invoering van deze voorzieningen in Caribisch Nederland geldt dat Bonaire reeds beschikt over een loket waar DigiD’s worden uitgegeven en dat een deel van de inwoners van Caribisch Nederland, voor contact met de Europees Nederlandse overheid, ook al beschikt over een BSN en DigiD. Het gebruik van DigiD bij (overheids)organisaties in Caribisch Nederland is wel volledig nieuw en zal moeten voldoen aan dezelfde technische en organisatorische vereisten zoals die gelden voor overheden in Europees Nederland. Dienstverleners in Caribisch Nederland die de overstap naar DigiD willen maken, worden daarin begeleid door het Ministerie van BZK, met als eerste stap een zogenaamd pre-check om in kaart te brengen welke aanpassingen in systemen en processen nodig zijn om te gaan voldoen aan de voor DigiD geldende aansluitvoorwaarden. Door de ervaring die al is opgedaan met de invoering van het stelsel in Europees Nederland, is nu duidelijker wat daarvoor nodig is.
De leden van de VVD-fractie lezen dat de Wet bap BES wordt aangepast voor de BES-eilanden om het BSN op te kunnen nemen in de eigen bevolkingsadministratie. Hoe regelt deze wet dat de eigen bevolkingsadministratie dan nog aansluiting vindt met de digitale overheidsdiensten van Europees Nederland?
Het wetsvoorstel voorziet niet direct in een aansluiting van de bevolkingsadministraties BES op digitale overheidsdiensten van Europees Nederland. Er vindt wel een koppeling plaats tussen de eigen bevolkingsadministraties en de BRP.8 Zo wordt ervoor gezorgd dat alle inwoners van Caribisch Nederland over een BSN beschikken en dat alle inwoners van Caribisch Nederland door middel van het BSN toegang kunnen krijgen tot DigiD. Dit inlogmiddel kan gebruikt worden in het contact met de Europees Nederlandse overheid en komt met dit wetsvoorstel ook beschikbaar voor dienstverleners in Caribisch Nederland.
In het onderhavige wetsvoorstel is er geen sprake van een volledige vervanging van de Basisadministratie persoonsgegevens BES (Bap BES) door de BRP. Dat zou voor dit moment een te complexe operatie zijn, zo begrijpen de leden van de VVD-fractie. Er ontstaat dus een dubbele registratie. Hoe is in deze situatie de bescherming van de persoonsgegevens gegarandeerd, zo vragen deze leden? Wat als blijkt dat er verschillen tussen de twee registraties zijn?
De leden van de VVD-fractie constateren terecht dat het wetsvoorstel voorziet in een gedeeltelijk dubbele registratie. In de BRP zullen alleen de gegevens uit de Bap BES worden opgenomen die nodig zijn voor het functioneren van het BSN-stelsel en DigiD. Het woonadres wordt opgenomen ten behoeve van de dienstverlening van Europees Nederlandse instanties aan inwoners van Caribisch Nederland. In de memorie van toelichting is nader ingegaan op de noodzaak van deze dubbele registratie en de verhouding tot het beginsel van dataminimalisatie.9 Verder geldt dat de bescherming van persoonsgegevens voor beide registraties wettelijk geregeld is. Voor de BRP zijn de regels voor privacybescherming, zoals het inzagerecht, neergelegd in de Wet BRP, met de Autoriteit Persoonsgegevens als toezichthouder. Voor de Bap BES zijn deze regels neergelegd in de Wet bap BES, met de Commissie toezicht bescherming persoonsgegevens BES als toezichthouder. Daarnaast geldt dat de persoonsgegevens in beide registraties ook in technische zin beveiligd zijn en regels over die beveiliging ook in de regelgeving zijn vastgelegd.
Het is belangrijk dat er geen verschillen ontstaan tussen de gegevens die dubbel geregistreerd worden. Er wordt daarom voorzien in een werkwijze waarbij wijzigingen in de Bap BES automatisch worden doorgevoerd in de BRP. Daarbij wordt gebruikgemaakt van een nieuwe technische koppeling tussen de verstrekkingenvoorziening van de Bap BES,10 waar de Minister van BZK de verantwoordelijkheid voor draagt, en de centrale BRP-verstrekkingenvoorziening.11 Deze koppeling is geregeld in het voorgestelde artikel 2.85, tweede lid, Wet BRP. Hierdoor worden de benodigde gegevens automatisch uit de Bap BES in de BRP gekopieerd. Indien een ingezetene van een openbaar lichaam al ingeschreven is geweest in de BRP, worden de gegevens automatisch geactualiseerd. Voorts wordt wettelijk geregeld dat een ingezetene van een openbaar lichaam niet tegelijkertijd ingeschreven kan staan als ingezetene (van Europees Nederland) of niet-ingezetene in de BRP en dat de Minister van BZK de enige is die in de BRP ambtshalve gegevens over ingezetenen van een openbaar lichaam mag opnemen en wijzigen.12 Het wetsvoorstel biedt in aanvulling hierop verschillende kwaliteitswaarborgen. Zo wordt met het voorgestelde artikel 4.3a van de Wet BRP voorzien in een grondslag om de centrale verstrekkingenvoorziening van de BRP13 te vergelijken met de verstrekkingenvoorziening van de Bap BES.14 Daarnaast wordt met het voorgestelde artikel 30a, vierde lid, van de Wet bap BES een bevoegdheid gecreëerd om de verstrekkingenvoorziening Bap BES zelf te controleren op consistentie en integriteit. Hiermee kunnen inconsistenties binnen of tussen de registraties worden gesignaleerd. De Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (hierna: RvIG), onderdeel van het Ministerie van BZK, zal op deze wijze structureel monitoren op verschillen en waar nodig de bronhouders verzoeken om oplossing daarvan.
Ook vragen de leden van de VVD-fractie welke ambitie er is om op termijn te komen tot één registratie en dus één BRP-stelsel. Wordt dat overwogen? Zijn daar al gedachten over? Zo ja, welke?
De regering is op dit moment niet voornemens om te komen tot één registratie, hoewel dit in de toekomst wel denkbaar zou zijn. In de memorie van toelichting is toegelicht waarom nu niet gekozen is voor de vervanging van de Bap BES door de BRP.15 Met dit wetsvoorstel wordt al een grote stap gezet door alle inwoners van Caribisch Nederland in te schrijven in de BRP. Het behoud van de eigen bevolkingsadministratie (naast de BRP) maakt het daarbij mogelijk om het BSN-stelsel stapsgewijs en op een beheersbare wijze in te voeren. De regering stelt voor om eerst lessen te trekken uit de invoering van het BSN, alvorens te beslissen over de volledige invoering van de BRP in Caribisch Nederland. Daarbij wordt opgemerkt dat de vervanging van de eigen bevolkingsadministratie door de BRP op zichzelf niet zal zorgen voor volledige harmonisatie tussen Europees en Caribisch Nederland als het gaat om de registratie zelf en in het bijzonder de rechten en plichten die daaraan verbonden zijn. Zolang Caribisch Nederland een eigen rechtsstelsel heeft, met een eigen Burgerlijk Wetboek, eigen privacyregelgeving en eigen bestuursrechtelijke rechtsbescherming, zal er tussen Caribisch en Europees Nederland een verschil blijven in de registratie van inwoners. Daarvoor maakt het niet uit of de inwoners van Caribisch Nederland in één (BRP) registratie zijn opgenomen of in twee (Bap BES en BRP), zoals in het voorliggende wetsvoorstel. Tegelijkertijd zorgt de invoering van de BRP in Caribisch Nederland er op zichzelf ook niet voor dat de rechten en plichten die verbonden zijn aan het ingezetenschap van Europees Nederland, gaan gelden voor inwoners van Caribisch Nederland. Deze rechten en plichten vloeien voort uit tal van Europees Nederlandse wet- en regelgeving, die vooralsnog niet geldt of een eigen regeling heeft in Caribisch Nederland. Te denken valt aan regels omtrent toeslagen, zorgverzekeringen en rijbewijzen.
De leden van de VVD-fractie lezen dat het niet mogelijk is om met een CRIB-nummer (Centraal Registratie Informatie Belastingplichtige) een DigiD te krijgen. Worden bij invoering van deze wijzigingen de CRIB-nummers geharmoniseerd met de BSN-nummers? Deze leden vragen of er een mogelijkheid bestaat dat na invoering van deze wijzigingen een inwoner wel geregistreerd staat met een BSN maar niet met een CRIB-nummer. Tevens vragen zij of er ook gebruik gemaakt gaat worden van het BSN-nummer bij het innen van belastingen.
De CRIB-nummers worden voorlopig niet vervangen of geharmoniseerd met het BSN. Op termijn (planning 2027) zal de Belastingdienst Caribisch Nederland het BSN inzetten voor dienstverlening aan burgers, mogelijk naast het CRIB-nummer. Voor belastingplichtige ondernemingen blijft het CRIB-nummer in gebruik; het BSN vervangt dit niet. De Belastingdienst Caribisch Nederland kent aan alle ingeschreven personen een CRIB-nummer toe zodra een geboorte- of immigratiebericht vanuit de Bap BES wordt ontvangen. Daarmee is verzekerd dat iedere inwoner met een BSN ook een CRIB-nummer krijgt.
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering of er in de toekomst belangrijke voordelen misgelopen worden doordat de Basisregistratie Personen (BRP) niet volledig wordt ingevoerd in Caribisch Nederland, ter vervanging van de Bap BES. Zo ja, willen deze leden weten welke voordelen dit zijn.
Volledige vervanging van de Bap BES door de BRP heeft als voordeel dat de bevolkingsregistratie beter (meer volledig en direct) aangesloten kan worden op andere nog in te voeren basisregistraties, zoals een basisregistratie voor adressen en gebouwen en op de voorzieningen van de digitale overheid. Daarnaast zorgen de uitgangspunten van de BRP, zoals het verplicht gebruik van gegevens en het daarmee samenhangende beginsel van «eenmalig uitvragen, meervoudig gebruik» voor lastenverlichting voor de burger. Ook het kwaliteitsinstrumentarium van de BRP, zoals het verplicht terugmelden van mogelijk onjuiste gegevens, draagt bij aan een kwalitatief hoogstaande bevolkingsregistratie.
Met dit wetsvoorstel wordt evenwel een aantal andere belangrijke voordelen al gerealiseerd door de inschrijving van alle inwoners van Caribisch Nederland in de BRP en de invoering van kwaliteitsinstrumenten zoals de zelfevaluatie. Zoals aangegeven in het antwoord hiervoor op de vraag van de leden van de VVD-fractie over het op termijn komen tot één basisregistratie, wordt met dit wetsvoorstel dus al een grote stap gezet. Daarbij geldt dat het behoud van de Bap BES naast de BRP uitdrukkelijk óók voordelen oplevert, namelijk dat het BSN op een verantwoorde wijze, stapsgewijs, ingevoerd kan worden binnen bestaande processen en technische systemen van organisaties in Caribisch Nederland.
De leden van de VVD-fractie vragen hoe het zit met de waarborging van het voorkomen van identiteitsfraude. Deze leden constateren dat het BSN-nummer niet wordt opgenomen op de ID-kaart BES. Hoe kan worden aangetoond dat een BSN hoort bij een persoon zonder een vorm van identiteitskaart?
Voor alle gebruikers van het BSN (overheidsorganisaties en niet-overheidsorganisaties) is het verplicht om zich ervan te vergewissen dat het BSN betrekking heeft op de persoon van wie gegevens worden verwerkt. Als het nummer niet op de identiteitskaart staat, zijn er verschillende manieren om aan te tonen dat een BSN hoort bij een persoon. In de online omgeving kan dat met DigiD. Ook bij baliecontact zijn er voldoende mogelijkheden om dit aan te tonen, bijvoorbeeld met raadpleging van de Bap BES, de BRP of de Beheervoorziening BSN. In deze systemen kan gecontroleerd worden of de identificerende gegevens die op de identiteitskaart staan, zoals naam en geboortedatum, overeenkomen met de gegevens die in de genoemde systemen zijn gekoppeld aan het BSN. De situatie dat iemand niet beschikt over een identiteitskaart met zijn BSN erop is overigens niet nieuw: dit geldt ook nu al voor personen met een BSN die bijvoorbeeld niet beschikken over een Nederlands paspoort, Nederlandse identiteitskaart of Nederlands rijbewijs.
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering of de eilanden in Caribisch Nederland over voldoende capaciteit beschikken om te voorkomen dat kwaadwilligen onrechtmatig gebruik maken van het BSN en, indien dat onrechtmatig gebruik toch plaatsvindt, dit aan te pakken? Op welke manier wordt gemonitord in hoeverre een BSN gebruikt zal worden bij misbruik van overheidsvoorzieningen?
De Commissie toezicht bescherming persoonsgegevens BES (hierna: CBP BES) ziet actief toe op de naleving van de privacyregels in Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Verwerking van het BSN moet voldoen aan de geldende wetgeving waarin grenzen zijn gesteld aan de wijze waarop gegevens aangewend kunnen worden. Met het onderhavige wetsvoorstel wordt de CBP BES voor de openbare lichamen belast met toezicht en handhaving met betrekking tot de verwerking van het BSN door organisaties in Bonaire, Sint Eustatius en Saba. De CBP BES heeft na een traject van voorlichting en bewustwording de afgelopen jaren de overstap gemaakt naar meer toezichthoudende- en handhavingsacties. De CBP BES geeft aan dat er behoefte is aan capaciteitsuitbreiding en meer specialistische kennis over de verschillende rechtsgebieden, om goed uitvoering te geven aan haar toezichts- en handhavingstaken. Hoewel capaciteit dus een blijvende uitdaging is, zijn er stappen gezet. Zo is de CBP BES vorig jaar versterkt met de toevoeging van een commissielid. Daarnaast is er goed contact tussen de CBP BES en de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) en zet CBP BES zich in voor samenwerking met andere instanties binnen en buiten Caribisch Nederland.
Als er mogelijk sprake is van onrechtmatig gebruik van het BSN of als er een vermoeden is van identiteitsfraude, dan heeft de burger verschillende mogelijkheden. In de eerste plaats kan hij bij de politie aangifte doen. Het Korps Politie Caribisch Nederland (KPCN) heeft een speciale Cyber Crime Unit opgericht voor de aanpak van cybercriminaliteit. Er is daarnaast een samenwerking tussen het KPCN en het Centraal Meldpunt Identiteitsfraude (bij RvIG) gestart om identiteitsfraude tegen te gaan. De betrokkene kan ook direct bij dit meldpunt terecht voor melding van identiteitsfraude en voor advies en ondersteuning. Ten slotte kan de burger bij de CBP BES melding doen van onrechtmatig gebruik van zijn gegevens.
Hoewel het BSN zelf informatieloos is en geen rechten op dienstverlening of voorzieningen geeft, kan het nummer in combinatie met andere gegevens toch van waarde zijn, ook voor kwaadwillenden. In paragraaf 2.4 van de memorie van toelichting is in dit verband ingegaan op de noodzakelijke waarborgen bij de toekenning en het gebruik van het BSN. Daarbij geldt ook voor overheidsorganisaties in Bonaire, Sint Eustatius en Saba dat zij zelf een verantwoordelijkheid hebben in het monitoren en tegengaan van misbruik van de eigen overheidsvoorzieningen. In de invoeringstoets en meer uitgebreid in de evaluatie van de onderhavige wetswijziging, zal aandacht zijn voor eventuele signalen van misbruik van overheidsvoorzieningen waarbij een BSN zou zijn gebruikt.
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering in hoeverre er in Europees Nederland sprake is geweest of momenteel sprake is van «vernetwerking». Indien dit het geval is, vernemen deze leden graag of de regering verwacht dat een vergelijkbare mate van «vernetwerking» ook in Caribisch Nederland zal optreden.
Zoals aangegeven in paragraaf 2.4 van de memorie van toelichting is in Europees Nederland in zekere mate sprake van vernetwerking: het gezamenlijk gebruik en beheer van informatie in een netwerk van (overheids)actoren dat tot stand komt via bepaalde ketens, koppelvlakken, verwijsindexen. Dit biedt wezenlijke voordelen; het zorgt in het algemeen voor betere en efficiënte overheidsdienstverlening en lastenverlichting voor de burger doordat overheidsinstanties over dezelfde actuele gegevens van burgers beschikken. Het risico dat wordt gevormd door vernetwerking is dat een foutief gegeven kan worden doorgegeven in de keten en dan een eigen leven gaat leiden. Daarom is het van belang dat vernetwerking niet ten koste gaat van het zicht van de burger op het gebruik van zijn gegevens en van de mogelijkheid om fouten te herstellen.
De huidige situatie in Bonaire, Sint Eustatius en Saba is dat van dergelijke vernetwerking in ketens nauwelijks sprake is en de verwachting is niet dat dit wetsvoorstel daar op korte termijn grote verandering in gaat brengen. Voor vernetwerking is meer nodig dan de enkele introductie van het BSN en de inlogmiddelen van de digitale overheid; denk aan systeemkoppelingen, de invoering van een stelsel van basisregistraties en juridische koppelingen tussen de registratie en rechten op bepaalde sociale voorzieningen. Belangrijk is wel dat de toekomstige efficiëntere gegevensdeling met behulp van het BSN niet ten koste mag gaan van het zicht van de betrokkene op zijn gegevens. Daarom zal de invoering van het BSN in Caribisch Nederland gepaard gaan met publieksvoorlichting over de functie van het BSN en het belang van zorgvuldige omgang met het nummer. Dit is nader toegelicht in paragraaf 2.4 van de memorie van toelichting.
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering hoe zij ervoor zorgt dat de publieksvoorlichting over de functie van het BSN en het belang van zorgvuldige omgang met het nummer zo toegankelijk en laagdrempelig mogelijk wordt ingericht.
De publieksvoorlichting wordt in samenwerking met de openbare lichamen en de Rijksdienst Caribisch Nederland ontwikkeld. Dit betekent dat partijen onderling samenwerken om het bereik onder inwoners te vergroten. Hiertoe wordt een mix van middelen (meertalig) en kanalen (online en offline) ingezet. De voorlichting is daarbij eerst gericht op het informeren van inwoners over wat het BSN is, waarom je een BSN krijgt en hoe je ermee omgaat. Daarnaast worden inwoners opgeroepen om hun BSN op te halen. De publieksvoorlichting gaat verder ook gepaard met een laagdrempelige, toegankelijke en persoonlijke uitgifte van het BSN aan inwoners.
De leden van de VVD-fractie lezen dat de bestuurscolleges verantwoordelijk zijn voor het verstrekken van de BSN-nummers. Deze leden vragen welke samenwerking er is tussen Europees Nederland en Caribisch Nederland in het verstrekken van de initiële BSN-nummers ter voorkoming van het aanmaken van dubbele BSN-nummers. Het bestuurscollege van het openbaar lichaam zal worden belast met de toekenning van het BSN aan ingezetenen. Wat wordt nu precies de rol van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in het geheel, zo vragen de leden van de VVD-fractie.
Het BSN dat het bestuurscollege toekent aan een persoon is afkomstig uit de BSN-voorraad die het bestuurscollege heeft ontvangen van de Minister van BZK vanuit de centrale Beheervoorziening BSN (BV BSN). Deze BV BSN wordt zowel voor de BRP als voor de Bap BES ingezet waardoor een integraal beeld beschikbaar is over voorraden en de toekennende instanties. Deze toekenning van de BSN-voorraad is gebaseerd op de plicht die in artikel 7 van de Wabb is neergelegd bij de Minister van BZK om er zorg voor te dragen dat een nummer dat als BSN kan worden toegekend slechts éénmaal wordt aangemaakt en ter beschikking gesteld aan een bestuursorgaan dat bevoegd is het nummer toe te kennen. Het uitwisselen van BSN-voorraden met andere bestuurscolleges en gemeenten is dus niet toegestaan. Voordat de bestuurscolleges overgaan tot toekenning van het BSN raadplegen zij de BV BSN om na te gaan of de persoon niet reeds over een BSN beschikt. Als dat het geval is, wordt het reeds toegekende BSN opgenomen in de Bap BES en wordt geen nieuw nummer toegekend aan de persoon. Deze werkwijze en de rolverdeling tussen de Minister van BZK en de toekennende instantie is staande praktijk bij de toekenning van BSN’s door gemeenten in Europees Nederland en wordt nu ook ingevoerd in Caribisch Nederland. Na de toekenning van het BSN draagt de Minister van BZK zorg voor de registratie van de betrokkene in de BRP.
Gebruik en toezicht
In de memorie van toelichting valt te lezen dat voor niet-overheidsorganen aanvullende wetgeving nodig is, zo constateren de leden van de VVD-fractie. Het gebruik van het BSN buiten de overheid is slechts toegestaan voor zover dat wettelijk is bepaald voor de betreffende organisatie of sector. Het wetsvoorstel voorziet niet in aanvullende wetgeving voor de BES, zoals bijvoorbeeld voor de zorg en de onderwijssector. Welke redenen liggen daaraan ten grondslag? Wordt dit op termijn wel overwogen?
Een grondslag voor niet-overheden om het BSN te mogen gebruiken valt buiten de werkingssfeer van dit wetsvoorstel. Het ingediende wetsvoorstel breidt de werking van de Wabb uit tot Caribisch Nederland, waardoor de regels van die wet over het gebruik van het BSN door overheidsorganen (bijvoorbeeld artikel 10 van de Wabb) ook van toepassing worden op overheidsorganisaties die momenteel al het huidige persoonsnummer mogen verwerken op grond van bestaande wet- en regelgeving die in Caribisch Nederland geldt. Het regelen van het gebruik van het BSN door sectoren als zorg en onderwijs zou sectorale wetgeving vereisen buiten de Wabb.16 Met het regelen dat enkel de overheid direct het BSN mag gebruiken wordt de invoering van het BSN in beheersbare stappen geïmplementeerd. Hiermee wordt tegemoetgekomen aan de eerder gedane toezeggingen aan de openbare lichamen. Door de kleinschaligheid werd namelijk aangedrongen op een implementatie die rekening houdt met het absorptievermogen van de openbare lichamen.17 Samen met VWS, OCW en SZW wordt wel actief verkend hoe het BSN kan worden ingezet in de dienstverlening in andere sectoren dan de overheid. Voor efficiëntere en veiligere digitale gegevensuitwisseling is een dergelijke brede invoering BSN als uniek identificatienummer een belangrijke bouwsteen, evenals de invoering van een digitaal authenticatiemiddel, zoals DigiD. Dit sluit aan op de bredere digitaliseringsambities van de overheid in Caribisch Nederland.
Er is wettelijk bepaald welke categorieën persoonsgegevens geregistreerd worden. De leden van de VVD-fractie vragen of er gegevens bekend zijn over de kwaliteit van deze gegevens, zoals bijvoorbeeld de adresgegevens. In welke mate zijn deze gegevens nauwkeurig?
Door mijn ambtsvoorganger is in juni 2024 het rapport Verkenning adreskwaliteit Caribisch Nederland met uw Kamer gedeeld.18 Daarin wordt door onderzoeksbureau Berenschot een beeld geschetst van de huidige kwaliteit van de adresgegevens van de Bap BES en worden drie scenario’s geschetst voor verbetering. Over de huidige adreskwaliteit wordt gesteld dat adresgegevens niet altijd up-to-date zijn, mede doordat een centrale adresregistratie ontbreekt en systemen onderling vaak nog niet volledig gekoppeld zijn. Daarbij wordt ter nuancering aangegeven dat, mede door de omvang van de eilanden, men er in de praktijk altijd wel uitkomt op basis van lokale kennis en handige «workarounds». Dit neemt niet weg dat verbeteringen in de adresregistratie wenselijk zijn. Zoals aangegeven in mijn brief aan uw Kamer van 7 november jongstleden, is daarom het doel om in 2026 de Basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) in te voeren in de openbare lichamen.19
Van de andere gegevens in de Bap BES is de kwaliteit op dit moment minder goed bekend. De invoering van het BSN wordt mede aangewend om dit beter in kaart te brengen, bijvoorbeeld door bestandsvergelijkingen tussen de BRP en Bap BES en tussen de basisadministraties van de openbare lichamen onderling. Verder voorziet het wetsvoorstel in de introductie van de zelfevaluatie voor de Bap BES, zoals we die in Europees Nederland voor de BRP al kennen. Dit instrument leidt naar verwachting ook tot een beter inzicht in de kwaliteit van de basisadministraties en uiteindelijk tot een hoger kwaliteitsniveau.
Anders dan de BRP kent de Bap BES geen wettelijke plicht voor overheidsorganisaties tot gebruik van gegevens uit de basisadministratie. Ook voor het BSN zal dus geen «verplicht gebruik» gaan gelden. De leden van de VVD-fractie vragen of hierdoor de voordelen van het invoeren van het BSN en de toegang tot digitale inlogmiddelen wel optimaal kunnen zijn en in hoeverre dit kan leiden tot eventuele fraude.
Het verplicht gebruik betekent dat de overheidsorganisatie het betreffende persoonsgegeven, zoals het BSN, moet ontlenen aan de basisadministratie en dit niet bij de burger zelf mag uitvragen, behoudens voor zover het gegeven naar het oordeel van het bestuursorgaan noodzakelijk is voor een deugdelijke vaststelling van de identiteit van betrokkene. Zo wordt de burger niet onnodig door de overheid bevraagd met informatieverzoeken. Anders dan de BRP in Europees Nederland, kent de Bap BES geen verplicht gebruik. De regering zal door voorlichting en communicatie het gebruik van de Bap BES wel stimuleren, zodat ook in Caribisch Nederland administratieve voordelen (lastenverlichtingen) voor de burgers gerealiseerd worden. De invoering van het BSN is naar verwachting op zichzelf al een stimulans voor het gebruik van de Bap BES; een basisadministratie met een uniek identificerend nummer is namelijk aantrekkelijker voor de gebruiker dan een registratie waarin zo een nummer ontbreekt.
Zo wordt met dit wetsvoorstel een belangrijke stap gezet die tegelijkertijd ook – mede door het behoud van de Bap BES naast de BRP – beheersbaar en op afzienbare termijn uitvoerbaar is. Van daaruit kunnen de volgende stappen naar een meer volwaardig stelsel van basisregistraties worden gezet, met verplicht gebruik als een van de uitgangspunten. Voordelen van het BSN en toegang tot digitale inlogmiddelen, zoals lastenverlichting en efficiëntere gegevensdeling, ontstaan dus al door dit wetsvoorstel, maar worden meer optimaal benut als ook deze volgende stappen zijn gezet.
De regering verwacht niet dat het ontbreken van verplicht gebruik van het BSN leidt tot (meer) fraude. De verwachting is juist dat de introductie van het BSN bijdraagt aan een meer betrouwbare identiteitsvaststelling en daarmee ook fraude kan tegengaan.
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering welk tijdsplan zij hanteert voor de totstandkoming van een volwaardig stelsel van basisregistraties in Caribisch Nederland, waarin het verplichte gebruik van authentieke gegevens is opgenomen. Deze leden willen ook weten welke stappen de regering zal ondernemen om dit tijdsplan te realiseren.
Zoals aangegeven in mijn brief van 7 november 2024 wordt gewerkt aan de geleidelijke invoering van basisregistraties in Caribisch Nederland, met de invoering van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen beoogd in 2026.20 Verdere stappen om de digitale basis en overheidsdienstverlening in Caribisch Nederland op orde te brengen, werk ik in de komende tijd verder uit. Met betrekking tot de invoering van de BRP verwijs ik naar mijn antwoord op de vraag daarover zoals gesteld door de leden van VVD-fractie (hierna in paragraaf 6).
De leden van de VVD-fractie vragen hoe het zit met de verplichte zelfevaluatie. Deze leden vragen of na enige tijd een evaluatie uitgevoerd zal worden om te controleren of deze verplichte zelfevaluatie correct wordt uitgevoerd. Zo niet, wat zijn de waarborging mochten deze verplichte zelfevaluaties niet volstaan of niet worden uitgevoerd?
De zelfevaluatie treedt niet direct bij de invoering van deze wet in werking. De komende periode wordt samen met de bestuurscolleges onderzocht welke vorm de zelfevaluatie moet krijgen om de kwaliteit van de bevolkingsregistratie te onderzoeken en te optimaliseren. Het streven is om de zelfevaluatie in 2028 in te voeren. De RvIG zal, net zoals bij de zelfevaluatie reisdocumenten die de openbare lichamen al jaarlijks uitvoeren, de voortgang van de zelfevaluatie monitoren. De werking van de zelfevaluatie zal bovendien worden meegenomen in de evaluatie van de wetswijziging.
Invoering van de registratie van ingezetenen van een openbaar lichaam
Als inschrijfdatum blijft de datum van eerste inschrijving (als ingezetene of niet-ingezetene) in de BRP opgenomen en niet de datum van eerste inschrijving in de Bap BES. Wat is daarvan de reden? In hoeverre zou dat kunnen leiden tot foutieve informatie en vergissingen? Graag krijgen de leden van de VVD-fractie een reactie van de regering.
In beide registraties, de BRP en de Bap BES, wordt de datum van eerste inschrijving in die registratie vastgelegd. Gebruikers van de BRP en de Bap BES hebben soms historische informatie over personen nodig, waarbij de datum van eerste inschrijving in de betreffende registratie (BRP of Bap BES) van belang kan zijn. De datum van eerste inschrijving in de Bap BES wordt bijvoorbeeld gebruikt om te bepalen of iemand recht heeft op overheidsvoorzieningen op basis van een minimale verblijfsduur in het openbaar lichaam. Dat de datum van inschrijving in beide registraties verschillend kan zijn, wordt toegelicht aan de hand van een voorbeeld. Voor iemand die op 13 april 1996 geboren is in Enschede en sinds 13 mei 2010 in Saba woont, is de datum van eerste inschrijving in de BRP 13 april 1996 en de datum van eerste inschrijving in de Bap BES 13 mei 2010. Het omgekeerde kan ook het geval zijn: iemand afkomstig van Saba wordt tevens ingeschreven in de BRP. De datum van inschrijving in de BRP zal dan liggen na de datum van inschrijving in de Bap BES. Het voorliggende wetsvoorstel brengt in deze reeds bestaande situatie geen verandering. Dit is het logische gevolg van het feit dat de twee registraties als afzonderlijke stelsels naast elkaar blijven bestaan. Om vergissingen te voorkomen is slechts van belang dat overheidsorganisaties na de invoering van dit wetsvoorstel op dezelfde wijze blijven werken binnen de twee stelsels (BRP en Bap BES). Dat betekent bijvoorbeeld dat overheidsorganen de verblijfsduur in het openbaar lichaam afleiden uit de Bap BES, net zoals dat nu gebeurt.
Rechtsbescherming, toezicht en handhaving
De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) zal worden belast met het toezicht op de registratie van ingezetenen van een openbaar lichaam in de BRP. Er is ook een Commissie toezicht bescherming persoonsgegevens (CBP) BES. Blijft deze commissie bestaan? Hoe is straks de taakverdeling tussen deze twee organisaties, zo vragen de leden van de VVD-fractie?
De CBP BES blijft onder het voorliggende wetsvoorstel bestaan. Zij krijgt een belangrijke rol als toezichthouder voor de registratie en het gebruik van het BSN in Caribisch Nederland. In het antwoord op de vraag van de leden van de ChristenUnie-fractie over de aanpak van onrechtmatig gebruik van het BSN in paragraaf 2.4 van deze nota is nader ingegaan op de inspanningen die de CBP BES als toezichthouder gaat verrichten bij de invoering van het BSN. Het wetsvoorstel brengt geen verandering in de territoriaal bepaalde competentie van beide toezichthouders. De CBP BES is en blijft op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens BES en de Wet bap BES namelijk de toezichthouder voor de verwerking van persoonsgegevens in Caribisch Nederland en in het bijzonder de basisadministraties. De AP is en blijft op grond van de Uitvoeringswet Algemene Verordening gegevensbescherming (UAVG) en de Wet BRP toezichthouder voor de verwerking van persoonsgegevens in Europees Nederland en in de BRP.
Het wetsvoorstel voorziet zowel in verwerkingen die in Europees Nederland plaatsvinden, zoals de registratie van inwoners van de openbare lichamen in de BRP, als in verwerkingen die in Caribisch Nederland plaatsvinden, zoals het gebruik van het BSN door overheidsinstanties aldaar. Beide toezichthouders spelen dus hun eigen rol.
Juridisch kader en huidige praktijk
De leden van de VVD-fractie lezen dat de wijzigingen regelen dat inwoners op Caribisch Nederland aanvragen kunnen doen met hun BSN bij instituties uit Europees Nederland, bijvoorbeeld het van tevoren aanvragen van studiefinanciering bij DUO. Dat is een positieve ontwikkeling. Welke controlemechanismes zitten in deze aanvraag om te controleren of dit goed gaat?
Voor studenten uit het Caribisch deel van het Koninkrijk die gaan studeren in Europees Nederland is in 2024 al een belangrijke stap gezet door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, in de praktijk DUO, de bevoegdheid te geven om voor studenten een verzoek tot inschrijving te doen als niet-ingezetene in de BRP. Daardoor kan een BSN en DigiD uitgegeven worden voor vertrek naar Europees Nederland. Daarmee kunnen deze studenten alvast zaken regelen met de Nederlandse (semi-)overheid. Dit wetsvoorstel gaat verder en regelt voor alle inwoners van Caribisch Nederland een BSN en daarmee ook toegang tot DigiD. Ook wordt het mogelijk dat overheidsinstanties in Caribisch Nederland zelf het BSN en DigiD gaan gebruiken.
DigiD is een betrouwbaar inlogmiddel waarbij de identiteit van de betrokkene wordt vastgesteld, bijvoorbeeld bij het digitaal aanvragen van overheidsvoorzieningen. Het gebruik van DigiD door personen die niet in Europees Nederland woonachtig zijn en het digitaal aanvragen van overheidsvoorzieningen door deze personen, zijn op zichzelf geen nieuwe processen. Het uitgifteproces van DigiD kent daarbij de nodige waarborgen, zoals een persoonlijke verschijning (DigiD-balies). Deze werkwijze met waarborgen zal overeenkomstig gaan gelden bij de invoering van het BSN en DigiD in Caribisch Nederland.
De leden van de VVD-fractie begrijpen dat de kosten die met de uitvoering van de onderhavige wetgeving zijn gemoeid, worden betaald uit de begroting van het Ministerie van BZK en het BES-fonds, met uitzondering van de eigen kosten voor de DigiD-afnemer. Zijn de kosten voor het Ministerie van BZK al terug te vinden in de begroting voor het jaar 2025, of pas met ingang van het begrotingsjaar 2026?
De kosten die het Ministerie van BZK maakt voor de invoering van het BSN op Bonaire, Sint Eustatius en Saba bestaan uit incidentele en structurele kosten. De incidentele kosten zijn al opgenomen in de BZK-begroting van 2024 in begrotingsartikel 6.2 (onderdeel van Informatiesamenleving)21 en in de begroting van 2025 ook in het begrotingsartikel 6.5 (Identiteitsstelsel, onderdeel van de bijdrage aan RvIG).22 Er is daarbij rekening gehouden met kosten in 2025 die gaan optreden na invoering van het BSN. Het zal bij de structurele kosten gaan om bedragen die vanwege de geringe omvang (onder 50.000 euro) niet apart herkenbaar zullen zijn in de begrotingen.
Voor de invoering van de voorzieningen van de digitale overheid in Caribisch Nederland is van belang dat gebruikgemaakt wordt van bestaande (Europees Nederlandse) infrastructuur, zoals de BSN-voorzieningen en DigiD. Op dat punt ontstaan er geen nieuwe of andersoortige kosten. De incidentele kosten voor het beschikbaar stellen van voorzieningen van de digitale overheid zijn opgenomen in begrotingsartikel 6.2. De structurele kosten voor bijvoorbeeld het uitgeven van DigiD in de openbare lichamen (DigiD-balies) zijn naar verwachting van geringe omvang, waardoor deze niet als zodanig herkenbaar zullen zijn in de begrotingen van 2025 en verder.23
Zijn er ook kosten voor de openbare lichamen BES zelf, zo vragen de leden van de VVD-fractie? Zo ja, welke?
Ja, de uitvoering van het wetsvoorstel brengt incidentele en structurele kosten voor de openbare lichamen met zich mee. In paragraaf 4.2 van de memorie van toelichting zijn deze kosten nader toegelicht. Alle kosten voor de invoering van het BSN worden betaald vanuit de BZK-begroting, zoals toegelicht in het antwoord op de vorige vraag van deze leden. Het gaat naast aanpassing van systemen ook om kosten voor communicatie en ondersteuning van de afdelingen Burgerzaken. De openbare lichamen zullen na invoering van het BSN te maken krijgen met extra lasten. Zoals in de memorie van toelichting gemeld gaat het daarbij om taakverzwaring vanwege het opnemen van het BSN in de Bap BES en het toekennen van het BSN, het informeren van de betrokkene over de nieuwe inschrijving en het uitvoeren van de verplichte zelfevaluatie. Zoals gebruikelijk wordt bij taakverzwaring gezorgd voor benodigde middelen, in dit geval via het BES-fonds.
Gebruik van de voorzieningen van de digitale overheid is een eigen keuze van de betreffende overheidsorganisatie. BZK verstrekt met een Bijzondere Uitkering financiële middelen aan de openbare lichamen om de transitie naar de digitale overheid te stimuleren.
De leden van de VVD-fractie vragen voorts in welke mate de BES-eilanden ondersteund worden bij de implementatie van deze wetgeving.
RvIG zorgt voor ondersteuning van de afdelingen burgerzaken van de openbare lichamen bij de invoering van het BSN. Rondom de inwerkingtreding van de wetswijziging zijn medewerkers van RvIG fysiek aanwezig op de eilanden om de afdelingen burgerzaken te ondersteunen bij de noodzakelijke aanpassingen van werkprocessen en systemen. Daarnaast wordt in afstemming met de lokale rijksdiensten en andere afnemers gezorgd voor aanpassing van de autorisatiebesluiten voor de centrale verstrekkingenvoorziening van de Bap BES (PIVA-V), zodat de afnemers die daarvoor in aanmerking komen over het BSN kunnen beschikken voor de uitvoering van hun taken. Voor de implementatie van DigiD geldt dat Bonaire reeds beschikt over een loket voor uitgifte van DigiD. Voor Saba en Sint Eustatius wordt besproken waar en wanneer een dergelijk loket gefaciliteerd kan worden. Daarnaast bestaat er de mogelijkheid om digitaal via de Nederland Wereldwijd videobalie een DigiD aan te vragen. Dienstverleners in Caribisch Nederland die de overstap naar DigiD willen maken, worden daarin begeleid door het Ministerie van BZK, met als eerste stap een zogenaamd pre-check om in kaart te brengen welke aanpassingen in systemen en processen nodig zijn om te gaan voldoen aan de voor DigiD geldende aansluitvoorwaarden. Zoals aangegeven in het antwoord op de vorige vraag van de leden van de VVD-fractie worden de openbare lichamen tot slot ook financieel ondersteund met een bijzondere uitkering.
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering in te schatten in hoeverre burgers ervoor zullen kiezen om overheidsprocessen digitaal te regelen, zodra de digitale mogelijkheid beschikbaar is.
Er is geen kwantitatief onderzoek gedaan naar hoeveel burgers voornemens zijn gebruik te maken van digitale dienstverlening. Op dit moment ontbreken diverse randvoorwaarden die optimale online dienstverlening mogelijk maken. Zo is het nu vaak zo dat diensten die online worden aangeboden niet volledig online kunnen worden afgehandeld. Zodra deze randvoorwaarden zijn ingevuld, is een betere inschatting te maken. De wens om diensten digitaal te regelen zal bovendien afhankelijk zijn van het type dienst. In ambtelijke gesprekken geven de eilanden aan vooral potentieel te zien bij processen waar nu de burgers optreden als koeriers die bij de ene overheidsdienst informatie op papier ophalen, om deze bij de andere overheidsdienst af te geven. Uit de gesprekken volgt ook het beeld dat er bij burgers met name behoefte is aan verruiming van openingstijden en eenvoudigere processen rondom het verstrekken van informatie (documenten) aan de overheid. Digitalisering kan daaraan een positieve bijdrage leveren, bijvoorbeeld met diensten die 24/7 toegankelijk zijn.
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering in hoeverre de betreffende organisaties in Caribisch Nederland bereid zijn jaarlijks tussen de 5.000 en 20.000 euro te betalen voor het assessment in verband met het gebruik van DigiD als identificatiemiddel.
De stap naar online diensten brengt de nodige kosten mee, waaronder die voor inlogmiddelen. Door (gratis) gebruik te maken van DigiD wordt voorkomen dat dienstverleners zelf een inlogmiddel moeten ontwikkelen en beheren en kunnen burgers gebruik maken van hetzelfde middel bij de verschillende dienstverleners. De kosten die aan het assessment zijn verbonden wegen daar niet tegenop. De assessments leveren ook een aanvullende bijdrage voor het verbeteren van de beveiliging van de informatievoorziening.
Het streven is om reeds in 2025 het BSN op de BES te kunnen uitgeven, alsmede om het publieke inlogmiddel DigiD in te voeren voor burgers. In hoeverre is dit realistisch? Is de invoeringsperiode daarvoor voldoende? Graag krijgen de leden van de VVD-fractie een reactie hierop.
Voor de invoering van het BSN en DigiD is een stapsgewijze en beheersbare aanpak voorzien. Er zal geen sprake zijn van een grootschalige ommezwaai waarbij de hele overheid van de ene op de andere dag overstapt op het BSN en DigiD. Het streven is om dit jaar een cruciale eerste stap te zetten door alle inwoners een BSN te geven en het nummer te registreren in de eigen bevolkingsadministratie. De voorbereidingen daartoe zijn twee jaar geleden gestart en zijn inmiddels, in samenwerking met de openbare lichamen, vergevorderd. Het gaat dan onder andere om de aanpassing van technische systemen en de voorbereidingen van publiekscampagnes en informatievoorziening. Zoals aangegeven in het antwoord in paragraaf 4.1 van deze nota op vragen van leden van de VVD-fractie over de mate waarin de BES-eilanden worden ondersteund bij de implementatie van deze wetgeving, worden de openbare lichamen, in het bijzonder de afdelingen burgerzaken, vanuit het Ministerie van BZK ondersteund bij de implementatie van deze eerste stap. Verder is het streven om in 2025 ook al de eerste overheidsdienst(en) te ontsluiten via DigiD. Per organisatie en soms ook per dienst (product) zal bekeken moeten worden wat er nodig is om over te gaan op het BSN en DigiD. Het wetsvoorstel biedt daarvoor de ruimte. Daarbij zullen voor verschillende organisaties en hun diensten verschillende tijdspaden gaan gelden. Dit wetsvoorstel legt de noodzakelijke basis en creëert de juridische mogelijkheden om deze stappen richting een volwaardige digitale overheid in de komende jaren te kunnen zetten.
In deze paragraaf wordt gesteld dat het digitaliseringsbeleid voor Caribisch Nederland verder strekt dan de enkele invoering van het BSN en het inlogmiddel DigiD. In dat kader vragen de leden van de VVD-fractie of de kwaliteit van het beschikbare internet op de BES van dien aard is dat er ook een goede digitale communicatie met de overheid kan plaatsvinden. Als dat niet voldoende wordt geacht, wat wordt er dan gedaan met aanbieders van internet om ervoor te zorgen dat er goed internet komt, juist met het oog op een goede digitale communicatie met de overheid?
De regering acht de kwaliteit en beschikbaarheid van internet op Bonaire, Sint Eustatius en Saba voldoende voor digitale communicatie met de overheid. Onderzoek in opdracht van uw Kamer stelt dat «de stand van zaken met betrekking tot de beschikbaarheid van internet (draadloos of bekabeld) overal voldoende» is.24 Dit neemt niet weg dat verbeteringen, bijvoorbeeld als het gaat om de snelheid van het internet, wel wenselijk zijn. Daarom is door de Minister van Economische Zaken en Klimaat in 2024 een subsidie beschikbaar gesteld aan de aanbieders van vast internet in Caribisch Nederland.
Het doel van de subsidie is om de aanbieders hun netwerken versneld te laten moderniseren en uit te breiden. De effecten hiervan worden in de komende jaren verwacht.25
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, F.Z. Szabó