Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 9 september 2024
Op 5 september jl. behandelde uw Kamer de Verzamelwet BZK 20XX (Kamerstuk 36 481). Tijdens deze behandeling heeft de Minister van Binnenlandse Zaken u namens mij toegezegd u voor de stemmingen over dit wetsvoorstel een appreciatie te doen toekomen van de motie van het lid Flach (Kamerstukken II 2023/24, 36 481, nr. 11). In deze motie wordt de regering verzocht onverkort vast te houden aan het uitgangspunt dat op de geboorteakte de moeder vermeld dient te worden en te laten onderzoeken in hoeverre de wijziging uit 2022 tot problemen kan leiden in het internationale verkeer.
In reactie op deze motie meld ik u graag het volgende. Ik zal de vraag naar mogelijke problemen in het internationale verkeer als gevolg van de bedoelde wijziging voorleggen aan de Commissie van advies voor de zaken betreffende de burgerlijke staat en de nationaliteit. Deze commissie heeft tot wettelijke taak om op verzoek van ambtenaren van de burgerlijke stand en andere bestuursorganen advies uit te brengen over vragen betreffende de rechtstoepassing in zaken van burgerlijke staat of nationaliteit. Na ontvangst van de reactie van de Commissie van Advies zal ik uw Kamer over de uitkomsten hiervan informeren en daarbij tevens mijn standpunt bepalen inzake het eerste onderdeel van het dictum van de motie.
In het licht van het bovenstaande verzoek ik u de stemming over deze motie aan te houden. Indien vooruitlopend op de hierboven toegezegde inhoudelijke reactie tot stemming wordt overgegaan, moet ik de motie ontraden.
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, T.H.D. Struycken