Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 9 december 2024
Op dit moment is het wetsvoorstel Tweede tranche wijziging Wet publieke gezondheid bij uw Kamer aanhangig.1 Met dit wetsvoorstel worden enkele tekortkomingen opgelost in het stelsel van infectieziektebestrijding, conform de aanbevelingen van onder andere de Onderzoeksraad voor Veiligheid.
Op grond van het wetsvoorstel zullen onder meer bij algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld om te zorgen voor een meer uniforme werkwijze bij GGD’en, zodat sneller en adequater kan worden opgeschaald in het geval van een grote uitbraak van een A-infectieziekte. Uit deze regels vloeien kosten voor de GGD’en voort. In het wetsvoorstel is voorzien in een grondslag voor de verstrekking van een specifieke uitkering aan GGD’en ter bekostiging hiervan.
In het Regeerprogramma is opgenomen dat het voortzetten van bestaande specifieke uitkeringen of het toekennen van nieuwe specifieke uitkeringen, slechts mogelijk is op basis van een kabinetsbesluit. In het eerste kwartaal van 2025 besluit het kabinet welke specifieke uitkeringen worden omgezet naar een fondsuitkering. Dit besluit heeft mogelijk ook invloed op de grondslag voor een specifieke uitkering zoals opgenomen in het huidige wetsvoorstel Tweede tranche wijziging Wet publieke gezondheid.
Met deze brief verzoek ik u in het licht hiervan de behandeling van het wetsvoorstel in uw Kamer aan te houden, totdat duidelijkheid bestaat over de grondslag van de specifieke uitkering in dit wetsvoorstel. Ik zal uw Kamer in het voorjaar van 2025 informeren over de besluitvorming en eventuele impact op dit wetsvoorstel en ga daarna graag met uw Kamer in gesprek over het wetsvoorstel.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M. Agema